Lezen

Vrij als een vlinder….

Vrij als een vlinder…. Ik sta in een korenveld met korenbloemen dichtbij het huis van mijn grootouders. In de verte zie ik op een hoogte een man staan, een collega van ’t werk, een man die beroepshalve als “wijs” wordt beschouwd. Ik ga naar hem toe en kijk hem aan. Hij zegt niets. “Niet praten, ik begrijp je wel,” kan ik in zijn ogen lezen. Ik vraag hem: “ Waarom heb ik me dit aangedaan? Hoe is het toch kunnen gebeuren? Wat is er fout gegaan? Wanneer? Kan ik het nog goed maken? Wat zal de toekomst brengen? Wat moet ik toch doen?” Hij antwoordt niet, maar diep in zijn donkerbruine ogen zie ik wat hij zeggen wil… “Dat weet je zelf wel! Vooruit, je kan het!” Hij geeft me een gouden kistje en lacht. Ik lach verlegen terug, draai me om en ga terug naar de plek van waar ik hem daarnet opmerkte. Als hij helemaal uit het zicht verdwenen is, open ik het kistje. Er zit een levende, kleurrijke vlinder in. Heel snel sluit ik het kistje zodat de vlinder niet kan gaan vliegen. Nogmaals en nogmaals open ik het kistje, steeds sluit ik het weer. De vlinder kan maar niet ontsnappen! Dan opeens weet ik wat de blik van de wijze man uitstraalde. Snel open ik het kistje en laat de vlinder vrij. Boven het korenveld fladdert hij, maar hij blijft dicht in mijn buurt. Ineens begrijp ik dat ook ik weer vrij kan zijn zoals die fladderende vlinder. Het is aan mij, enkel aan mij, om hierover te beslissen!! Niets of niemand houdt me nog tegen!!   Ik wil terug vrij zijn!! BEVRIJD!!  

Josette
5 1

Allerliefste boerderij van mij, allerliefste boerderij van ons, (speech naar aanleiding van de verkoop van het huis van mijn grootouders)

