Lezen

Waar is de andijvie?

"Kan u dat herhalen, meneer?Ik versta u niet zo goed.” Opnieuw fluistert hij,ditmaal iets nadrukkelijker. “Weet u waar de andijvie ligt, mevrouw?” We bevinden ons in de groenteafdelingvan de supermarkt.Schouders opgetrokken,alsof dat de kou zou wegnemen. Het gefluister klinkt vreemden komt ook van een vreemde man. Hij is het in alle betekenissen.Omdat ik hem niet ken,maar ook omdat hij onbekend aandoet.Ik herken hem nochtans.Ben hem al meermaals gekruist.Net als ik lijkt hij vrijdagavondenvoor te behouden voor de supermarkt. Hij beneemt me telkens de adem,zijn verschijning en wat hij uitschijnt —hopeloosheid. Hij lijkt zo grondeloos dat hij schuifelt,als wil hij grond zoeken —houvast.Een bergbeklimmer met hoogtevrees. Een derde maal herhaalt hij zich,in een poging me uit mijn staren te verlossen. “De andijvie, mevrouw?” Een onhandige openingszin,gezien de andijvie schittertin zijn verder lege winkelkar.Ik besluit het spel mee te spelen. “Zelf ben ik geen fan van andijvie, meneer,maar ik vermoed dat u ze naast de kolen zal vinden.” Hij lijkt weinig moeite te doenrichting kolen te stappen,schuifelt ter plekke. Nog steeds bang voor zijn moeras. Het gesprek krijgt geen vervolg.Ik trek me uit het spel terug,nog voor de kaarten goed en welgeschud zijn.Ik knik vriendelijken gebaar naar mijn boodschappenlijstje. Toch voel ik me aangesproken.Het appèl vertraagt mijn winkelkar. De vreemde man zit in het moeras.Alleen dus.En schreeuwt op fluistertoon. “Waar is de andijvie, mevrouw?” Hij voelt zich veilig bij me.En reikt uit.Hoewel het me ontroert,zet ik er de pas in. Op naar de chocoladerayon. Wat endorfines kunnen nooit kwaad.    

Lien Van Droogenbroeck (Pennig)✍️
82 4

Pensioenleeftijd

Ik las in de krant een interview met de voorzitter van een politieke vereniging die zich anders wil opstellen. Hij stelde zelf een vraag. ‘Waarom bestaat er een pensioenleeftijd? Dat moeten ze me toch eens uitleggen.’ Ik begrijp wat hij bedoelt en ik zou daar samen met u een boom over kunnen opzetten, maar het nadeel van het opzetten van een boom is dat het nogal snel op ‘zagen’ uitdraait. Dat wil ik u niet aandoen beste lezer. Ook de boom niet. Ik heb, net zoals u, nogal wat gepensioneerden gekend in mijn leven. Mijn vader ging al op jonge leeftijd met brugpensioen en dat was nergens goed voor. Dan zou ik op mijn leeftijd nu ook al thuiszitten. Daar zie ik het nut niet van in. En iedereen werkt tegenwoordig toch zolang als hij of zij wil. Afijn, tot daar deze boom over het pensioen. Maar ik wil daar nog iets anders over kwijt. Daarvoor heb ik uw eerlijke mening nodig. De vraag is eenvoudig. Schat u me ouder in? Ik vraag het omdat ik – weeral eens – iemand tegenkwam die dacht dat ik al met pensioen was. Ik passeerde een oud-collega en het weerzien was hartelijk. “Ik ben blij je nog eens te zien”, zei ze. “Zo gepensioneerden onder elkaar.” Ik heb haar toch moeten overtuigen van het feit dat ik nog niet aan mijn pensioenleeftijd zit. Ze keek me ongelovig aan. Maar het moet dus iets te maken hebben met het feit dat mensen me ouder inschatten. De vorige keer dat het gebeurde is zelfs al enkele jaren geleden. Misschien ben ik oud geboren? Een oude ziel heb ik altijd gehad. Misschien uit zich die oude ziel nu ook aan de buitenzijde. Wie zal het zeggen? Misschien de voorzitter van de politieke vereniging die zich anders wil opstellen.

