Lezen

Au Café de la paix (10) - Ministerie van oorlog

Een tweepersoonsbed waar je met z’n vijven in kan. Kamerhoge gordijnen en een balkon. Een bad met goudkleurige handvatten. Beneden een inkom als een stationshal, art- deco overal waar je kijkt. De trap naar de verdiepingen past in een TV-show van de jaren tachtig. Je kan er zowel links als rechts in avondkledij afdalen om elkaar beneden weer te ontmoeten.  U denkt misschien dat ik ferm boven mijn stand leef, maar voor 90 Euro per nacht slaap je in het laatste ‘palace hotel’ van Vichy, genoemd naar luxe- hotelier Joseph Aletti. Je krijgt er nog een gratis ‘apéritif de bienvenue’ bovenop. En toch las ik op Booking slechte reviews: het hotel heeft geen airco, het water in het zwembad is ijskoud. Die mensen hebben zeker de oorlog nog niet meegemaakt. Dat heeft dit hotel wel. En hoe. Het werd het oorlogsministerie tijdens het Vichy regime onder maarschalk Pétain. Aangezien Vichy een goed telefoonnetwerk had en rond de vierhonderd hotels telde - Napoleon III had het al opgewaardeerd als kuuroord - verkoos de Franse regering het stadje boven Clermont-Ferrand als zetel van de nieuwe ‘état français'. Het Vichy-regime collaboreerde en werkte actief mee aan de deportatie van Joden. Het was wachten op Macron voor een Franse president dat expliciet uitsprak. François Mitterand argumenteerde nog dat die 'état français' onder Pétain toch niet echt de Franse Republiek was.  Het interesseert me vooral hoe zulke regimes tot stand komen. Want eenmaal het spel op de wagen zit en de maatschappij in ‘goeden’ en ‘slechten’ uiteen valt, wordt het toch een pak minder interessant. In zijn boek ‘Vichy. Vérités et légendes’ schrijft historicus Claude Quétel dat er tussen 1919 en 1940 maar liefst 44 Franse regeringen waren. Politici gaven zich over aan een politique politicienne die de natie deprimeerde. De Britse journalist Alexander Werth noemde hen ‘ondernemers van de politiek’. Klinkt dat akelig bekend? En de slagzin van le maréchal Pétain, de tachtigjarige oorlogsveteraan van WOI die het Vichy-regime leidde? ‘Refaire la France’, vatte hij zijn vage visie samen. Make France great again. De waarden ‘Liberté, égalité, fraternité’ verving hij door ‘Travail, Famille, Patrie’. Hij was in 1940 zo geliefd dat de menigte hem op zondag kwam begroeten op de stoep van Hotel du Parc, zijn nieuwe woonst. De jodenster vond geen ingang in de ‘zone non-occupée’, schrijft Quétel nog. De Fransen moesten er niet van weten. En toen hen in 1942 ter ore kwam hoe duizenden joden vijf dagen in het wielerstadion Vélodrome d’hiver werden vastgehouden, zonder eten of sanitair, om vervolgens gedeporteerd te worden, maakten de Fransen zich langzaam los van Pétains propaganda. Die bewogenheid over menselijk leed, voorbij alle vooroordelen, doet denken aan de wereldwijde verontwaardiging over de honger in Gaza of over de uitwijzing van migranten in de VS. Quétel beschrijft hoe boeren Joden hielpen onderduiken en een Franse lerares duizenden ‘faux papiers’ van de deportatie redde. Al haalt hij ook de mythe van het ‘résistancialisme’ onderuit. Dat zowat elke Fransoos het verzet steunde, is een legende. Bij ‘la rafale’, de grootschalige razzia in de Vélodrome d’hiver in Parijs, hadden Franse gendarmes de touwtjes in handen. Wat spoorwegmaatschappij SNCF betreft, heeft Quétel maar weet van een machinist die weigerde om Joden naar de kampen te vervoeren. De andere medewerkers deden niet meer dan af en toe briefjes aan familieleden bezorgen die Joden hen vanuit de goederentrein toe stopten. Hoewel ik in een podcast hoorde dat de Vichyssois hun voorgeschiedenis beu zijn, kan je er een wandeling