Lezen

Meisje van bijna 50

Ik vraag me al een tijdje af op welk moment, welk exacte moment een mens oud wordt. Niet écht oud. Dat is nog een ander hoofdstuk. Ik bedoel het moment waarop de buitenwereld stilletjes beslist dat ge niet langer bij de jonge mensen hoort. Ik dacht eerst dat het mijn haar was. Dat wordt grijs. Ik probeer dat sportief op te nemen. Echt waar. Ik heb helemaal niets tegen grijs haar. Bij andere mensen vind ik dat zelfs mooi. Karakter. Ervaring. Charme. Alleen heb ik precies het soort grijs haar waardoor mensen spontaan beginnen te vragen hoe lang het nog duurt voor mijn pensioen. En dan trekt het laatste kind het huis uit. Plots woonde ik alleen. Geen geroep meer dat de shampoo op was. Niemand die om tien uur 's avonds nog bitterballen in de airfryer gooide. Geen schoenen meer midden in de gang. Dacht ik. Tot ik na drie dagen besefte dat die schoenen... van mij waren. Blijkbaar was ik al die jaren zelf de huisgenoot waar ik me mateloos aan kon ergeren. Misschien begint ouder worden daar. Wanneer ge ruzie krijgt met uzelf. Vorige week kreeg ik op de Lokerse Feesten het volgende signaal. Ik keek rond en dacht: Amai... wanneer zijn al die oude mensen hier binnengeraakt? Overal mannen met bierbuiken die eruitzagen alsof ze al vijftien jaar gingen beginnen lopen. Van die indrukwekkende grijze baarden waardoor ge spontaan "meneer" zegt. Mensen die niet meer dansen, maar voorzichtig meebewegen. Niet op het ritme van de muziek, maar op het ritme waarop hun knieën het nog net verantwoord vinden. Er liepen opvallend veel mensen rond met een trui rond hun middel. Niet omdat dat plots weer mode was, maar omdat ge weet dat het na tien uur fris wordt. En de vrouwen... die hadden allemaal een handtas mee waar ge zonder problemen een klein Decathlon-filiaal mee kunt openen. Een regenjas. Een leesbril (uiteraard! Een leesbril!). Lippenbalsem. Een powerbank. Pleisters. Een Dafalgan. Waarschijnlijk ook nog een pepermuntje. Vroeger zocht ik op een festival de toog. Nu betrapte ik mezelf op de gedachte: "Amai... die toiletten zijn hier eigenlijk proper." En toen hoorde ik mezelf ook nog zeggen: "Zullen we stilletjes vertrekken? Dan zijn we de file voor." Dat was het moment waarop ik besefte dat ik niet naar oude mensen stond te kijken. Ik was één van die oude mensen.  Maar de echte genadeslag kwam deze zomer op kamp. Ik stond aardappelen te schillen toen een jongetje van zes naast mij kwam zitten. Kinderen zijn fantastische wezens. Ze zeggen altijd de waarheid. Ook wanneer niemand daarom gevraagd heeft. Hij keek een hele tijd naar mij. Heel aandachtig. En vroeg toen: "Jij bent al zestig, hè, moeke?" Ge kent dat gevoel dat uw hart heel even stopt, terwijl ge tegelijkertijd al uw rimpels voelt? "Nee hoor," zei ik. "Bijna vijftig." Hij dacht daar misschien drie seconden over na. "Da's eigenlijk bijna hetzelfde." Er zijn discussies die ge niet kunt winnen. Ik heb hem nog een extra worst gegeven. Niet omdat hij gelijk had, maar omdat ik op mijn leeftijd geleerd heb dat zwijgen goud is. Misschien is dát ouder worden. Niet dat ge u oud voelt. Maar dat ge steeds vaker mensen tegenkomt die u eraan herinneren. Al moet ik eerlijk toegeven... Ik word nog altijd verliefd alsof ik zestien ben. Ik zet de radio nog altijd veel te luid. Ik ga nog altijd naar de Lokerse Feesten. Alleen kom ik tegenwoordig thuis met twee conclusies: Het is goed waar de toiletten proper zijn en dat manneke, die krijgt volgend jaar spruiten.

