Lezen

Eindwerk

“Zo, jongeman, jij bent een grootontlener. Tien boeken tegelijk.” De bibliothecaris keek minzaam over zijn bril naar David. “Dat is voor mijn eindwerk volgend jaar mijnheer.” “En allemaal romans van auteurs wiens naam begint met een V.” “Dat heeft met het opzet van het eindwerk te maken. Het is nogal, euh.. thematisch ziet u.” “Zo, dan ga ik dat maar eens snel intikken. ” David schuifelde wat over en weer voor de balie en keek intussen naar het rek aan de overkant wat gelabeld was met ‘V - Nederlandstalige en vertaalde romans”. En hij zuchtte diep. Dat was nog een pak opzoekingswerk. Waar was hij toch aan begonnen. “Zo. Die zitten in de computer. Veel succes met je eindwerk alvast.” Je moest eens weten wat er echt aan de hand is, dacht David bij het buitengaan.         Week na week ontleende David tien romans van een schrijver/schrijfster wiens achternaam begon met een V. De man achter de balie stelde geen vragen meer over het feit dat een gans boekenrek meticuleus werd uitgevlooid. Hij kende de reden. Tenminste, dat dacht hij. Er was helemaal geen eindwerk te maken. Thuis haalde David de boeken uit zijn rugzak en opende ze een voor een op bladzijde 128. Weer niets, weer niets, en nee in deze ook niet. Terug een week wachten. De weken verliepen en boeken werd gebracht en opgehaald. Niets te vinden. Soms gebeurde het wel eens dat hij het pak boeken opnieuw doorzocht op die bewuste bladzijde. Had hij er misschien overgekeken? Er waren ook nachten dat hij droomde over die bladzijde en dat hij paniekerig wakker werd. En midden in de nacht terug ging bladeren in de stapel. Maar op 5 september was het zover. Eindelijk. In het boek ‘Liefde: zeventig dagen op ooghoogte’ van Simon Vinkenoog stond de oplossing. David tikte een nummer in op zijn smartphone . Na lange tijd nam iemand op. Een oudere man aan de stem te horen. “Hallo.” “Dag mijnheer, u spreekt met David Waumans. U kent me niet maar kan ik Elisa spreken.” “Bedoel je mijn dochter Elisa?” “Ja, dat kan.” “Nee, ze is nu niet thuis maar vanavond na zeven uur wel. Ik zou haar mobiel nummer geven maar dat heeft ze misschien liever niet.” “Dan bel ik vanavond terug. Dank u wel.” Exact om zeven uur belde hij terug. “Met Elisa.” Ze had een prettige stem dacht David onmiddellijk. “Ja, goedenavond. Ik ben David Waumans. U kent me niet maar ik wou u over iets spreken.” “En waarover gaat het? Ik ken u inderdaad niet.” “Wel, ik heb iets gevonden in een boek en daarover wou ik het met u even hebben. Dit klinkt niet duidelijk, ik geef het toe.” “Je maakt me nieuwsgierig. Zaterdag ga ik meestal iets drinken in het café Bellevue in Aartselaar. Ken je dat? Woon je daar in de buurt?” “Ik woon in Hemiksem maar ik geraak daar wel. Is acht uur goed?” “Prima. Tot zaterdag.” Hoe gaat ze me herkennen, dacht David nog. Om half acht zat hij in het midden van het café te wachten. Een zaak met een kleine menukaart en een beperkt bier- en wijnaanbod. Om acht uur stipt kwam er een knappe roodharige jongedame binnengewaaid die direct op hem afstapte. “Jij ben David Waumans? Ik ben Elisa.” “Hoe wist je dat?” “Ik vond je op Facebook. Leuke profielfoto trouwens. Vertel, wat heb je voor me.” Een vrouw van de directe aanpak, jazeker. “Wel, een hele tijd geleden vond ik in een boek in de bib een briefje waarop stond: Ik wil jou graag ontmoeten. Zoek mijn telefoonnummer bij de V op bladzijde 128 in een roman. Tot gauw, Elisa. En ik heb het boek en het nummer gevonden. Na lang zoeken. Via dit briefje. Ben jij dat?” Elisa schoot in een klaterende lach. “Nee, dat is een geintje wat mijn moeder, ook Elisa trouwens, vroeger wel eens uithaalde. Mijn vader kon daar niet om lachen. Onbekenden die ons belden. Het was haar soort humor. Ze is twaalf jaar geleden overleden.” “Oh, sorry, het spijt me…” “Geen erg. Maar vertel eens iets over jezelf. Wat doe je, waar ben je mee bezig behalve boeken doorzoeken.” Het werd een lange leuke avond.          

Charmantwerpen
5 0

De wonderbaarlijke reis van het boek dat nog niet geschreven werd (lezen, dromen, schrijven…)

