Lezen

Taak: Schrijf een opstel met elf moeilijke woorden

Taak: Schrijf een opstel met elf moeilijke woorden     Chelsie was kallipygisch en bovendien de barbie van mijn zus. Ik kuste haar zouterik op een woensdag, de dag na oma’s verjaardagsfeestje in het tuinhuis van de buurman. Het rubber van haar rugje, haar vingertjes, haar borstjes en haar voetjes, alles kleefde aan mijn tong. Ik weet nog dat ik gulzig het overvloedige kwijl inslikte en vol ongeloof naar mijn piemel staarde, die een witte kleverige brij op mijn spijkerbroek en sneakers achterliet. Ik kon niet anders dan de harem knuffeldieren die ik al die jaren bij elkaar had verzameld in een plastic zak te stoppen en op de stoep te zetten, samen bij het restafval. Het afkarnen elke dag na school, samen met Chelsie, maakte de jongen in mij een beetje meer man. En toch voelde ik mij een glimpieper. Nee, een amour fou overvalt mij niet wanneer ik het poppenbordeel binnenwandel. De acht exemplaren zien er stuk voor stuk netjes uit dat wel; realistischer dan hun foto’s in de seksboekjes. Ik weet niet wat er mij te wachten staat, maar ik heb de afgelopen weken geoefend op een paspop die ik voor een prikje uit een etalage met trouwjurken heb kunnen redden. Plompzakken is me niet gelukt, maar volgens de eigenaar van het bordeel zou dat bij een echte sekspop wel mogelijk zijn. Anja heeft de grootste boezem. Ik kies haar en betaal vijftig euro voor een half uur. De kamer, het bed, het behang, de geur van etherische oliën, de benwaballen op het tafeltje naast de relaxzetel die dienst doet om mijn kleren op te leggen: alles ziet er levensecht uit. Een valleiorgasme zal ik haar niet kunnen geven, maar een doppie maken moet lukken. Ik ben er klaar voor. Voorzichtig ga ik tussen haar benen zitten, buig voorover en bijt in een tepel. Er gebeurt niets. Ik probeer het nog eens, harder nu. Weer niets. In de hals. Achter het oor. Op de buik, tussen tenen, vingers, haar oorlelletje. Ik word er niet geiler van. Het geitenoog dat strak rond mijn eikel zit doet ook niet veel. Mijn priaap blijft uit. Anja is een pop gemaakt uit ThermoPlastisch Elastomeer. Gesmolten rubber zoals bij barbies. Maar deze levensgrote smaakt niet zoals de kleintjes wanneer ze stiekem in een tuinhuis uit hun doosjes worden gehaald, eerder naar siliconen dildo’s en andere seksspeeltjes. Ik kijk met een blik vol ongeloof naar Anja, verwacht niet dat ze antwoordt. ‘Vandaag is het donderdag, zeg ik, ‘eergisteren is mijn oma vijfenzestig geworden.’   Sascha Gemeentelijke Basisschool Klas 6 A    

