Lezen

Vakantie

Vakantie, volgens de reclame 'de beste tijd van het jaar'. Ik vind het een beetje sneu om een jaar te leven voor 3 weken lol. Bovendien ligt de lat dan wel erg hoog voor deze 3 weken. Vriend en ik pakten de tent in en reden met jeep richting Polen. De hond mocht ook mee. Kamperen, worstjes grillen en pintjes drinken. Zonder bh rondlopen. Heerlijk. Even een voetnoot. De vriend heeft vaak uitzonderlijk geluk in het leven, speciaal rond reizen. Vriendelijke strangers die zijn vergeten portefeuille terugbrengen, zonder diesel vallen en een buurman die hem uit de nood helpt, zo'n dingen. Mijn familie staat bekend uitzonderlijk pech te hebben op verlof. Verre reizen naar waar de zon altijd schijnt en dan in een orkaan zitten (buiten orkaan seizoen). Vliegtuigpanne. Voedselvergiftiging. Zo van dat. Tot nu toe hadden we tijdens gezamenlijke reizen meestal het geluk van de vriend aan onze zijde. Tot nu toe. Deze vakantie reeg een stroom aan kleinere en grotere pechjes aan elkaar. Verloren voorwerpen. Een vies pension (waar we meteen vertrokken). Alle campings volzet. Alle restaurants op sluitdag. Het einde van de reis leek de pech afgewend. Laat in de avond toch een gasthof gevonden in de bergen, mooi weer en rust. Ontbijten op het terras. Vriend en hond rustig aan een tafeltje. Vandaag is er zelfs een dorpsfeest! 5 knallen om 09h00. Geweerschoten zegt de vriend. De vriend is gepassioneerd jager. De hond is zijn compagnon. En weg zijn ze! Ik zit en eet, schud nog een kopje hete koffie in. Genieten dat kan op ieder moment van de dag, en dat kunnen kleine dingen zijn! 

Evelien
22 0

Nederlands in Brussel.