Ann werkt al dertig jaar in de bib, ze leest van kindsbeen af stapels boeken, en herontdekte recent dat ze nog liever schrijft dan leest… Haar droom om ooit een boek uit te geven steekt weer de kop op. Voorlopig blijft het bij wat getokkel voor haar blog ‘visvoer mummie’, ze pikt hier en daar een schrijfcursus mee, en nu komt deze wedstrijd ‘toevallig’ op haar pad… Dit jaar is ze al vaak ziek geweest, ze zocht veel hulp en vond rust in de natuur. Dankzij de gevonden stilte kan haar creativiteit weer stromen. Haar vakantieblog werd een beeldverhaal : ze combineerde haar passie voor fotograferen met die voor schrijven. Ook bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen van zussen, overlijden van een ex-collega, … kruipt ze in haar pen. Ze beschouwt het als oefeningen om een goede schrijfster te worden. Maar komt dat boek er ooit…?   Ergens, diep in haar grijze hersencellen verborgen, leven er mooie verhalen. Op een dag zullen ze uit haar pen vloeien of haar vingers zullen de woorden op haar laptop tokkelen. Het liefst van al schrijft ze kortverhalen, ’s nachts, zoals nu, wanneer alles stil is en er geen andere prikkels haar aandacht opeisen…   Alleen haar alter ego kan ze moeilijk het zwijgen opleggen. “Een boek schrijven, kan jij dat wel? Wie zit daar nu op te wachten? Wie zal dat willen lezen? Is wat jij meemaakt interessant voor anderen? Geef het op. Je maakt je belachelijk. Een boeiend en meeslepend verhaal bedenken, dat kan jij niet. Herinner je je nog dat opstel met als opdracht een spannend verhaal schrijven? Je raakte niet verder dan een hand die uit de Moordenaarsbeek stak en je van de weg trok toen je er voorbij fietste…”   Eigenlijk zit ze aan de bron: broerlief heeft al veertig jaar, in de stallen van het ouderlijk huis, een drukkerij. Het boek dat ze nog niet schreef kan dus in eigen beheer uitgeven worden. Online promo voeren, een boekvoorstelling organiseren, … in haar fantasie ziet ze het zich al doen. Wat een mooie droom, kers op de taart van haar nu al dertigjarige carrière in de Beernemse bib, zou dat zijn! Hoe goed zou ze zich niet voelen als ze op de plek waar ze graag werkt zou kunnen staan glunderen met haar eigen boek in handen?   En plots is daar weer dat duiveltje met z’n schril, fijn en hoog stemmetje: “Heb je daar wel tijd voor? Je weet toch dat een boek zich niet zo één-twee-drie schrijft? Je leven is nu al zo druk : je vier vijfde job in de bib, de zorg voor je schoonmoeder, … Wanneer dacht je te schrijven? ’s Nacht in plaats van te slapen?”   Als bibliotheekassistente zou ze ook fier zijn dat ze het boek zelf kan invoeren en voorzien van een etiket en tag. Een eigen boek koester je als de kinderen die je ooit baarde. Ook hen schep  je verwachtingsvol en met veel liefde uit het niets, en wil je zien opgroeien en geliefd worden door anderen…   Stiekem zocht ze al eens op waar in het rek in de bib haar boek een plaatsje zou krijgen. Als ze onder haar eigen familienaam een verhalenbundel of autobiografisch werk publiceert, komt ze op de plank tussen Michel Houellebecq en … Victor Hugo terecht!   De boze geest krijgt het nu echt op z’n systeem en springt van haar ene schouder op de andere en krijst treiterend : “Waan je jezelf al een groot schrijver? Vergeet het maar, daar kom je nooit terecht! Keep on dreaming, baby…”   De eerste paar maanden krijgen de nieuwe boeken een mooi plaatsje op de aanwinstentoren recht tegenover de infobalie. Stel je voor dat een lener, aangetrokken door de intrigerende cover, haar boek ter hand neemt, de achterflap leest, en zich dan verrast omdraait wanneer hij of zij haar foto ontdekt, haar herkent en glimlacht…   Misschien mag haar boek  wel mee op reis en belandt het zo verder van huis dan de huismus die ze is, ooit is geweest…   Wat eerst in haar hoofd zat, kan hopelijk verder leven in dat van vele lezers. Het kan hen misschien prikkelen om nog meer te lezen, na te denken of zelf te schrijven. Mission accomplished!

Rachel
0 1

De wonderbaarlijke reis van het boek dat nog niet geschreven werd (lezen, dromen, schrijven, ...)

Ann werkt al dertig jaar in de bib, ze leest van kindsbeen af stapels boeken, en herontdekte recent dat ze nog liever schrijft dan leest… Haar droom om ooit een boek uit te geven steekt weer de kop op. Voorlopig blijft het bij wat getokkel voor haar blog ‘visvoer mummie’, ze pikt hier en daar een schrijfcursus mee, en nu komt deze wedstrijd ‘toevallig’ op haar pad… Dit jaar is ze al vaak ziek geweest, ze zocht veel hulp en vond rust in de natuur. Dankzij de gevonden stilte kan haar creativiteit weer stromen. Haar vakantieblog werd een beeldverhaal : ze combineerde haar passie voor fotograferen met die voor schrijven. Ook bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen van zussen, overlijden van een ex-collega, … kruipt ze in haar pen. Ze beschouwt het als oefeningen om een goede schrijfster te worden. Maar komt dat boek er ooit…?   Ergens, diep in haar grijze hersencellen verborgen, leven er mooie verhalen. Op een dag zullen ze uit haar pen vloeien of haar vingers zullen de woorden op haar laptop tokkelen. Het liefst van al schrijft ze kortverhalen, ’s nachts, zoals nu, wanneer alles stil is en er geen andere prikkels haar aandacht opeisen…   Alleen haar alter ego kan ze moeilijk het zwijgen opleggen. “Een boek schrijven, kan jij dat wel? Wie zit daar nu op te wachten? Wie zal dat willen lezen? Is wat jij meemaakt interessant voor anderen? Geef het op. Je maakt je belachelijk. Een boeiend en meeslepend verhaal bedenken, dat kan jij niet. Herinner je je nog dat opstel met als opdracht een spannend verhaal schrijven? Je raakte niet verder dan een hand die uit de Moordenaarsbeek stak en je van de weg trok toen je er voorbij fietste…”   Eigenlijk zit ze aan de bron: broerlief heeft al veertig jaar, in de stallen van het ouderlijk huis, een drukkerij. Het boek dat ze nog niet schreef kan dus in eigen beheer uitgeven worden. Online promo voeren, een boekvoorstelling organiseren, … in haar fantasie ziet ze het zich al doen. Wat een mooie droom, kers op de taart van haar nu al dertigjarige carrière in de Beernemse bib, zou dat zijn! Hoe goed zou ze zich niet voelen als ze op de plek waar ze graag werkt zou kunnen staan glunderen met haar eigen boek in handen?   En plots is daar weer dat duiveltje met z’n schril, fijn en hoog stemmetje: “Heb je daar wel tijd voor? Je weet toch dat een boek zich niet zo één-twee-drie schrijft? Je leven is nu al zo druk : je vier vijfde job in de bib, de zorg voor je schoonmoeder, … Wanneer dacht je te schrijven? ’s Nacht in plaats van te slapen?”   Als bibliotheekassistente zou ze ook fier zijn dat ze het boek zelf kan invoeren en voorzien van een etiket en tag. Een eigen boek koester je als de kinderen die je ooit baarde. Ook hen schep  je verwachtingsvol en met veel liefde uit het niets, en wil je zien opgroeien en geliefd worden door anderen… Stiekem zocht ze al eens op waar in het rek in de bib haar boek een plaatsje zou krijgen. Als ze onder haar eigen familienaam een verhalenbundel of autobiografisch werk publiceert, komt ze op de plank tussen Michel Houellebecq en … Victor Hugo terecht!   De boze geest krijgt het nu echt op z’n systeem en springt van haar ene schouder op de andere en krijst treiterend : “Waan je jezelf al een groot schrijver? Vergeet het maar, daar kom je nooit terecht! Keep on dreaming, baby…”   De eerste paar maanden krijgen de nieuwe boeken een mooi plaatsje op de aanwinstentoren recht tegenover de infobalie. Stel je voor dat een lener, aangetrokken door de intrigerende cover, haar boek ter hand neemt, de achterflap leest, en zich dan verrast omdraait wanneer hij of zij haar foto ontdekt, haar herkent en glimlacht…   Misschien mag haar boek  wel mee op reis en belandt het zo verder van huis dan de huismus die ze is, ooit is geweest…   Wat eerst in haar hoofd zat, kan hopelijk verder leven in dat van vele lezers. Het kan hen misschien prikkelen om nog meer te lezen, na te denken of zelf te schrijven. Mission accomplished!

