Lezen

Deze uitvinding socks

De (af)wasmachine, de televisie, internet, … Allemaal uitvindingen die de meesten van ons alleen maar zullen toejuichen. Maar zo af en toe kom je een uitvinding tegen, waarvan je je afvraagt: waarom in hemelsnaam?! De avocadosock is er wat mij betreft zo een. Nee, beste mensen, het is geen 1 aprilgrap. Hij bestaat echt. En nee, de sok is niet uitgevonden omdat de avocado het te koud zou hebben in ons frisse noordelijke klimaat. Het werkt zo: je doet een onrijpe avocado in de sok en binnen 24 uur zou hij dan perfect rijp moeten zijn om te eten. Iets met de warmte van de wol in combinatie met het natuurlijk wolvet (lanoline dus). Een schaap kan de was doen. Zoiets. Om maar even binnen het thema te blijven: ik werd van mijn sokken geblazen toen ik de prijs zag. Achttien euro! En dat niet voor een páár sokken, maar voor slechts één enkele sok! Noem me ouderwets – een ouwe sok als je wil – maar kun je niet gewoon een eetklare avocado kopen? In de supermarkt liggen die tegenwoordig toch allemaal mooi uitgedost met een stickertje ‘eetrijp’ erop? Achttien euro, zeg… Daar kun je toch al snel een stuk of twaalf avocado’s van kopen. Ik leef weliswaar op grote voet, maar dan wel alleen letterlijk. Dat doet me aan iets denken: stel je voor dat ik ’s morgens vroeg nog half slaapdronken per ongeluk met mijn maat 42 in de avocadosock stap? Tegen dat ik erachter ben gekomen, zit ik misschien ineens al met een maat 43. En dat dan aan één kant! Aan de andere kant: wat als ik geld in de magische sok zou steken? Zou tien euro na een dagje rijpen tot, pak ‘m beet, veertien euro? Kijk, dan wordt het pas een interessante uitvinding. Brengt het toch nog wat op, geld in een sok bewaren.       

Vera's Column
15 0

Langteen en Schommelbuik

"Ik zeg het. Ze moeten Jef Nys een standbeeld geven." De man onder ons spreekt het uit als 'Jef Naas'. Het is volop zomer en we zitten op een Antwerps terras. Bij het basketpleintje aan het Sint-Jansvliet. We zitten voor het raam op barkrukken en kijken over het terras. Als een stel schippers die over de boeg van het schip turen. Het viertallige gezelschap lijkt niet naar huis te gaan vooraleer ze de klimaatzaak opgelost hebben. "In de jaren '60 bracht hij het stripverhaal De Straalvogel uit. Over een vliegtuig dat op waterstof vliegt. En begin jaren '70 De Grasmobiel. Over een auto die op gras rijdt. Zeg nu zelf.” "Ja Eddy", zegt zijn buurman terwijl het bierschuim van zijn lippen veegt, "maar dat is pure fantasie. Die toestellen werken niet.” "Elke uitvinder heeft zijn dromen Roger", gaat hij verder. "Nys was een visionair. Ik zal zelfs meer zeggen. Lang voor de computers heeft hij de sociale media voorspeld, zoals Facebook en Instagram. Het was een figuurtje dat maar twee zinnen kende. Ik meen dat het “Dat vind ik leuk” en “Dat vind ik niet leuk” was. Geef toe, meer doen we op sociale media toch niet.” De anderen zijn onder de indruk. “En wanneer heeft hij dat voorspeld?” “Begin jaren zestig. Nog voor Jommeke, in de albums van Langteen en Schommelbuik. Dat waren kabouters. ”De andere drie komen niet bij van het lachen. “Kijk, ik ben ook Schommelbuik”, lacht de meest corpulente van het gezelschap terwijl hij zijn buik vastneemt. Ze schudden van het lachen. Ik besluit om me niet te moeien. Maar Jef Nys heeft inderdaad die reeks gemaakt. Ik moet nog een exemplaar hebben. Thuis ga ik op zoek. Inderdaad, kabouter Knaagtand zegt alleen maar “Ja, dat zie ik graag” en “Nee, dat zie ik niet graag”. Geef toe.