In het hippe centrum van Brussel ligt een trendy bar waar het na het werk gezellig rondhangen is. Voor eten zou ik hier niet stoppen, een prijzige smaakloze afgekoelde pasta levert niet de juiste culinaire belevenis – het is zo’n bar waar je de koffie, de thee, de muffin en het drankje met onuitspreekbare naam en waarvan je nog nooit gehoord hebt niet zomaar benut, je moét het beleven. Toch weet ik de plek te appreciëren, de wijn is er lekker, er hangt een ongedwongen sfeer en op één serveuse na die écht alles doet om onvriendelijk te zijn, zou ik wel een positieve recensie schrijven op Tripadvisor. De eigenaar van het concept blijkt uit Frankrijk te komen (zoals tegenwoordig veel horeca door Fransen wordt opgekocht), met leerschool in Parijs en het établissement heeft dit hangen : “Cherche étudiant(e), connaissance français et anglais. Néerlandais apprécié”. Daar stond het. Daar beleefde ik het weer. Ik ben al na meerdere mokerslagen opnieuw opgestaan en doorgegaan en ik heb de naweeën ervan altijd met filosofisch tegenwoord weten te beschrijven. Zelfs met humor want Nederlands ligt gevoelig. Ik ben herleid tot een appreciatie, een bijrol in een commercieel succesverhaal, een voetnota op een aanwervingsbord, een derderangs (klote) klant. Een klant die Nederlands spreekt. Djeezes, man! Ach, appreciatie is de troostprijs. We hebben ons best gedaan maar het is ons niet gelukt. En jullie Nederlandstaligen spreken toch allemaal een handig mondje Frans en Engels? Toch? Je weet toch dat het daar niet over gaat. Toch? Als ik mijn geapprecieerd worden niet zou herleiden tot iets om te lachen (humor), was ik geheid een “sale flamand”, een ambetante gast die het nu wel érg doordrijft. Eentje van de NVA zeker? Of van het Taalactiecomité. Laat me het dan met humor en met de nodige filosofie aanpakken. In de Delhaize op de Anspachlaan begrijpt niemand wat “Mag ik een zak alstublieft?” betekent, tenzij die enige Bulgaarse of Roemeense, misschien een vrouw van Russische afkomst, aan de kassa. Bij Paul weet de verkoopster niet wat een boterkoek is, bij Panos weten ze ook niet wat een volkorenbrood is. Bij Club is het verloren moeite te vragen waar de agenda’s liggen, in de biowinkel is het stilzwijgend afrekenen en verder communiceren in gebarentaal, een klantenkaart aanvragen bij DI? Vergeet het maar. In de Inno slaat de verkoopster in paniek wanneer ik zeg dat mijn aankoop voor een cadeautje is. In Rituals wordt naast elkaar gepraat. Niet alleen in de privé, ook in het openbaar Brussels bestuur getuigt communicatie in de andere landstaal van incompetentie. Voor een burgemeester ligt de letter “K” moeilijk en ook de informatie op de bouwwerf van de voetgangerszone wordt niet meegegeven zonder spelfouten. Ziek worden, de dood in de ogen beleef je maar beter niet in een Brussels ziekenhuis. Toch om te lachen allemaal? Toch? Cijfers, iemand begroeten, producten kennen die je verkoopt, iemand bedanken… het zijn allemaal simpele en dagelijkse belevenissen die toch zo moeilijk liggen. Ik lach mijn Franstalige vrienden niet uit. Ik zie er wel de humor van in – sommige spellingsfouten zijn écht schitterend trouwens, ik zou het zelf niet beter gevonden hebben! Mij maakt het niet uit of je het Nederlands wel dan niet beheert. Je m’en tape! Waar ik niet tegen kan is me “sale flamand” noemen, me geapprecieerd laten weten (wat van mij dan weer die moeilijke gast maakt), reacties op een Vlaams liedje in een bar : “C’est quoi ça?” of, “C’est quoi cette merde?”. Dat zijn reacties die kwetsen. Ik ben ook maar een Belg. Waarom is het toch zo moeilijk voor een deel van de Brusselse bevolking om, ik zeg maar, een opleiding Nederlands te volgen, zich te interesseren voor de andere cultuur, verbinden in plaats van schimpen. Ik begrijp de onkunde. Ik begrijp dat het Franstalig Onderwijs niet altijd de juiste keuzes biedt. Ik begrijp dat het Nederlandstalig Onderwijs kwaliteitsonderwijs is. Laat ons onze wonden helen. Laat ons meer zijn dan gewoon elkaar te appreciëren, laat ons meer zijn dan scheldwoorden en desinteresse. Laat ons nieuwsgierig zijn naar elkaar. Geef elkaar meer dan woordenlijstjes en grijze grammatica. Geef ons elkaar België terug. Geef ons elkaar Brussel terug. En laat het ons niet in handen geven van gevaarlijke domme politici. http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
0 1

