Lezen

De man van mijn moeder

‘Ik ben de vriend van je mama,’ zegt de man. Hij staat naast mijn moeder in onze woonkamer en hij is zo groot dat alles plots kleiner lijkt, ook mijn moeder. Hij draagt donkergroene kleren met veel zakken en stiksels en hij heeft een kale kop. Mensen met een kale kop ruiken vreemd, meer bepaald rond hun hoofd. Een weelderige haardos kroont een gezond lichaam, zegt mijn moeder. ‘Ik heet Marc.’ De man steekt zijn hand uit. Aangespoord door de blik van mijn moeder schud ik die. Zijn vingers zijn hard en lang. En warm. Koude handen, maar een warm hart, zegt mijn moeder. Omgekeerd weet ik het niet. ‘Ik heet Zoé.’ Ik plooi mijn lip tot boven mijn tanden. ‘Ben jij een jager?’ Ik wijs naar zijn kleren. ‘Wijzen is onbeleefd, Zoé,’ zegt mijn moeder. De man lacht. ‘Ik heb een hotel. Le Grand Veneur.’ ‘Veneur? Dat is onze naam, van mij en mama.’ ‘Ja,’ zegt de man. Ik houd mijn hoofd schuin en kijk hem aan. Mijn hart klopt tien keer sneller dan anders. De man heeft groene ogen en brede schouders en hij lijkt niet op mij, hij lijkt op niemand die ik ken. ‘Moet ik vanaf nu voor jou ook een nieuwjaarsbrief schrijven?’ vraag ik. De man lacht, hij wil ja knikken, dat zie ik. ‘Nee,’ antwoordt mijn moeder, ‘nieuwjaarsbrieven schrijf je voor je moeder, je vader, je grootouders en je meter en peter, dat weet je best.’ De man knipoogt naar me, maar ik weet niet hoe dat moet, terug knipogen. ‘Mag ik naar mijn kamer, mama?’ ‘Je blijft hier, Zoé, en je maakt kennis met Marc. Ik ga thee zetten.’ Ze verdwijnt naar de keuken en laat mij achter met de man die niet mijn vader is. ‘Ik heb iets voor je meegebracht,’ zegt hij. Uit de tas die hij bij zich heeft, haalt hij een langwerpig cadeautje. ‘Een barbie,’ zeg ik nog voor ik het papier van de plastieken poppenverpakking heb getrokken. Barbies zijn stom, hun hoofd is stom, hun lijf is stom, hun kleren zijn stom. ‘Wat leuk,’ zegt mijn moeder die binnenkomt met het theeblad in haar handen. ‘Ga daar maar zitten, Zoé, en speel wat met je nieuwe pop.’ ‘Kunnen we straks Monopoly spelen? We zijn met drie.’ Ze wil nooit met me spelen, want met z’n tweeën is het niet leuk vindt ze. ‘Het is niet het moment voor een gezelschapsspel, Zoé.’ ‘Het is nooit het moment,’ mompel ik en ik ga een eindje verderop zitten, naast Minou die in het zonnetje ligt. ‘Zullen we de kleertjes uitdoen, Minou?’ zeg ik zacht tussen mijn tanden. Ik ruk de pop de kleren van het lijf … ‘En weer aan?’ … en wurm ze er weer in. ‘Zullen we de haartjes kammen?’ Met alle kracht die ik kan opbrengen, trek ik de kam door de dradige poppenharen. Zo hard dat er een tand van de kam afbreekt. Snel legt Minou haar poot op de tand. ‘Geef terug, stomme kat,’ sis ik en ik moffel de tand snel onder het tapijt. De kam stop ik in de plastieken doos die de vorm van het poppenlichaam volgt. De pop gaat erachteraan. ‘Naar de gevangenis,’ fezel ik. Met mijn rug naar de theedrinkers toe ga ik voor me uit zitten staren. ‘Speel je fijn, Zoé?’ Mijn moeder klinkt poeslief. ‘Ja, mama, maar nu ben ik klaar.’ Ik kijk om en zie hoe ze daar zitten. Zij en de man. Haar hoofd ligt op zijn schouder en hij klemt zijn arm stevig om haar middel. ‘Kom dan maar een kopje thee drinken,’ fleemt ze. Terwijl ze thee voor me inschenkt, laat de man haar niet los. Met zijn lange vingers draait hij krullen in haar haren en streelt ze er weer uit. Precies zoals je dat hoort te doen. ‘Speel jij met barbies, meneer?’ Voor ik mezelf kan tegenhouden, floepen de woorden uit mijn mond. De man lacht scheef. ‘Stel geen domme vragen, Zoé,’ zucht mijn moeder. Tegelijk nemen mijn moeder en de man slurpend een slokje van hun kopje thee. ‘En kom je dan ook aan hun borsten?’ De man verslikt zich in zijn thee en begint luid te hoesten. Boven zijn geproest uit klinkt mijn moeders stem. ‘Naar je kamer, Zoé!’ schreeuwt ze. ‘Nu!’ Ik verlaat de gevangenis zonder te betalen.

