Lezen

Julie's blues

  terwijl de wind de granen streelde hebben ze mij gevonden in een koekoeksnest   ze hebben mij meegenomen als een reuzengnoom voor een hottentottenkinderboerderij   gejaagd door hun tijdelijke kerstboombossen mijn veren en mijn kleren behangen   met hun herinneringen vogel- griep misschien ik was kapot ik sliep levend beefde nog   heel even zag ik twee konijnen in een pijp gevangen werd ik wrang genepen in een bocht   ze hadden steden wrede wasem veelvraatstank en smog hing rond de dichtgegroeide oren   af te tellen dagen vroegen om een einde sneltreinwielen om wat plat te rijden   ik denk nog vaak terug aan Gordon the moron die me duwde op die derde donderdag van   september de septische put zat vol met dolle aaltjes weet je dat ik graag zwem in open water   veel later en nog steeds was ik niet losgelaten door die mensen met hun brij my sweet Julie heeft nog lang gehuild   ik zat daar voorbarig mezelf bijna van kant te maken onder een niets vermoedende zon als een zondaar   zonder schuld snippers kanttekeningen betrappen konden ze mij niet zij daar met hun lelijke weelde   levereendjes lelijke ploezes sandwiches bouwkranen sanitaire stank en krankenhuizen het was   die rauwe lust hun rechte wortelen in folie gewikkeld werd een laatste wens de witte pens van een dakloze   lag in het gras wat wel meeviel was dat ik haar ooit gevonden had zij met haar meesterlijke krullen   behaard was de poes met een geitebaard wij zijn het echt dachten we zo vrij als eendjes van plastiek   drijvend in een vijver of een navel- putje ik ging naar de vleesbiecht in haar schoot kon ik dacht ik   mij verbergen lichtjaren eenzaamheid vergeten de jonge merels zaten op een draad vol stroom en de   ontlading stierf in stilte heeft ze die ochtend bij die verse dageraad de cellen koel ontboden   zich niet langer nog te splitsen nam om kwart voor zes   een mes om mij te doden         uit de reeks  'Waanhoop'  

Bernd Vanderbilt
1 0

Stel een stel ('t is maar een stelling)

Het deed mijn oren pijnZijn wensen en zijn dromenWaar ik op lange termijnNiet in leek voor te komenHet was niet gewoon zondeGing door al mijn nerven Zout op de gapende wondenIk was aan het stervenMan. Wat wou ikDat mijn hersenmassa niet bestondDan maakte ik een valstrikDie ons voor altijd verbondDan stopte ik met de pilEn beet ik op mijn lipKortgerokt en verleidelijk stilEerder de sluier dan de tipVan uw zorgeloos bestaan Waren uw laatste uren geteldIk liet u in de waanTot aan het alimentatiegeldDan ontbrak ik alle hoekenKzou dan gewoon onbekwaamVragen of ge mee wilt zoeken Naar een goede naamKzou hem 'Ongelukje' dopenTerwijl ik hem had geplandKzou samen met u kleertjes kopenU bellen om elke losse tand Liefst als het kanDat het op u lijktDat ge daardoor danNooit meer van mijn zijde wijktDat ik u simpelweg susEn gij mij blindelings gelooftDat ik u louter professioneel kusVan geen vrijheid heb beroofdIk hoop dat ons levend resultaatWegblijft van mijn doelenU in elke mogelijk staatZoveel mogelijk op mij te voelenDat uw lach een slechte poging isEn ik dat onbeschaamd weetUw levenslust totaal niet misAl badend in uw zweetDat uw leven een slechte regieHeeft gekend door mijn schuldTerwijl ik alleen nog zieHoe gij al mijn admiraties vervuldStel, stel, stel: gisterenavondPuur hypothetisch gesteldDat de stem uit uw mondGewoon iets moois had verteldStel dat gij het belang zietIn mijn adem en mijn hartslagStel dat het nu eens écht niet'aan mij lag'Stel dat wij een akkoord konden bekomenOver elke dag op elkaars kapStel, hypothetisch genomenIk als uw overtreffende trapStel dat ge mij zou kunnen verdragenElke ochtend in uw bedStel dat ge u zonder zou afvragenHoe het toch zou zijn métStel dat de gedachte u zotZou maken tot op een puntDat ge tot door uw huid en op het botNooit meer zonder mij kuntStel dat mijn dodelijk accidentU levend zou vermoorden Dat ineens iedereen u kentAls de man zonder woorden Stel dat ik in u al het leven Blies als een kind in een ballonStel dat geen adem u kon gevenWat de mijne u geven konStel dat ik het ritme in u walsZoals iemand die hartfalen lijdtMet pleisters op uw borst en halsAan mij verbonden zijtStel dat gij allergisch zou reageren Op elk ander lijf dan het mijn Stel dat ge het niet meer zou kunnen keerVan de jeuk, afkeer en de pijnStel dat ik als behandeling bestondEen wandelend doktersreceptEn dat hij driemaal daags mijn mondEindeloos chronisch nodig hebt't is maar hypothetisch hoormaar, stel mij alstublieftoch maar nooit voor aan uw lief(ik bedoel: stel u voor)(stel u voor dat ik die op haar gezicht sla) (haha) (stel u voor) (nee serieus. doe maar niet) (echt)      