Rudi Lavreysen
611 1

7 zekerheden die elke vliegreis een hel maken

Ik maakte onlangs nog eens de cruciale fout om mij een half etmaal lang vrijwillig te laten opsluiten in een ijzeren cabine waarin de scheten van 200 vervelende mensen nijdig door de lucht snijden. Wanneer je zo om de halve minuut geconfronteerd wordt met de luchtvervuiling in vliegtuigen, besef je wel dat die Greta Thunberg meer is dan een schoolmoe trollenkind dat pas op haar 40ste ontmaagd zal worden door een zelfgeteelde courgette in haar stoffige vagonder te duwen. Soit, excuses genoeg om mij te verlagen tot het summum der clickbait: een lijstjesartikel. Laten we samen negeren dat zowel jij als ik ver boven dit type geschreven rioolentertainment staan, want hier zijn ze: de 7 kankers die op geen enkele vliegreis ontbreken. 1. JE BUUR DIE ZICH LAM ZUIPT MET GRATIS GIN-TONIC Je bent blij want je vertrekt op reis, iedereen is netjes gaan zitten en het lijkt erop dat je buurman níét stinkt, géén behoefte heeft om je de komende 12 uur beter te leren kennen en géén machtsspelletjes speelt om de armleuning. Voor wie nog nooit gevlogen heeft: dit is even zeldzaam als de Lotto winnen op een dag dat het niet regent in België en de banken al meer dan twee maand de rente op de spaarrekening niet hebben verlaagd. Maar terwijl je dat denkt, komen de stewardessen en die ene zwarte, gay steward met een beperking – drie quota in één klap – langs om te vragen wat je wil drinken. Je buurman checkt of gin-tonic gratis is en begint zo aan het plezantste vliegavontuur van z’n leven. 7 gin tonics, 1,5 Ben Stiller-film en 5 toiletbezoeken later heeft die klootzak niet alleen de armleuning, maar ook je kussen, dekentje en linkerschouder ingepalmd. 2. NET NIET KNAPPE STEWARDESSEN DIE ELK KWARTIER LANGSKOMEN Het is duidelijk: tijdens de eerste les op de vliegtuigschool leren ze dat je je passagiers nooit langer dan 15 minuten aan een stuk gerust mag laten. Kijk, ik zit hier een halve dag vast, laat me dan alsjeblief die tijd benutten door zo veel mogelijk films te kijken op een crappy scherm, dat één keer op drie reageert op mijn aanraking, en geluid enkel in mono afspeelt door m’n koptelefoon van 400 euro. ‘Gaan we niet laten gebeuren,’ denkt het luchtpersoneel. Een film kijken op het vliegtuig is als een blockbuster zien op VIER, waarbij de 11 reclameblokken vervangen worden door dames die gemaquilleerd zijn als drag queens en komen vragen of je in de laatste 5 minuten wél dorst hebt gekregen. En, wat je het liefst wilt: de gewone maaltijd die naar stront smaakt of de vegetarische maaltijd die naar stront smaakt. Wat ons naadloos bij het volgende punt brengt. 3. RANZIG VLIEGTUIGETEN Snack hier, lunch daar … Ik zal wel te dom zijn om te beseffen dat je met het uurverschil eigenlijk twee dagen mist en daarom 6 keer eten moet krijgen tijdens je vlucht. Allemaal sympathiek dat dit gratis inbegrepen is in mijn vliegticket van 1.000 euro, natuurlijk. Maar moet dat eten ook echt zo’n degoutante, vormeloze berg kak zijn? Om nog te zwijgen van die zure stank die al door het hele vliegtuig trekt wanneer ze die shit aan het microgolven zijn. De eerste maaltijd zijn eieren, champignons, brood en confituur. Ik zweer het je dat ik geblinddoekt niet had kunnen zeggen wat wat was. Tegen de tijd dat ik eindelijk door de korst van m'n – volgens mij – broodje raak, heb ik ongewild al 3 plastic messen door het vliegruim gekatapulteerd. Om na de eerste beet al dat eten in nog vuilere versie terug te ruiken wanneer de lucht in die bagger al door het darmkanaal van de eerst bediende passagiers is gereisd. Geloof me, de term ‘vliegend schijt’ is een unicum in de Nederlandse taal omdat hij zowel de vliegtuigmaaltijd op zich, als dat wat meteen volgt na het eten ervan beschrijft. 