Ines Nijs
51 0

Spil

Vandaag zou de dag worden waarop ik naar de Aldi fietste om een pot lavendel te kopen voor in de tuin. Die gebeurtenis zou de spil zijn waarrond de rest van mijn leven zich afspeelt. Rond de aankoop van deze pot lavendel tolt al het andere. Dat wat is geweest en dat wat nog zal komen. Mijn oude dag. Het negende verjaardagsfeestje van een klasgenootje waar ik niet bij aanwezig was omdat ik er thuis geen melding van had gemaakt uit angst er niet naartoe te zullen mogen. De trouwring die ik voor mezelf kocht. Het wachten op de bus na het tweewekelijkse zwemmen met de klas, terwijl we toekeken hoe Hildes natte vlechten steeds grotere vlekken maakten op haar jas. Het sterven van de vrienden, een voor een. De val van de trap die ik maakte. De boeken die ik zal wegdoen. Het stroeve schuiven van mijn eerste breiwerkje (een knalgele sjaal) over de klamme naalden, in een klaslokaal vol getik. De mensen die ik zal teleurstellen. De vlinder die op mijn vinger kwam zitten terwijl de tuinsproeiers rondom mij regenboogjes maakten. De soep van dennennaalden die ik maakte in een emmertje met een eend op. Mijn voorlaatste adem.   Ik fietste dus naar de Aldi, een beetje zwetend ook al was het nog ochtend, maar deze dagen is de wereld zwaar en zwoel. Soms ging de zon even weg, en dan werd ik blij. Ooit las ik dat mensen met straatvrees zich veiliger voelen onder wolken. Omdat de afstand naar boven dan verdwijnt. En wolken zacht zijn om onder te schuilen. Ik zag een rond bord met een rode rand eromheen en in het midden een acrobatisch plassende hond. Even later een karton tegen een omheining met daarop in zwarte stift: 'wie voedert mij toch steeds??' De ezel op de wei deed alsof hij van niets wist. Ik moest zomaar denken aan de man bij wie ik vorige week vijf pakken granola kocht en die beleefd was maar niet hartelijk, waardoor ik dacht: misschien vindt hij dat ik te veel granola koop en ziet hij op tegen het bijbestellen straks. En niet voor het eerst viel me op hoe hard hij op Samson lijkt, de tv-hond. Maar het kan natuurlijk ook best zijn dat hij gewoon niet hartelijk ìs. En dat zijn vrouw de bestellingen doet. Ondertussen fietste ik verder. Nu eens door zon, dan weer door schaduw. Een autobestuurder schrok toen ik mijn voorrang nam. Een kraai vloog laag over mijn hoofd. Ik kwam voorbij de foto van de dode schooljongen; hij wordt maar niet ouder. Onder de foto lag een nieuw knuffeldier, de hortensia's ernaast waren verdroogd. Ik naderde de spil van mijn leven: de donkergrijze parking van de Aldi. Bij het oprijden ervan flitsten de twee dichtregels van Jan Emmens, die me nu al een paar dagen bezighouden, door mijn hoofd. "het is de zee die zich beweegt / alsof hij niets is dan alleen maar water." Ik ontweek gezwind een wandelaar die verstrooid de parking overstak.   Ik heb er twee gekocht. Twee potten lavendel. Geheel impulsief. Voor elke fietstas één. Ik zie ze staan, van hieruit, op het terras. Ze draaien dieppurper rond de zon.  