maken langs de meest markante plekken van het regime. In het Hôtel de Séville aan de Boulevard de Russie werkte François Mitterand voor la Légion des combattants, een soort geheime dienst die ‘antinationalen’ opspoorde, zoals communisten en gaullisten. Na enkele maanden spitst hij zich toe op de opvang van gerepatrieerde krijgsgevangenen. Het toeristisch kantoor van Vichy noemt Mitterand een ‘vichysto-résistant’. Een van de personen die voor de Franse Staat werkten, bepaalde waarden van de maarschalk deelden, én in het verzet zaten. In 1943 richtte Mittérand een verzetsgroep op met ex- krijgsgevangenen. Hoe mensen zich toen positioneerden en waar de waarheid precies lag, is complex om op een paar dagen te doorgronden. Dat Mitterand voor zijn inzet als ambtenaar van Vichy een onderscheiding kreeg, is hem later nog voor de voeten geworpen. Hij was niet de enige die achtervolgd werd door Vichy. Keizer Napoleon III werd er verraden door een hondje. De viervoeter van zijn minnares reageerde er net iets te enthousiast op de huisvriend van zijn bazinnetje. Dat ontging de keizerin niet. Woedend verliet ze Frankrijk en dumpte Vichy voor Schwalbach, een kuuroord in Duitsland. Na een tocht langs volzette restaurants op zaterdag beland ik in Paris-Vichy, en eet er uitstekende ‘maigre’ of ombervis in filodeeg. Het is al de derde keer op reis dat mijn gerecht in filodeeg werd verpakt, het is misschien een ding van een influencer. Ik reken af, draai de hoek om en stoot op ‘onze’ Albert, roi-soldat. In lange jas en laarzen, zoals hij zijn soldaten in de loopgraven vervoegde tijdens WOI. Vichy heeft blijkbaar een pacte d’amitié met Spa in België.  Zondagmiddag sta ik voor het soort dilemma van mensen die alleen nog maar vrede hebben gekend: breng ik nog een paar uur aan het zwembad door, of ga ik in de opera naar een concert met werk van Gershwin. ‘Summertime’, weet u nog wel. Gebouwd in 1902, laat de opera als eerste het rood en het goud achter zich. Het behang is oker- en ivoorkleurig, het plafond is een grote art-deco fresco van bloemen, pauwen, lieren en de gezichten van grote actrices zoals Sarah Bernhardt. De Belgische architect Lucien Woog mocht de Franse Charles Le Coeur assisteren bij het ontwerp. Om redenen die ik later nog zal toelichten, ga ik toch voor het zwembad. En hoe zit het eigenlijk met dat Café de la paix in Vichy? Het is te zeggen, over de brug in de wijk Bellerive-sur-Allier? Dicht, van 4 augustus tot 1 september. De oude menu’s staan nog in krijt op het uithangbord: lundi - saucisse lentilles, mardi - paupiette de veau, mercredi - lapin à la moutarde,… Hier eet je wat de pot schaft, en altijd aan 17 euro. Behalve op zaterdag, dan gaat de entrecôte-frites voor 18 euro over de toog.  De stamgasten vind ik terug in bar Haka, schuin tegenover Café de la paix. Een overwegend mannelijk publiek. Ik krijg moeilijk toegang, op een paar schunnige opmerkingen na. ‘Ik woon boven het Café de la paix, kom maar eens kijken, ik kan al niet wachten’.  Alleen een man uit La Reunion die tijdelijk weer in Vichy is wegens gezondheidsproblemen, praat even met me. Om zijn hand zit een windel. ‘Alcohol maakt mensen agressief. Met het Café de la paix willen de eigenaren de nadruk leggen op rust’, denkt hij. Zijn gelaat is wat verweerd, maar hij articuleert keurig en enthousiast. ‘Vichy is een tikje burgerlijk, daardoor loop je als vrouw ‘s avonds weinig risico’s’, legt hij me uit. ‘Overal hangen camera’s’ Zelf drinkt hij geen alcohol, maar iedereen in La Réunion rookt marihuana’, zegt hij. ‘Daar word je kalm van.’ Voor hij met zijn vriend naar de auto loopt, plukt hij nog een peukje uit de asbak.

