Lezen

Draaien maar

‘Ja, hij demarreert! Al lange tijd hangt hij aan het elastiek, maar hij herpakt zich! Die trapt toch in de boter, zo’n souplesse, zo’n jus in de benen, Van der Wolk doet het fantastisch!’ Geconcentreerd en op de grote molen kachelt hij door, en danseuse de Paterberg op. Zweet drupt langs zijn slapen naar beneden. Een waterval baant zich een weg langs zijn ruggengraat. Maar dat gat, dat zal hij koste wat het kost dichtrijden. ‘Komt Van der Wolk terug? Hij nadert het peloton dat al de hele tijd in een waaier fietst. Nog 10 seconden en hij hangt er weer aan. Het zal lukken, ongelooflijk!’ Daarnet dachten ze dat hij zou opgeven, vergeet het maar. Die testosteron-boost heeft wonderen gedaan. Hevig malend weet hij al dat hij het peloton zal inhalen, meer nog, hij zal naar de kop fietsen! Als hij dat zweet maar eens kon afvegen. Emmertjes rond zijn fiets hangen is niet zo praktisch. Een verbeten glimlach om dit grappige beeld tovert zich om z’n lippen. O ja, zijn kracht kent geen grenzen! ‘Hij haalt het peloton in! Meer nog, Van der Wolk maalt richting het groepje dat begin de wedstrijd ontsnapte en al de hele wedstrijd chasse patate rijdt. Deze Ronde is ongelooflijk spannend! De kijkers thuis worden weer op fantastische televisie getrakteerd! Een waar genot voor de fans die al 2 dagen met hun caravan aan het bivakkeren zijn voor het beste plekje langs de weg!’ Super geconcentreerd bijt hij door, daar komt het groepje ontsnapte renners al in zicht. Nog even en hij zal zelfs bij de koprijder raken. O ja, wees maar zeker dat het zal lukken. Hij, in wie niemand geloofde, hij is de beste renner van het land! ‘Mensen, dit is nooit gezien, wat een prestatie! Goh, goh, dit is smullen! Van der Wolk heeft het groepje ingehaald, ongelooflijk! Hij speelt het slim, hij zet zich in de zetel tot het momentum komt om het gat dicht te rijden. Zal hij het doen? Zal hij het wagen richting kopman, die al zo lang eenzaam en alleen de hele koers trekt?’ Even wieltjeszuigen om op adem te komen. Zijn hart bonkt als een hele fanfare trommelaars. Die adrenaline kan hem nog lang verder drijven. Zijn oortje heeft hij al lang in de berm gegooid, hij kan dit perfect in z’n uppie. Als hij de tweede keer op de Paterberg komt, zal hij alles losgooien, dan is het alleen nog aan hem. Hij alleen is de koning van de Ronde! ‘We naderen de Paterberg voor de tweede keer. De koprijder krijgt de man met de hamer, je ziet bijna de pap in zijn benen. Die zal nog moeten lossen. De Paterberg met zijn verraderlijke neep van maar liefst 20%, dat is geen walk in the park!’ Nu is het zijn moment, no sweat no glory, hij begint als een gek te stampen, soepel uiteraard, verbeten draait hij op weg naar de roem. ‘En ja, Van der Wolk demarreert nog maar eens een keer, wat had je gedacht, natuurlijk doet hij het! Dit wordt zijn gloriemoment. De finale richting eindstreep is ingezet. De kopman heeft het definitief opgegeven, hij draait vierkant, dit is een verloren zaak. Maar Van der Wolk, om van te smullen! Hij maalt en maalt en maalt met een nooit geziene souplesse richting overwinning! De kampioen, de winnaar van de Ronde!’   Gutsend van het zweet stapt Patrick van zijn rollen in de woonkamer en doet de televisie uit. Dat heeft deugd gedaan, zijn jaarlijkse innerlijke gloriemoment terwijl hij naar de Ronde kijkt.  