Katrin Van de Velde
40 0

Een rage

De definitie van een rage is... "Iets dat tijdelijk populair is." Helaas zijn tattoos niet tijdelijk. Tenzij je uw lichaam wil bekladden met van dat Hennagepuber. Zelf heb ik geen tattoos, allé voorlopig toch nog niet. Ik wil niets hebben dat tijdelijk populair is. “Seg Bartje? En de naam van uw dochter? Is dat niet origineel?”... Ik heb geen tattoos nodig om te weten waar mijn kind thuishoort. Ik heb geen tattoos nodig om anderen te laten weten dat ik mijn beste vriend Pieter mis. Ik heb geen gedachten nodig die in een vorm van inkt op mijn kurkdroog lichaam anderen moeten zien op te vallen. Ik hoor simpelweg niet thuis in het rijtje van mensen met tattoos. De eeuwige ham met kaasvraag is natuurlijk of je er later geen spijt van zult krijgen...Ik zou iets anders willen hebben wat nooit tijdelijk is... Humor bijvoorbeeld. De olympische ringen op mijn schouderblad was en is een leuke fantasie... Kunnen opscheppen dat ik als 12jarige bengel nog heb gezwommen in Sydney 2000...  Maar de stap effectief zetten naar een man met een vaste hand die zelf volhangt met tattoos en een berg rondellen in zijn oren, lippen, neusgaten heeft ... Eerlijk gezegd? Ik schrik daar een beetje vanaf. Niet van het fysieke, maar eerder het stereotype. Iedereen heeft dezer dagen tattoos. Van bloemen tot namen, Romeinse cijfercombinaties, Latijnse quotes, sterren, spinnenwebben, rozen, duiven, konijnen, ezels, egels, zwanen, kippen, geiten, walvissen, stenen, balen stro, tractors, boten, poorten, pelikanen, granaatappels, rode bieten, knolselder, schatkisten, strikjes, hondenpootjes...   In wat kan ik mij dan nog onderscheiden als verdorie iedereen al een tattoo heeft laten zetten? “Ja maar Bartje, je schrijft toch al leuke teksten? Daar onderscheid je u toch al in?”... Zeker weten! Maar ik moet verdorie nog meer hebben. Ben meer en meer wetenschapper aan het worden in de ongeletterde letterkunde van wat de mensen hun verhaal is. En als een tattoo een heel verhaal vertelt van u? Dan ben ik zeer benieuwd. Ik ben één en al oor voor jullie hoor mensen. Oprecht.   Het verlies van een familielid, vertel mij er meer over. Zelf heb ik mijn beste vriend verloren door zelfmoord. Het was een andere legende uit Oelegem, zelfs toen hij nog leefde. Hij was Pieter, beste vrienden kan je pas zeggen als de vriendschap abrupt tot een einde is gekomen. Natuurlijk is de dood wel een zeer brut gegeven om het zo te symboliseren. Maar dan besefte ik pas eens te meer dat hij echt wel mijn beste vriend was en altijd zal zijn. Ondanks dat hij verdomse enkele keren mijn tenen serieus heeft platgetrapt, stoten heeft aangevangen die desastreus waren voor het verloop van zijn leven, maar ook dat het tot onrechtstreekse gevolgen heeft geleid dat het leven van anderen tot een dieptepunt zijn gezonken...   Zelfmoord is geen rage, is geen tijdsgebonden tafereel dat zich alleen maar plaats vindt als er vraag naar is. Het is niet zoals die Japanner die Pokémon Go uitriep tot hype van het jaar 2016. Zelfmoord is brut, is een antwoord formuleren op iets waar er nooit een gepaste vraag op aangeboden is geweest. Het is ook niets laf, ik wil het niet verheerlijken, zeker niet... Het is een kreet die wordt uitgeslagen naar dove mensen die later liegen dat ze hebben het gehoord. Als er elders het geluk zich kan bevinden in het geven van een balpen aan een kleine hongerige neger in allé allé Zimbabwe... Dan is het woord geluk eens te meer een complex vraagstuk waar iedereen koortsachtig naar een antwoord opzoek is hier, in het “rijke Westen”. Tevredenheid is het antwoord dat (tussen haakjes) diep verstopt, in een codetaal zit waar zelfs de Engima het loodje zou leggen als het er nog maar een poging aan zou ondernemen om het te vertalen naar een taal die u zich het beste uitkomt.   Mensen die zelfmoord plegen, of pogingen hebben ondernomen... Die hebben zich vol overgave bezig gehouden met het kraken van de code “geluk” zonder een electronisch codeermachine zoals “de Enigma”... Er bestaat geen toestel die ons kan vervangen of helpen naar het zoeken van “the pot of gold”... Verwacht dat aub ook niet. Je zal het moeten doen met wat je hebt. Ik heb altijd gedacht dat ik het wel beter wist dan wat ik tegelijk altijd heb proberen te ontkennen.   Soit, tattoos staan garant voor iets tijdelijk, het moment “nu” dat je ze laat zetten en dat gaat verheerlijken om vervolgens te beloven dat je het altijd even leuk zal vinden. Maar een rage blijft een rage. En stiekem wil ik er zeker aan meedoen, maar het zullen ogen op mijn gat worden, of die olympische ringen van de tijd dat Fredje Raketje al op retour was in de bloemenzaak van zijn moeder. Het zal iets worden dat nooit een rage zal zijn, maar een standaard gegeven. Humor dus.   En dat mijn opvattingen over bepaalde zaken bedenkingen kunnen oproepen bij diezelfde bepaalde mensen? Ja jij daar gepensioneerde zagevent die alleen maar aan den band des levens heeft gestaan int fabriek in den tijd... De rij van mensen die staan aan te schuiven voor men kloten te kussen is lang, maar u laat ik met plezier voor steken om men gladschoren zak eens te bewonderen. Uw oor er tegen houden zal de zee niet dichter bij brengen, maar je zou eens moeten rieken. Zijn het trouwens niet mensen als jij waar de apen in de dierentuin nootjes naar gooien?   Of wacht jij daar, Hollebolle Gijs met de booster onder zijn fake Armani schoenen. Ik ben er zeker van dat je niet alleen papier hebt gegeten in de Efteling. Vertel mij liever eens de mop van de opvoeding die je hebt gekregen van uw soortgelijke kansarme moeder?   Hebben wel gelachen hoor. Allé ik toch, jij niet Hollebolle Gijs.