Pons
0 0

I am the walrus (of verliefde mijmeringen)

'Love is where you find it.' Profetische woorden van James Baldwin, eenvoudig, niet moeilijk te begrijpen, voor een stuk trappen ze ook gewoon een open deur in. Want het is één van de clichés die het mysterie liefde omringen. 'Ge moet erop vallen.' Als je het zoekt, vind je het niet. Liefde is ook een woord dat alleen lading krijgt, betekenis, als je het kan uitpakken zoals een kado, of pellen als een vrucht. 'Show, don't tell.' Liefde is - misschien spijtig - vooral ook chemisch. De gekte, lentekolder (!), van de verliefdheid is wellicht een cocktail van dopamine en oxytocine. Wie herinnert zich nog de gloed van die eerste kus, de lippen die first contact maken? Er is een rechtstreekse lijn dan, die de zwaartekracht volgt, van je mond, naar je hart, naar je geslacht. Maar die echte verliefdheid is in de eerste plaats vooral teder, je wil seks eigenlijk uitstellen, je wil mekaar opeten, dat wel, in mekaars lijf kruipen, versmelten. En vooral, ook weer volgens James Baldwin, je maakt het maar een paar keer mee in je leven. Hopelijk kan je het op één hand tellen, want anders glijd je wellicht af naar de nymfomanie. Ben je eerder bezig met verliefd zijn op de verliefdheid zelf, of ben je eerder behaagziek, onzeker, niet in het reine met jezelf. Wat uiteraard niet onlogisch is, want we zijn sociale dieren, en die relaties zijn altijd onderhevig aan wat competitie, of zo lijkt het toch sinds Darwin.  Ik geloof dat liefde wel degelijk kan genezen, dat je onvolledig bent zonder de ander, de Ander, het Andere, ik denk dat het weer zo één van die kapitalistische illusies is, dat je je geluk zelf moet maken. We zijn meer dan productie-eenheden of 'menselijke grondstoffen'. Je hebt voor zover ik wetenschappelijk op de hoogte ben, nog altijd een eicel en een zaadcel nodig om een nieuw leven te maken. Als mens. Een soort heilige tweevuldigheid. 'Only love can break your heart.' Nog zo'n boutade, van Neil Young deze keer. Hoe onvolledig we ons soms ook voelen alleen, het risico op een gebroken hart, als we het erop wagen te duiken in die onbekende duistere, maar prachtige poel van de crush, de mysterieuze coup de foudre, zorgt er soms voor dat we eieren voor ons geld kiezen. Want de diepte (of ondiepte) van die gruwelijk aanlokkelijke poel is onpeilbaar. Het is totaal controleverlies, overgave, en daardoor bijna een religieuze, sacrale ervaring. En wie is daar nog goed in, in het profane Westen? Ik stel me er in ieder geval vragen bij, bij die eenzaamheid, die besmettelijk zou zijn naar 't schijnt. Zoveel vrijgezellen, zoveel mensen die alleen wonen, alsof we bezig zijn met een metamorfose om insectenzwermen te worden. Je hebt de queen bees, worker bees, soldier bees, ... Het verschil is dat we nog niet steriel zijn. Zowel de superrijken als de armen kunnen zich nog steeds voortplanten, al dan niet met gevoelens van elkaar graag zien, maar waar die kinderen zullen terechtkomen is koffiedik kijken. Je kan met een voorsprong beginnen aan het leven, een minderheid heeft hallucinante priviliges, maar evengoed kan het gigantisch mislopen. De dood als grote gelijkmaker betekent uiteraard niet dat we de sociale strijd voor een rechtvaardigere organisatie van onze maatschappijen moeten verwaarlozen. Ook dit is een kwestie van liefde. Elk leven is heilig en ieder kind verdient het graag gezien te worden, zoniet betaal je toch de prijs. Mens zijn betekent passie hebben, en één van die vreselijke expressies van gevoelens is wraakzucht. Ik denk dat het liedje van The Eurythmics wel klopt: 'The miracle of love, will take away the pain.' De woordkeuze is ook geslaagd, liefde is een mirakel, en een mirakel is onverklaarbaar. Wat zorgt ervoor