Kritisch blijven denken

In het Brussels Gewest, in de groene gemeente Sint-Lambrechts Woluwe, heeft de school Singelijn in 2017 besloten om geen aandacht meer te schenken aan Moederdag en Vaderdag. Populistische reacties bleven niet uit : het hellevuur kwam weer van de islam. Zo dachten en schreven veel mensen hun ongenoegen uit op sociale media. In een later bericht stond te lezen dat het een beslissing is geweest waar de school al jaren over nadacht. De school had immers opgemerkt dat het klassieke gezin ‘mama + papa + kind’ niet meer het enige model was, niet alleen in de Singelijn maar ook in onze Belgische samenleving. Langs islamitische hoek kwam dan even populistisch (uit)gelach in de column “Niets is pittiger dan een nieuwsfeitje dat een multiculti- of islamstaartje krijgt” van Yasmien Naciri in De Morgen van 12 mei 2017.   Ik kan de school geen ongelijk geven maar was het niet beter geweest de communicatie beter te verzorgen en duidelijk te maken waarover het ging? Wij Belgen zijn de schatbewaarders van onze volkse tradities, iets als “Moederkesdag” neem je niet zomaar weg. Want dat dachten de mensen, dat hun Moeder-Vaderdag op het altaar van de multiculti lag om onverdoofd als een halalschaap afgemaakt te worden. Kijk naar de heisa rond Sinterklaas en zijn Zwarte Piet, of verbaas jezelf over het feit dat in bepaalde kringen niet meer gesproken mag worden over de Kerstvakantie of de Paasvakantie maar dat het gaat over de Wintervakantie en de Lentevakantie. Ook de benaming Kerstmarkt in het hartje van Brussel heeft zijn ziel moeten verkopen aan het platte Winterpret.   Het Rode Kruis organiseert jaarlijks een stickeractie die veel bijval treft bij de Belgen. Dit jaar stonden de Kiekeboes in de kijker. Zo leren we dat blonde Fanny een mond-aan-mond reddingsactie op het strand onderneemt. Op de achtergrond veinzen alle mannen flauw te vallen om ook door de bekoorlijke Fanny geanimeerd te mogen worden. Alle mannen.. en een vrouw (een lesbische dan nog wel, zo schrijven de kranten). Het Rode Kruis heeft besloten deze vrouw weg te laten omdat, na raadpleging en overleg, de mensen echt niet zouden begrijpen waarom die vrouw mee flauw valt. Deuh!   Het valt te betreuren dat de Singelijn niet met een alternatief is gekomen. Waarom niet een dag om alle ouders (lees : ieder volwassenen die zich met de opvoeding van het kind bezig houdt) van alle kinderen in de bloemen te zetten? Wie beslist eigenlijk over Moeder- en Vaderdag? Of is dat iets voor het ministerie van Volksgezondheid waar ook al eens de ‘mayonaisewet’ op de overlegtafel kwam? Dat het Rode Kruis niet in staat is om uit te leggen aan hun mensen dat er anno 2017 – en al héél lang – ook vrouwen zijn die graag door vrouwen gekust worden, baart ook zorgen. Iets simpel als bonjour wordt in een handomdraai met de gom weggeveegd. Een lesbische vrouw laten zien, dat doe je toch niet?   Wat scheelt er met onze Belgische maatschappij? Waar is onze openheid en waar is ons kritisch denken en argumenteren gebleven? We hebben grootse dingen gedaan in ons klein landje : van euthanasie tot homohuwelijk. En ook de islam heeft een plaats naast onze kerktoren gekregen. Ligt het aan de generatie “Likers en Volgers”, ligt het aan de media? Ligt het aan de platvloerse politiek, ligt het aan de VTM-cultuur zoals Arno het ooit zo prachtig zei? Gaan we nu zo verder, dat we niet meer nadenken over wat we schrijven, over wat we denken? Gaan we onze vrijheden van schrijven en denken compromitteren door plat populisme gekruid met angst en ‘wat we zelf doen, doen we beter’ te hanteren? Voor zo’n maatschappij pas ik. Voor een kritische, vrije en constructieve maatschappij blijf ik schrijven. Nu weet u dat ook.   http://erwinabbeloos.over-blog.com/  

Erwin Abbeloos
0 0

Huisvlieg.