Bart Van de Peer
38 0

Een engel

Met haar kleine gestalte loopt ze een beetje verloren in de drukte.Ik hoor haar iemand vragen waar ze de metro naar Malaga kan nemen.De vrouw reageert niet, waarschijnlijk een toeriste die de taal niet begrijpt.Dan kruisen onze blikken elkaar en ik glimlach:‘Volg mij maar, ik neem de metro naar Malaga.’ Het frêle figuurtje kijkt mij met dankbare ogen aan.  ‘Ik volg als een schaduw, ik zal jullie niet lastig vallen.’   ‘Ik heb zo’n verdriet,’ hoor ik haar opeens zeggen terwijl ze dapper achter mij aan dribbelt.   ‘Hij is een vrouwenloper. Vanochtend is hij gaan vissen. Hij zal wel even schrikken als hij straks vaststelt dat ik er niet ben.’ Ik zwijg, voel dat zij haar hart wil luchten.Ik vertraag mijn pas.   ‘Hij is jaloers op mij. Gisterenavond was er een dansavond. Ik dans heel goed, alle mannen komen mij halen. Hij kan er niks van maar ik heb wel gezien dat hij ondertussen aanpapte met die blondine. Hij heeft haar zonder twijfel zijn curriculum vitae voorgelegd.’ ‘Ik heb zo’n verdriet.’ In de metro installeert ze zich op de bank naast mij alsof we ons leven lang vriendinnen geweest zijn.Ze is zo klein dat tippen van haar voeten amper de grond raken.   ‘Ik weet wel dat hij bij me blijft voor het geld. Hij heeft niks, ik betaal alles. Maar dat deert me niet. Ik heb geld genoeg.’ Wanneer we 20 minuten later Malaga centrum bereiken, ken ik het hele levensverhaal van deze intrigerende ‘poor little rich girl.’Even speel ik met de gedachte voor te stellen haar biografie te schrijven. Op de rambla van Malaga is het druk. Ik voel me bezorgd, bijna verantwoordelijk voor deze fragiele dame.  ‘Ken je hier de weg? Zullen we straks afspreken, dan gaan we samen terug?’ stel ik voor. Maar dan tovert ze een stralende, bijna ondeugende glimlach tevoorschijn, gaat op haar tenen staan en slaat haar armen om mijn nek. Ik krijg zowaar een knuffel en een dikke kus.  ‘Jij bent een engel. Ik had zo’n verdriet maar nu voel ik me beter. Ik ga een zakje noten kopen. Er is een klein winkeltje in de stad waar ze echt vers gebrand zijn, veel lekkerder dan wat ze verkopen aan die toeristische standjes. Ik ben lang voor jou terug.’ Ze maakt een pirouette en verdwijnt kwiek als een balerina tussen de menigte. Tevergeefs probeer ik nog een glimp op te vangen dan de 92-jarige mysterieuze danseuse.Een goed gevoel overspoelt mij.Misschien was het een engel.