Rachel
0 0

De wonderbaarlijke reis van het boek dat nog niet geschreven werd (lezen, dromen, schrijven, ...)

Ann werkt al dertig jaar in de bib, ze leest van kindsbeen af stapels boeken, en herontdekte recent dat ze nog liever schrijft dan leest… Haar droom om ooit een boek uit te geven steekt weer de kop op. Voorlopig blijft het bij wat getokkel voor haar blog ‘visvoer mummie’, ze pikt hier en daar een schrijfcursus mee, en nu komt deze wedstrijd ‘toevallig’ op haar pad… Dit jaar is ze al vaak ziek geweest, ze zocht veel hulp en vond rust in de natuur. Dankzij de gevonden stilte kan haar creativiteit weer stromen. Haar vakantieblog werd een beeldverhaal : ze combineerde haar passie voor fotograferen met die voor schrijven. Ook bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen van zussen, overlijden van een ex-collega, … kruipt ze in haar pen. Ze beschouwt het als oefeningen om een goede schrijfster te worden. Maar komt dat boek er ooit…?   Ergens, diep in haar grijze hersencellen verborgen, leven er mooie verhalen. Op een dag zullen ze uit haar pen vloeien of haar vingers zullen de woorden op haar laptop tokkelen. Het liefst van al schrijft ze kortverhalen, ’s nachts, zoals nu, wanneer alles stil is en er geen andere prikkels haar aandacht opeisen…   Alleen haar alter ego kan ze moeilijk het zwijgen opleggen. “Een boek schrijven, kan jij dat wel? Wie zit daar nu op te wachten? Wie zal dat willen lezen? Is wat jij meemaakt interessant voor anderen? Geef het op. Je maakt je belachelijk. Een boeiend en meeslepend verhaal bedenken, dat kan jij niet. Herinner je je nog dat opstel met als opdracht een spannend verhaal schrijven? Je raakte niet verder dan een hand die uit de Moordenaarsbeek stak en je van de weg trok toen je er voorbij fietste…”   Eigenlijk zit ze aan de bron: broerlief heeft al veertig jaar, in de stallen van het ouderlijk huis, een drukkerij. Het boek dat ze nog niet schreef kan dus in eigen beheer uitgeven worden. Online promo voeren, een boekvoorstelling organiseren, … in haar fantasie ziet ze het zich al doen. Wat een mooie droom, kers op de taart van haar nu al dertigjarige carrière in de Beernemse bib, zou dat zijn! Hoe goed zou ze zich niet voelen als ze op de plek waar ze graag werkt zou kunnen staan glunderen met haar eigen boek in handen?   En plots is daar weer dat duiveltje met z’n schril, fijn en hoog stemmetje: “Heb je daar wel tijd voor? Je weet toch dat een boek zich niet zo één-twee-drie schrijft? Je leven is nu al zo druk : je vier vijfde job in de bib, de zorg voor je schoonmoeder, … Wanneer dacht je te schrijven? ’s Nacht in plaats van te slapen?”   Als bibliotheekassistente zou ze ook fier zijn dat ze het boek zelf kan invoeren en voorzien van een etiket en tag. Een eigen boek koester je als de kinderen die je ooit baarde. Ook hen schep  je verwachtingsvol en met veel liefde uit het niets, en wil je zien opgroeien en geliefd worden door anderen… Stiekem zocht ze al eens op waar in het rek in de bib haar boek een plaatsje zou krijgen. Als ze onder haar eigen familienaam een verhalenbundel of autobiografisch werk publiceert, komt ze op de plank tussen Michel Houellebecq en … Victor Hugo terecht!   De boze geest krijgt het nu echt op z’n systeem en springt van haar ene schouder op de andere en krijst treiterend : “Waan je jezelf al een groot schrijver? Vergeet het maar, daar kom je nooit terecht! Keep on dreaming, baby…”   De eerste paar maanden krijgen de nieuwe boeken een mooi plaatsje op de aanwinstentoren recht tegenover de infobalie. Stel je voor dat een lener, aangetrokken door de intrigerende cover, haar boek ter hand neemt, de achterflap leest, en zich dan verrast omdraait wanneer hij of zij haar foto ontdekt, haar herkent en glimlacht…   Misschien mag haar boek  wel mee op reis en belandt het zo verder van huis dan de huismus die ze is, ooit is geweest…   Wat eerst in haar hoofd zat, kan hopelijk verder leven in dat van vele lezers. Het kan hen misschien prikkelen om nog meer te lezen, na te denken of zelf te schrijven. Mission accomplished!