Linde Verlat
5 1

Meduse

Scheuren en gaten. Breuklijnen. Zo komt het licht binnen. Zo sijpelt het bewustzijn naar buiten. Minuscule lichtpuntjes in het duister. Als vlokken stof zweven ze onwennig door de kamer. Vonken verzamelen zich rond mijn hoofd. Vormen een aureool. Mogelijk een kroon van doornen. Het vuil van de aarde. Ze onthullen zich als kwalvormige gasplaneten in doffe blauwe kleuren. Elegante centripetale wezens die zich verliezen in onhoorbare muziek. Mijn hoofd gonst van de suggesties, een duizelingwekkende choreografie op een stille symfonie. Een artistieke openbaring waarvan ik de betekenis niet begrijp, maar ik kick op haar schoonheid, mijn ogen inhaleren de fonkelende gedaantes en worden zelf drager van het vuur. In een fractie van een seconde zie ik de waarheid en niets dan de waarheid, hoe de hele wereld in elkaar zit, van een beangstigende schoonheid, de perfectie maakt krankzinnig, en een mens kan zo’n inzicht slechts enkele seconden dragen, voor zijn hele geest zich met complete en verwoestende en onoverwinnelijke waanzin vult. Er zit wel degelijk een methodiek hierachter, net als achter alles, maar het oog kan slechts haar willekeur vermoeden. De drieste neteldiertjes maken wel eens scherpe bochten, onverwacht, nu eens links, dan rechts, iets naar boven, diep naar onder, maar lijken altijd de onvolmaakte cirkel rond mijn hoofd te beschrijven. Na geruime tijd – minuten? een halfuur? vele uren? – krijgt het hele occulte proces iets schrikwekkends. Steeds meer begin ik de situatie waarin ik me bevind te verafschuwen. Slaaf van een naargeestig mantra waar ik de ballen van begrijp. De verschrikking is absoluut. Mijn slapende lichaam schokt en werpt zich uit zijn baan. De kamer vliegt overkop. Ik voel dat iets zich heel gauw los zal maken van mijn lichaam, maar ik weet niet wat. Gaat het om meer vloeistoffen of gassen? Of zal er iets essentiëlers uit mij ontsnappen? Hoeveel stukjes ziel zal ik deze nacht nog morsen? En wat blijft er in de ochtend over? Laat ik enkel nog huid en afdruk in mijn gekwelde bed over en zal de essentie van mijn bestaan ten hemel rijzen, omringd door ondertussen honderden lichtgevende medusen? Met welke snippers uit welke heilige boeken zal ik wat betekenis bij elkaar kunnen puzzelen? Ik weet dat ik zonden zal moeten afleggen. Angsten zal moeten uitschijten. Wrok uitkotsen. Woede uitzweten. Haat uitzweren. Jaloezie uitpissen. De donkere lucht wordt ijler en condenseert. Alles is oceaan nu. Waar kwallen goed gedijen. Ik niet. Ik lig te stinken in een zelfverklaard aquarium. En de blauwe weekdieren ondergaan een nieuwe transformatie. De spoken van de oceaan krijgen steeds menselijkere trekken. Gelei wringt zich in vlees. Tentakels schoppen het tot ledematen. Het zijn nu lijken van drenkelingen. Ik lig hier verdomme in een zeemansgraf. Het massagraf dat we liever willen vergeten. De duizenden lijken op ons collectieve geweten. Dat laatste beetje menselijkheid dat al lang weer is uitgescheten. De kolkende hompen rottend vlees beginnen samen te klitten tot een groot respirerend wezen, een soort van rimpelige, harige en vlezige godin. Met een beetje verbeelding een gigantische blauwe kut. Misschien wel die van een godheid uit de vele wereldgodsdiensten die er te rapen vallen. De Vernietiger. Zij-wiens-kut-blauw-is. De pratende maar tandeloze vagina stelt me enkele vragen waar ik niet op kan antwoorden. Ik kijk haar angstig aan, iets wat zij naar arrogantie vertaalt. In het midden van het zwarte gat kolkt een vuurbal als een soort van oog. Het kijkt me doordringend aan terwijl ze mijn eerste opdracht aan me toevertrouwt. Niet gehoorzamen ligt niet in mijn aard. Ik weet wat er volgt. Een boeiende maar uitputtende reis naar de openbaring waar ik al heel mijn leven op wacht. Volg de kwallen door de levenspoort naar wat je altijd al hebt willen weten. Leg jezelf af in lagen. Ontdoe je van armen, benen. Schuur de huid van je vlees en het vlees van je botten. Al je geheimen liggen nu als appels voor het rapen. Je hoeft geen densiteit. Je bent niets met gestalte. Je bent een zwevend bewustzijn. Een verlichte geest. Je toegetakelde brein voelt zich als de laatste coelacanth op sterk water. Zwoegen bevrijdt.

Gert Vanlerberghe
0 0

Luisteren

  Luister je, ik vertel je iets, je hoeft mijn verhaal gewoon te beluisteren, dit is moeilijk want goed luisteren is niet horen wat iemand zegt, maar het is het verhaal opnemen. Je luistert niet echt als je zelf meedenkt, je geest openhouden, luister eens naar een verhaal zonder te denken. Samenvatten en bevestigen: Het kan heel nuttig zijn om het verhaal van de "verteller" in je eigen woorden na te vertellen, om in het kort te laten zien dat je het begrepen hebt. Hierdoor weet de spreker zeker dat je inderdaad hebt geluisterd naar wat hij of zij aan het vertellen is dat het voor jou "duidelijk is". De spreker kan zo ook bepaalde delen van het verhaal corrigeren of verduidelijken, als blijkt dat jij iets niet goed begrepen hebt. Nadat je eerst begripvol naar de ander hebt geluisterd, is het moment aangebroken om actief en constructief te luisteren: Formuleer je vragen zorgvuldig. Vraag bijvoorbeeld, "Je vond het dus niet leuk om toe te moeten geven dat het jouw schuld was. Maar ik begrijp eigenlijk niet waarom je je schuldig voelt. Ze hebben je gewoon gevraagd om iets niet op die manier te doen." Als je de vraag op die manier stelt zal de ander direct moeten reageren op het feit dat jij iets niet begrepen hebt. In zijn of haar reactie begint de spreker als het goed is over te gaan van een grotendeels emotionele reactie op een meer logisch en constructief antwoord. En begin AUB niet bekijk het positief, dan lijkt het of de verteller een heel negatief persoon is, wat niet waar is elkeen beleeft zijn wereld op zijn levenspad. Kan jij echt luisteren?

Chantal
0 0