dat iets 'marcheert'? Laten we nog eens smijten met een soort spreuk. Er is een Arabisch spreekwoord dat zegt dat het huwelijk is zoals een belegerde burcht. Zij die zich er binnenin bevinden, willen eruit. Zij die erbuiten zitten, willen erin. Gelukkig is er de roes voor de sleur, de routine, die allesomvattende, knetter makende fase van vlinders in de buik, geen honger hebben, balorig zijn, niet kunnen eten. Een moment dat je de tijd wou bevriezen omdat alles zich in een gloed bevindt. Een periode van opperste sensualiteit, je maakt je lippen nat met je eigen tong vooraleer je die lippen van de Ander beroert, en dan ga je nog een stapje verder in die intimiteit als de beide tongen een soort dans met mekaar aangaan. Een kort maar krachtig walsje, een trage, langzame bolero, een onbeheerste, atletische lindy-hop, of een aan elkaar spiegelende tango.  En dan de ogen, het naar mekaar kijken met die kitscherigste metafoor aller tijden, de spiegels van de ziel, de pupillen die zich verwijden of verkleinen, de kleur van het iris die wel nooit zomaar banaal blauw, bruin, groen of grijs is. Daar vind je onze enorme uniciteit als mens, nog poëtischer dan onze unieke vingerafdrukken. Geen mensenoog is gelijk! Mijn zwartharige vader had de donkerste ogen, bijna zwart in plaats van bruin, als steenkoolbriketten, angstaanjagend en onvoorspelbaar, mijn moeder had dan weer als blond meisje prachtige appelblauwzeegroene ogen, mysterieus en diep als de Atlantische Oceaan ter hoogte van de Golf van Biskaje, duizenden meters voor je de bodem bereikt. Laten we dit vertoog over de liefde en verliefdheid dan ook eindigen met een drievuldigheid. De liefde die uitmondt in nageslacht. Wat ik voel voor mijn dochter overstijgt 'zelfbehoud'. Al blijft het natuurlijk behoud van de 'genenpoel'. Voor een kind offer je jezelf op, op het altaar van het leven dat onmiskenbaar mysterieus is, en gespleten. Er is barmhartigheid omdat het leven meedogenloos is. Ik herinner mij de lichamen van mijn ouders na hun overlijden, de lege ogen, de omhulsels die verkillen. Ik geloof eerder dat ons bewustzijn een product is van onze hersenen. Met andere woorden, tot zover onze onsterfelijke ziel. En, toch ... Die lichamen zo zien liggen, bewegingloos, hun eigenheid was weg, hoe ze ooit bewogen, de zenuwachtigheid van mijn vader, het koppige doorzettingsvermogen van mijn moeder, de ziel was weg. Elders? Ergens hoop je er toch op. Dat het niet allemaal tevergeefs is. Een banaal, absurd einde dan maar, weer van een liedje: 'Life is what happens to you while you're busy making other plans.' Leefde die ook nog maar, John Lennon, desnoods alleen maar zijn ziel. P.S.: Hopelijk is liefde vooral ook niet dit: 'The reason you haven't felt it is because it doesn't exist. What you call love was invented by guys like me, to sell nylons. You're born alone and you die alone and this world just drops a bunch of rules on top of you to make you forget those facts. But I never forget. I'm living like there's no tomorrow, because there isn't one.' Een quote van Mad Man Don Draper. Gelukkig vloekt de zalige gloed van de verliefdheid en de onbaatzuchtige liefde voor een kind of een huisdier met zoveel cynisme. Nee, dan toch maar Baldwin! Dit is de volledige quote van het begin: 'Nobody - no man or no woman - is precisely what they think they are ... love is where you find it. And it is a terrifying thing, love. It's the only human possibility but it's terrifying. What happens when you can't love anybody, you're dangerous. You have no way of learning humility. No way of learning other people suffer. And no way of learning how to use your suffering, and theirs, to get from one place to another.' The Beatles "I Am The Walrus" (1967)