Rachel
0 0

De wonderbaarlijke reis van het boek dat nog niet geschreven werd

Ann werkt al dertig jaar in de bib, ze leest van kindsbeen af stapels boeken, en herontdekte recent dat ze nog liever schrijft dan leest… Haar droom om ooit een boek uit te geven steekt weer de kop op. Voorlopig blijft het bij wat getokkel voor haar blog ‘visvoer mummie’, ze pikt hier en daar een schrijfcursus mee, en nu komt deze wedstrijd ‘toevallig’ op haar pad… Dit jaar is ze al vaak ziek geweest, ze zocht veel hulp en vond rust in de natuur. Dankzij de gevonden stilte kan haar creativiteit weer stromen. Haar vakantieblog werd een beeldverhaal : ze combineerde haar passie voor fotograferen met die voor schrijven. Ook bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen van zussen, overlijden van een ex-collega, … kruipt ze in haar pen. Ze beschouwt het als oefeningen om een goede schrijfster te worden. Maar komt dat boek er ooit…?    Ergens, diep in haar grijze hersencellen verborgen, leven er mooie verhalen. Op een dag zullen ze uit haar pen vloeien of haar vingers zullen de woorden op haar laptop tokkelen. Het liefst van al schrijft ze kortverhalen, ’s nachts, zoals nu, wanneer alles stil is en er geen andere prikkels haar aandacht opeisen… Alleen haar alter ego kan ze moeilijk het zwijgen opleggen. “Een boek schrijven, kan jij dat wel? Wie zit daar nu op te wachten? Wie zal dat willen lezen? Is wat jij meemaakt interessant voor anderen? Geef het op. Je maakt je belachelijk. De meeste mensen lezen graag een verhaal met een grote spanningsboog. Een boeiend en meeslepend verhaal bedenken, dat kan jij niet. Herinner je je nog dat opstel met als opdracht een spannend verhaal schrijven? Je raakte niet verder dan een hand die uit de Moordenaarsbeek stak en je van de weg trok toen je er voorbij fietste…” Eigenlijk zit ze aan de bron: broerlief heeft al veertig jaar, in de stallen van het ouderlijk huis, een drukkerij. Het boek dat ze nog niet schreef kan dus in eigen beheer uitgeven worden. Online promo voeren, een boekvoorstelling organiseren, … in haar fantasie ziet ze het zich al doen. Wat een mooie droom, kers op de taart van haar nu al dertigjarige carrière in de Beernemse bib, zou dat zijn! Hoe goed zou ze zich niet voelen als ze op de plek waar ze graag werkt zou kunnen staan glunderen met haar eigen boek in handen? En plots is daar weer dat duiveltje met z’n schril, fijn en hoog stemmetje: “Heb je daar wel tijd voor? Je weet toch dat een boek zich niet zo één-twee-drie schrijft? Je leven is nu al zo druk : je vier vijfde job in de bib, de zorg voor je schoonmoeder, … Wanneer dacht je te schrijven? ’s Nacht in plaats van te slapen?” Als bibliotheekassistente zou ze ook fier zijn dat ze het boek zelf in het bibliotheeksysteem kan invoeren en voorzien van een etiket en tag. Een eigen boek koester je als de kinderen die je ooit baarde. Ook hen schep  je verwachtingsvol en met veel liefde uit het niets, en wil je zien opgroeien en geliefd worden door anderen… Stiekem zocht ze al eens op waar in het rek in de bib haar boek een plaatsje zou krijgen. Als ze onder haar eigen familienaam een verhalenbundel of autobiografisch werk publiceert, komt ze op de plank tussen Michel Houellebecq en … Victor Hugo terecht! De boze geest krijgt het nu echt op z’n systeem en springt van haar ene schouder op de andere en krijst treiterend : “Waan je jezelf al een groot schrijver? Vergeet het maar, daar kom je nooit terecht! Keep on dreaming, baby…” De eerste paar maanden krijgen de nieuwe boeken een mooi plaatsje op de aanwinstentoren recht tegenover de infobalie. Stel je voor dat een lener, aangetrokken door de intrigerende cover, haar boek ter hand neemt, de achterflap leest, en zich dan verrast omdraait wanneer hij of zij haar foto ontdekt, haar herkent en glimlacht… Misschien mag haar boek  wel mee op reis en belandt het zo verder van huis dan de huismus die ze is, ooit is geweest… Wat eerst in haar hoofd zat, kan hopelijk verder leven in dat van vele lezers. Het kan hen misschien prikkelen om nog meer te lezen, na te denken of zelf te schrijven. Mission accomplished!

Rachel
0 0

De wonderbaarlijke reis van het boek dat nog niet geschreven werd

Ann werkt al dertig jaar in de bib, ze leest van kindsbeen af stapels boeken, en herontdekte recent dat ze nog liever schrijft dan leest… Haar droom om ooit een boek uit te geven steekt weer de kop op. Voorlopig blijft het bij wat getokkel voor haar blog ‘visvoer mummie’, ze pikt hier en daar een schrijfcursus mee, en nu komt deze wedstrijd ‘toevallig’ op haar pad… Dit jaar is ze al vaak ziek geweest, ze zocht veel hulp en vond rust in de natuur. Dankzij de gevonden stilte kan haar creativiteit weer stromen. Haar vakantieblog werd een beeldverhaal : ze combineerde haar passie voor fotograferen met die voor schrijven. Ook bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen van zussen, overlijden van een ex-collega, … kruipt ze in haar pen. Ze beschouwt het als oefeningen om een goede schrijfster te worden. Maar komt dat boek er ooit…?    Ergens, diep in haar grijze hersencellen verborgen, leven er mooie verhalen. Op een dag zullen ze uit haar pen vloeien of haar vingers zullen de woorden op haar laptop tokkelen. Het liefst van al schrijft ze kortverhalen, ’s nachts, zoals nu, wanneer alles stil is en er geen andere prikkels haar aandacht opeisen… Alleen haar alter ego kan ze moeilijk het zwijgen opleggen. “Een boek schrijven, kan jij dat wel? Wie zit daar nu op te wachten? Wie zal dat willen lezen? Is wat jij meemaakt interessant voor anderen? Geef het op. Je maakt je belachelijk. De meeste mensen lezen graag een verhaal met een grote spanningsboog. Een boeiend en meeslepend verhaal bedenken, dat kan jij niet. Herinner je je nog dat opstel met als opdracht een spannend verhaal schrijven? Je raakte niet verder dan een hand die uit de Moordenaarsbeek stak en je van de weg trok toen je er voorbij fietste…” Eigenlijk zit ze aan de bron: broerlief heeft al veertig jaar, in de stallen van het ouderlijk huis, een drukkerij. Het boek dat ze nog niet schreef kan dus in eigen beheer uitgeven worden. Online promo voeren, een boekvoorstelling organiseren, … in haar fantasie ziet ze het zich al doen. Wat een mooie droom, kers op de taart van haar nu al dertigjarige carrière in de Beernemse bib, zou dat zijn! Hoe goed zou ze zich niet voelen als ze op de plek waar ze graag werkt zou kunnen staan glunderen met haar eigen boek in handen? En plots is daar weer dat duiveltje met z’n schril, fijn en hoog stemmetje: “Heb je daar wel tijd voor? Je weet toch dat een boek zich niet zo één-twee-drie schrijft? Je leven is nu al zo druk : je vier vijfde job in de bib, de zorg voor je schoonmoeder, … Wanneer dacht je te schrijven? ’s Nacht in plaats van te slapen?” Als bibliotheekassistente zou ze ook fier zijn dat ze het boek zelf in het bibliotheeksysteem kan invoeren en voorzien van een etiket en tag. Een eigen boek koester je als de kinderen die je ooit baarde. Ook hen schep  je verwachtingsvol en met veel liefde uit het niets, en wil je zien opgroeien en geliefd worden door anderen… Stiekem zocht ze al eens op waar in het rek in de bib haar boek een plaatsje zou krijgen. Als ze onder haar eigen familienaam een verhalenbundel of autobiografisch werk publiceert, komt ze op de plank tussen Michel Houellebecq en … Victor Hugo terecht! De boze geest krijgt het nu echt op z’n systeem en springt van haar ene schouder op de andere en krijst treiterend : “Waan je jezelf al een groot schrijver? Vergeet het maar, daar kom je nooit terecht! Keep on dreaming, baby…” De eerste paar maanden krijgen de nieuwe boeken een mooi plaatsje op de aanwinstentoren recht tegenover de infobalie. Stel je voor dat een lener, aangetrokken door de intrigerende cover, haar boek ter hand neemt, de achterflap leest, en zich dan verrast omdraait wanneer hij of zij haar foto ontdekt, haar herkent en glimlacht… Misschien mag haar boek  wel mee op reis en belandt het zo verder van huis dan de huismus die ze is, ooit is geweest… Wat eerst in haar hoofd zat, kan hopelijk verder leven in dat van vele lezers. Het kan hen misschien prikkelen om nog meer te lezen, na te denken of zelf te schrijven. Mission accomplished!

