Lezen

De wachtzaal

Een kind kan niet blijven zitten en de moeder heeft het opgegeven hem terecht te wijzen. Iedereen wordt aangesproken. Meestal vangt hij bot, ogen star vooruit blijven ze aan hun stoel gekluisterd. Meneer, heb jij ook pijn? Pijn, niet bepaald, jongen. Maar het is hier een ziekenhuis en ik denk dus wel dat er iets mis is met mij. Mijn mama heeft pijn, zegt ze. Oh, en daarom ben jij nu met je mama hier. Ja, dat denk ik. Maar ik ben niet ziek. Als enige wilde ik wel een woordje met hem praten. Die steriele bedruktheid, dat gevoel mag wel even ontlopen worden. Het lijkt hier meer op een lijkwake. Wil jij met mij spelen? Ik verveel mij! Dat zal niet gaan, hé jongen. Ook ik zit hier te wachten. Milan, laat meneer eens met rust. Mijn blik gaat naar de moeder die met een veel te strenge stem haar zoontje toeriep. Kan dat ook niet rustiger? En is het niet te begrijpen dat die jongen zich verveeld. Was het niet mogelijk voor een oppas te zorgen, of zijn ze hier voor hem, en niet voor haar? Met een sussend gebaar kijk ik haar even in de mooie groenbruine ogen. Een glimlach komt om haar lippen. De heer De Bruiker, de heer De Bruiker. Ik sta op en volg de corpulente man in witte doktersjas. Ach, moet ik bij deze man … Tweede deur rechts - klinkt het bars – alleen je slip en kousen aanhouden. Verdomd zeg, wat een hoffelijke begroeting. Moet ik deze man in volle vertrouwen mijn rugprobleem gaan beschrijven? Tweede deur rechts, een piepklein pashokje met alleen een kapstok en spiegel aan de muur. Zo kan ik straks controleren of ik het overleefd heb. De grijns om mijn lippen doen mezelf even schrikken. Zo ongerust? Mijn evenbeeld vertelt me meer dan ik zelf vermoed. Opletten of de spiegel barst. Gaat u maar liggen, mijnheer De Bruiker, het is voor uw rug zeker. Dan zullen we langs die kant beginnen. De barse stem is verdwenen en deze aanspreking is met een zekere lach in de stem. Natuurlijk wordt u helemaal doorgelicht. Legt u zich maar op de rug, in het toestel zien wij u van alle kanten. Mijn voeten schuiven het eerst naar binnen. Met mijn hoofd blijf ik buiten, voldoende zicht op het glas waarachter de dokter mij beveelt Even rustig ademen, en dan proberen stil te blijven. Dank u. Langzaam schuif ik nog iets verder in een holle koker. Veel kan ik niet zien, ook mijn hoofd moet ik stil houden. Gelukkig, en dat is toch vreemd, heeft die dokter mij bijna ongemerkt, met twee riemen vastgegespt. Stil liggen is dan de enige mogelijkheid. Alleen mijn handen zijn vrij om te bewegen. Toch houd ik die ook stil, opdracht is opdracht. Hoe sneller ik hiervan af ben, hoe beter. En als er iets misloopt door mijn schuld, dan zal terug de barse stem tot mij spreken, vermoed ik. Een gezoem weerklinkt. Verder gebeurt er schijnbaar niets. Is dat doorlichten? Er komt geen licht aan te pas. Even beweeg ik terug, verder de koker in. Een ander zoemend geluid geeft mij precies trillingen aan de onderrug. Dat zal dan het specifieke aan dit onderzoek zijn. Ik voel vreemde tintelingen in mijn rugspieren. Mijn buik heeft teveel spekvet, zouden ze daar door geraken? Mogelijk een nieuwe manier om te vermageren. Moet ik straks eens vragen of dat kan. Ik voel weer enkele snokjes en wordt terug naar mijn beginpositie geschoven. Lachend komt de dikkerd uit het glazen kantoor. Zo, mijnheer De Bruiker. U kan terug langs pashokje twee verdwijnen. De secretaresse aan de balie hierboven zal u een document geven waar u beneden de rekening mee kan betalen. Volgende week woensdag weet uw huisdokter de uitslag. Bedankt en tot een volgende keer. Ondertussen ben ik bevrijd en kan ik nog net de uitgestoken hand van mijn goedlachse dokter drukken. In het pashokje zie ik verwonderd in de spiegel. Was dat het? Zal die dokter zonder een hand naar mijn rug uit te steken, kunnen zegge wat er met dat lichaamsdeel misloopt? Dan heeft mijn huisdokter er al meer energie in gestoken. Zij heeft heel mijn rug handmatig gecontroleerd en zo vastgesteld dat ik naar deze specialist moest. Die laat dat zijn specialistendoos werken en zal op zijn computer mijn probleem kunnen vaststellen. De spiegel blijft mij aanstaren, ik knipper met de ogen. Dit wordt beantwoord, waardoor ik mij zekerder voel. Mijn kleren passen nog en angstzweet voel ik niet. Bij de balie komt de jongen naar mij toelopen. Alles goed met u, mijnheer? Met mij wel, heeft de dokter gezegd. Ik mag naar huis. Komt u bij mij spelen? Lachend geef ik de jongen een hand terwijl de moeder vriendelijk naar mij wuift.