Katrien Daniels
49 1

Viswijven

Op kot leert ge al snel dat er twee soorten mensen bestaan. Mensen die hun leven op orde hebben. En mensen zoals ik. Els hoorde zonder enige twijfel bij de eerste categorie. De kamer recht tegenover de mijne. Zij had een bed dat opgemaakt was. Ik had een bed waarvan ge soms niet meer wist welke kant boven lag. Zij had yoghurt in de koelkast die niet over datum ging. Ik had vooral goede bedoelingen en een collectie koffietassen met een biologisch experiment onderaan. Els kon zonder moeite een weekmenu maken. Ik leefde volgens het gastronomische principe: we zien wel. Wij hadden een waterdicht plan voor als onze studies grandioos zouden mislukken. Wij gingen surimi, garnalen en wulken verkopen aan de kaai van Oostende. Niet zomaar een viskraam. Wij gingen de twee gezelligste viswijven van de kaai worden. Mensen zouden eigenlijk geen garnalen komen kopen. Ze zouden blijven plakken voor de sfeer. Voor een babbeltje. Voor een gratis levensadvies tussen de wulken. Achteraf bekeken hadden we geen flauw idee hoe ge een viskraam runt. Maar we waren er wel rotsvast van overtuigd dat we fantastische viswijven zouden zijn. Het is er nooit van gekomen. Wij konden uren praten. Over alles en niks. En vooral over dingen die een normaal mens nooit bedenkt. Toen mijn goudvis stierf, vonden wij dat een begrafenis op zijn plaats was. Niet zomaar een minuut stilte boven de wc-pot. Nee. Een plechtigheid. Met speeches. En omdat een goede uitvaart ook een koffietafel verdient, aten wij achteraf fishsticks.  En dan was er het Songfestival. Volgens Els en mij is het nog altijd een schande dat de finale geen officiële betaalde feestdag is. Ge kunt toch niet verwachten dat mensen de dag nadien productief zijn nadat ge tot één uur 's nachts hebt gediscussieerd over de puntentelling van Moldavië?  Dat soort avonden. Van die avonden die ge later onmogelijk kunt uitleggen zonder dat iemand zich zorgen begint te maken. En daarna gebeurde wat altijd gebeurt. Het leven. Voor Els ging dat wonderwel volgens plan. Ze bouwde samen met haar vriendin een warm en rustig leven uit. Zo'n huis waar ge spontaan uw schoenen wilt uitdoen. En vier prachtige dochters die het bewijs zijn dat sommige dromen gewoon uitkomen. Ik maakte van mijn leven eerder een opstapeling van plots uit een weekendfilm. Met iets te veel onverwachte wendingen, een paar personages die ge halverwege liever had herschreven en gelukkig ook af en toe een scène waarvan ge denkt: daarvoor kijkt een mens nu televisie.   En wij. Wij bleven elkaar horen. Soms zat er een paar maanden tussen. Soms nog wat langer. Maar dat bleek nooit een probleem. Een vriendschap tussen twee toekomstige viswijven heeft blijkbaar maar een halve pannenkoek nodig om opnieuw midden in een gesprek te belanden dat dertig jaar geleden even was onderbroken. Els heeft trouwens altijd volgehouden dat ze eigenlijk met mij had moeten trouwen. Dat ik ooit wel zou inzien dat mannen mij vooral veel kopzorgen hebben bezorgd en dat zij al die tijd gewoon geduldig op mij heeft gewacht. Ik heb haar beloofd dat ik haar haar zin geef. Later. In het woonzorgcentrum. Dan racen we met onze scootmobielen door de gangen, leiden we de nachtwakers af zodat we nog uren kunnen babbelen en doen we alsof we opnieuw op kot zitten. En daarna eten we fishsticks. Dat viskraam....Dat vind ik nog altijd een gemiste kans.

Katrien Daniels
107 2

Tanabata

Tanabata - de wind als eregast  in elke straat   graag geziene gast - de zomerwind  op Tanabata    Tanabata - de wind laat alle wensen even dansen    de zomerwind  ook van de partij - Tanabata   Tanabata-wind - de decoraties worden zeecreaturen     Tijdens het Japanse Sterrenfestival Tanabata hangen mensen hun wensen aan bamboetakken. Als de wind opsteekt, bewegen de kleurrijke strookjes papier alsof ze de wensen de lucht in dragen. De haiku vangt dat onverwachte moment waarop harde wind geen spelbreker is, maar juist deel wordt van het feest. Tanabata wordt overal in Japan gevierd, maar nergens zo uitbundig als in Sendai. Het festival vindt er elk jaar plaats van 6 tot 8 augustus en trekt meer dan twee miljoen bezoekers. De oorsprong gaat terug tot de zeventiende eeuw, toen daimyo Date Masamune het feest in de stad stimuleerde. (仙台七夕まつり) In de overdekte en open winkelstraten hangen duizenden met de hand gemaakte versieringen van washipapier aan bamboestokken. De lange, kleurrijke slingers bewegen zachtjes in de wind en geven de indruk dat de hele stad ademt. Naast de bekende wensbriefjes (tanzaku) zijn er ook zeven traditionele versieringen, elk met een eigen betekenis, zoals gezondheid, voorspoed, vakmanschap en een rijke oogst of visvangst. Juist daarom krijgt de wind tijdens Tanabata in Sendai een bijzondere rol. Waar harde wind op andere dagen ongewenst is, brengt zij tijdens het festival de papieren slingers en wensbriefjes tot leven. De stad lijkt even één groot bewegend kunstwerk, waardoor de wind niet als hinderlijk maar als een welkom onderdeel van het feest wordt ervaren.        