Rachel
0 0

De wonderbaarlijke reis van het boek dat nog niet geschreven werd (Lezen, dromen, schrijven…)

Ann werkt al dertig jaar in de bib, ze leest van kindsbeen af stapels boeken, en herontdekte recent dat ze nog liever schrijft dan leest… Haar droom om ooit een boek uit te geven steekt weer de kop op. Voorlopig blijft het bij wat getokkel voor haar blog ‘visvoer mummie’, ze pikt hier en daar een schrijfcursus mee, en nu komt deze wedstrijd ‘toevallig’ op haar pad… Dit jaar is ze al vaak ziek geweest, ze zocht veel hulp en vond rust in de natuur. Dankzij de gevonden stilte kan haar creativiteit weer stromen. Haar vakantieblog werd een beeldverhaal : ze combineerde haar passie voor fotograferen met die voor schrijven. Ook bij speciale gelegenheden zoals verjaardagen van zussen, overlijden van een ex-collega, … kruipt ze in haar pen. Ze beschouwt het als oefeningen om een goede schrijfster te worden. Maar komt dat boek er ooit…?    Ergens, diep in haar grijze hersencellen verborgen, leven er mooie verhalen. Op een dag zullen ze uit haar pen vloeien of haar vingers zullen de woorden op haar laptop tokkelen. Het liefst van al schrijft ze kortverhalen, ’s nachts, zoals nu, wanneer alles stil is en er geen andere prikkels haar aandacht opeisen… Alleen haar alter ego kan ze moeilijk het zwijgen opleggen. “Een boek schrijven, kan jij dat wel? Wie zit daar nu op te wachten? Wie zal dat willen lezen? Is wat jij meemaakt interessant voor anderen? Geef het op. Je maakt je belachelijk. De meeste mensen lezen graag een verhaal met een grote spanningsboog. Een boeiend en meeslepend verhaal bedenken, dat kan jij niet. Herinner je je nog dat opstel met als opdracht een spannend verhaal schrijven? Je raakte niet verder dan een hand die uit de Moordenaarsbeek stak en je van de weg trok toen je er voorbij fietste…” Eigenlijk zit ze aan de bron: broerlief heeft al veertig jaar, in de stallen van het ouderlijk huis, een drukkerij. Het boek dat ze nog niet schreef kan dus in eigen beheer uitgeven worden. Online promo voeren, een boekvoorstelling organiseren, … in haar fantasie ziet ze het zich al doen. Wat een mooie droom, kers op de taart van haar nu al dertigjarige carrière in de Beernemse bib, zou dat zijn! Hoe goed zou ze zich niet voelen als ze op de plek waar ze graag werkt zou kunnen staan glunderen met haar eigen boek in handen? En plots is daar weer dat duiveltje met z’n schril, fijn en hoog stemmetje: “Heb je daar wel tijd voor? Je weet toch dat een boek zich niet zo één-twee-drie schrijft? Je leven is nu al zo druk : je vier vijfde job in de bib, de zorg voor je schoonmoeder, … Wanneer dacht je te schrijven? ’s Nacht in plaats van te slapen?” Als bibliotheekassistente zou ze ook fier zijn dat ze het boek zelf in het bibliotheeksysteem kan invoeren en voorzien van een etiket en tag. Een eigen boek koester je als de kinderen die je ooit baarde. Ook hen schep  je verwachtingsvol en met veel liefde uit het niets, en wil je zien opgroeien en geliefd worden door anderen… Stiekem zocht ze al eens op waar in het rek in de bib haar boek een plaatsje zou krijgen. Als ze onder haar eigen familienaam een verhalenbundel of autobiografisch werk publiceert, komt ze op de plank tussen Michel Houellebecq en … Victor Hugo terecht! De boze geest krijgt het nu echt op z’n systeem en springt van haar ene schouder op de andere en krijst treiterend : “Waan je jezelf al een groot schrijver? Vergeet het maar, daar kom je nooit terecht! Keep on dreaming, baby…” De eerste paar maanden krijgen de nieuwe boeken een mooi plaatsje op de aanwinstentoren recht tegenover de infobalie. Stel je voor dat een lener, aangetrokken door de intrigerende cover, haar boek ter hand neemt, de achterflap leest, en zich dan verrast omdraait wanneer hij of zij haar foto ontdekt, haar herkent en glimlacht… Misschien mag haar boek  wel mee op reis en belandt het zo verder van huis dan de huismus die ze is, ooit is geweest… Wat eerst in haar hoofd zat, kan hopelijk verder leven in dat van vele lezers. Het kan hen misschien prikkelen om nog meer te lezen, na te denken of zelf te schrijven. Mission accomplished!