Luc Van Roosbroeck
0 0

Uw maatschappij? Daar zit ik ook in

“Zeg mij eens Bartje, heb je nog over andere zaken een mening die je maar al te graag wilt delen op het wereldwijde web?” vroeg ze zeer oprecht. Het leek toch zo. Dus ik probeerde een gepast antwoord te geven. “Ja hoor, ik heb een mening over mensen met witte sokken in hun sandalen zoals jij, de parochiefeesten van Oelegem, de pannekoekenbak van de scouts, het schuldgevoel dat ik heb als ik weer maar eens iets bestel bij Zalando... Maar doe mij maar eerst een halve kilo van jullie gehakt die ik zo meteen in de spaghettisaus ga draaien” Ze leek een beetje verrast door het vlotte antwoord waar ik haar met bediende toen ze nogal nerveus haar lepel in het gehakt stak, om een poging te ondernemen om in 2keer perfect af te kiepen op 500gram...   “Wendy is uw naam toch? Ik weet dat uw man de naam Koen draagt, er zijn nog al een hoop verhalen die de ronde gaan als ik hier wat verderop een pint ga scheppen in de kroeg... Naar het schijnt heeft hij eens gekust met een gehandicapt meisje van 20jaar met carnaval, ze was niet verkleed en dat was het ergste. Maar allé van horen zeggen, hoorde veel natuurlijk é Wendy?”   “Mijn naam is idd Wendy, mijn man en ik zijn uit elkaar, maar we runnen nog wel deze slagerij samen... Je zal zelf weten hoe het gaat in een dorp als Oelegem é Bartje? Het zal u wss niets verbazen dat ik uw naam ken? Moet je nog iets hebben Bart? Het is vandaag hamburgerdag, 3kopen is 1gratis.”   “Nee bedankt, ik kom eigenlijk hier maar gehakt kopen omdat ik er een autistisch trekje op nahoud dat ik voorverpakt gehakt niet leuk vind. Ik ben ooit eens toen ik klein was ziek geweest van het eten van een curryworst. Sindsdien, eet ik geen curryworsten meer. Verleiding is er eigenlijk ook niet meer geweest hoor Wendy als dat als een geruststelling mag tellen voor u. Dat jullie slagerij afrip 1ste klasse is neem ik er maar bij”   “Dat is dan €3,88 aub...”   “Ik vraag u de rekening Wendy, ik vraag u niet hoeveel het kost om deze tent over te nemen!” Al een geluk kom ik er nog vanaf met een mopje... In plaats van een kans te benutten om een vraag te stellen waarom ik een schuldgevoel heb telkens ik iets bestel bij Zalando, verstopte Wendy zich maar achter de rol van de vrolijke slagersvrouw die bedrogen werd door een man die een zwak had om onschuldige wannabe adolescente vrouwen te kussen op carnaval.   Ik voel me schuldig als ik iets bestel op Zalando omdat ik weet dat de werkomstandigheden daar allesbehalve zijn, mensen die daar werken zijn niet gelukkig. En diegene die dat wel beweren te zijn? Die zijn nog minder gelukkig dan de rest die daar hun tegen hun zin de shiften tot een eind brengen om dan thuis te komen en vrouwlief met een Tefalpan de kop in te slaan.   