Lezen

Slechts de intentie telt

Het verhaal van de architect over de recente demonstraties aan hotel Mariposa liet Port niet los en hij besloot zelf polshoogte te gaan nemen. Hij nam de kustweg, een route die hij meestal vermeed. Die autoweg liep wel meer dan honderd kilometer parallel met de zee, maar slingerde hier noodgedwongen het binnenland in, in een wijde boog om de uitstekende klif met het megalomane bouwproject Mariposa heen. Menig toerist wierp er een vertwijfelde blik op de wegenkaart, en vreesde een foute afslag te hebben genomen om nu onverbiddelijk mijlenver het dorre binnenland in te moeten. Omkeren was op de smalle, bochtige weg immers uitgesloten. Wanneer in de verte weer de blauwe glinstering van het zeeoppervlak opdook, zetten de vakantiegangers hun auto opgelucht even aan de kant. Op de daarvoor voorziene wegverbreding legden ze slaafs het panorama vast waartoe een verkeersbord met afbeelding van een fototoestel hen aanspoorde. Port reed zo ver niet door. Op het punt waar de kustweg zich onderdanig om de berg heen moest kronkelen, als een slang rond de troon van de witmarmeren vorstin Mariposa, kende hij een steile, maar goed berijdbare grindweg die aftakte richting zee. Na vijfhonderd meter versmalde die weg tot een jaagpad tussen de toegang naar het hotel en het strand. Port parkeerde tussen een hoop bouwpuin en een stapel houten palletboxen, zodat de Mercedes Sprinter zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken was. Het heldere schijnsel van een grote witte maan verlichtte het hele terrein, dat met roestige nadarhekken afgesloten was. Hij keek omhoog en zag dat de architect gelijk had: de zwarte schandvlek die zij destijds, samen met de activisten van Greenpeace, hadden aangebracht op de voorgevel van het hotel, was enkele vierkante meter groter geworden. De verticale witte uitsparing van terrassen en portieken die de letter I, van ILEGAL, had gevormd, was nu ook zwartgeverfd. De protestslogan was alzo veranderd van HOTEL ILEGAL in HOTEL LEGAL. Op de lage betonnen omwallingsmuur vochten hun groene graffitiletters van weleer “Recuperemos la Playa” en “Demolición Ya” om een plaatsje met kladwerk van recentere datum: “HOTEL SI”. Vertwijfeld volgde Port het traliewerk verder in de richting van hun vroegere uitvalsbasis, het huis van Rogelio. Hij haalde opgelucht adem toen hij zag dat de meterslange muurschildering van Emily intact was gebleven. Enkel de kleuren waren vervaagd door de jarenlange blootstelling aan zout en zon. Wat was het toch een sterk werk en hoe goed kwam het tot zijn recht in de natuurlijke verlichting van het bleke maanlicht! De gehurkte hoogzwangere vrouw met de benen wijd gespreid en de knieën gebogen, als stond ze op het punt al zittend te bevallen, riep hem als een sirene. Het was volgens Port de eerste en enige keer dat Emily een realistisch zelfportret had gemaakt. Meestal beeldde ze zichzelf af als een van de hologige schreeuwende spookverschijningen uit haar nachtmerries. Port kon niet weerstaan aan haar lokroep en kroop over het hek. Die inspanning deed hem duizelen, hij struikelde en schaafde zijn scheenbeen. De toch al dun geworden stof van zijn jeans scheurde ter hoogte van zijn knie. Hij hoorde de demonische lach van de lelijke, gehoornde kobold, aan het andere uiteinde van het schilderij – het goede tegenover het kwade-, schallen door de nacht. Toen hij opkeek naar het hem bekende tafereel van de duivel, die aanzat aan een feesttafel, gedekt met diverse wereldse verlokkingen: een magnumfles champagne, een aangesneden slagroomtaart en een schatkist die uitpuilde van de bankbiljetten, herinnerde hij zich de droom van enkele maanden geleden. Waarom had de babypop van zijn zusje na zoveel jaren gezind op wraak? Het zweet brak hem uit. Plots begreep hij het. Hij keek verdorie in een spiegel, hij zag zichzelf! Hij had zijn ziel verkocht aan deze duivel die de naakte, arme donders aan de andere kant van de tafel vierkant uitlachte. Wat had hij toch gedaan? Wat had hem bezield om het op een akkoordje met Fernandez te willen gooien? Port probeerde zijn onregelmatige ademhaling te kalmeren door hardop te tellen: twee tellen in, één tel uit. Hij hield zich nu vast aan het stuk rechte muur, het middelste paneel van Emily’s drieluik, met de afbeelding van de kennisboom van goed en kwaad. Met één arm gestrekt tegen de muur schuifelde hij verder in de richting van de opengesperde muil van de walvis. Het zoogdier stond symbool voor familie, voor harmonie, en Emily had dat nog verduidelijkt door een kinderlijk hartje te schilderen boven de fontein waterdamp, die uit het spuitgat waaide. Maar tegelijkertijd kon je niet naast de pront rechtopstaande, stevige staart van het dier kijken, die nog martiaal leek na te trillen van zijn arbeid tussen de gladde dijen van de zwangere vrouw. Port wreef over de snuit van de kolossale vis en liet zich toen zakken in de schoot van de betonnen Emily. Hij liet zijn hoofd rusten tegen haar harde, dikke stenen buik en fluisterde: “Ik heb het toch alleen voor onze zoon gedaan, schat. Wat verwijt je me nu?” Toen gaf hij zichzelf twee klappen in het gezicht om zijn hoofd weer helder te krijgen. Hij moest de dingen dringend op een rij zetten.