Rachel
0 0

Het boekarrest

Oberon wandelt door de kille, witte gang. Aan de muren hangen kaartjes van dank. Iedere paar stappen loopt hij een deur voorbij. De één staat open, een andere op een kier en nog andere zijn onherroepelijk gesloten. In de kamers waarvan de deuren openstaan, ziet hij nu eens mensen drommend rond een bed, dan eens iemand gehuld in lakens van waaronder kabels zich een weg naar buiten banen. Oberon is één van die mensen die zich vandaag begeeft naar een gesloten deur. Wanneer hij de juiste deur ontmoet, blijft hij even staan. In zijn handen rust een jas waarin een kleine bult afsteekt. Vooraleer hij de deur voor hem opent, kijkt hij schichtig om zich heen. Alsof hij op de hielen gezeten zit, duwt hij die open en verdwijnt met het pakketje door de opening. Eenmaal in de steriele ruimte komt hij op adem en zakt zijn hartslag. Ontspannen neemt hij wat gel uit de pomp en desinfecteert hij de blote stukjes huid. Daarna bedekt hij zijn handen en schoenen en trekt hij de lichtgele overall aan. Opnieuw staat hij voor een deur, maar opent deze nu met een ongedwongen kalmte.   “Oberon, je bent er!” Vanuit een bed groet de enthousiaste dame hem tegemoet. Ook hier zoeken kabels zich een weg tussen de zijkant van het bed. “Ik heb het boek!” “Echt?! Oberon, je weet dat het riskant is. Wat als ze het vinden? En de bacteriën?! Dat kan ik niet hebben!” zegt ze opgewonden. “Geen zorgen. Het is nieuw gekocht en ik heb het meteen daarna in een afgesloten zak verpakt.” “Hm, oké dan, maar wat als ze het vinden? Dan krijg ik gegarandeerd op mijn kop.” “Relax, Isobel. Dit is toch wat je wou? Hoe lang ben je hier nu al? Drie weken? Vier weken? Deze isolatie doet je de muren oplopen en je hebt nog steeds twee weken te gaan.” “Je hebt gelijk. Ik trek het niet meer. Ik mis de geur van papier en inkt. Het geluid van de bladzijden die omslaan. Geef mij!”   Oberon overhandigt Isobel het boek met de groen en rode omslag. Op de voorkant staat een koppel afgebeeld in een innige omhelzing. Het meisje neemt het boek gretig aan. Het is pas dan dat het Oberon opvalt hoe mager haar armen zijn. Haar huid ziet vaal en haar nagels tonen tekenen van broosheid. Langzaamaan laat hij zijn ogen over haar lichaam glijden. De blos op haar wangen is niet meer en van die prachtige lange, blonde haren staan enkel nog wat korte, witte donshaartjes overeind. Haar blauwe ogen staan dof, maar wanneer ze in het boek bladert, is een lichte schittering te zien.   “Bedankt, echt!” “Graag gedaan. Je hebt het hier al moeilijk genoeg. Dit zal je wel door jouw laatste weken in het ziekenhuis helpen.” “Ik moet enkel een goede verstopplaats vinden. Onder mijn matras misschien. Daar kijkt toch niemand.” “Of in het reservoir van het toilet.” “Hah, dat kan ook!”, ze schaterlacht. “Stel je voor dat ze het vinden. Wat zullen ze zeggen!? Mevrouw Dessani. Neemt u uw gezondheid wel ernstig? De minste bacterie kan u ernstig verzwakken en uw hele behandeling teniet doen! Lezen kunt u nog genoeg wanneer u aan de betere hand bent. Ik ben gedwongen u een boekarrest voor te schrijven.” Isobel giert van het lachen wanneer ze met een geforceerde, zware stem de dokter probeert te imiteren. Haar handen beelden uit hoe hij zijn voorschrijfboekje uithaalt en iets onleesbaar krabbelt. Wat is ze toch dapper denkt Oberon wanneer hij haar toneeltje met een grote glimlach aanschouwt.   Even later vertrekt hij weer. In de tussenruimte trekt hij zijn ruimtepak uit, zoals Isobel het zo graag noemt. Wandelend door de kille gang denkt hij aan de geheime boodschap die hij in het boek achtergelaten heeft. Letter per letter, doorheen het boek. Al lezend zal ze het mysterie kunnen onthullen. Zoals een raadsel op het einde van een krant. En pas wanneer ze het boek volledig uitgelezen heeft, zal ze dit zien staan: K.A.N.K.E.R K.R.I.J.G.T J.O.U N.I.E.T K.L.E.I.N, H.E.T M.A.A.K.T M.I.J.N L.I.E.F.D.E V.O.O.R J.O.U E.N.K.E.L G.R.O.T.E.R

Shana
0 0

De geheime bibliotheek.