De afgelopen twee jaar hebben zich veel ,meer dan anders het geval was, voorvallen van opmerkelijke aard en bijzondere verschijnselen voorgedaan. Misschien dat ik er nog meer ontdek in de jaren van daarvoor, maar wat zojuist alweer het geval was wil ik graag vermelden. Drie weken geleden zat ik ook juist op dezelfde plek als waar ik nu zit, in de voortuin. Op een middag ,na mijn werk, was het precies tijd voor een glas koud bier in de schaduw toen ik een bepaald insect opmerkte. Te snel voor een kever, te groot voor een mier. Het bleek een vlieg te zijn die een van haar vleugels had verloren. Ze liep nog steeds met dezelfde snelheid voort, maar in plaats van weg te vliegen als ik haar met mijn wijsvinger probeerde aan te raken, maakte ze een sprongetje en bleef dan op haar rug rondtollen. Er liepen ook mieren, torretjes en spinnen rond op de tegels van de voortuin. Het zou niet lang duren voordat ze daar uiteindelijk aan ten prooi zou vallen. Ik schonk mijn glas weer bij en keek toe hoe ze inmiddels aan de aanval van twee mieren had weten te ontsnappen. ‘Die sterft zeer zeker’, dacht ik. Ook alleen al door een vleugel te missen. Toen de mieren met meerderen tegelijk  de vlieg in de gaten kregen was mijn bier op. Ik liep mijn huis in, pakte uit de koelkast nog een biertje, een stukje brood en een overgebleven stuk appel van het ontbijt. De vlieg kreeg het steeds drukker met het ontwijken van haar belagers. Steeds weer opspringen, even rondtollen op de rug en dan weer vliegensvlug weglopen. Het is weldra schaakmat tegen de strategie van slechts drie mieren die paard, toren en koningin om haar heen spelen. Ik maak mijn blik bier open en neem er een slok uit. Het stuk brood breng ik naar mijn mond en spuw er het bier in. Mijn lege glas leg ik over de vlieg heen en duw het natte brood met het stuk fruit erin. Ze zit gevangen. ‘Je sterft toch. En de mieren zullen je na je dood ook nog wel weten te waarderen. Eet en drink.’ Ik liet haar daar en kwam volgende middag pas weer kijken naar het omgekeerde glas in de voortuin. Daar was plots beweging te zien van een vlieg die onder het stuk brood vandaan kwam en op het stuk fruit sprong. Ik kon duidelijk zien dat ze zich eraan tegoed aan het doen was. ‘Beschermd tegen alle anderen, behalve je eigen dood’, dacht ik nog. Ik liet haar zo en keerde de volgende middag pas weer terug. Nog steeds was de vlieg over het brood en fruit aan het kruipen. De buurvrouw had er nog naar gevraagd. Waarom dat omgekeerde glas daar nog steeds stond. ‘Laat u dat maar daar, morgen haal ik het weg’.  De dag erna zag ik haar niet meer in het glas. Het brood was opgedroogd en het fruit beschimmeld. Niet dat dat voor vliegen een probleem hoeft te zijn. Maar ze was niet meer in haar beschermwoning aanwezig. De mieren hadden misschien toch een manier gevonden om onder het glas door te komen en haar meegenomen. Ik pak het glas op en gooi het brood en fruit in de compostbak. Het regent. Een en een halve dag, totdat de zon weer twee middagen volop schijnt. Uit hetzelfde glas dat diende als bescherming voor de vlieg zit nu weer ijskoud bier terwijl ik, nog in mijn werkvest, in de voortuin zit. Ik kijk naar de mieren die hun spoor voortzetten over de tegels.  En kijk. Er springt een insect op mijn schoen. Te groot voor een mier, te snel voor een kever. Het is een vlieg met 1/4 vleugel. Als ik haar mijn wijsvinger toesteek, springt ze op en wijkt opzij. Maar ze verlaat mijn schoen niet. Ook niet na drie keer. In een van de zakken van mijn vest vind ik een stuk verkruimeld biscuit. Ik doop het in mijn bier en leg het op mijn schoen bij de vlieg neer. Met haar trompetsnuit doet ze zich eraan tegoed. En ik aan mijn bier. Plots springt ze van mijn schoen af en haast zich over de tegels naar een stuk afgesneden tuinslang waar ze inkruipt.   Ze heeft inmiddels helemaal geen vleugels meer. Maar ze komt nog steeds voor brood, bier en koek of fruit.

Stanley
25 0

Het rode slipje.