Nadia Lang
0 0

Rijbewijs

Het werd hoog tijd. Volgende maand, wnr de nationale feestdag weer samenvalt met mijn verjaardag... 11oktober dus, krijg ik de eer om welgeteld 29kaarsjes uit te blazen van de taart die mijn moeder niet klaar heeft staan als ik het ouderlijk huis bezoek. Zo een groot feest hoeft het trouwens ook weer niet te zijn. Ik zal het nog wel een paar keer in mijn leven deftig uithangen, maar een 29ste verjaardag is nu ook weer niet zo speciaal. Ik plan om het varken uit te hangen als ik de kaap bereik van 30jaar, dat is zo een ongeschreven regel in het leven dat je met uw 18de en 30ste verjaardag een heus feest gaat geven. En bij voorkeur zijn het dikwijls vrienden die er een heus verrassingsfeest op nahouden om u met een list ergens te kunnen droppen waar er een heel feestje voorzien wordt voor u dus, de jarige.   In elk geval, zal deze 29ste verjaardag er mij wel aan herrineren dat ik mij al 10jaar in het trotse bezit mag beschouwen van een rijbewijs type B. En dat moet zeker gevierd worden. Ik ben slecht in verrassingen geheim te houden en pas te overhandigen wnr de tijd er rijp voor is. Ik doe mezelf alle eer aan door het jubilieum te vieren met een tekst. Als dat geen shitty cadeau is?   Is 10jaar trouwens ook al geen relevante tijdspanne dat ik er nog even nostalgisch mag overdoen dat het in 2007 nog niet zo moeilijk was om een rijbewijs te halen? Ik was maar 2x gebuisd voor zowel het theoretisch als het praktisch examen. Dezer dagen is het nog moeilijker geworden, en al zeker als je mijn verstand en onzekerheid van toen zou kunnen overhandigen aan een jonge knaap van 19jaar anno 2017.   Mijn eerste wagen, was een Renault Clio. Nu een wagen kopen, dat gaat meestal gepaard met een stel goede voornemens. Deze voornemens gaan al even snel voorbij zoals de prijs die zakt van uw wagen als je er nog maar met naar buiten rijdt van de garage. Ik ging bijvoorbeeld niet roken in mijn auto, hem netjes houden, er niet onder invloed met rond rijden. Voornemens zijn naïef, ze zijn niet alleen kinderlijk en fantasierijk. Ze willen ons laten geloven dat oude gewoontes slechts oud zullen blijven. Met dat in mijn achterhoofd begon ik maar gewoon te roken in mijn autotje, kuiste hem hoogstens één keer op een jaar, werd verschrikkelijk lui door alle afstanden meer dan 25meter af te leggen met mijn Clio. Pinten pakken deed ik ook met mijn partner in crime. Belachelijke naam trouwens “Clio”.   Vanaf het grote avontuur kan beginnen dat je over al onze wegen kan gaan bollen hier in België en omstreken zijn er wel enkele zaken die je niet in de hand hebt. Het zijn zaken die teleurstellingen tot een gevolg dragen, namelijk de andere generatie die ook in het bezit zijn van een rijbewijs type B. Linksrijders, de bejaardenbond, moeders, vrouwen, homo’s... Er zijn naast files dus nog veel meer frustratie’s te bespeuren op de baan. Ik probeer mij de laatste tijd niet meer zo druk te maken in zaken waar ik geen controle over heb, maar als ik mezelf onder stress zet kan ik het niet laten om iedereen onderweg eens goed uit te schijten. Ik bereid mij mentaal al voor wnr ik eens moet uitstappen aan de volgende verkeerslichten, de action pants van Chuck Norris uit mijn koffer haal, de bandana van Rambo gecontroleerd over mijn hoofd vastmaak... En vervolgens enkele rake klappen uitdeel.   