Gisteren kwam ik een oude vriend tegen en gezien het zachte weer gingen we nog een terrasje doen. Toen hij zijn portefeuille uit zijn jaszak nam om te betalen, viel er een briefje uit. Hij vertelde me dat hij lang geleden een vriend hielp met diens verhuis en toen per ongeluk met het versleuren van de meubels dit papiertje vond. Hij was dit al lang vergeten tot het nu uit zijn jas kwam dwarrelen. ‘Alsof het voor jou bedoeld is’, zei hij. ‘Hou het maar.’  Het bleek een plannetje te zijn met de wegbeschrijving naar een geheime bibliotheek. Ik moet toegeven dat mijn nieuwsgierigheid geprikkeld was en ik serieus veel zin had in deze zoektocht. Even bedacht ik dat dit alles één grote grap was maar al snel legde ik dat naast me. Ik zou morgenvroeg naar de geheime bibliotheek op zoek gaan. Toen ik deze morgen in mijn slaapkamer stond klaar voor mijn zoektocht, overmeesterde me het vreemde gevoel dat ik dit al eens eerder had meegemaakt. Ik keek naar mijn handen als verwachtte ik daar een boek maar ze waren leeg. Ik schudde mijn warrige gedachten uit mijn hoofd en ging naar beneden. Daar checkte ik nog eens voor alle zekerheid of ik het briefje op zak had. Toen sloeg ik de voordeur achter me dicht. Na lang zoeken, vond ik de juiste zijstraat. Opgelucht ging ik verder. Even dacht ik het nooit te vinden.  Op het briefje stonden de aanwijzingen duidelijk genoteerd maar telkens wanneer ik dacht er te zijn, bleek ik me in een totaal andere straat te bevinden. Alsof ik door op een verkeerde toets te drukken het gehele stratenplan door elkaar gooide. Enige tijd later stond ik voor een verlaten, afgeleefd gebouw. Desondanks liet ik me niet ontmoedigen en ging op zoek naar een deur. Toen ik ze gevonden had, kreeg ik er geen enkele beweging in. De ramen waren met hout dicht gespijkerd en nergens kon ik ook maar een opening vinden om binnen te geraken. Teleurgesteld ging ik op de stoep zitten en bemerkte toen pas dat het al enige tijd geleden was dat ik nog een levende ziel had gezien. De straat was volledig verlaten op mij na. Plots werd de lucht erg donker en het begon verschrikkelijk te waaien. Ik wilde mij recht zetten maar werd meegenomen door de kracht van de wind. Als een speelbal vloog ik de hoek om en zag nog net de rand van een jurk verdwijnen. Toen in weer recht krabbelde, ging ik op onderzoek uit. En inderdaad achter een kartonnen bord verscholen, bevond zich een kier in de muur. Als een kier in de tijd, dacht ik te horen. Maar toen ik omkeek, zag ik niemand. Al zoekend liep ik kamer na kamer in en uit maar er was niets dan stof en vervallen meubels.  Ik begaf mij naar de eerste verdieping en verwachtte daar nog meer kamers aan te treffen maar ik bevond mij in één grote lege ruimte. Niets en nog eens niets. Ik zette mij op de grond en voelde toen pas hoe hongerig ik was. Ik had totaal geen tijdsbesef meer. Hoe lang was ik al op zoek? Ik was deze morgen vroeg, nog voor het licht werd, vertrokken.  Maar hoe lang ik in dit deel van de stad en in dit huis reeds zoekend ronddwaalde, was me een raadsel. Toen ik opkeek, bemerkte ik een wapperend gordijn. Dat had ik eerst toch echt niet gezien. Nieuwsgierig stond ik op en deed het opzij. Ik bevond me in een grote, ronde koepel die baadde in het licht. Overal zag ik boeken. Even stond ik verbijsterd te kijken. Tot mijn ontsteltenis zag ik de gedaante van een jonge vrouw die mij wenkte. Ik probeerde haar te volgen maar ik moest mijn uiterste best doen om haar niet te verliezen in dit doolhof van gangen gevuld met boeken. Overal boeken. Op een gegeven moment stond ze stil en overhandigde ze me een boek uit de rekken. Dit is niet de eerste keer dacht ik toen ik in mijn slaapkamer naar mijn lege handen keek.

annick
0 0

De vrouw die stiekem boeken snoof

Elke vrijdag net voor sluitingstijd baande ze zich een weg door de pas aangevulde boekenrekken. Ze keek een aantal keer schichtig om zich heen en nam vervolgens het boek dat die dag haar voorkeur genoot. Terwijl ze de neus dichterbij bracht, gleden haar ietwat verrimpelde vingers door de pagina’s. Omdat ze niemand vertrouwde maakte ze geen oogcontact met anderen. Door haar eerder kleine gestalte kon ze zich makkelijk verschuilen achter de lage kasten. Haar kromme ruggengraat verstopte ze onder een versleten leigrijze parka. Haar gitzwarte, steile haren hingen als minutieus dichtgedraaide jaloezieën voor haar vaalbleke gezicht. Ze geurde naar een mengeling van gember en Marseillezeep. Op haar oude jas na, oogde ze verder niet onverzorgd.   Terwijl ze ogenschijnlijk geen interesse had in het geschreven woord, had ze die wél in de allesomvattende geur van pas gelezen novelles. Ze nam niet zomaar gelijk welk boek in de handen. Haar keuze ging uit naar de geur van angstzweet, gezellig haardvuur of de luchtigheid van een zomers terras. Ook tranen en coup de foudre konden haar bekoren. Haar doffe blik maakte keer op keer plaats voor lachrimpels of dromerigheid. Haar ogen werden glazig en haar adem stokte, maar steeds vormde er zich om haar lippen een zachte glimlach. Ze snoof, ze rook, ze bladerde en snoof opnieuw. Elke geur die ze waarnam, maakte van haar het hoofdpersonage in het besnuffelde verhaal. De hele week die erop volgde leefde ze verder als Griekse godin of als felbegeerde minnares. Intens beleefde ze elk avontuur terwijl ze er middenin stond. En elke week opnieuw koos ze voor een andere scenario.   De veertienjarige zoon van de bibliothecaresse, die tot zijn ergernis wel vaker in de bib moest wachten, had haar al die tijd als enige in de gaten gehouden. Zijn aandacht voor haar was in eerste instantie niet veroordelend of spottend, eerder mild en gefascineerd. Op een dag achtervolgde hij haar wanneer ze zichzelf moeizaam de trap ophees en nestelde hij zich op de jeugdafdeling tussen de kussens. Geboeid aanschouwde hij hoe ze met haar ruwe vingertoppen de kaften streelde. Hij merkte op hoe ze met gesloten ogen haar gezicht iets oprichtte bij het ruiken aan een open boek. Het kostte hem moeite om zijn gegrinnik te verbergen. Omdat het een leuke anekdote voor Facebook kon opleveren, schraapte hij zijn keel om de aandacht te trekken en wachtte hij haar reactie af. Omdat ze niet direct iets deed sloeg hij, zonder zijn blik van haar af te wenden, een graphic novel open en las ostentatief de tekstballonnen voor. Hij sprak traag en overdreven articulerend, terwijl hij haar tussendoor met een uitdagende blik bleef aankijken. De vrouw aarzelde en draaide slechts licht het hoofd, waarop de jongen verder las en elke lettergreep apart beklemtoonde. Haar trillende handen verraadden haar ongemak. Zijn toon verzachtte, de pauzes werden langer. Schoorvoetend kwam ze uiteindelijk dichterbij en fluisterde ze hem toe: “Je doet het verkeerd”, terwijl ze naar zijn vermiljoenkleurige sneakers staarde. De jongen keek verbaasd om zich heen. “Wat dan?”, vroeg hij lacherig. Ze strekte een arm naar hem uit. Haar pezige polsen en knokige vingers leken te zwemmen in de veel te wijde mouwen van haar jas. Pas nu werd zichtbaar hoe mager ze was. De jongen stond op en volgde haar slaafs doorheen de intussen leeggelopen bibliotheek. “Hier, ruik eraan!”, beval ze hem met zachte stem terwijl ze een detectiveverhaal onder zijn neus duwde. Zijn nieuwsgierigheid maakte plaats voor scepsis, en hij vond het er ook belachelijk uitzien. Snel bedankte hij voor het aanbod en ging er ongemakkelijk vandoor, terug naar die knusse kussens daar in de kinderhoek. De vrouw trok de schouders op en vertrok.   Iets later zou de bib sluiten en zijn moeder doofde alvast één voor één de lichten. “Kom je? Ik wacht buiten!”, riep ze hem toe. Haar stem weergalmde in de traphal. In het donker graaide de jongen nog snel een boek mee, rook eraan en gooide het daarna op de grond. “Wat een onzin”, dacht hij te kunnen concluderen. Met rasse schreden liep hij de trap af, trok zijn rode kap over zijn hoofd, huppelde naar de uitgang en werd opgegeten door de boze wolf. Mis gedacht…