Ze stapte alsof ze te laat ging zijn op een afspraak maar het waren haar zenuwen die haar passen op dreef hielden. Misschien was het gewoon de koude winter die over Weesdonck gevallen was en die haar op de hielen zat. Uit haar jas nam ze een opgevouwen papiertje met het juiste adres. Hier had ze geen afspraak maar hier moest ze wel zijn. Ze liep naar de deur en belde aan. Ze herschikte nog snel even haar blonde haren. Was ze nu gisteren toch naar de kapper geweest maar ze had zich met enkele mensen en haar vriend liggen suf neuken bij haar thuis. Er kwam niemand open doen. Na een minuut belde ze nog eens aan. Deze keer met aandrang, iets langer dan de eerste keer. Ze hoorde een deur open en weer dicht gaan. Een stoere vrouw deed de deur open en begroette haar. “Ah, jij bent het”. Ze glimlachte onwennig, zei hallo en opende haar grote handtas. “Ik denk dat je deze gisteren vergeten bent”. Ze gaf de vrouw een rood slipje waar vooraan een kunstpenis was vastgehecht. “Ooh, dank je wel”. De stoere vrouw nam de lingerie aan en vroeg of ze even binnen wou komen voor een kop koffie. Of een pintje. Of iets anders. Ze bedankte. “Ik heb een afspraak bij de kapper. Een andere keer misschien”. De stoere vrouw glimlachte terwijl ze de kunstpenis als een volrijpe courgette in haar handen vast hield. Het rode slipje bengelde er wat onhandig aan. “Ik heb het niet gewassen” zei ze nog. “Oh, maar dat is prima. Ik doe dat wel. Wat fijn van je om snel even langs te komen. Ik apprecieer het enorm”. “Dan ga ik maar,” zei ze zelfverzekerd alsof ze te laat ging zijn op een afspraak. “Tot een volgende keer misschien”. “Ja, misschien wel”, zei de vrouw met de dildo in haar handen en ze verdween achter de gesloten deur. Ze was opgelucht. Ze liep de voortuin uit. Wat een knap huis, dacht ze nog, hoewel ze door haar zenuwen niet veel van het huis heeft kunnen bekijken. Hier is geld. Ze stak haar verkleumde handen in haar veel te grote groene fluo jas en liep vastberaden naar haar auto die een straat verderop stond geparkeerd. Vreemd, dacht ze bij zichzelf terwijl ze met de sleutel de deur van haar oude Toyota opende, die vrouw heb ik nog nooit gezien. Het was toch een triootje met twee mannen?   http://erwinabbeloos.over-blog.com/

Erwin Abbeloos
72 0

Smakelijk eten

Het komt wellicht in de beste families voor. Bij ons kunnen ze er ook wat van. We zitten aan tafel, de gekookte aardappelen dampen dat het geen aard heeft, het vlees sist nog een beetje na in de pan en de eerste vork verdwijnt al in de kastrol met groenten. "Smakelijk eten!", roept iemand van het gezelschap. Maar dan presteert een andere om het over - laat ons maar zeggen - vieze dingen te hebben. Wat er zich in het kleinste kamertje afspeelt bijvoorbeeld. U begrijpt wellicht wat ik bedoel. Allesbehalve smakelijk dus. Ik zie het in mijn hoofd meestal meteen voor ogen. Ik heb er dan ook een verbod op uitgevaardigd. Tijdens het eten praten we niet langer over die zaken.   Maar u weet hoe dat gaat. Zo begon ik eens, toen ik voelde dat het heikele onderwerp opnieuw klaar lag om afgevuurd te worden, maar een stukje uit de krant te lezen. "Kijk", zei ik, "Hoe leuk. In de peutertuin hebben ze deelgenomen aan de modderdag. Ze laten de peuters in de modder spelen zodat ze ontdekken wat het is." Ik keek boven mijn leesbril uit en wierp een blik op de rustig verder etende familieleden. Het onderwerp boeide niet meteen. Maar op die manier was het wel mogelijk om smakelijk te eten. Ik las vervolgens nog een stukje over de dierentuin. Ik kan me niet meteen herinneren waarover dat exact ging, maar ik had het beter niet gedaan. Want door de combinatie van 'modder' en 'dierentuin' kwam er een ander verhaal naar boven. "Weet ge nog in de dierentuin pa", hoorde ik zeggen. "Bij de nijlpaarden?" Ik zag de hele scène in de dierentuin weer voor me. Tijdens een bezoek aan de zoo zagen we een nijlpaard uit de modder kruipen en die moest duidelijk zijn of haar behoefte doen. Ik weet niet of u dat ooit hebt mogen aanschouwen, maar dat is een spektakel. U kan ook maar best de nodige afstand houden. Het nijlpaard doet zijn of haar gevoeg en kliedert de uitwerpselen met de staart vervolgens alle kanten op. Meteen netjes afgeven die handel, denken de nijlpaarden wellicht.   Trouwens, ik had toen net een boterham met choco vast. U zal begrijpen dat die in de verste verte niet meer smaakte. Net als het avondeten dat toch voortreffelijk begonnen was. Ik zag enkele grijnzende gezichten aan tafel en het enige wat ik kon uitbrengen was dan ook "Ja, kak".  