Rudi Lavreysen
0 0

Haakjesdagen

Of het nu ochtend, middag, avond of nacht is, met hangende pootjes, van een koude kermis of een gezellig feest ... Ik hou van thuiskomen. Ik doe het nooit langs de voordeur. Die is immers voor officiële bezoekers, desnoods voor pizza- en pakjesbezorgers. Thuiskomen doe ik langs de zijdeur. Huppelend de trapjes op, sleutel in het sleutelgat, drie draaitjes en hupsakee.  In het donker doe ik alles op de tast. Achter mij de deur weer sluiten en pas daarna gaat het licht aan. Wie thuiskomt in het donker en vermoedt dat alle andere gezinsleden er al zijn, sluit de deur en hangt de sleutel aan het haakje aan de muur. Dat is een huisregel. Niet dat officieuze bezoekers 's avonds niet meer welkom zijn, maar regels zijn regels. Ze zijn de sleutel tot succes. Daar valt niet over te discussiëren. Het zijn gewoontes die uitgegroeid zijn tot wetten, eens ze hun nut bewezen hebben.  Gewoonten zijn nog losjes, zoals het woord zelf. Daarom heeft het woord ook twee meervoudsvormen. Gewoontes en gewoonten. Ze zijn gewoon, je wordt ze gewoon. Een gewoonte impliceert vrijheid. Kies maar. Wat je ook doet, het is nooit fout. Mensen die je kennen zullen bij afwijkingen hooguit de wenkbrauwen even fronsen en denken: dat is niet van zijn gewoonte. Op zich nog geen reden tot paniek. Huisregels daarentegen zijn wetten. Hard en onwrikbaar. Die overtreed je niet. Die leef je na. 'Hou je haaks,' zeg ik telkens tegen de sleutel, nadat ik hem gezwind aan het haakje heb gehangen. Hij lijkt er altijd mee te schuddebuiken, wiebelend van links naar rechts. Pas als hij uitgedanst is, loop ik door. Als het licht is, gaat het er veel losser aan toe. In de zomer staat de zijdeur bij wijze van spreken altijd open. Ze is de actiefste deur van heel het huis. Ze is binnen en buiten. De sociale deur, die in principe altijd en voor iedereen openstaat. De deur waarlangs je welkom bent. Het toegangspoortje tot ons knusse huis, onze veilige thuis en tegelijkertijd de grote poort naar de buitenwereld.  En toch ... Toch zijn er van die dagen ... Kerstdag is al een paar keer zo'n dag geweest. Soms gebeurt het maar één keer op een jaar en meestal besef je pas 's avonds dat het zo was, met een glimlach. Een dag waarop de sleutel niet van het haakje komt. Een haakjesdag, een dag waarop niemand van het gezin nood had aan de buitenwereld. Alleen aan elkaar. Een gezinsonderonsje. Ongeveer het tegenovergestelde van een gezinsuitstap. Een dag waarop je beseft dat je gezin je alles is. Een dag die voorbereid is en tegelijkertijd verrassend verloopt. Een genietdag die letterlijk en figuurlijk alles in huis heeft om gezellig te zijn, ook al omdat je de dagen ervoor alles in huis hebt gehaald qua mondvoorraad.  Waar ik nu ineens aan moet denken ... Als je een vogeltje als huisdier hebt, opgesloten in een kooitje, weet je nooit of het vogeltje echt van je houdt. Open je het deurtje, en blijft het toch altijd bij je in de buurt, dan weet je 't zeker.  Een haakjesdag is een dag waarop we opgesloten zitten, zonder het te beseffen. Cocoonend, zoals dat heet, zo met elkaar verweven dat we ons ontpoppen als vrolijk fladderende vlinders. Smullend van elkaars gezelschap en eventueel af en toe van een hapje uit de oven. Huismusserij en toch vrij. Niet dat we dan constant aan het haardvuur zeemzoete liedjes zitten te zingen uit The Sound of Music, samen wafels bakken of ganzenbord spelen. Zo romantisch is het nu ook weer niet. En dat afgeslotene van de buitenwereld neem je best ook met een flinke korrel zout, want via het internet haal je heel de wereld naar binnen, ook als het buiten naar is. Maar we amuseren ons, ongedwongen. En niemand haakt af. Zelfs de sleutel geniet in stilte mee.  Tussen haakjes, ze zijn zeldzaam, haakjesdagen. Echt veel te zeldzaam.             

Danny Vandenberk
0 0