Sascha Beernaert
35 0

Seksuele gezondheid LGBTQ anno 2019

Volgens onderzoek van Sciensano (https://www.sciensano.be/nl/pershoek/minder-hiv-diagnoses-maar-hiv-treft-diverser-publiek), daalde in 2018 het aantal hiv-diagnoses met 2% in vergelijking met 2017. PrEP lijkt daarbij positief bij te dragen aan de preventie van hiv en de daling van het aantal gevallen. (PrEP is een preventieve behandeling van mensen die geen hiv hebben maar wel een groot risico lopen op besmetting). Bij mannen die seks hebben met andere mannen zien we dezelfde neerwaartse trend, hoewel deze daling vandaag nog te miniem is om al te spreken van een serieuze ommekeer. Hoe kunnen we nu als gemeenschap verder nadenken en concreet pistes uitwerken om die daling van het aantal nieuw geïnfecteerde mannen die seks hebben met andere mannen (msm) verder te zetten, de juiste uitdagingen aan te gaan in een lange termijnvisie en onze gezondheid niet louter te minimaliseren tot hoe veilig of minder veilig we seks hebben. Homomannen hebben in het verleden zwaar met hun levens betaald in de strijd tegen aids. Niet alleen door het aidsvirus zelf; ook discriminatie en stigma hebben veel negativiteit in handen gewerkt en doen dat vandaag nog verder. Nog steeds blijven mensen bezorgd om over hun positieve status te communiceren. En nog steeds worden mensen op een negatieve manier op hun homoseksualiteit en homoaffiniteit gewezen. Wanneer we kijken naar de geschiedenis van aidspreventie in België en in het buitenland, stel ik vast dat we vandaag in een post aidstijdperk leven waarbij combinatiepreventie werkt (https://www.sensoa.be/hiv-belgie-feiten-en-cijfers). We komen van ver. Van heel ver, ook al lijken we meer en meer grip te hebben op hiv en aids, achter de term post aidstijdperk schuilt helaas ook weinig investering in de strijd tegen aids door de huidige jongere generaties. Wat heeft de strijd tegen aids ons voor, tijdens en na het ‘aidstijdperk’ bijgebracht? Wat deden we toen en wat doen we vandaag? Voor welke uitdagingen staan jonge holebi’s vandaag? Seksboeken van Goedele Liekens of Belle Barbé gaan dat niet veranderen, zij zetten meer in op seks als glamoureus modeverschijnsel dat je in alle kleuren en geuren overkomt. Ook al bulken deze boeken van geluk en genot en is hun positieve benadering een verademing in het landschap van boeken over seks, in se brengt hun literatuur niets nieuw bij aan het debat van iedere homoman en zijn (seksuele) gezondheid. De bibliotheek van heteroseks is meer dan compleet en is altijd al toegankelijk geweest in de leeshoek van iedere supermarkt. Ook hun schrijfsels over het lichaam vinden we terug in iedere medische encyclopedie. Elke heteroseksueel vindt wel zijn of haar antwoorden. Voor een jonge seropositieve homo is het vandaag nog steeds zoeken naar antwoorden die niet in de heterobibliotheek staan. Waarom is seksuele gezondheid voor homomannen vandaag nog zo belangrijk in de strijd tegen aids? Seksuele gezondheid specifiek voor mannen die seks hebben met andere mannen rust op het principe dat wanneer je aan aidspreventie doet, de aanpak en de visie ervan op een holistische manier benaderd wordt en dat gezondheid voor deze populatie niet enkel en alleen berust op hiv of aids. In dit post aidstijdperk waarvan ik in mijn denkpistes in het verleden al gewag over heb gemaakt, zijn we als groep, als gemeenschap uit een crisis geraakt die ons vandaag toelaat op lange termijn na te denken over die toekomst. Deze aanpak heeft gewerkt. Aan die dynamiek die de homogemeenschap toen aan de dag heeft weten te brengen moet vandaag een nieuw elan gegeven worden. Een nieuwe benadering in een holistische benadering van seksuele – en bij uitstek ook fysieke, psychologische, sociale en emotionele gezondheid, kan niet meer enkel en alleen gefocaliseerd zijn op negatieve benadering die msm zouden hebben in hun gedrag of hun psychologie (zoals : homo’s zijn niet in staat om…, homo’s kunnen niet…); we moeten veeleer verder bouwen op de positieve successen en de expertise die een hele gemeenschap doorheen maatschappelijke en ook politieke stormen heeft weten op te bouwen. Het collectieve