Allerliefste boerderij van mij, allerliefste boerderij van ons, Ja, boerderij, hoe zal ik eraan beginnen, een speech voor jou… Awel ik dacht zo… ze zeggen dat alle goei dingen van het leven uit 3 bestaan. Na wijs beraad dacht ik dat dit ouwe spreekwoord eigenlijk ook voor jou geldt. 3 GOEI DINGEN dus… Wel jouw EERSTE GOEI DING, boerderij van mij, is zeker jouw verleden, jouw rijk verleden, jouw intens verleden, jouw leuk verleden. Je was al oud en versleten de eerste keer dat ik je zag. Man man wat was je versleten, zo versleten dat ons moe weigerde een kijkje te komen nemen. Ze bleef heel kwaad aan het cabine van Frans daar in de auto zitten terwijl onze va en ikke te voet ploeterden door de slijkstraat tot hier bij jou. Onze va was in de wolken over zijnen aankoop. “Zus”, zei hij, “dit stuk, deez verkenskoten hier, awel die breek ik af, en hier komt de slopkamer, daar ons moe haar keuken, ernaast de living met een open schouw en deez hier, de stal, wel dat wordt mijn werkplets”, zijnen naaiatelier bedoelde hij. Ik luisterde en dacht “amaaaay als da maar lukt”. Zeker amay, na 3 jaar elk weekend hard labeur toverde onze va zijn droomhuis tevoorschijn. Zelfs ons moe kwam dan toch uiteindelijk mee kijken en … ze zag dat het goed was en was heel content! Boerderij van mij, boerderij van ons, in de jaren 60, 70 en zelfs nog in de jaren 80 werd jij onze favoriete vakantiebestemming, onze veilige plek, ons warm toevluchtoord elk moment van ’t jaar dat we vrij hadden. En jij zorgde voor ons, sloot ons in je hart en had oplossingen voor veel van onze problemen. De keuken werd het degustatieparadijs voor ons moe haar lekkere gerechten. Want koken dat kon die moe van ons, hadden we maar wat meer recepten van haar gearchiveerd! Aan haar tafel was plaats voor iedereen, we schoven gewoon elke keer wa dichter bij mekaar. ’s Avonds werd de living een zalige slaapkamer. Met de dekens tot aan onze kin verslonden we er onze eerste liefdesromannekes, verslonden we heel wa spannende doktersromannekes en vooral ik was zo zot van de ‘Mammy’s’, een melige reeks over moeders en kindjes en hun perikelen. Zelfs ’s nachts als we thuiskwamen van de Zwarte Zee en we ons voeten nie meer voelden van het dansen verzorgde jij ons. Jij had ne waterput onder je dakgoot geplaceerd met koel regenwater. We gingen vrolijk op de rand van de putbuis zitten, ons voeten in het verfrissende water en weg waren de vermoeide voeten. De dag erop waren we al weeral paraat om te gaan walsen, foxtrotten, kassachokken, quicksteppen en nog zoveel meer. We vierden dicht bij jou, mijn lieve boerderij, zomer, herfst, kerst, nieuwjaar, lente en weer zomer en het was hier goe! En de jaren gingen, zonder dat we het beseften, voorbij. De laatste 25 jaar sloot je onze pa in je armen. Ook hem betoverde je en hij wou hier nie weg! Ook hij voelde zich hier geborgen tussen de autostrade, de windmolens, de maïs en dichtbij de Karperhoeve, Mie Maan, de Luyten, Francinneke en nog zoveel meer waar we nog nie den helft van weten. Ja dat eerste mooie ding van jou, dat verleden is meer dan de moeite waard, daar mag je fier op zijn. En wij, wij sluiten alle zeemzoete herinneringen in ons hart, gooien het sleuteltje weg en laten ze nooit meer vrij. Spijtig dat ons ma er niet meer toe gekomen is jou te vereeuwigen in een schilderijtje, dat zou je eerste mooie ding compleet gemaakt hebben.   Zo komen we, lieve boerderij van mij, bij jouw TWEEDE GOEI DING. Het hier en nu, het heden. Zie ons hier nu staan allemaal. Is het nie fantastisch hoe jij ook nu weer erin slaagt om ons allemaal op zo’n korte tijd dicht bijeen te krijgen. Daar moet je een straffe madam voor zijn zelle. Wat zullen onze va, ons moe en ons ma nu fier zijn op jou.   MOOI DING NUMMER 3 is zonder twijfel de toekomst die voor je open ligt. Ja, zeker met wa weemoed in ons hart moeten we toegeven, je bent ons boven het hoofd gegroeid, je bent eindelijk volwassen geworden en we gaan proberen je los te laten. Dan alleen kan je je verder ontplooien. En lieve boerderij van mij, iets in mij zegt dat jij het echt nog niet gaat opgeven. Er zal wel ergens zo ne zot zijn als onze va 60 jaar geleden die de charme van jouw lieve zijn opmerkt en je gaat opkalfateren. Ik vertrouw erop dat die zot zijn kleinkinderen binnen 60 jaar heel blij zullen zijn met deez lieve boerderij van mij. En, moest die zot toch niet opduiken, wel dan is jouw liedje nog nie uitgezongen want hier en daar gaan stemmen op, hier en daar worden plannen gesmeed om een coöperatieve op te richten. Een serre planten in je hof voor uitbundige feesten, een tentoonstellingsruimte openen in de slopkamer, keuken, living en werkplets, een chef aanstellen die de catering in handen neemt, DJ onzen Tom engageren voor de muzikale omlijsting, nen financiële en praktische planner aanwerven om het geheel te coördineren, nen architect en binnenhuisarchitect onder de arm nemen om alles in een mooi geheel te gieten, zijn maar enkele van de opties. Plannen genoeg, boerderij van mij, plannen genoeg. Wij kijken jouw toekomst met blij gemoed tegemoet! Het ga je goed, boerderij van mij. En, moest je toch besluiten dat het toch zo wel goed geweest is voor jou, wel ook alle respect, alle begrip hoor! Jij heb je taak dubbel en dik volbracht.     Ik kan maar 1 slotzin bedenken om deze speech mee af te sluiten. In naam van ons allemaal, denk ik, bedankt ik je omdat jij er was voor ons, we zullen je nooit of nooit vergeten, boerderij van mij, boerderij van ons.