Lot
0 0

Zeester

En hij kleedde mij uit tot Ik niet meer was dan een junk Voor eeuwig verslaafd aan het genotVan seks op het ritme van Daft PunkWat waren ze plots toch ver De beloftes die ik hem maakteIk lag op zijn matras als een zeesterDie een arm kwijtraakteIk kon niet meer bewegenKreeg niets meer gezegdIk heb mij daar dan, weinig verlegenEn zeer onelegant, bij neergelegd   Hallo. Ik ben Lieselot en ik begin mijn teksten altijd met ‘hallo’.Ik gebruik ook nooit moeilijke woorden.Dan zeg ik dat ‘dat mijn stijl is’ .En zo laat ik in het middenOf ik die woorden zelfs ken   Hallo, ik ben nog altijd Lieselot en ik ga zo meteen een tekst brengen die gericht is aan iemand die niet mijn lief is – en ik heb er een – iemand die biologisch gezien perfect mijn vader kan zijn en waarvan ik sinds kort hoop dat hij dat in de verste verte niet is.  Ik heb al zoveel geschrevenEn niks pas bij elkaarHet lijkt wat op mijn levenOp de knopen in mijn haar   Ik weet niet of ge het zietMaar: ik ben ‘t kwijtWat gij ziet zie ik nietEn, de laatste tijd   Ben ik vergeten hoe ik moet lopenHoe ik moet pratenAdemen en hopen   Wat ik was, wie ik benWat ik worden wilWaar ik van houd, wie ik kenMan. Da’s hier stil   Ik was toch van het geschreeuwDat ik zelfstandig wasNu het zielig welopverschot van de leeuwDat laatste, meest breekbare ras   Het lijkt alsof ik nog snelDrieeëntwintig jaren zonder stukkenMoest vullen met relEn kei veel ongelukken   Sadistisch van genotenEn nu soms nogAlsof ik hou van verklotenEn geil word van bedrog   Toeval is wat ik vraagAls alternatief voor de rampDie zegt dat ik gewoon graagAlles kapot stamp   Neem me meeStop me onder je jasBreek me in tweeZodat ik in je binnenzak pas   Draag me als een kind En draag me danAlsof elk zuchtje windMe breken kan   Pak mij vast zo ruw Tot witte plekken na het loslatenMe vertellen dat uwHanden daar zaten Kwil da ge me dingen leertFysica, chemie, veel seks en wat taalEn dat ge me zuigend markeertOngeacht hoe fucking puberaal Zorg dat ik alle hoeken vanUw kamer zo hard voeldeDat ik geen idee heb wat een manOoit met een cirkel bedoelde Dat elk risico dat bestaatOp besmetting door contactVerdubbeld wordt in ‘t kwadraatWegens allesbehalve mis – paktOntleed me als een dierZoals vroeger in de klasMaar dan voor het plezierIn 't midden van uw matras Geef mij overal rustBehalve in bedLaat mij daar gekustEn tegen de muur gezet   En kleed mij nietTot op de huidMaar nog net ietsVerder uit. Mijn hoofd is de chaos van een tijd geledenJarenlang geordend, en plots: tevreden. En dan gij. Gij schudt alles door elkaar. Godverdomse klootzak, schud nog eens? Ja, DAAR.Da wast.Hallo, ik ben Lieselot en ik eindig mijn teksten altijd met 'da wast'. Dat is dan volledig niet volgens plan, maar gebeurt gewoon. Soms roept er dan iemand in het publiek 'een wasmachine!'. Want: ik zeg 'da wast' en dan is het grappig om te doen alsof ik hiermee een quizvraag stel. Een quizvraag waarbij alle intonatie die van een stelling een vraag maakt, volledig verdwenen is. En dan lach ik. Ik vind dat niet grappig en wil de stand-up comedian in het publiek pijn doen, maar ik lach. Daar ben ik fier op. 