binnenin de holebigemeenschap en de sociale verbintenis vindt zijn oorsprong niet bij ouders of familie. Het deel van iemands identiteit dat homo is, komt van de sterkste, meest pure menselijke drift : verlangen. De holebigemeenschap is geen gesloten of op zichzelf geplooide gemeenschap. Het is een gemeenschap die haar gelijke vindt in seksuele, amoureuze, sociale en recreatieve praktijken en die een eigen positieve identiteit opbouwt. Fierheid is in onze gemeenschap van groot belang. En ook al is onze gemeenschap doorheen de jaren veranderd en geëvolueerd (homo’s uit de jaren 70 zijn niet dezelfde homo’s als homo’s uit de volgende decennia), je kan geen publiek gezondheidsbeleid voeren dat stigmatiserend werkt, waarbij je bepaalde (seksuele) praktijken en (seksuele) contexten of specifieke identiteiten gaat veroordelen en moreel gaat verwerpen. Ook de huidige normalisatie tot stand gekomen door het homohuwelijk en adoptie staat een eigen identiteit niet in de weg. Integendeel. De holebi-gemeenschap is vandaag een erg diverse gemeenschap met specifieke noden, eigen belevenissen en benaderingen, ten spijt van gevaarlijke politiek waarbij nog steeds het oubollige traditionele man-vrouw schema als hoeksteen van de maatschappij geldt. Ook al roepen deze vaandeldragers van de moraal heel luid niet tegen holebi’s te zijn, het blijft negatieve politiek die de meest kwetsbare binnenin de maatschappij en de gemeenschap grote schade berokkent. Onze gemeenschap kent ook individuen met migratieachtergrond, er zijn mannen die zonet naar België zijn gekomen, in trauma leven en voor wie hiv/aids nog steeds een groot taboe is. Ook deze groep verdient speciale aandacht binnen een seksueel gezondheidsprogramma. De homogemeenschap gaat doorheen alle culturen. Seksuele gezondheid voor LGBTQ+ behelst de veelvoud en de culturele diversiteit van de manier waarop gays hun seksualiteit beleven en het is ook in hun belang om binnenin een globale visie rekening te houden met verschillende vormen van sociabiliteit, van plezier, van kennis en van hun capaciteit voor zichzelf te zorgen. Seksuele gezondheid is er veelzijdig en kan niet gericht worden op een unitaire – meestal medische – aanpak of heteroseksueel georiënteerde benadering. Een denkpiste is hier niet op zichzelf terugvallen, als groep of als individu maar om de pijlen van de toekomst te richten op beleid en politiek die de mensen en de meest kwetsbare van ons in hokjes duwt en het welzijn van holebi’s ondermijnt. Het is ook denken aan een seksueel gezondheid centrum voor holebi’s, het versterken van het contact met de arts en onze gezondheid steeds in het licht van onze eigen belevenissen te houden. Het is aan onze gemeenschap om hier de dynamiek te brengen en het werk niet over te laten aan zogenaamde professionelen die het wel goed voor holebi’s hebben maar seksualiteit uniformiseren en reduceren tot een klassiek man-vrouw patroon. Het werk moet opnieuw van binnenuit komen, vanuit onze eigen gemeenschap. Seksualiteit bij msm is niet dezelfde seksualiteit als bij hetero’s. Punt aan de lijn. Tenslotte moeten we als homogemeenschap waakzaam blijven over onze eigen gezondheid en wanneer we spreken over seksualiteit bij homomannen, moeten we het niet altijd enkel en alleen hebben over het aantal infecties te vinden bij msm maar we moeten ook andere vragen die ons bezighouden durven stellen. We moeten blijven werken aan onze toekomst en de beste bewakers blijven van onze levenskwaliteit, met of zonder hiv. We moeten alert blijven dat een hele maatschappij, politiek en sociaal, onze praktijken niet veroordeelt en ons reduceert tot oneliners als “Ja maar, ze hebben het zelf gezocht”. Laat ons positief blijven, fier ook, op hoe we na bijna 40 jaar strijd tegen aids ons eigen leven verder zelf bepalen, in onze seksualiteit, in onze affiniteit, in onze homoseksualiteit. Seropositief of seronegatief. Ik schrijf voor Zizo Magazine, ik ben sexpert in lgbt issues en ik studeer seksuologie. Ik ben ruim 30 jaar werkervaren in (seksuele) gezondheid bij holebi’s en ik pleit voor positieve (seksuele) gezondheid bij holebi’s, voor en door holebi’s.