Ik ben met momenten nogal gewend aan het dragen van verschillende merkkledij. Nu dat kost geld, ik heb hier zo een polo liggen van Hackett. Het koste mij €90 om het ten huize Van de Peer te krijgen. Dat is veel geld voor iets dat me even gelukkig kan maken. Ik voel me één op dat moment met deze geplaagde maatschappij waarin “kopen” en “graag gezien” worden de nummer 1 delen. Het is een totale verrassing als mensen als ik er dan nog eens over gaan schrijven ook. Bart zou Bart niet zijn mocht hij daar zijn hoofd niet over breken. Ik stel mezelf constant in vraag. Waarom doe ik dat eigenlijk? Niet het in vraag stellen van mezelf maar waarom hecht ik er belang aan om verzorgd voor de dag te komen... Het feit dat ik mijn geweten probeer te sussen dat mijn aandeel niets bijdraagt, laat staan mijn standpunten halfhard probeer te maken waarom het een vergiftigd geschenk is dat ik kledij bestel op Zalando.   Zinloos.   Soms moet ik mezelf maar eens wat meer proberen bij te brengen dat sommige vragen waar ik met zit even zinloos zijn als ik ze nog maar effectief zou stellen. Niemand is er dezer dagen met gedient om een vraag te krijgen van... “Zouden er echt vrouwen wakker worden die met een tas koffie staan te dansen in lingerie en erbij vermelden dat ze een bad hair day hebben?”   Die zaken zijn een gewoonte geworden, het is normaal om ons allemaal beter voor te doen dan we eigenlijk echt zijn. Begrijp mij niet verkeerd, ik wil ook niet altijd even “eerlijk” overkomen, natuurlijk moet ik zelf ook eerst een uur liggen piekeren wnr ik een foto op facebook post, of een selfie trek om mijn instagram vol te proppen. In een maatschappij die we zelf hebben gevormd, daar moeten de stemmen van de mensen die er beklag op hebben maar gezellig meedraaien ook niet te hard uitgesproken worden.   Er zijn geen morele regels die gehanteerd moeten worden voor we onze facebook als een bende voyeurs gaan checken op zoek naar verschillende nutteloze zaken. Ik krijg het bijvoorbeeld benauwd van als mensen iets zeggen van “allé dat zet je nu toch niet op Facebook...” Het zijn net die zaken dat verdomse een referentie zijn, iets waar we onze vingers van aflikken als we dagelijks Facebook opendoen. Waarom zou ik er dan vragen over stellen? Omdat het een verslavend, geluk gevend middel is geworden dat ons allen bereikt. De dag dat je geen like meer krijgt voor een foto van uw geliefd kind, een leuk liedje, een mooie foto,... Dan stel ik niet alleen meer de vragen, maar dan is het aan jullie om de gemakkelijkste weg te kiezen en de schuld te leggen bij de wereld, de maatschappij waarin we verkeren, en met een middelvinger te wijzen vol teleurstelling dat we niet meer zo innovatief zijn als het aankomt om ons dieet, gymlessen, sportclubs te delen op sociale media.   Facebook is fake news, net zoals het echte sociale leven vanaf ik mij nog maar buiten begeef.   Maar zo fout hoeft fake niet te zijn.   Zijn er trouwens geen leuke quotes die ik kan vinden om het dragelijker te maken?   "# It cuts like a knife when I tell you to get a life." Fluisterde ik tegen mezelf toen ik genoot van het buitensporig gedrag van Koen den beenhouwer.