Rudi Lavreysen
0 0

Zon, zee, maandverband?

Eén van de krantenkoppen die me deze week opviel ging over afval. Over hoe er na een dagje zon-, zee- en strandplezier steevast een smerige berg vuilnis achterblijft op onze Belgische stranden. Blikjes, plastic, luiers, ja, zelfs maandverband, zowat alles wordt dagelijks achtergelaten op het strand. Ik dacht meteen: dat knap stukje menselijk gedrag verdient een snedig stukje op mijn blog. Of misschien toch niet. Ik heb immers graag dat mijn columns een glimlach toveren op het gelaat van de lezer. Omdat die lezer zich in iets herkent, omdat hij wordt ontroerd door wat hij leest of gewoon omdat hij het om te lachen vindt. Het waarom maakt eigenlijk niet echt uit, maar wel die glimlach graag. En daar knelt het schoentje toch vandaag. Want wat kan er ook maar enigszins grappig zijn aan een bende onnadenkende kuddebeesten – nochtans net als zij die hun afval wel flink sorteren en braaf in de juiste vuilnisbak deponeren, behorend tot die vorm van zogenaamd ‘intelligent leven’ die wij mens noemen - die, na een dagje genieten van de schoonheid en de weldaad van de zon en de zee, hun windschermen weer netjes opplooien, hun badlakens grondig uitschudden, hun gebruinde voeten secuur afborstelen (want we willen geen zand in huis, hoor, stel u voor) om dan hun schup af te kuisen en het strand achter te laten als een gore vuilnisbelt? Niks. Daar is echt niks grappig aan. Wat bezielt hen? Is het puur egoïsme? Après nous le déluge? Doen ze het vanuit één of andere misplaatste overtuiging dat ze het wel verdiend hebben om hun vuiligheid door anderen te laten opruimen? ‘Waarvoor dienen anders de mannen van de vuilkar? Daar betalen wij toch belastingen voor?’ Ligt het aan de warmte? Een zonneslag? Een dagelijks terugkerende vlaag van collectieve verstandsverbijstering? Of ben ik gewoon te streng? Misschien is het wel goed bedoeld? ‘Ach kijk, er zit nog een restje ketchup in het frietbakje, laat maar liggen, zoet, zo hebben de dolfijnen er ook nog wat aan. Ja, tuurlijk, dat blikje cola ook, kan nog wel dienen, hoor, als huisje voor een kreeft of zo.’ Seriously. Precies of er dobbert nog niet genoeg plastic in de zee. Vergeef me het woord onnadenkend. Vergeef me het woord kuddebeest. En begrijp me vooral niet verkeerd. Hoewel tussen tienduizenden anderen gaan liggen bakken en braden niet my cup of tea is, heb ik wel al veel mooie momenten beleefd aan ’t zeetje en heb ik ook echt helemaal niets tegen mensen die wel graag voor bakharing spelen. Ieder diertje zijn pleziertje. Ik heb ook niets tegen mensen die al eens graag een hapje eten of een drankje nuttigen op het strand. Dat doe ik zelf ook als ik er ben. Maar ik neem wel mijn vuilnis mee als ik ermee klaar ben. Altijd. Is het leuk om met een vol poepzakje, een berg vuile luiers, een stuk of wat plakkerige waterijswikkels en een dozijn perzikpitten in de hand de weg naar huis weer te moeten aanvatten? Neen, dat is het niet. Maar wees er maar zeker van dat tussen tientallen (honden)drollen, vuile luiers, vieze wikkels en afgekloven pitten van anderen moeten zitten nog veel minder leuk is. En - hoewel ik ze het, toegegeven, niet kan vragen - ben ik er vrij zeker van dat de vissen en bij uitbreiding alle andere planten en dieren in de zee het volmondig (en liefst zonder plastic erin) met me eens zijn. En kom, geef toe, als je ’s ochtends je hele hebben en houden tot op dat allermooiste plekje van het strand gesleurd krijgt, is het toch maar een kleine moeite de boel er ’s avonds ook weer af te halen. Niet? Ik denk het wel. Dus, lieve mensen, lieve lezers, lieve kuddebeesten allerhande: geniet. Geniet met volle teugen, van de zon, van de zee en van het strand maar - alsjeblieft - houd het daarbij gewoon voor iedereen plezant!