Erwin Abbeloos
37 0

Meisje van zestien

  Het appartement op de negende verdieping had iets van een stilleven. De late najaarszon zorgde voor een vreemd contrast. Als een gerichte spot die de helft van de living goudkleurig verlichtte en de rest onder een grauw zeil verstikte. Zij splitste het bestaan in wit en zwart. Hanne zat aan de verkeerde kant. Suf keek pa naar de ronde wandklok in de keuken. Vanop de salonbank zag hij er door de openstaande deur, recht op uit. Nog zo vroeg en bijna avond? De zondagen waren hun naam niet meer waardig. Hij trok zich recht en legde zijn haar in de plooi. Wat hij altijd deed sinds Esther hem verboden had de verveling van zijn lijf te krabben als hun dochter in de buurt was. Zich beheersen was voor hem geen lachertje. Opgroeien voor Hanne ook niet. “Zo zie ik het nieuws eens van bij het begin.” grapte hij in haar richting. “Bevertje, zap de teevee eens aan. Hopelijk zijn er niet teveel doden.” “Koop een smartphone, zoals iedereen.” beet zij terug. “Dan hoef je niet op het nieuws te wachten. Teevee is kut. En stop met dat bevertje.” Sinds Hanne een pedagogische instelling-zonder-examens bezocht, hanteerde zij een heftig taalgebruik. Alsof zij niets meer te verliezen had. Nors wierp zij haar mobieltje naast zich neer, scharrelde naar de afstandsbediening en gehoorzaamde. Zoals steeds. Voor hoelang nog? De witte straal die aanfloepte, wiebelde op de kadans van de kommentaarstem. Op de achtergrond loeiden politiesirenes en knalden revolverschoten. Onverstoord ging de stem verder. Op een vlakke toon, alsof zij een keukenrecept voorlas. “Het was juist rustig.” jammerde ma van achter het fornuis. De ene keuken was de andere niet. Haar weeklacht klonk van nog verder. Hanne zuchtte. Het werd tijd dat zij naar haar kamer ging om wat stilte met haar followers te delen. Voor de Instagram-familie was het nooit te laat of te luid. Haar internetverwanten hadden altijd een blij gezicht, een vrolijk hart. Snel hengelde zij terug naar haar gsm. Misschien had zij in de verloren minuten, belangrijke berichten gemist. Zij maakte het snel goed en dropte wat emoji’s. “Nepnieuws.” zeurde pa. “Het enige waar jouw smartphone toe in staat is.” Hij deed het woord “smart” tussen aanhalingstekens klinken, alsof er niet veel vernuft bij te pas kwam. “En vermist echt nieuws jou niet interesseert, kan je misschien de tijd nemen om het raam dicht te schuiven. Want zeg eens, wat gebeurt er vanavond? Zo snel donker en nog koud ook.” Onverstoord tokkelde Hanne verder. “Bevertje!” beval hij. “Schuif het raam dicht!” Geïrriteerd veerde zij recht, haastte zich naar het terras en liet de zware glaswand langs de buitenkant dicht glijden. Alsof zij zich buiten sloot en nieuwe opmerkingen wou afgrendelen. De kille avond plakte meteen tegen haar wang. Het deed haar goed. Zij verafschuwde de bevelen van haar pa, zijn opgefokt woordgebruik. Zij baalde van zijn taal, maar had vooral een hekel aan zijn troetelnaampjes. Wat dacht hij wel? Zij was geen kind meer, bijna een vrouw. Eigenlijk haatte zij hem. Had een afschuw aan het appartement. Behalve aan het uitzicht. Dat was cool. Even vergat zij haar wereldwijde webvrienden om in de verte te turen. Naar de stad, aan de andere oever van de stroom, van hun woonblok gescheiden door uitgestrekt groen en kunstmeertjes. Waterplassen waarop overdag piepkleine zeilboten dobberden. Heel chic. Op dit late uur, zorgden alleen de stemmen van spelende tieners voor wat leven. Over de reling keek zij in de diepte, naar het sportterreintje, voorbehouden aan de flatbewoners. Vandaag om te frisbeeën. Een rode schotel flitste van de ene hand naar de andere en ontlokte gedempte waw’s en yeah’s. Zij herkende meteen de jongen van verdieping vijf. Zijn stem was even irritant als zijn gezicht vol puisten. Als zij hem in de lift kruiste, durfde zij hem zelfs niet onrechtstreeks via de wandspiegels aan te kijken, uit angst te moeten overgeven. Wat een zielenpoot. Een opschepper zoals iedereen in dit gebouw. Hier huisden alleen mensen die aanzien wilden afdwingen. Toen haar vader een jaar geleden een fikse promotie bij de bank had gekregen, waren de muurhoge ramen, de namaak openhaard en het dure parket bedoeld als trapje hogerop. Of beter, als trap hogerop. Tot verdieping negen. Het nummer van de elite, zoals hij dat omschreef als er visite was. Bullshit. Gelukkig was er het uitzicht. De puistenjongen scoorde met veel kabaal. Zij hoorde hoe de anderen hem omhelsden en kneep vol walging haar ogen dicht. “Boe!” grapte pa achter haar rug. Het deed pijn in haar oor, alsof hij er een stop  in propte. Hij deed haar altijd pijn. Zij verstijfde, had hem niet horen aankomen. “Aan tafel!” beval hij. “Of heeft Bevertje geen honger?” Verkrampt zocht haar buik steun tegen de borstwering.  Op een dag zou zij de vaderaffectie niet meer aankunnen. Genoeg hebben van zijn grappen. Hij, de beul. Zij, het vaderskindje, de liefde van zijn leven, zoals hij dat bij diezelfde visites gevat omschreef. Gevolgd door een houterige aai over haar sluikhaar, alsof zij een puppy was. Zij was een meisje van zestien dat niet aanvaardde hoe hij van haar hield. Het moest anders, maar hoe?  Zij wou weg. De rode schijf beneden zoefde nog steeds van hand tot hand. Bij elke worp, elke opvang, deden de jongens uitbundiger. Brutaler. De frisbee werd een rode stip die kinetisch in alle richtingen danste. Een lichtpunt dat haar hypnotiseerde. Haar naar beneden lokte. Zij verzette zich niet. Dit was het moment. Zij was een vogel die zijn vleugels niet meer kon uitslaan. De zwaartekracht zou haar werk doen. Haar feilloos laten zweven. Tot op het zachte asfalt van het sportterreintje. Hanne zou het laten gebeuren. Ogen wijd open. Zo moest het. Eindelijk stilte. Op het ogenblik dat zij zich niet meer verweerde, sloeg pa zijn arm rond haar schouders en drukte zijn hoofd tegen dat van haar. “Het is al goed. ” suste hij. “Ik heb het begrepen, wij gaan het anders aanpakken, weg dat bevertje.” Eén enkele zin en de spookgedachte in haar hoofd plofte de dieperik in. Niet zij. Gaf hij dan toch om haar? Zou hij ooit een echte daddy worden? Goed dat zij niet sprong en hem een nieuwe kans gunde. Een meisje van zestien flitst snel van zwart naar wit. Soms op het nippertje.