Josette
1 1

Afterstorm

Na een eenzame liefdeloze nacht, wanneer de koude wind, de vorst en dauw verstrooit, nog voor het daglicht wenkt, herrijs ik! Naakt en onbemind. Moe van wat het innerlijke gevecht tussen dromen en werkelijkheid brengt. Aan genot onthouden en met zacht gefluister van een stem op de achtergrond ontwaakt. Groots en spookachtig, met uitpuilende ogen in wit en met een starende blik. Sterker dan gedachten en met trage bewegingen komt het tot leven. De vorst prikt zacht en geeft brandende kussen zo teder als de liefde , en zo koud als de dood. Zijn lippen, trillend van verrukking, ruisende lakens en een mond die ijle ademtocht uitstoot ver in de grijze stilte van de ochtend. Langzaam verschijnt hij, zijn ogen geopend, boven haar hoofd een zwarte hemel vol schitterende sterren. De lucht die uit haar mond ontsnapte, bracht haar ademhaling langzaam op gang waardoor haar gestalte en haar gemaskerde gezicht oplosten in de duisternis. De klanken van viool zweefden door de ijle lucht naar hen toe. Hoge muren doemden voor haar op, groot en duister met hoge beschilderde glasramen en een puntdak uit lood dat met puntige pinnen in allerlei vormen was bezet. Haar gedachten waren warrig en haar hersenen leken als een kwaadaardige zon uit elkaar te spatten in haar broze schedel. Maar toen zij hem aankeek, kon zij zich nog steeds herinneren wat er verscholen zat achter die hoge muren. Hoe kon het ook anders? Ze had maandenlang het huis verkend met de passie van een geliefde die ze veel te lang had moeten missen. Ze was door de kronkelende gangen gelopen, had wenteltrappen beklommen en was betoverende vertrekken binnengestapt. Het was allemaal nog... tot in de kleinste details opgeslagen in haar beschadigde hersenen. De bloedrode kamer met de lichtgevende rozen, de balzaal met de dansende vlinders. De kamer met de maskers waar het licht van een onzichtbare zon een spinnenweb in goud veranderde. Kamers vol schoonheid. Maar in het huis bevonden zich ook kamers die stonken naar verderf en narigheid. Kleine kamers met vochtige verrotte muren waar ze de starre ogen kon aanraken die uit het plafond groeiden. Troebele ogen die toekeken hoe zij als nachtvlinder door een labyrint van beelden en gedachten zweefde. Zij kende de volgorde en vaak ook de opeenvolging van de dingen die te gebeuren stonden. Waarom kostte het haar dan zoveel moeite om haar hoofd, dat aanvoelde als een kapotte gloeilamp helder te houden? Ze voelde hoe de lakens die haar in een stevige greep hadden gehouden gedurende de nacht over haar naakte lichaam gleden enze vroeg zich af hoe het zou zijn als ze naakt in het binnen schijnende licht zou bekeken worden. Plots werd het duister doorboord door een vriendelijke lichtstraal. Iemand had een lamp aangedaan in de kamer. Ze probeerde een kreet te onderdrukken, maar de spieren in haar keel weigerden om mee te werken. Het licht viel door de openstaande deur en achter de verlichte rode en purperen glazen ruitjes dook een schaduw op die roerloos bleef staan. Er kwam beweging in de schaduw en hij stapte de kamer binnen, terwijl hij verder liep kon ze zijn geur ruiken en haar hart ging als een wilde tekeer.Ze had al die tijd geweten dat hij er was. En nu kwam hij haar redden......   Zijn ogen straalden vanachter donkere brilglazen en zijn hoofd ging schuil onder een trendy hoofddeksel. De kleine monniksaap zat op zijn schouder,pikzwart. Zelfs in het vage licht zag ze hoe de vacht van de aap glansde. Hij ging op zijn knieën zitten naast het bed, boog zich voorover en keek haar recht in het gezicht. Een gouden schijnsel viel over haar schouder en om zijn nek droeg hij een dunne ketting met een hangertje in de vorm van de letter M. Het stak glanzend af tegen zijn zwarte kleren. De klanken van de viool die van ergens op de achtergrond kwamen, waren nu veel duidelijker te horen en ze herkende de muziek 'Andante Cantabile"van Tsjaikovski. Het eerste strijkkwartet opus 11, de extatische noten riepen haast vergeten herinneringen op. De laatste keer dat zij deze muziek hoorde, brandde er vuur in de open haard. Op de donkere houten tafel stonden twee glazen rode wijn te wachten op een zilveren dienblad. Dit hield ze niet langer vol en smekend bewoog ze haar armen en strekte ze naar hem toe. Hij zou haar meenemen, hij zou haar veilig naar een ander oord brengen. Hij keek haar bezorgd aan en de rimpeltjes in zijn voorhoofd spraken boekdelen. De aap sprong met een kreet op het bed en overal in de kamer in het rond, ze zag niets anders dan de glanzende ketting met de letter M die voor haar ogen bengelde. Zijn beeld was verdwenen en enkel de geur was gebleven. Uitgeput viel ze weer neer en keek naar haar gestrekte naakte lichaam, dat koud en eenzaam achter bleef.  