Margaretha Juta
0 0

Ommekeer

Lore, 33 jaar. (Saai.) Mijn opvallendste kenmerk: resting bitch face.Waar word ik gelukkig van? De hele dag in mijn bed liggen.Dit mijd ik: alles wat sociaal contact vereist.Wat is mijn talent? Mijn baas op de zenuwen werken.Wat krijg je vaak cadeau? Tequila van mijn collega's en Sephora-shit van mijn moeder, die hardnekkig blijft hopen dat ik me ooit eens als een meisje ga gedragen.Als je één outfit uit je kast mocht kiezen? Simpel. Een barreljeans, mijn epische Nirvana-T-shirt en mijn gele Crocs.Waar ben je naar op zoek? Ik zucht en leun achterover. Ben ik eigenlijk wel ergens naar op zoek? Blijkbaar wel. Mensen belanden tenslotte niet per ongeluk op de aanmeldpagina van een datingsite. Een one-night stand? Ik schud heftig mijn hoofd. De herinnering aan die dronken avond op Graspop bezorgt me nog steeds spontaan schaamrood. Vriendschap? Misschien. Dat mis ik wel. Vrouwelijke vriendinnen zijn altijd een uitdaging geweest. Of ze leven voor shoppen, make-up en de nieuwste trends. Of ze zijn te luid en aanwezig. Of net kleurloos en zo saai en te boekenwurm. Heel soms lijken ze wél leuk, maar blijkt er later vaak een flinke dosis venijn achter te zitten. Het lukt me gewoon niet om die échte klik te vinden. Met mannen gaat het dan weer gemakkelijker. Je kunt ermee een pint gaan drinken, onnozel doen en uren over films of muziek praten (of voetbal). Maar over gevoelens praten? Of toegeven dat ze fout zaten? Ho maar. Eeuwigdurende liefde? Daar geloof ik al lang niet meer in. Mensen zijn gewoon niet gemaakt om hun hele leven bij dezelfde persoon te blijven. Uiteindelijk raak je elkaar toch beu. Kijk maar naar mijn ouders. Mijn moeder is zestig en ziet eruit alsof ze een yogareclame is binnengestapt. Strak lijf, gezonde glow, eindeloos optimisme. En toch vond mijn vader het nodig om op een twintig jaar jonger exemplaar te duiken. Nee. Liefde is een utopie. Maar een soulmate...  Dat is iets anders. Iemand die de leegte opvult en samen met mij thrillers bingewactcht op Netflix. Iemand die mijn sarcasme verschalkt met nóg drogere kwinkslag. Iemand die saaie netwerkavonden draaglijk maakt en die samen met mij op de vlucht slaat tijdens eindeloze familie-etentjes… En dan neem ik een beslissing. Ik zie mijn vingers razendsnel over het toetsenbord vliegen.   Lore, 33 jaar. (Maar noem me gerust Lolo.) Mijn opvallendste kenmerk: mysterieuze groene ogen.Waar word ik gelukkig van? Een perfecte margarita.Dit mijd ik: influencers.Wat is mijn talent? Droge humor.Wat krijg je vaak cadeau? Beautyproducten.Als je één outfit uit je kast mocht kiezen? Een casual jeans, een leuke top en sneakers.Waar ben je naar op zoek? Een soulmate. Enter.