Dorlan Slefficsroth
28 0

Stroom

Bij het aanbreken van de dag sta ik klaar op het perron. Vol verwachting (komt hij op tijd vandaag?) wacht ik tot de slagbomen onder muzikale begeleiding de overweg afsluiten. De trein komt het station binnengerold. Ik zoek mijn plekje, zo ver mogelijk achteraan, maar nooit in de laatste wagon, daar wijk ik niet van af. Ik dommel nooit meer in zoals vroeger, toen eindeloos lange nachten versmolten met langgerekte dagen. Ik laat de muziek door mijn oortjes stromen, werp een vluchtige blik op het nieuws van de dag, geniet van een licht ontbijt. Dan is het tijd om te verdwalen in mijn boek. Vroeger dansten de letters ongrijpbaar voor mijn ogen, nu vinden ze gemakkelijk de weg naar mijn bewustzijn. Ik slik de zinnen gulzig in terwijl de trein zich een weg door het landschap slingert. Sidderend en bevend rijden de minuten voorbij. Soms kijk ik even op, verwonder me over een zonsopgang, over een nieuwe dag die ontwaakt. Ik wil de tijd rekken, verder opgaan in de woordenstroom, maar daar komt de laatste halte al in zicht. Op het werk, in het veel te fel verlichte kantoor, glijdt de tijd voorbij, altijd veel te traag, of veel te snel. Als de dag de avond kust, kan ik terug naar mijn trein. Dan maak ik tijd voor gesprekken, haak ik mijn wagonnetje vast, aan bekenden en volslagen wildvreemden. Bij gebrek aan gezelschap, kruip ik terug in mijn boek, soms doe ik even mijn ogen dicht, dan laat ik de dag rustig wegzinken. Nog voor ik het spoor bijster raak, rolt de trein mijn eindstation binnen.