Joke111
0 0

6 X Godverdoemme

6 X Godverdoemme Toen Patje vertrok op de Zündapp die nog van Moe was geweest, regende het nog niet. Er hing geen wolkje aan de lucht. Het was volkomen helder en de zon scheen lichtjes, maar bij het binnenrijden van Sint-Lenaarts werd hij totaal verrast door een gigantisch onweer. Daar had hij niet op gerekend. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘wat een kutweer. Als ik dat had geweten.’ Hij ging, zoals zo vaak op donderdag, op de markt twee kiekenbillen kopen en misschien een blokske kaas. De eerste kiekenbil zou hij ’s middags, met een boterham, opeten. De tweede ’s avonds, koud met wat mayonaise erbij. Op de terugweg haalde de brommer makkelijk zevenenzestig kilometer per uur, want hij had wind in de rug en het waaide wel stevig. Bovendien was de brommer van Moe opgevoerd. Toen hij zeiknat thuiskwam, haalde hij zijn kiekenbillen uit zijn tas. Hij trok zijn natte kleren uit, plofte in zijn onderbroek in de eikenhouten fauteuil en schakelde de TV en video in om een pornofilm te bekijken. Na welgeteld drie minuten, tijdens een oninteressante scène, liep de film met een groot gekraak vast. De VHS band zat gekneld. Er was in alle geval iets mis. Zenuwachtig duwde Patje op alle knopjes. Vooruit, achteruit, … nog een keertje proberen: vooruit, achteruit, … Niks hielp. Hij deed een poging hem eruit te halen- eject- maar ook die mislukte. Tot slot gaf hij op het oude, versleten toestel een geweldige klap, maar de film bleef geblokkeerd zitten. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘ik maak er korte metten mee.’ Patje, gekleed in zijn onderbroek en sloefen, flikkerde uiteindelijk zijn videorecorder- inclusief de vastgelopen Duitse pornofilm- in de grijze container. Gelukkig kieperde hij er een gewone vuilzak bovenop om te verdoezelen dat er elektrisch materiaal in zat dat je afzonderlijk zou moeten aanbieden op het containerpark. Hij nam zich voor minder vaak te masturberen en als hij dan zin had, zou hij het doen op fantasie en onvergetelijke dierbare herinneringen aan enkele levendige plaatjes uit pornoblaadjes. Op dit moment was zijn libido trouwens door zijn kledij, de koude buitentemperatuur en de ergerlijke technische mankementen aanzienlijk verschrompeld. Door de zoveelste wolkbreuk en de slechte staat van het dak van de achterbouw sijpelde er water bovenop de tafel. Hij zette een kookpot onder het enerverende lek, schoot snel een jeans en een versleten hemd aan, en ging naar de voorkamer. Daar heeft hij zijn modelbouwatelier. Gisteren was hij begonnen aan de Junkers Ju 87B- Stukka op schaal één tweeënzeventigste. Hij bekeek het plannetje nog eens zeer aandachtig. Patje had veel ervaring en was vaak bezig in de herfst en de winter met modelbouw, maar tot zijn grote ongeloof ontbrak er een stukje in de modelbouwdoos. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘hoe kan dat nu in godsnaam.’ Nog enigszins hoopvol en zonder te bidden voor de heilige Antonius zocht hij heel de kamer af. Prompt gaf hij het op, bakte wat spek, at er een boterham bij en dronk lusteloos wat lauwe koffie. Hij keek nog wat zappend TV maar zoals zo vaak boeide bitter weinig hem. Plots dacht hij aan een deel van zijn collectie singletjes die hij nog van zolder moest halen. Op zijn dooie gemakje slenterde hij de trap op. Hij opende het luik naar de zolder, de uittrekbare ladder kwam met een kort gekletter tevoorschijn - normaal gesproken kon die zijn gewicht dragen- en kroop er tegenop. Met zijn buik als twee zakken cement kwam hij vast te zitten in de opening. Hij probeerde zich los te wringen richting zoldering, maar dat liep fout. Daarna slaagde hij erin los te komen en nog net zijn evenwicht te bewaren op de dunne zoldertrap. Het kostte hem vijfendertig minuten. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘het zit niet mee vandaag.’ Rond twintig over acht lag hij al lekker warm in zijn stinkende bed met twee dekens. Die nacht had Patje een fabuleuze droom. Hij had een ernstig en zeldzaam gesprek met zijn engelbewaarder. Nog merkwaardiger was dat hij het zich ’s ochtends compleet kon herinneren.   Engelbewaarder: ‘Waarom drink jij toch zo veel?’ Patje: ‘Geen idee. Het is plezant zo.’ Engelbewaarder: ‘Dat loopt nog eens fout af. Ik heb mijn handen wel vol.’ Patje: ‘Tja, het zij zo.’ Engelbewaarder: ‘Wil je niet oud worden?’ Patje: ‘Neen, niet per sé of kost wat kost.’ Engelbewaarder: ‘Denk je niet dat je soms wat overdrijft?’ Patje: ‘Ik weet niet beter. Ik vind het wel leuk zo.’ Engelbewaarder: ‘Vaak heb ik je kunnen helpen.’ Patje: ‘Weet ik. Merci.’ Engelbewaarder: ‘Ik had beter moeten weten.’ Patje: ‘Maakt niet uit.   Na zijn ontbijt, bestaande uit drie koppen koffie, vier Bastos en twee boterhammen met paardenvlees-niet uit de Lidl maar van de beenhouwer in het dorp- ging hij “zuiver op karakter” naar zijn werk als slordig boekbinder in de beschutte werkplaats. Buiten was het ijskoud. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘ik was beter met de bus gegaan.’ Na die vermoeiende vrijdag was de vervelende werkweek voorbij. Patje kwam verkleumd aan in zijn huis in een rustige, doodlopende straat net buiten de bebouwde kom. Het was ondertussen zachtjes beginnen sneeuwen. Hij trok een proper hemd aan en dronk alvast vijf pintjes aan de keukentafel dicht bij de gaskachel. Hij had vorige week in het café bij Chantal een koper gevonden voor zijn verzameling pornofilms. Het was bijtend koud en er woei een snijdende noordenwind. Hij zette de blauwwitte bananendoos vol met video’s op de achterste slijklap en bond ze vast met een caoutchouc snelbinder. Het was een opvallende collectie. Het brommerke pruttelde even en startte dan met hevig gebrom en gekwetter. Patje vertrok. In het dorpscentrum ter hoogte van de Voorzorg, glinsterde een akelige ijsplek. Hij slipte spectaculair op deze venijnige ijzel en ging met zijn kloten tegen de grond. Hij greep meteen naar zijn gekneusde heup. ‘Godverdoemme,’ vloekte hij, ‘ik wist dat er vodden van gingen komen.’ Door de val scheurde de doos en schoven zijn video’s dwars over de weg tot juist voor café ‘den Boemel’. Chantal, de bazin, en boer Mertens, haar enige klant, schoten wakker en dachten alle twee: ‘Wat is dat allemaal?’ Het vroor en het kraakte. ‘Kom jij mij zo je collectie overhandigen,’ zei boer Mertens lachend ‘Da’s sympathiek.’ ‘Doe niet onnozel,’ reageerde Patje kwaad. Hij trok pijnlijke grimassen en wreef over zijn gekwetste linkerflank, zo ongeveer van de knie tot in zijn zij. Het Flandriake was ongeschonden. Chantal, boer Mertens en Patje verzamelde de VHS banden en staken ze terug in de gehavende doos. ‘Wat moet gij drinken?’ vroeg de cafébazin professioneel. ‘Doe mij maar een trappist van Westmalle,’ antwoordde Patje, ‘dan kan ik een beetje bekomen.’ Hoe hij die avond thuis was geraakt, herinnerde hij zich niet meer. Zijn bromfiets stond nog voor het café. Het vroor nog steeds.   Maandag drie februari gaf Patje zijn Sanseveria’s water. Dat was negen weken geleden. Tegelijk tuurde hij wat door het raam en zag een politiecombi traag voorbijrijden en stoppen voor het huis van Sjarel. Eigenaardig genoeg stapten er geen twee geüniformeerde politieagenten uit, maar een bloedmooie, jonge vrouw en één lange politieagent. Was die vrouw ook een politieagente? En wat kwamen ze hier doen?                                                                                                                                       

Hubert Grimmelt
0 0