Bart Van de Peer
0 0

Hij zweeg als een graf

Het liep tegen elven toen hij thuiskwam. Muisstil, omdat hij vermoedde dat ze al sliep, sloop hij op kousenvoeten naar de in het duister gehulde woonkamer, schonk zichzelf een slaapmutsje in en plofte voldaan in zijn zetel. Vrouwlief die half ingeslapen op de sofa lag, kwam langzaam overeind. Een vaag odeur van parfum prikkelde haar neusgaten en ze was meteen klaar wakker. Ze meende die geur te herkennen. Of toch niet? Ze gebruikte al jaren geen parfum. Ze knipte de lamp aan en begroette hem met een vlammende scheldtirade.‘Weet je hoe laat het is? Dat is nu al de derde keer deze week. Maar nu is het genoeg. Ik zal je eens vertellen hoe laat het is...’Hysterisch raasde ze verder.Hij zweeg als een graf. Dat was olie op het vuur.Hoe luid ze ook schreeuwde en tierde, hoe hard ze ook huilde, de eindeloze woordenstroom gleed van hem af als een zondvloed van een marmeren grafsteen. Onverschillig aanhoorde hij haar verwijten. Hij maakte zijn glas leeg en verdween zonder ook maar één woord te zeggen naar de slaapkamer. Haar boze woorden galmden nog even door de gang. Toen werd het stil.Ze kroop in een hoekje van de sofa en huilde hartstochtelijk. Ze wou niet naar bed, kon het niet aan naast hem te liggen. Het bed in de logeerkamer was niet opgemaakt.Tranen stroomden over haar verhitte wangen terwijl ze op wraak zon. Ik kan dit niet langer aan, dacht ze. Ik vermoord hem!Ze schrok van deze onverwachte ingeving die maakte dat ze kalm werd. Allerlei scenario’s speelden zich voor haar af. Een vuurwapen had ze niet, een keukenmes zou hij haar zo afhandig maken, bovendien was ze niet zo koelbloedig. Hem verstikken met een hoofdkussen leek ook geen optie. Dan maar gif. Gif, ja, je stapt gewoon de apotheek binnen en vraagt een flesje arsenicum waarop de behulpzame apotheker de gebruikelijke vraag stelt: kent u het gebruik mevrouw?Met de huisapotheek zou het wel lukken: een cocktail van slaappillen, kalmeerpillen, bloeddrukverlagers en nog wat van die antidepressiva die ze een tijdje geslikt had. Ten stelligste af te raden in combinatie met alcohol. Morgen was het hun huwelijksverjaardag, dat vroeg om een speciaal etentje. Hij zou vast beginnen met zijn scotch on the rocks. Als ze de soep niet te vlug opdiende zou hij nog een tweede nemen.Ze zou haar specialiteit bereiden. Een pikant oosters soepje, zijn lievelingskostje.Extra pikant dit keer.Als hij nu maar thuis kwam eten...Suf gepiekerd viel ze uiteindelijk in een fleecedekentje gewikkeld in slaap. ’s Morgens was hij al vroeg weer naar kantoor vertrokken. De onderhandelingen over de fusie was na wekenlang onderhandelen eindelijk een feit. Na de eindeloze besprekingen en de saaie zakendinertjes was hij aan wat rust toe. Bovendien was het vandaag hun huwelijksverjaardag. Hij voelde zich een beetje schuldig, de voorbije weken waren heel stresserend geweest en hij begreep dat ze zich verwaarloosd voelde. Gelukkig had zijn perfecte secretaresse, die de belangrijke data in zijn agenda bijhield, hem er gisteren aan herinnerd en tijdens de middagpauze was hij een flesje parfum kopen. Hij herinnerde zich de geur nog perfect, maar de naam was hem ontsnapt. De gedienstige verkoopster had hem geholpen met enkele teststrips en hij had het onmiddellijk herkend. Tevreden had hij de strip in zijn borstzakje gestopt.Ze had zich echt uitgesloofd. Het decor was perfect; de sfeerverlichting, de zachte romantische muziek, de tafel gedekt voor een tête à tête en de glazen die fonkelden als kristal in het schijnsel van het kaarslicht lieten niets aan de verbeelding over. Ze had zelfs enkele rozenblaadjes gestrooid op de hagelwitte tafelloper. Wie zou vermoeden wat hier beraamd werd.Toen hij thuiskwam, stelde hij opgelucht vast dat ze in de keuken was. Snel moffelde hij het cadeautje onder een kussen. Dat zou hij geven als ze zich na het eten in de sofa nestelden.In de keuken werd hij verwelkomd door de geur van zijn favoriete gerecht. Ze had een sexy jurk aangetrokken en begroette hem met haar