esther wilderjans
0 0

Slechts de intentie telt

Het verhaal van de architect over de recente demonstraties aan hotel Mariposa liet Port niet los en hij besloot zelf polshoogte te gaan nemen. Hij nam de kustweg, een route die hij meestal vermeed. Die autoweg liep wel meer dan honderd kilometer parallel met de zee, maar slingerde hier noodgedwongen het binnenland in, in een wijde boog om de uitstekende klif met het megalomane bouwproject Mariposa heen. Menig toerist wierp er een vertwijfelde blik op de wegenkaart, en vreesde een foute afslag te hebben genomen om nu onverbiddelijk mijlenver het dorre binnenland in te moeten. Omkeren was op de smalle, bochtige weg immers uitgesloten. Wanneer in de verte weer de blauwe glinstering van het zeeoppervlak opdook, zetten de vakantiegangers hun auto opgelucht even aan de kant. Op de daarvoor voorziene wegverbreding legden ze slaafs het panorama vast waartoe een verkeersbord met afbeelding van een fototoestel hen aanspoorde. Port reed zo ver niet door. Op het punt waar de kustweg zich onderdanig om de berg heen moest kronkelen, als een slang rond de troon van de witmarmeren vorstin Mariposa, kende hij een steile, maar goed berijdbare grindweg die aftakte richting zee. Na vijfhonderd meter versmalde die weg tot een jaagpad tussen de toegang naar het hotel en het strand. Port parkeerde tussen een hoop bouwpuin en een stapel houten palletboxen, zodat de Mercedes Sprinter zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken was. Het heldere schijnsel van een grote witte maan verlichtte het hele terrein, dat met roestige nadarhekken afgesloten was. Hij keek omhoog en zag dat de architect gelijk had: de zwarte schandvlek die zij destijds, samen met de activisten van Greenpeace, hadden aangebracht op de voorgevel van het hotel, was enkele vierkante meter groter geworden. De verticale witte uitsparing van terrassen en portieken die de letter I, van ILEGAL, had gevormd, was nu ook zwartgeverfd. De protestslogan was alzo veranderd van HOTEL ILEGAL in HOTEL LEGAL. Op de lage betonnen omwallingsmuur vochten hun groene graffitiletters van weleer “Recuperemos la Playa” en “Demolición Ya” om een plaatsje met kladwerk van recentere datum: “HOTEL SI”. Vertwijfeld volgde Port het traliewerk verder in de richting van hun vroegere uitvalsbasis, het huis van Rogelio. Hij haalde opgelucht adem toen hij zag dat de meterslange muurschildering van Emily intact was gebleven. Enkel de kleuren waren vervaagd door de jarenlange blootstelling aan zout en zon. Wat was het toch een sterk werk en hoe goed kwam het tot zijn recht in de natuurlijke verlichting van het bleke maanlicht! De gehurkte hoogzwangere vrouw met de benen wijd gespreid en de knieën gebogen, als stond ze op het punt al zittend te bevallen, riep hem als een sirene. Het was volgens Port de eerste en enige keer dat Emily een realistisch zelfportret had gemaakt. Meestal beeldde ze zichzelf af als een van de hologige schreeuwende spookverschijningen uit haar nachtmerries. Port kon niet weerstaan aan haar lokroep en kroop over het hek. Die inspanning deed hem duizelen, hij struikelde en schaafde zijn scheenbeen. De toch al dun geworden stof van zijn jeans scheurde ter hoogte van zijn knie. Hij hoorde de demonische lach van de lelijke, gehoornde kobold, aan het andere uiteinde van het schilderij – het goede tegenover het kwade-, schallen door de nacht. Toen hij opkeek naar het hem bekende tafereel van de duivel, die aanzat aan een feesttafel, gedekt met diverse wereldse verlokkingen: een magnumfles champagne, een aangesneden slagroomtaart en een schatkist die uitpuilde van de bankbiljetten, herinnerde hij zich de droom van enkele maanden geleden. Waarom had de babypop van zijn zusje na zoveel jaren gezind op wraak? Het zweet brak hem uit. Plots begreep hij het. Hij keek verdorie in een spiegel, hij zag zichzelf! Hij had zijn ziel verkocht aan deze duivel die de naakte, arme donders aan de andere kant van de tafel vierkant uitlachte. Wat had hij toch gedaan? Wat had hem bezield om het op een akkoordje met Fernandez te willen gooien? Port probeerde zijn onregelmatige ademhaling te kalmeren door hardop te tellen: twee tellen in, één tel uit. Hij hield zich nu vast aan het stuk rechte muur, het middelste paneel van Emily’s drieluik, met de afbeelding van de kennisboom van goed en kwaad. Met één arm gestrekt tegen de muur schuifelde hij verder in de richting van de opengesperde muil van de walvis. Het zoogdier stond symbool voor familie, voor harmonie, en Emily had dat nog verduidelijkt door een kinderlijk hartje te schilderen boven de fontein waterdamp, die uit het spuitgat waaide. Maar tegelijkertijd kon je niet naast de pront rechtopstaande, stevige staart van het dier kijken, die nog martiaal leek na te trillen van zijn arbeid tussen de gladde dijen van de zwangere vrouw. Port wreef over de snuit van de kolossale vis en liet zich toen zakken in de schoot van de betonnen Emily. Hij liet zijn hoofd rusten tegen haar harde, dikke stenen buik en fluisterde: “Ik heb het toch alleen voor onze zoon gedaan, schat. Wat verwijt je me nu?” Toen gaf hij zichzelf twee klappen in het gezicht om zijn hoofd weer helder te krijgen. Hij moest de dingen dringend op een rij zetten.