Bregtje Van Bockstaele
70 0

Afscheid nemen.

Afscheid nemen… Als ik je zeg dat dit verhaal me echt beroerde toen ik het schreef, zal je vast nieuwsgierig zijn naar de inhoud ervan. Het gaat als volgt…   Er was eens een oude man die drie volwassen zonen had: Rik, Kevin en Bart. Drie toffe broers die het goed met elkaar konden vinden. Op een kille oktoberdag ging de vader van de jongens naar het ziekenhuis met verscheidene klachten en na een reeks aan onderzoeken viel het zware verdict: uitgezaaide pancreaskanker. De brave man keerde neergeslagen huiswaarts en verbeet zijn verdriet, pijn, angst om wat komen zou en verborg dat hij niet lang meer te leven had. Maar na enkele weken ging de toestand van de oude man zienderogen achteruit en kwam opeens de droeve waarheid aan het licht. Hij werd afgevoerd met een ziekenwagen en kwam uiteindelijk terecht op de palliatieve eenheid. Zijn laatste dagen, misschien wel uren waren geteld? Zijn drie zonen waakten aan zijn sterfbed en hadden het moeilijk met de geslotenheid van hun vader. Hun lieve vader, een harde werker geweest, gul van hart doch gesloten karakter had nooit echt de simpele woorden uitgesproken waar ze zo naar verlangden. ‘Jongens, ik zie jullie allemaal graag.’ Het zijn eenvoudige woorden maar toch had hij ze nooit uitgesproken. ‘Vader, mag ik je wat vragen?’ De zieke man knikte. ‘Vader, wat is je laatste wens?’ vroeg de oudste zoon aan z’n zieke vader en nam de zwakke hand van z’n vader en legde het in de zijne. Een traan liep uit zijn ooghoek en hij zuchtte. Zijn mond was droog en hij schraapte zijn keel. Hij tuitte zijn droge lippen en hij wenkte zijn vlees en bloed dichter te komen aan het sterfbed. ‘Ik wil begraven worden in een witte kist’ fluisterde hij stil en kneep in de hand van z’n zoon. De oudste zoon knikte en beloofde de laatste wens te zullen inwilligen. ‘Is er nog iets pa, dat je ons wilt zeggen?’ vroeg de jongste zoon. De oude man knikte en wenkte hem ook dichterbij te komen. Hij tuitte zijn lippen en zei: ‘Ik zal een teken geven in de kerk’ een stilte volgde. Hij leek na te denken en de andere zoon stond recht en zette zich op het sterfbed. Hij boog voorover en streelde vaders grijze haren. ‘Wat bedoel je met een teken te geven, vader?’ vroeg hij nieuwsgierig. De oude man fluisterde: ‘Je zal wel zien, geduld’ ,hij zuchtte en een traan rolde over zijn wang. De oudste zoon voelde de greep van vaders vingers verslappen en… vader was gestorven. Zes dagen later stond er een mooie witte kist vooraan in de kerk. Er lagen drie witte rozen op, symbolisch voor elke zoon die hij achterliet met een gebroken hart. De oudste zoon las een tekst voor in de kerk en opeens werd zijn aandacht getrokken naar een witte vlinder die op de roos zat. Hij las zijn afscheidsrede traag verder en zijn ogen zochten de witte vlinder die nu op de tweede roos zat. Hij had moeite om verder te lezen. Het was muisstil in de kerk. Mensen staarden naar hem en hij schuifelde wat zenuwachtig met de voeten. Hij schraapte z’n keel en zijn ogen gingen naar de laatste woorden op het blad papier. ‘Vader, we hielden zielsveel van je.’ Hij keek naar de kist en de vlinder zat nu opeens op de derde roos. De drie zonen zagen hoe de witte vlinder omhoogvloog en even boven de witte kist fladderde om dan naar buiten te vliegen recht naar de blauwe hemel…    

Sandra Ringoot
0 0