verleidelijkste glimlach. Hij kuste haar en bedacht hoe heerlijk ze straks zou ruiken, het zou weer net als vroeger zijn.Terug in de woonkamer zette hij zich met een zucht van tevredenheid in zijn zetel genietend van een scotch en soda. Terwijl Michele Torr zong, emmène moi danser ce soir, schonk hij zich nog een tweede drankje in. Hij zette de stereo iets luider en ging naar de keuken. De soep was klaar. Joue contre joue et serrés dans le noir… Fais-moi la cour comme aux premiers instants… Comme cette nuit où tu as pris mes dix-sept ans… hoorde ze Michele Torr zingen. Ze hield het potje met het dodelijke mengsel boven zijn soepkom die ze net had uitgeschept.Ze schrok zich rot toen ze plots zijn armen om haar heen voelde. Het potje viel ondersteboven in de kom.Flirtons ensemble enlacés dans le noir…“Deed ik je schrikken?” vroeg hij terwijl hij argeloos het potje uit de soep viste.Michèle Torr zong ondertussen haar volgende liedjeQuand un homme a du charme, charme, charmeJe ne suis q'une femme, femme, femmeJe l'avou je m'emflame, flame, flameEt tampis pour les larmes, larmes, larmes“Zal ik deze alvast meenemen?” vroeg hij terwijl hij aanstalten maakte om de soep mee te nemen.Met vuurrode kaken hield ze hem tegen.“Dat was een potje met zeezout, de soep is niet meer eetbaar. Zullen we maar uit eten gaan?”Hij dacht aan zijn pakje onder het kussen en wat zou volgen.“Ik heb een beter idee, we bellen de uithaalchinees en eten gezellig thuis.” Quand un homme a du charme, charme, charmeJe ne suis q'une femme, femme, femmeJe me donne corp et âme, âme, âmeEt tampis pour les drammes, drammes, drammes

Nadia Lang
0 1

Marisol

Zoals gewoonlijk heerst er een gemoedelijke sfeer in het Caffè Italiano. In deze gezellige coffeeshop bekijken gehaaste mannen in costuum nog even de financiële kranten, verdiepen jonge gasten in jeans en T-shirt zich in de laatste nieuwsberichten of Facebook op hun smartphone terwijl vrouwen van verschillende leeftijden damesbladen bekijken. Allemaal slurpend van een espresso, cappuccino, ristretto of lungo. Achter de bar verkondigt een reusachtig reclamebord : “Il caffè deve essere nero come diavolo, bollente come l’inferno e dolce come l’amore.” Koffie moet zwart zijn als de duivel, heet als de hel en zo zoet als de liefde.Er staan enkele kleine tafeltjes maar vooral de grote ronde tafels waar je altijd kan aanschuiven voor een kopje koffie zonder verplichting tot enig vormelijk gesprek met andere bezoekers, nodigen uit tot verpozing. Op die manier is er altijd wel een plaatsje ook als je alleen bent. Ik vind het heerlijk hier ’s morgens even halt te houden tijdens mijn ochtendwandeling. Alleen maar toch nooit alleen.Ik vlei me neer aan één van de grote tafels waar slechts één andere gast verscholen achter een krant zit te wachten om bediend te worden. Een handtas neem ik nooit mee, in mijn jaszak heb enkel mijn huissleutels, een pakje papieren zakdoekjes en wat klein geld voor een koffie. In afwachting dat iemand mijn bestelling opneemt begin ik al vast mijn kleingeld te tellen en stel vast dat ik net iets te kort kom. Niet erg denk ik, het is redelijk druk vandaag, even een korte adempauze en dan vertrek ik weer voor mij iets gevraagd wordt. Maar ik voel dat de man aan de overkant van de tafel mij stiekem geamuseerd gadeslaat, waarschijnlijk heeft hij begrepen wat mijn probleem is. Hij legt zijn krant neer, tast in zijn zak en legt wat klein geld voor me op tafel. ‘Nee, nee, dank u’, mompel ik verlegen terwijl ik mijn centjes weer in mijn jaszak stop. Maar dan staat de dienster opeens aan onze tafel met de vraag: ‘Wat mag het zijn?’Als ik wil rechtstaan hoor ik de gulle man aan de overkant zeggen: ‘Twee espresso's graag, voor mevrouw en mij.’ Voor ik enig bezwaar kan maken is ze al weer verdwenen. Wanneer de dienster even later de koffies brengt, neemt de man met een galant gebaar het dienblad van haar over en vraagt mij met een glimlach hem te volgen. En ik volg, als een lam dat naar de slachtbank geleid word. Een beetje verderop zet hij zich een aan tafeltje voor twee. Dit kleine tafeltje in de hoek heeft een intiem karakter en creëert een soort vertrouwelijkheid waar ik me als getrouwde vrouw niet comfortabel bij voel. Ik weet mezelf geen houding te geven tegenover dit intrigerend figuur die mij nog steeds met een vriendelijke maar tegelijk geheimzinnige glimlach gadeslaat. Ik roer driftig in mijn kopje en bestudeer de kringetjes met zoveel aandacht alsof er niets interessanter te beleven valt terwijl ik tracht zijn blik te negeren met zoveel moeite als je alleen maar doet bij iemand die je meer interesseert dan een ander.Hij leunt genoegzaam achterover in zijn stoel en zegt dan: ‘ Ik ben Gino, aangenaam. Mag ik jouw naam weten in ruil voor de koffie?’Gino! Ik had het kunnen weten, een knappe zelfverzekerde Italiaan die mij het hof probeert te maken.‘Marisol’, antwoord ik zo neutraal mogelijk.‘Marisol. Wat een mooie naam! Zee en zon. Heb je altijd hier aan zee gewoond?’‘Geboren en getogen in de stad maar toen mijn man hier een baan aangeboden kreeg, kwamen we aan zee wonen.’Zo weet hij meteen dat ik getrouwd ben en niet geïnteresseerd, denk ik.‘Marisol, Marisol, herhaalt hij nog een keer met zangerige stem alsof hij een melodietje neuriet.Zijn blik, zijn houding, zijn warme stem maken dat ik me meer en meer ongemakkelijk voel. Ik drink mijn koffie en sta op. ‘Nogmaals bedankt, ik moet er weer vandoor,’ zeg ik in een poging om weg te komen, alhoewel mijn pauze in dit etablissement vanwege de aangename sfeer en de rustige muziek meestal veel uitgebreider is.‘Blijf nog even, misschien heeft het lot ons hier vandaag samengebracht,’ zegt hij zacht.‘Ik geloof niet in het lot,’ antwoord ik bijna stotterend.Het is niet het lot dat mij hier vandaag binnen deed gaan, neen ik deed dat uit vrije wil. Uit gewoonte, omdat ik dat leuk vind.Maar iets in zijn houding maakt dat ik me terug neer zet.Het timbre van zijn stem en zijn rustgevende aanblik maken me zenuwachtiger dan ik zou mogen zijn. Het gesprek dat begint met wat vormelijke informatie mondt langzaam uit in een vertrouwelijkheid die past bij ons intieme hoekje. Wanneer ik op mijn horloge kijk, merk ik dat de tijd voorbij gevlogen is. ‘Ik moet er nu echt vandoor’, zeg ik met een beetje spijt in mijn stem.Gino glimlacht, een zelfzekere maar warme glimlach. Hij heeft een scherp gehoor en dat tikkeltje spijt is hem niet ontgaan. En dan ligt plots zijn hand op de mijne. ‘Wanneer zie ik je weer? Ik wil je graag mijn huis in de duinen laten zien, je hebt er prachtig zicht op zee...’Lap, denk ik, dat heb je dan met die Casanova. Ik had het kunnen weten.Terwijl ik mijn jas aantrek zeg ik plagend: ‘Zullen we dat misschien aan het lot over laten?’‘Maar jij gelooft niet in het lot’, zegt hij vriendelijk en zijn hese stem klinkt zowaar bijna smekend. Ik vermoed dat hij acteur is of zanger of misschien is hij gewoon een commediant.‘Maar jij wel. Arrivederci a presto, se il destino vuole.’ (Tot weldra als het lot het wil)Met deze woorden verlaat ik haastig het caffè voor ik me weer door die dwingende ogen laat tegenhouden. Die ogen, zwart als de duivel, die stem heet als de hel en die vleiende woorden zoet als de liefde. Wanneer ik de volgende morgen bij de bakker sta, kijkt Marie de bakkersvrouw mij veelbetekenend aan. ‘Je hebt dus kennis gemaakt met de grote baas,’ zegt ze met een knipoog.Ik trek verwonderd mijn wenkbrauwen op.‘Gino Salvatore,’ zegt ze, ‘de eigenaar van de coffeeshop.‘Oh is hij de eigenaar?’ antwoord ik stomverbaasd en tegelijk gegeneerd alsof ik me betrapt voel. Ach ja! Marie levert de croissants in de coffeeshop.‘Wel, een vriendelijk man hoor, hij bood mij een koffie aan,’ zeg ik nonchalant.‘Weet je, die man is een beetje eenzaam sinds zijn vrouw overleden is. Hij zoekt wel vaker gezelschap in zijn coffeeshop.’ Zo zo, denk ik, het had dus niets te betekenen. Misschien heb ik het me allemaal ingebeeld.