esther wilderjans
0 0

Hati Hati

Ik had het moeten weten dat het maar een paar dagen ging duren voor ik in dat tropisch paradijs vol trouwkleedwitte stranden de ziel uit m'n lijf zou zitten schijten. Elk man verdient maar een beperkt volume gelukzaligheid natuurlijk. Wat ik niet had kunnen voorspellen is dat ik me tijdens De Grote Nasi Goreng Exodus ook nog eens in foetushouding zou staan balanceren op iets wat nog niet half op een wc leek. De laatste week heb ik ontdekt dat dat duidelijk niet de anekdote is die mensen verwachten als ze je vragen hoe het in Bali is geweest.   Oké, ze had ons gewaarschuwd, ja. Laat je inenten. Poets je tanden met flessenwater. Geen ijs in je drank. Bla bla bla. Ik wil die van 't reisbureau wel eens nee zien zeggen de achtendertigste keer dat er weer zo'n Indonesiër, krom van de onderdanigheid, dat welkomstdrankje brengt, met zoveel ijs dat Antarctica er melancholisch van wordt. Want die onschuldige Balinezen denken natuurlijk: ‘Het is hier warm voor die Belgische toeristen. Ik geef dubbel zoveel zodat ze zich kunnen verfrissen. Heilige Bataru Guru, die gaan dankbaar zijn!’ Vertel dan maar eens dat je die smerige bacterieblokken niet moet hebben uit angst om hun hele noedelpaleis vol te pompen met stront. Ik zeg het je, ijs zou ze pakken, die van 't reisbureau.   Exact zeven prachtige, zorgenvrije dagen heeft het mogen duren voor ik voelde dat het noodlot was aangebroken. Ik herkende het prikkelbaredarmproces al van twee eilanden afstand. Het begon zoals altijd met wat gerommel in de verte. Tintelingen in de buik, bijna vlinders. Vlinders die veranderen in langzaam, toegebrachte, messteken. Dan de kop die begint te koken. En als laatste, de paniek. Als in: het moet hier geen minuut langer duren voor ik op een pot zit of ik beer mezelf onder en plein public als een tweejarige die de speculaaskast heeft ontdekt.   Dus daar hing ik. Boven het toilet van het eerstvolgende eettentje dat we tegenkwamen in the middle of nowhere. En tentje mag je letterlijk nemen, in tegenstelling tot toilet. Met een hoofd gloeiend van de dikkedarmweeën, stond ik er volledig verlost van eigenwaarde te bevallen boven een put in de grond. Mikkend om alles zonder fouten van gat tot gat te krijgen. Op tien minuten tijd raakte ik er ongeveer alles kwijt behalve m’n schaamtegevoel. Dat werd alleen maar groter toen mijn oog viel op het on-feil-bare doortreksysteem van een ton water en een plastic bekertje. Met een scheur in. Ik moet de foto’s van lokale charme als deze op een of andere manier gemist hebben toen ik door de reisblogs scrolde.   Toen ik een miserabele dag of tien later thuiskwam, stond mijn dokter mij op te wachten met een cocktail van antibioticapillen. Mét ijs alstublieft, want we doen eens zot, nu het terug kan. Nog geen half uur later zat ik opnieuw op de plee, maar dan wel met de meest gelukzalige glimlach in dagen op m’n gezicht. Zeker zeven keer heb ik doorgetrokken in dat uur dat ik daar als een koning op m’n witte troon zat. Ja, soms moet een mens al eens reizen om dat porselein onder z'n sterretje opnieuw te waarderen.

Hans Verhaegen
17 0