4. DE HUILENDE BABY Dat alles speelt zich af terwijl op de achtergrond een baby, die eruitziet als een obees weerwolfjong met psoriasis, al vanaf de eerste minuut door alle noise cancelling headphones heen de longen uit z’n borstkas krijst. Ik bestel ondertussen ook een gin-tonic en stop de stewardess 20 euro toe om ‘m rechtstreeks in de open bek van dat monsterkind te gieten. Vastbinden in het onderkoelde bagageruim, eruitgooien zonder parachute of door de vliegtuigmotor blenderen? Ik weet niet wat we het best doen met ouders die beslissen om de vlucht voor iedereen te verpesten, gewoon omdat ze het niet konden laten zich voort te planten én zichzelf een reis te gunnen. Wanneer papa met kind op de arm voor de 79ste keer passeert en met een halve glimlach om wat begrip vraagt, gebaar ik met m’n vierde plastic mes over m’n keel. En zoals het altijd gaat, zal die volgepapte schilferwolf een kwartier voor we landen ineens op wonderbaarlijke wijze z’n muil houden. 5. HET ZETELDILEMMA Maaltijd één van zes is nog geen 30 seconden afgeruimd of het is zover. De fucker voor je legt z’n stoel zó plat dat hij een hoofdmassage verwacht te krijgen. Voor je goed doorhebt wat er gebeurt, hangt er een pluk dik zwart krulhaar op 5 cm van je neus en zit je vastgeklemd tussen je stoel en je tafeltje, terwijl je knieën hardnekkig proberen niet binnenstebuiten te plooien. De beenruimte die er om te beginnen al niet was, is er nu nog nieter. Bijgevolg sta je voor het dilemma: doe je je achterbuur dominogewijs hetzelfde aan en word je de eikel die je verafschuwt of wacht je tot je buur voor je slaapt en sla je hem dan zo hard op zijn oor dat z’n zetel automatisch terug vooruit springt en hij de komende uren gedesoriënteerd blijft zitten, te angstig om nog iets anders te doen dan ademen. Naast me merk ik dat mijn vrouw voor een derde optie gekozen heeft die bestaat uit om de 5 minuten tegen de stoel boksen, vergezeld van een ‘wat the fuck?’, ‘godverdomme!’ en ’echt waar, mongool!’. 6. VLIEGTUIGMODUS Het is 2019. Er bestaan auto’s die zonder chauffeur van hun parking naar ons toe kunnen rijden. Ik betaal mijn boodschappen in één seconde met mijn horloge. Twee minuten voor ik thuiskom gaan de lichten aan, springt de verwarming op en begint de radio te spelen. Het is dan ook niet bizar dat ik op 10.000 meter hoogte kan googelen, youtuben en instagrammen alsof ik op een familiefeest zit. Het probleem is dat dit niet zo is. Want als je niet binnen de 200 milliseconden na het aan boord gaan connectie hebt gemaakt met de wifi, raak je er sowieso niet meer op. Met een beetje geluk, slaag je er toch in en kan je 10 minuten naar je scherm staren terwijl de startpagina van de vliegmaatschappij vol duty free, maar onbetaalbare vliegtuigwinkelbrol geladen wordt. Gelieve hier rekening mee te houden voor je een nier afstaat om 250 megabyte data te krijgen. En wat is dat trouwens met die vliegtuigmodus? Waarom moet ik al mijn technologie uitzetten? Heeft er al ooit iemand een vliegtuig laten neerstorten door nog snel de obligate ‘ik ben weg, fuckers!’-foto op Instagram te posten? De helft van de passagiers vergeet dit, de andere helft doet dit gewoon niet, en de andere helft wil wel, maar is te achterlijk om te weten waar ze dat juist doen. De vierde helft leest dit en vraagt zich terecht af in hoeveel helften je dingen eigenlijk kan verdelen. 7. HET APPLAUS We zouden hem bijna vergeten. Die ene idioot die zo onder de indruk is dat hij begint te klappen omdat de piloot ons levend heeft weten te houden tot na de landing. Maar waarom het daarbij laten? Want onze bestuurder heeft per slot van rekening het uiterste minimum van z’n takenpakket goed afgerond. Klim uit je stoel en geef die man een staande ovatie. Overlaad ‘m met slipjes en gsm-nummers! Als je maar lang genoeg ‘we want more’ blijft roepen met de hele cabine, doet hij misschien nog een extra rondje met een looping of twee. En vergeet zeker de fooi niet, want naar ik heb horen zeggen flirt het loon van piloten met de minimumgrens. Maar goed, wie klappen wil, kan klappen krijgen. Ik zal de eerste zijn om de handjes op mekaar te zetten voor wie die applausmeester vanuit het gangpad tot een overgare vliegtuigmaaltijd mept. Dat alles terwijl er van enthousiasme een lauwe ruft uit m’n achteruitgang glipt en zich samenvoegt bij de rest van de dichte scheetmist in het ruim. In de volgende editie: 57 redenen waarom ik ervan hou om als een terrorist behandeld te worden aan de Amerikaanse grenscontrole.

Hans Verhaegen
55 1