Kameraad 60
35 1

Donderdag, 25 maart 2025 - 9u50

De regen tikte luid tegen de voorruit van de oude Toyota Corolla. Vol ongeloof staarde de chauffeur naar de verlaten, grijze parking voor hem. Hoe lang hij daar al zat? Geen idee.  Zijn hand ging automatisch naar zijn zakken, maar hij had geen sigaretten meer. In plaats daarvan voelde hij de brief in zijn rechterjaszak. Traag trok hij het papier tevoorschijn en las voor de duizendste keer de koude boodschap. ‘Het spijt ons te moeten meedelen, dat in deze tijden van herstructurering…’ De woorden galmden door zijn hoofd. ‘...de geleverde prestaties werden de laatste tijd door de leidinggevende als ondermaats beschouwd…’  Ondermaats? Wat dacht die trut wel? Avonden en weekends had hij gezwoegd en gewerkt om haar te helpen. En wat kreeg hij in ruil, een pover bedankje en een schop onder zijn kont. Buitengezet. Weggewerkt. Na 20 jaar van onvoorwaardelijke trouw en dienst, van elke dag op tijd komen, van elke deadline halen… was hij net als oud huisvuil aan de kant gezet. Het was echter meer dan het verlies van zijn job. Het was het verlies van alles waar hij zich zijn hele leven voor had ingezet. Zoveel had hij opgeofferd. Maar er was hier geen toekomst meer voor hem. Waar wel? Zijn vrouw had hem al vaker aangekeken alsof ze het ook allemaal niet meer wist. De kinderen? Die waren te druk bezig met hun eigen leven. Hij zuchtte en gooide het verfrommelde papier op de stoel naast hem. Hij nam het stuur van de wagen zo hard vast dat zijn knokkels wit kleurden.  Zijn nagels drongen diep in zijn handpalmen. Nog nooit had hij zich zo vernederd gevoeld. Langzaam liet hij zijn hoofd rusten tussen zijn handen op het stuurwiel. Hij had het al vreemd gevonden toen ze aan zijn bureau kwam staan, met die triomfantelijke blik in haar ogen. Het serpent zocht al langer een reden om hem te lozen.  Ze had niet eens de moeite genomen om zijn afdanking onder vier ogen te regelen. Nee, het schouwspel moest voor de ogen van de volledige afdeling worden opgevoerd.  Harde werkers hebben niets te vrezen. De slagzin van zijn vader klonk nu hol en nutteloos. Wat een rotadvies. ‘Het is niets persoonlijks,‘ had ze nog gezegd. ‘Het zijn de omstandigheden, we moeten bezuinigen.’ De blik in haar ogen had echter gestraald van voldoening. Het spottende glimlachje op haar fijne lippen had hem verschrikkelijk gestoord. Niets persoonlijks? Alsof het minder pijn deed omdat het niet persoonlijk was. Hij deed de zonneklep naar beneden en keek naar de foto die aan de achterkant was vastgemaakt.  ‘Esmee…’ fluisterde hij zachtjes.  Even verscheen er een kleine, meewarige glimlach op zijn gezicht. Hij kuste twee vingers en drukte die zachtjes op de foto. Bruut draaide hij de sleutel om in het contact en startte de wagen. Na een paar keer tegenpruttelen sloeg de motor aan. Het trillen van het stuur in zijn handen en het lage gebrom van de motor hadden een merkwaardig rustgevend effect.  De radio sprong aan en een of ander oppervlakkig popnummer, over liefde of vrijheid of een combinatie van beide, vulde de ruimte. Een hoop onzin dus. Hij draaide het volume naar beneden. Het kon hem niet schelen. Niets kon hem nu nog schelen. Hij haalde diep adem, zette de ruitenwissers aan, keek vluchtig in de achteruitkijkspiegel en reed langzaam de parkeerplaats uit en de straat op. Op dit uur waren de meeste mensen nog aan het werk, dus veel verkeer was er niet. Traag tufte hij verder over de verlaten weg. Een grijze muis in een grijze, natte wereld. 