‘Hij heeft een prachtig huis in de duinen maar hij zal zich daar nu wel eenzaam voelen zo afgelegen van de wereld,’ zegt ze terwijl ze mijn brood snijdt. Ik betaal het brood. Gelukkig komt er ondertussen een andere klant binnen en kan ik me uit de voeten maken. Ik hoop dat Marie mijn rode kaken niet heeft opgemerkt. Bah, aan zee als er zoveel wind is, hebben wel meer mensen rode kaken. Onderweg naar huis loop ik voorbij de coffeeshop. Neen, niet vandaag, denk ik. Alhoewel, als hij daar vaker een praatje slaat moet hij me al eerder opgemerkt hebben. Misschien zou mijn afwezigheid vandaag veelzeggender zijn dan mijn aanwezigheid en hij komt waarschijnlijk ook niet alle dagen. Tenslotte heb ik hem niet eerder opgemerkt. Ik vraag me af hoe lang hij al weduwnaar is.Ik haal diep adem en ga binnen. Ik besluit me vandaag op een hoge kruk aan de bar te zetten, kwestie van zo onopvallend mogelijk de het gezelschap te bespieden. Mijn poging om onopgemerkt te blijven, valt helemaal in duigen wanneer ik mijn jas uitdoe en hem over mijn stoel wil hangen. Plagerig glijdt hij langzaam van het te kleine leuninkje en wanneer ik hem probeer op te rapen stoot ik zo onhandig tegen de barkruk dat die met veel kabaal tegen de vlakte gaat. Zoveel lawaai blijft hier niet onopgemerkt. Twee behulpzame handen zetten hem weer overeind.‘Destino ha voluto!’ zegt een bekende stem zacht maar triomfantelijk.(het lot heeft het zo gewild)Het schaamrood vliegt nu naar mijn wangen.Even later zitten we weer in ons intieme hoekje. Het huis in de duinen is werkelijk prachtig gelegen. Vanuit de grote ramen heb je een oninneembaar zicht op duinen waar het helmgras zich gehoorzaam buigt onder de strakke westenwind. In de verte ligt het strand. De wind blaast het fijne zand als stof over een gladgestreken laken terwijl de dartele golven hun witte schuimkoppen op het strand gooien. De zee lijkt groen vandaag met slordige zwarte strepen die het spel van de blauwe lucht en de opgejaagde wolken imiteren. Een eenzame vissersboot heeft het ruime sop gekozen en trotseert de golven.Genietend sta ik voor het raam en tuur dromerig in de verte. Het is nu iets iets meer dan een jaar geleden dat ik Gino ontmoette. Die dag in het caffè begon de zon weer te schijnen. Mijn dwaze hart dat niet meer hopen kon, bloeide open als een bloem in de zomerzon. Ik durfde weer te leven. Marie die stiekeme koppelaarster, zij drong er steeds op aan dat ik weer onder de mensen moest komen en de coffeeshop vond ze een uitstekende gelegenheid. Maar ze had gelijk, we zijn nog zo jong, er ligt nog een heel leven voor ons.Een stom auto-ongeval had mij heel jong weduwe gemaakt net als Gino. Samen vonden we de moed om verder te gaan en maakten we een einde aan die lange jaren van troosteloze eenzaamheid.Vanuit de keuken komt de vertrouwde geur van versgemalen koffie mij tegemoet. Ik voel een liefdevolle arm om me heen en warme lippen die zachtjes mijn wang beroeren. ‘Buongiorno mia cara, ben je al wakker?’Elke morgen drinken wij nu samen onze koffie. Zwart als de duivel, heet als de hel en zoet als de liefde.  

Nadia Lang
0 0

Ontmoetingen

  Een grootstad zoals Antwerpen, hét stad zeggen de inwoners, herbergt een enorme diversiteit. Niet alleen wonen er zo’n 150 nationaliteiten, zowat alle religies zijn er vertegenwoordigd. Als inwoner – en neen, zelf ben ik geen sinjoor: aan de definitie daarvan voldoe ik niet, al zou het te ver leiden om hier een kleine omweg te maken om dat uit te leggen – kijk ik niet meer op van één of andere klederdracht of taal en zelfs kapsels, zoals uit de golden sixties of een hanenkam, doen zelfs geen wenkbrauw meer rijzen. Nochtans is soms de werkelijkheid sterker dan welk verhaal of sprookje dan ook. De ontmoetingen die ik hier beschrijf hebben wel degelijk plaatsgevonden, en tot op de dag van vandaag begrijp ik het nog steeds niet. Wat er dan gebeurde? Wel, lees even verder, en probeer er een touw aan vast te knopen… Na een bezoekje aan de winkel van B, waar mijn zelfgemaakt speelgoed verkocht wordt, zag ik de tram voor mijn neus voorbijrijden. Liever dan hier tien minuten rond te hangen en te wachten op de volgende, wandelde ik