Ine Moreels
13 0

Patatten met snottebellen

Een man van pakweg zeventig jaar, al kan het ook een jong uitziende tachtiger zijn, speurt in een taverne naar een vrijstaande tafel. In zijn kielzog schuifelen twee jongemannen. "Opa met zijn kleinzonen", zeg ik. Het koppel naast ons zwaait naar de man. De vrouw maakt daarbij ietwat overdreven lipbewegingen, zonder een geluid voort te brengen. "Wij vertrekken zo", liplees ik. "Dat is vriendelijk", zegt de man. Ik begrijp dat ze net voordien samen een grote militaire begraafplaats bezocht hebben. De kleinzonen zijn onder de indruk. "Opa heeft nog gezien dat ze de stoffelijke resten van de soldaten met vrachtwagens tot hier brachten", zegt hij. Grootouders spreken vaak in de derde persoon over zichzelf. "Misschien vertellen zijn kleinkinderen dat verhaal volgende week wel in de klas", fluister ik. "Of hij kan het er beter zelf vertellen. Een verhaal uit eerste hand blijft altijd meer hangen." De oudste van de twee kleinzonen heeft de leeftijd om een pintje te bestellen. Opa knikt goedkeurend. Als hij even later een foto neemt van zijn kleinzonen, zegt de oudste dat hij die maar niet naar hun papa moet sturen. Aan hun accent hoor ik dat de kleinkinderen aan de andere kant van het land wonen. De jongste heeft onlangs een voetbalwedstrijd in de streek van Brugge gespeeld. Op een slecht veld. "Een patattenveld dus", zegt opa. Waarna hij moet uitleggen waar die naam vandaan komt. "Alsof ze net aardappelen hebben uitgedaan op het veld", verklaart hij. "Ik heb vroeger vaak op echte patattenvelden gezeten", zeg ik tegen mijn vrouw. "De aardappelen gerooid in de tuin of op het veld. Op onze knieën. Onze pa met de riek en ons ma met een rode doek op haar hoofd. Ik zie ons nog zitten. Met de ijzeren mand om de aardappelen in te doen. Het leek wel eens scène uit een oud schilderij. Op zich leuk om te doen, maar af en toe graaf je een rotte aardappel op. Behoorlijk vies, zoals snottebellen." "Zeg, we gaan dadelijk wel eten", zegt mijn vrouw. "En als je dan 's avonds in bad ging", ga ik verder alsof ik het niet gehoord heb, "zag het water achteraf zo zwart als de nacht. Precies alsof er inkt in plaats van water in het bad zat. Het groene schuursponsje lag klaar, samen met de gele bus Cif, om achteraf het bad terug netjes te maken. Drie dagen later kwam er nog zand uit mijn neus." "Jij moet later ook van die verhalen vertellen", zegt mijn vrouw. "Opa heeft vroeger nog veel patatten geraapt, kan je dan zeggen." Net op dat moment brengt de ober ons eten. "Inderdaad", zeg ik. "Patatten met snottebellen."

Rudi Lavreysen
5 0

Het is rap gebeurd

Zondagavond in de wachtzaal van de spoed. Ondanks de urgentie van sommige letsels is iedereen er gelijk voor de wet. Wachten tot je aan de beurt bent. Er komen extra stoelen. "We hebben een tweede urgentie-arts opgeroepen", komt de eerste zeggen. Wegens de onvoorziene drukte. Voor ongevallen tijdens sportwedstrijden, zoals onze voetballer en zijn knie. Hij is niet alleen. Nog een voetballer en twee handballers hebben ook iets … aan de hand. En accidenten tijdens feestjes. Een man komt met een zwaar bebloede keukenhanddoek tegenover me zitten. De handdoek krijgt het bloed niet geabsorbeerd. Er vallen druppels op de vloer. Zijn gezicht ziet zo wit als de handdoek ooit geweest is. Ze laten hem gelukkig snel binnen. Was het een mes? Glas? “Het is rap gebeurd”, zegt een mevrouw. Het tv-toestel aan het plafond staat aan, maar het ruist en kraakt. Alsof het sympathiseert met de gewonden. Later op de avond zitten we in een nieuwe wachtzaal. Een man leunt tegen de deurstijl. “In het ziekenhuis kom je maar voor één ding voor je plezier. Als er iemand bevallen is”, zegt hij. Waarna hij zelf naar zijn buik kijkt. “Nee, het lijkt zo, maar ik ben nog niet zover”, lacht hij luid. Een andere man vertelt honderduit over de kwetsuur aan zijn voet. Hoe hij de hele week heeft rondgelopen met een dikke enkel. En dat ze allemaal niet zo flauw moeten doen. Later zien we in de deuropening een voet in het plaaster voorbijkomen. Vervolgens de praatjesman met een bedrukt gezicht en dan zijn vrouw die hem voortduwt in de rolstoel. “Nu heeft hij het niet zo druk”, lacht de man die nog altijd tegen de deurstijl leunt. Als we later met slecht nieuws over de voetballersknie naar huis vertrekken zie ik dat de tv in de eerste wachtzaal nog altijd kraakt.

Rudi Lavreysen
119 0