Lezen

Het loopt tegen honderd per uur in het honderd

Als ge Google Maps, Waze en Booking.com van het voorblad van uw gsm haalt,als ge op zondag poetst en midden in het leggen van een proper tafelkleed aan iets anders begint. En een half uur later ziet ge dat kleed zo half rechtgetrokken en ge weet niet meer waarvoor ge die handeling nu eigenlijk onderbroken hebt,als ge later de plakband in de koelkast vindt, tweede schap, tussen de mayonnaise en – oeps - de nagelknipper,als álle bloemblaadjes van uw tulpen vallen en ge ze nog even prachtig vindt,als de uitgebloeiden nog een volle week mogen pronken op uw tafel en gij (wie anders) blíjft ze mooi vinden. Ge denkt zelfs over een verhaal met als titel De uitgebloeiden,als ge de verkeerde kookplaat aanzet onder de aspergeslierten en vervolgens een lege pan drie uur laat droogbakken,als ge uw boodschappen twee dagen lang in uw fietstas vergeet- maar ik hád toch boter gekocht?als ge gaat wandelen en wel drie verhalen tegenkomt, waarvan één met een hondje,als ge uw hoofdtelefoon opzet en Bart zomaar ineens zingt dat de hemel zonder liefde niet kan bestaan enals ge denkt: de wereld ook niet en uw wandeling eindigt met een duif die op uw kop schijt,als ge een kaartje in uw brievenbus vindt en u verslikt in uw geluk,als ge net voor het slapen gaan toch nog een koffie maakt en vergeet een cupje in uw machine te doen. Als ge vervolgens uw bakkes brandt aan dat heet schotelwater en uw kop laat vallen en in uw eentje begint te lachen, want scherven brengen geluk, waarna ge de halve nacht wakker blijft om te checken wie er wanneer online was en dus zeker niet is doodgegaan,als er heel veel nachten na elkaar niemand is gestorven van wie gij houdt en ge nu met zekerheid wéét dat het klopt, van die scherven, en ge zet alweer koffie, mét cupje. Ristretto, de strafste die er is, want zo dadelijk moet ge werken, online teamen,als ge de raad van Tine opvolgt. Embrechts. Teamen zonder broek,als ge beseft dat het heel egocentrisch lijkt wat gij gedacht hebt, wat ge denkt  – alle mensen van wie ik hou zijn veilig–  Nu. Nog. Maar. Ge gunt het iedereen. Precies hetzelfde. Echt. Daar wilt ge uw hele servies voor kapot gooien. Ge maakt maar weer een ristretto. Rijmt op regretto,en- guess what? Ge verkloot het alweer. Door er dubbel suiker in te doen. Het is middag en gíj hebt uw kamerjas nog aan. In uw zak vindt ge een vork. Dan zijn het Vreemde Tijden.

Goedele Billen
76 1

Bonbon

Normaal trek ik nooit naar een outlet, een burcht van karton aan de rand van de stad waar verkopers hun pijlen hebben gericht op het kuierende, koopkrachtige volk.   Nee, ik hou niet van shoppen.Ik koop, dus ik besta,is niet aan mij besteed.   Ik draag geen dure merkkleding. Ik drink geen exclusieve wijnen. Ik kook niet uit Zwitserse pannen. Ik draag geen zijden lingerie. De Japanse tijd tikt niet aan mijn pols. Mijn oksels ruiken naar mij.   Maar nu is alles anders, Er is een uitbraak van het Corona-virus De regering heeft de noodtoestand uitgeroepen. Ik ga dood, dus ik besta, is het nieuwe voelen, proeven, passen.   Er is geen levende ziel te bekennen. De deuren van de winkels staan wijd open, Het lijkt well of de pianomuziek die uit de luidsprekers galmt  achter de feiten aanholt.   Kan je angst afkopen? Welke winkel zal ik eens binnengaan?  Ik ben hier toch. Een dolende geest. Waar shop je als het lijkt alsof de wereld is vergaan en je bent bij toeval de laatste shopper? Wat heb je dan nodig? Een nieuwe jas?  Sportschoenen met dikke zolen? Sexy lingerie? Lindt, de chocolatier op de hoek is open. Bonbons? De paashaas lacht me toe. Iets beters kan ik ter plekke niet bedenken.    Ik schrik van de prijzen.  Maar ze hebben daar iets op bedacht. Hoe meer bonbons je koopt, hoe groter je korting is. Als je 31 bonbons koopt, ben je het goedkoopste uit. Maar zoveel bonbons heb ik toch niet nodig? Ook niet als ik ze met mijn man en dochter deel. Het is crisis in mijn hoofd. Ik ben zo slecht in rekenen met bonbons.   Met zes bonbons in een doorzichtig zakje, loop ik naar huis. Het leven smaakt vandaag naar chocola met champagne vulling.                          

Margaretha Juta
17 0

Monoloog Rabot

De vierde wereld bestaat. De vierde wereld bevindt zich dicht bij ons.Ik had er geen idee van. Ik wist niet eens dat er een vierde wereld bestond.Ik ben de die wereld gaan bekijken en gaan beluisteren.Toen ik daar aankwam luisterde ik naar de wind en bekeek de hoge gebouwen.De hoge gebouwen die er over een korte periode er niet meer zullen staan.Ik sta momenteel op stenen tegels en binnenkort op puin.Ik bel aan en luister naar de krakende stem die me vertelt dat de deur open is, zoals altijd.Terwijl ik door de deur stap zie ik dat de lift stuk is. Al jaren, zo vertelt één van de laatste bewoners tegen me.Ik ben reportagemaker vertel ik en ga met bepaalde verwachtingen naar boven via de trap.Eén van de twee uitgangen van het gebouw. De andere is via het dak, zo vertelde de bewoner me waarmee ik afgesproken had.Hij vertelde me dat hij vorig jaar rond deze tijd geroep hoorde.Help me, help me. Ik negeerde het, vertelde de bewoner.Tien minuten later hoorde hij een ambulance beneden aan het gebouw.Ik was in shock. Zoiets had ik nog nooit gehoord.Ik wist dat het erg was, maar zo erg. Nee.Vandaag ben ik opgestaan met verse moed en ga bezweet slapen.Bezweet van de angst, pijn en verdriet.Morgen is het een andere dag. Voor de bewoners een dag met een grote leegte want wat ik niet wist was dat er een kogel door de muren ging gaan.Toen mijn documentaire in première ging zag ik de bewoner terug.Hij kwam om een laatste herinnering. Het was ook mijn laatste herinnering aan hem.Of toch niet?Mijn laatste herinnering kreeg ik de volgende dag op de deurmat voorgeschoteld.In de krant, tussen de overlijdensberichten.Zelfmoord.Tot ziens, vriend. Tot ziens.

hennonr
0 0