Sfieke
11 1

De spiegel

We zitten te puffen op een Antwerps terras, niet ver van het Rubenshuis. Het is een van de warmste dagen van de zomer. Al zeggen ze dat bijna elke dag. Om enige verkoeling te zoeken zetten we onze pollen aan een fris bolleke.  “Wat gij nog Jaak?”, vraagt de waardin aan het tafeltje naast ons. “Ah, nog een bolleke hè Marion”, antwoordt hij met een smakelijke Antwerpse tongval. Ooit zie je dat iemand zijn naam niet gestolen heeft. Deze Jaak doet me aan Jacob (of Jacques) Jordaens denken. Niet aan de kunstschilder zelf, maar wel aan de koning op één van de versies van het schilderij ‘De koning drinkt’. Het heeft lange grijze haren en als hij even later dat bolleke aan zijn lippen zet, met een even smakelijke lach als de koning van het schilderij, is hij het helemaal. Dat doet me weer denken aan een ander prachtig werk van Jordaens. ‘Mozes en zijn Ethiopische vrouw’ uit 1650. Hierop maakt Mozes een ‘et alors’ gebaar met zijn rechterhand. Daarmee zegt hij iets aan ons, de kijkers. Hij houdt ons een geniale spiegel voor. "Maakt het iets uit, dat ik met een zwarte vrouw ben getrouwd?'  Het werk is door het Rubenshuis uitgeleend aan een museum in Balimore. Tot 2030, dan gaan de deuren van Peter Pauls woonhuis terug open. Blijkbaar hangt het niet zomaar in Baltimore, want gemengde huwelijken waren daar lange tijd verboden. Opnieuw, die spiegel. De heren naast ons slaan zich ondertussen op de dijen van het lachen. Ik weet niet waar hun gesprek over gaat, maar amusant is het zeker. Alsof het toeval niet zomaar iets is dat af en toe voorvalt, maar eerder iets dat het leven bepaalt, zegt Jaak plots vrij luid tegen zijn compagnon: “Et alors?”, waarna ze terug in de lach schieten.

Rudi Lavreysen
1 0

Geblokkeerd!

Ik heb iemand geblokkeerd. Kijk. Het is eruit. Alleen al die zin voelt alsof ik iets moet opbiechten. Alsof ik moet toegeven dat ik ananas op mijn pizza leg. Of applaudisseer wanneer het vliegtuig geland is. Zo'n bekentenis waarvan ge weet dat de helft van de mensen u vanaf nu een beetje anders bekijkt. Ik ben namelijk helemaal geen blokkeerder. Ik ben iemand die nog zwaait naar mensen die mij al lang niet meer zien. Ik ben van "we moeten dat ooit nog eens gaan drinken", ook al weten we allebei dat dat nooit gaat gebeuren. Ik ben van recht in elkaars ogen kijken, zelfs als dat lastig is. Van deuren die zachtjes dichtvallen. Niet van diegene die ge met een stamp moet dichttrekken terwijl er langs de andere kant nog iemand roept. Ik ben zelfs slecht in WhatsApp-groepen verlaten. Ge kent dat wel. Zo'n oudergroep van de lagere school waar uw kind intussen al lang afgestudeerd is. Of de groepschat om de barbecue van de familie te organiseren. De barbecue die uiteindelijk nooit is doorgegaan omdat nonkel Jos corona had, tante Rita ruzie kreeg met de schoonzus en sindsdien alleen nog iemand "proficiat" stuurt als er een jarige is. Ik blijf daar dan gewoon in zitten. Uit beleefdheid. Alsof iemand op een dag wakker wordt en denkt: amai... Katrien heeft de groep verlaten. Dat doet toch een beetje pijn. Dat is mijn niveau van conflictvermijding. Ik geloof nogal in afscheid nemen zonder brokken. In elkaar nog kunnen groeten. In een knikje op straat. In een oprechte "zorg goed voor uzelf". Ge moet niet met iedereen vrienden blijven, maar ge moet ook niet doen alsof iemand plots nooit bestaan heeft. Dat was toch het plan. Tot mijn gsm besliste dat we een andere richting uitgingen. Ping. Een kwartier later. Ping. Nog eens een kwartier later. Ping. Op den duur begon ik mijn telefoon scheef te bekijken. Ik hoorde hem trillen terwijl hij stil lag. Fantoomtrillingen bestaan blijkbaar echt. Elke melding voelde alsof er iemand aan mijn voordeur stond die bleef aanbellen terwijl ge de gordijnen al dicht hebt gedaan, de lichten uit zijn en ge ondertussen al in uw pyjama met een zak chips in de zetel zit. Ge probeert dat eerst beleefd op te lossen. Dan duidelijk. Dan antwoordt ge niet meer. En uiteindelijk voert ge discussies met uzelf. "Misschien moet ik toch nog één keer antwoorden." "Nee, want dan begint het weer." "Ja, maar misschien begrijpt hij het nu." Dat "misschien" is trouwens een gevaarlijk woord. Er zijn relaties op gebouwd, oorlogen mee begonnen en vrouwen die daardoor om half drie 's nachts nog altijd wakker liggen. Ik heb zelfs eerst gegoogeld of iemand ziet dat hij geblokkeerd is. Niet omdat ik van gedacht wilde veranderen, wel omdat ik mij al op voorhand schuldig voelde. Dat type mens ben ik dus. Iemand die zich zorgen maakt over de gevoelens van iemand die haar al een hele nacht wakker houdt. Dus heb ik het gedaan. Ik drukte op blokkeren. Niet met veel overtuiging. Eerder met dezelfde tristesse waarmee ge eindelijk dat kamerplantje weggooit waarvan ge al drie maanden zegt: "Nee, nee... die trekt nog wel bij." Terwijl er eigenlijk alleen nog een zielige bruine stengel in de pot staat. En toen... Stilte. Het gekke is dat ik daar niet blij van werd. Eerder een beetje verdrietig. Want ik blijf geloven dat de mooiste eindes degene zijn waarbij ge elkaar jaren later nog eens tegenkomt aan de kassa van de Colruyt. Allebei een veel te grote zak kattenbakvulling in de kar. Ge glimlacht. Ge zegt "alles goed?" en ge meent dat ook. Zonder verwijten. Zonder theater. Gewoon twee mensen die ooit een stukje van elkaars verhaal waren. Maar niet elk verhaal krijgt zo'n einde. Sommige mensen blijven zo lang op uw deur kloppen dat ge uiteindelijk de bel moet afzetten. Niet omdat ge hen haat, maar omdat ge ook nog een beetje graag thuiskomt bij uzelf. 