bramds
0 0

Een slijmerige droom

SSSSHHHIIII!!!  Het gesis snijdt door het verlaten ruimtestation op planeet Xylos. Ruimtevaarder Brek klemt zijn kaken op elkaar bij het horen van het akelige geluid en stuift verder door het doolhof van gangen. Zijn hart bonst als een raketmotor en zijn vertrouwde blaster voelt zwaar aan zijn zijde. De vloer glimt van de paarse blubber en is bezaaid met verbrijzelde pantserstukken en gescheurde tentakels. De walgelijke resten van de Zergonauten die hij al eerder had ontmoet. Maar dit gesis, dit is nieuw... Waar komt het vandaan? ‘Potverdorie,’ mompelt hij en trekt met zijn been.  Met een luide plop komt zijn laars los uit een groene plas. Een stroperig draadje van de vloeistof rekt zich uit als een rekker en springt dan los. Brek wankelt even op zijn benen, maar slaagt er toch in om zijn evenwicht te behouden. De geluiden rond hem worden alsmaar luider en luider en lijken nu wel van alle kanten te komen. Razendsnel zet Brek zich af en twee grote sprongen brengen hem net buiten bereik van een neerdalende klodder slijm. De vloeistof spat uiteen op de metalen muur achter hem en druipt borrelend naar beneden.  ‘10XP Combo’ verschijnt in grote blokletters op de HUD in zijn helm. De geluiden achter hem verraden dat zijn achtervolgers hem nog steeds dicht op de hielen zitten. Met een snelle blik over zijn schouder ziet hij vier donkere vormen zijn richting uit kruipen. Nog meer Zergonauten! Waar blijven die toch vandaan komen? Zijn hand schiet bliksemsnel naar het laserpistool aan zijn zijde. Een reeks blauwe flitsen vult de lucht en al snel spatten de aliens uiteen in een explosie van felgroene blubber. Een kleine tentakel landt boven op zijn helm en glijdt langzaam naar beneden. Brek knarst even met zijn tanden en met een snelle beweging veegt hij de smurrie van zijn vizier. ‘+1500 XP Multi-Kill!’ Brek kan een glimlach niet onderdrukken. Nog 1330 XP-punten en ik heb een nieuwe upgrade, flitst door zijn hoofd. Op volle snelheid duikt hij een zijgang in. Een diep gegrom laat hem plots verstijven. De grond trilt onder zijn voeten. Uit de schaduwen wringt een enorme gedaante zich tevoorschijn. De grootste Zergonaut die Brek ooit heeft gezien, staat hem om de hoek op te wachten. Zijn tentakels kronkelen hevig en zijn tientallen ogen kijken Brek woedend aan. ‘Eindbaas level 3: Gorlog!’  De tekst knippert op het scherm van Breks helm. ‘Haha! Nu ben je van mij, aardworm!’ Het gorgelende geluid rolt door de verlaten gang en brandt in de oren van Brek.   ‘Ik, Gorlog de Verschrikkelijke, leider van de Paarse Plaag, zal je leren dat je niet met ons rotzooit!’ Het slijm tussen zijn slagtanden vormt lange rekkers bij elk woord. Traag heft Gorlog een dikke tentakel op, klaar om Brek te verpletteren. ‘Wacht maar af, slijmbal!’ Brek grijpt naar zijn vertrouwde laserpistool. Het glipt bijna uit zijn klamme handen.  ‘Geef je toch gewoon over, stinkende mestkever!’ roggelt Gorlog verder. ‘Kijk om je heen. Je bent alleen. Mijn slijmerige onderdanen hebben je ruimtebasis overspoeld! Nu wordt het een perfecte broedplaats voor mijn larven! Niets of niemand kan je nu nog helpen!’ ‘Pfff! Ik hoop voor jou dat je even goed vecht als praat, zure augurk!’ Brek neemt zijn pistool steviger vast en zet zich schrap. Zijn laarzen vinden nauwelijks grip op de verraderlijke smurrie die de vloer bedekt.  ‘Kom maar op als je durft!’ Gorlogs ogen vernauwen zich tot spleten. Het middelste, grootste oog blijft Brek onheilspellend aanstaren. ‘Wat ga je doen, drilpudding? Me hypnothiseren?’ ‘Drilpudding? Ik zal je leren!’ De tentakels van de enorme Zergonaut kronkelen nu wild in het rond. De zuignappen aan hun uiteinden spuwen een regen van groen slijm uit. Brek springt van links naar rechts en probeert de aanvallen zo goed mogelijk te ontwijken. Hij doet een snelle uitval naar links, maar Gorlog is verrassend snel voor zo’n kolossaal slijmmonster en ontwijkt behendig de laserstralen. Dan maar naar rechts, denkt Brek wanhopig. Een spervuur aan laserflitsen snijden door de lucht en raken Gorlog recht in de buik.  ‘Is dat alles wat je kan?’ smaalt Gorlog. ‘Het kriebelt zelfs een beetje!’ Met grote ogen ziet Brek dat de heerser van de Paarse Plaag nog geen schrammetje heeft. Dit houd ik niet lang meer vol, schiet het door zijn hoofd. Een tentakels scheert rakelings langs zijn helm en laat een dikke laag groen snot achter. Ik moet iets bedenken! Maar op dat ogenblik slaat Gorlog met één van zijn tentakels hard tegen de helm van Brek . De onverwachte klap is zo hevig dat het glas van het vizier barst en Brek pardoes achterover op de grond valt. De wereld tolt even en hij voelt de koude ondergrond in zijn rug. Zijn vingers voelen verdoofd aan en het laserpistool glipt uit zijn hand. De schaduw van Gorlog glijdt langzaam over hem. ‘Dit is het einde, modderkruiper.’ Gorlog grijnst zijn slagtanden bloot. ‘Heb je nog laatste woorden?’ ‘Eet ruimtestof, tentakelidioot!’ De slijmerige grijns verdwijnt langzaam van Gorlogs gezicht en met luid geroggel werpt hij zich op de onfortuinlijke ruimtevaarder. BOOOEEEMMM! Met een oorverdovende knal spat Breks wereld uit elkaar…

bramds
9 1