Het kan natuurlijk nog altijd erger, want toen de wegcode werd geschreven was er van Bart Van de Peer nog geen sprake. Ik had het veel beter gedaan... Voorrang van rechts kon mijn kloten kussen, ritsen deed je maar beter op tijd, camions reden enkel maar ’s nachts, voor mij werd het nooit rood licht, geen flitsmarathons om de staatskas te spijzen,...   Maar het ergste moet nog komen, voetgangers op kop van het leger des heils der zwakke weggebruikers. Het is blijkbaar een even groot zwak om voor de minderheid, de klagers, een gans wetboek speciaal aan hen te besteden. Ik snap niet dat er nog geen zebrapaden op de autostrade worden voorzien. Ik sta tegenwoordig op de lokale wegen mee aan te schuiven tussen letterlijk 100auto’s om mss een glimp te mogen opvangen van een bejaarde kwijler, en een moeder die met haar kroost oversteekt. Tegenwoordig brandt een rood licht ongeveer 13minuten. In vergelijking met het geluk dat je mag hebben als je toch eens zo een klager kan zien oversteken is dat verdomd een zeer klein gegeven. De kans dat ik morgen Euromillions win is groter dan dat ik van het andere gegeven eens getuige mag zijn.     Maar natuurlijk, een democratie is gebouwd op de fundamenten van een bende klagers over fijn stof, rokers op café, files, de overkapping van de ring in Antwerpen, de sinksenfoor op het zuid, het klimaat, ... Zwakke weggebruikers zijn klagers. En klagers krijgen altijd gelijk.   De wet van de sterkste of die van Murphy is voor rascisten. Als ik ooit zo eens een voetganger tegenkom zal ik er eens mijn gepeperde mening aan vertellen. Den afgekapte boom in vuilen aap! Over apen gesproken, ik zag vandaag op het nieuws dat minister van migratie Theo Francken bakken kritiek kreeg omdat hij Soedanese illegalen wil laten identificeren door een compartiment van diezelfde regering. Nu luistert goed, Soedan daar is het warm. Maar nu ook weer niet zo plezant warm als in Bodrum tijdens september. Er is daar een luguber figuur aan de macht, met name Omar al-Bashir... Basshie voor de vrienden. Deze man hebben ze in Den Haag al eens willen vervolgen voor de genocide in Darfur. Ik kan snappen dat mensen, apen, vogels, en nog van die dieren die alleen maar in Afrika voorkomen naar hier willen komen ondanks de regen.   Maar hoeveel stof er daar ook mag zijn, ze hadden vast niet verwacht hoeveel stof hun komst hier zou doen opwaaien. Er zouden 60 van die Soedanesen hier in België zitten, waarvan er 1 op de 2 een asielprocedure met onderscheiding kan afwerken. Dus als je dacht dat het examen voor een rijbewijs moeilijk is moet je maar eens polsen bij die bende negers hoe moeilijk het is om hier in fort Europa te willen komen wonen... Niet zo supermoeilijk me dunkt.   In ieder geval, de regering is niet tevreden over de communicatie waar onze Theo zich onderscheid van zijn andere collega’s. Over zijn manier van aanpakken werd echter niet gemoved, het waren klagers zoals de hooligans van écolo die van zich lieten horen. Theo werd met een nazi vergeleken.   Heel het land op zijn kop omdat er uiteindelijk 30 illegalen van Soedan in Brussel wat verlopen liggen te lopen. 30man... Een bus vol... Daar klagen ze hier over. En iedereen springt mee de bus om hun mening zeker eens te laten horen. Geen nood, iedereen komt aan de beurt. Als je een klager bent tenminste.   Maar is er hier iemand die voor mijn belangen eigenlijk opkomt?   Ahja wacht, dat ben ikzelf.

Bart Van de Peer
0 0