Sarah Vanheuverzwijn
28 0

Ontleen Mij! - Een bibboek aan het woord

Ik werd geboren uit iemands hoofd en groei op in dat van anderen. In de bib kwam ik terecht tussen mijn gelijken. Sommige slank en gevat, anderen robuust en eindeloos in woorden. Stuk voor stuk vol passie om onze lezers te beroeren, te vervoeren en, wie weet, zelfs te ontroeren. Ik hoef geen bestseller te zijn, maar ben wel een basisbehoefte. Een medicijn tegen eenzaamheid.Ik toon mijn naakte letters zonder blikken of blozen, aan iedereen die erom vraagt. Aan iedereen die mijn bladzijden durft openspreiden, niet bang om ezelsoren te maken. Stop gerust je bladwijzer tussen mijn bladzijden, zodat je snel weer weet waar je gebleven was. Zodat je ultieme fantasie morgen weer verder kan gaan. Laat me je tijdmachine zijn naar wat verloren ging en je ruimteschip naar wat nog komen moet. Het antwoord op de vragen die je niet stelde. Zoek je weg naar het Eden dat ik in mij herberg, ver voorbij het fatsoen van een ordinair paradijs.Stel me voor aan je vrienden als je nieuwste aanwinst, die zij ook eens zouden moeten lezen. Neem me mee naar huis, naar je thuis en je gezin. Vertel je kinderen over mij, zodat ook zij mijn broze rijkdom misschien ooit eens willen ontmoeten. Ik wil hen alvast erg graag leren kennen, dat staat vast. Wandel door mijn pagina’s langs herinneringen als herenhuizen. Een oude gewoonte die toch elke keer weer verrast. Ontdek de diepgang van mijn verhaal dat voor iedereen anders leest. Lees me opnieuw en opnieuw. Laat je vingers van genot over mijn kaft glijden tot je de ondeugende smaak van de kleine hoekjes van je brein kan proeven. Snuif de bedwelmende geur op van net dat stapje verder te gaan. Het ontkennen van taboe, het spotten met censuur.   Ontvoer me ter inspiratie van je dromen naar de intimiteit en de warmte van je bed. Jouw veilig nest voor eigen verhalen. Druk me daar tegen je aan en val met me in slaap. Als je goed luistert hoor je mijn letters een sensueel slaaplied voor je zingen, een kanten streling voor het oor. Eens gelezen laat ik me door jou gracieus door de gleuf van de inleverbus glijden. Ik geef me gewillig over aan de vriendelijke handen van de bibliothecaris die me terugbrengt naar mijn plek in het rek. Mijn vertrouwde uitvalsbasis waar ik keer op keer weer kan thuiskomen tussen mijn compagnons. Als de omhelzing van lang verloren vrienden, allemaal strijders voor hetzelfde literaire doel. Nu rust ik hier: waar ik hoor, in mijn prachtige bib. Tempel van volgeschreven vellen. Bondgenoot van de volgende lezer bij hun zoektocht naar troost en escapisme. De enige plek in deze gonzende stad waar de rust en het voluit leven hand in hand gaan.Kom me halen en blijf dit doen. Het doen doet verder doen.Verslind me keer op keer en ik beloof je je elke keer weer te bekoren.Maak me gruwelijk relevant en onweerstaanbaar essentieel. Alleen dan zal ik nooit écht sterven, tenzij niemand me ooit nog leest.

Ans DB
0 0

Verbonden

In de trein galmt je favoriete Spotify afspeellijst door je hoofdtelefoon. Ondertussen swipe of app je erop los. Muziek is behangpapier. Karolien Debecker, Tom De Cock, of ‘De grootste familie’ houden je gezelschap in je eenzame kantoor. Of ze snoeren de monden van je collega’s aan’t eiland. Bij het begin van de shift is er soms even discussie: wéér Houtekiet? Die is op pensioen. Toch?   ‘t Avondje stappen met de vriendinnen is maar een dooie boel. Aan’t rond tafeltje in de bar heeft iedereen een aureool van smartphonelicht. Het zacht getik van gelnagels op de schermpjes werkt meditatief. Even toch, want Anne heeft je net voorbijgestoken op Instagram. Snel nog een selfie posten: een duckface en een opgeheven glas mojito. Sarah en Shirley zijn je al voor. Copycat.   ’t Was er toch nog eens van gekomen, maar de seks was maar zozo. Jij een vroege vogel. Hij een nachtraaf. Jij van negen tot vijf. Hij vaak ’s avonds en in’t weekend nog op de baan. Als jullie samen zijn, is vaak één van beide te moe om te neuken. Eenmaal thuis ploft ie in de zetel. iPhone in de hand. De stofwebben in de hoek ziet ie niet. (Negeert ie!) Soms vergeet ie zelfs een smakkerd op je wang. ’s Ochtends bij ’t ontbijt is het niet veel beter. Enkel een geeuw doorbreekt de stilte. Terwijl VRT NWS, BBC, De Morgen en HLN strijden om elke seconde van z’n aandacht. Is dit de kerel die jaren geleden je als het middelpunt van de wereld zag? #dumpenmaar   ‘Tatatataaah’ kraakt Beethoven door de geluidsboxen. Je ziet opaatje zitten in z’n leren chesterfield. Z’n pijp tussen de tanden. Z’n ogen gesloten. Z’n oren gespitst. Hij doet niks. Nee, hij luistert. Hij staat even op om de plaat om te draaien én dan pas merkt hij je op. Er zijn minstens twintig minuten verstreken. Hij ziet je tranen. Gebaart dat je op z’n schoot moet komen zitten. Je doet dat. Zijn knokige hand klopt je zachtjes op je schouder terwijl hij tussen je halve zinnen door de juiste vragen stelt en je niet veroordeelt.   Geen gebiep.   Geen schermlicht.   Niet meer alleen.

Yarrid
16 0