Katrien Daniels
124 3

Kuikenzweet

  Die broedlamp. Hij mag uit. Binnenin leeft alles flink en dapper. Het zijn kuikentjes vol moed. Daarenboven. Alle chocolade-eitjes in verdwaalde paasklokken. Ze zijn reeds lang gesmolten. En Ikaros. Hij viel uit de lucht. Kort na vertrek. Er is niets ergs gebeurd. Nog zo'n zinnetje dat graag zou willen woekeren en ja. Oh. Zonnegod. Het is best heet. Vurige vlinders genieten. Het water vreest volledig te verdwijnen en roze varkentjes. Ze dragen buiten bruine jasjes. Want de zon. Zij moet misleid worden. De drie biggetjes. Zij moeten al geblakerd lijken. Voel. Dit zand. Het is onbevreesd. Immers. Glas. Het ontstaat glas zo snel nog niet en zwarte piet. Hij woont gewoon in Afrika. Historische vergissingen. Ze stapelen zich op. Moet de uil zich zorgen maken? Zolang gin van tonic houdt. Zolang tonijn zich redden kan en de konijnen elkaar vinden om in holen aan die zachte vacht te voelen. Alles is plausibel. Ook dat een lichaam moedig is om te weerstaan aan liefde onder louche lampjes achter wankele façades. Niet dat ik over malse huizen mijmer wanneer ik het rode licht trotseer en dat groen. Het heeft een rare schijn. Het droomt misschien van blauwe algen. Zeeën vol met appelen die zich niet laten opslokken door storm of puur azuur. Zeemeerminnen eten langzaam. Zelden fruit. Zij stammen ook niet af van Eva. Of toch. Was zij ontrouw? Heeft zij overspel gepleegd met een dolfijn terwijl de zeepaardjes verlegen zwegen? De onderwaterkoets kwam aangereden. Heeft Eva naar dat adembenemende adamloze eiland gebracht. Waar zij beviel van vele zeemeerminnen. Ook van één Neptunus. Dat is lang geleden. Er was eens. Toen we nog dromen durfden van dingen die eigenlijk niet mochten gebeuren en de waarheid schaduw zocht. Zij wilde niet verdampen in de hitte van die waanzin. En ik hoop het echt. Beste kuikenkweker. Hoeder van dit geelgevlekte dons. Ik probeer het. Dit moet volstaan als toelichting. De broedlamp. Hij mag uit. De eieren. Zij voelen dat. Zij leven mee met al wat zweet.     uit de reeks 'Over eelt en zurkelteelt'

Bernd Vanderbilt
7 0