Lot
0 1

Als Peter Hanssen-Holvoet gedichten à la Paul van Ostayen schrijft, ga ik Rhea van der Vloet dat ook proberen.

ARM HART     Pompompom                           Pomperepom   Pom pomperiepom                          Pompompom verdom   Harstlag van slag, van slag                                     Van slag,… stag? staggen         Staggen van boten. Witte zeilen, reilen. Overstag.     Fokkenmast, grootzeil                      Wind, wind, in de staggen, wind in de zeilen     De wind rond mijn hart                                          Van slag, van slag                             Waait, waait, wind                                                                     Windstil!         Fanfare   Bom, toet, bom toet, teteritoet, tettertoet                                              het doet-er-niet-toe                       enkel de schittering van de zon   in het koper                                              Bomtararara   Oempapa, fanfara                                            De schittering   muziek, poëm                                           deze schittering   dierbaarst kleinood                             Nood aan liefde?     nood aan erkenning?     omarming                              een kus,                                              zachte lippen enkel een hug                                  Keep it cool                         Houdt toch                                              Je smoel.       HET!     Je kunt het enkel voelen                                      likkend aan het zijdelingse            glijdende in elkaar                                in onverholen extatie   en oorverdovende suizingen                         krinkelend liggen te glinsteren                                                                                       sperma       KANKER       Floke,  Floke,           iel en dunnetjes                     met haar lang rood haar   lag ze daar                      uitgestrekt     de sofa te groot .   MOEDER     Moederke                 moederke alleen   moederke moe                   moederke alleen   moederke moedeloos                Zij weent   haar kroost is ze kwijt                                 vandaar verdriet en spijt.   en gespletenheid                           haar hopeloze vrijheid         OPTREDEN       Wist je,                   talentvol gitarisje     je kunt spelen,                   spelen dat kunt!     toehoorders,                        de  billen niet verstillen,     en op het ritme              naar boven en naar onder willen         Zee   Nu niet memmen                                                 vlug gaan zwemmen   zal ze er geraken?                          Vijandige zee                  met schittering van  zon op het water                                                      zon, de zon, de zon                                           pon, pon, pon,    vlinderslag,                                                                  ach ach ach,   vechten door glinsterende harnas                              Vijandige zee, dicht en hard    illusie, wat had ze verwacht,                                   immers vechten tegen bierkaai   Saai!                             Geef haar een glaasje rosé                                     dik water geeft nooit mee.         ZOMAAR EEN DUIF       Grijze duif       torent op een hoofd   op een hoofd van een generaal      besmeurd, bescheten   grijze duif          torent op een hoofd   van Rubens, schilder          BEROEMD   grijze duif          torent ,   heerser van monumententaal           en flatgebouw

Rhea van der Vloet
0 0