rustig verder richting Lange Nieuwstraat, naar de volgende halte. Natuurlijk kon ik ook te voet naar huis maar die tram gaf mij een beetje tijdswinst, die ik op dat moment goed kon gebruiken. Barbara had me juist gevraagd of ik een paar bloemenstaanders kon maken waar zij een foto van had, en het leek mij een leuke afwisseling en een uitdaging. In gedachten nog bij haar, tussen haakjes een leuke jonge vrouw waar het plezierig mee omgaan was, was ik bijna aan de halte gekomen, toen er uit een zijstraat iemand op mij af stapte. Ik keek niet eens op van zijn traditionele boeddhistische kledij, kompleet met bedelnap. Maar, enkele passen van mij vandaan, sprak die man mij aan. Zijn onberispelijk Engels was perfect verstaanbaar, wat hij zei echter niet. “Meester,” zei hij, “ik zie dat u Verlicht bent. Mag ik in uw wijsheid delen?” Even was ik verbouwereerd, ik verwachtte dat hij de weg zou vragen ergens naar toe. Ik dacht niet na toen ik antwoordde, in mijn beste vermogen met de Engelse taal: “ik ben maar een eenvoudige mens, niet beter of slechter dan wie dan ook.” Zijn antwoord hierop verbaasde mij nog meer: “Meester, ik dank u voor uw wijze woorden, het zijn de eerste wijze woorden die ik in deze stad heb gehoord.” Hij maakte een buiging, en nam afscheid met “by your leave, Master.” En de tram reed mij juist voorbij… Ik ging dan maar te voet verder naar huis, met mijn gedachten bij die korte ontmoeting. Het was in zoverre juist dat ik regelmatig mediteerde, echter zonder dat ik daarbij mij concentreerde op de boeddhistische leer of levenswijze: dat was voor mij niet mogelijk, neen, eerder was het een manier om mijn onrustige geest even stil te zetten, mijn gedachten terug op het juiste pad te brengen om verder te kunnen gaan. Enkele weken later kwam ik uit de winkel van N, waar ik juist een contract had getekend om een aantal dingen te maken zoals juwelenbustes, Japanse karakters en wijnboxen. Het contract was interessant genoeg om een beetje moeite te doen: tenslotte had zij zelf gevraagd of ik in haar winkel enkele dingen wou verkopen! Zij was jong genoeg om mijn dochter te kunnen zijn (mooi genoeg om naar te kijken ook) en, langs het zesentwintigste knoopsgat, ook nog familie… Onderweg, opnieuw naar een tramhalte, passeerden mij, niet ongewoon in deze buurt, een paar fashionista’s en groene jongens. Aan het verkeerslicht stond ik te wachten toen er iemand mij aansprak. Deze jongeman was onberispelijk gekleed in een pak met hemd en das waaraan je kon zien dat geld geen rol speelde. Zijn huidskleur gaf aan dat hij van vreemde afkomst was, hij sprak mij dan ook aan in het Engels: “Meester”, zei hij, “Mag ik in uw wijsheid delen?” . Hij keek mij aan met een blik alsof hij een kind was, dat een snoepje beloofd was. Het antwoord dat ik hem gaf, waar ik enkele ogenblikken moest over denken, was het volgende: “Volg jij de Weg?” vroeg ik hem. “Jazeker, Meester.” “Waarom sta je dan stil?”. Dit antwoord was schijnbaar niet wat hij verwachtte, en mijn woorden moesten even doordringen. Mijn bedoeling met die woorden waren zowel letterlijk als figuurlijk, en die dubbele betekenis scheen hem even te verwarren. Het verkeerslicht sprong op groen en ik stak over. Ik keek even om, en zag dat hij een diepe buiging maakte op traditioneel boeddhistische wijze… Nooit had ik op zo’n korte tijd dit soort vreemde ontmoetingen gehad. Ik wist er geen raad mee: waarom spraken die twee mensen mij aan? En met die woorden? Het vreemde aan die ontmoetingen was ook dat ik totaal niet nagedacht had bij wat ik zei, alsof de woorden vanzelf kwamen. De ganse weg, op de tram en daarna te voet, bleven die toevalligheden mij in gedachten volgen. Ook thuis, toen ik mijn verhaal deed aan mijn vrouw, bleef er iets hangen. Zij begreep er ook niets van, maar wees mij er op dat ik de laatste tijd, sinds mijn brugpensioen, wel veranderd was, en iets uitstraalde dat, zei ze lachend, misschien wel “wijsheid” zou kunnen genoemd worden… Wie een verklaring kan geven voor deze waargebeurde feiten mag mij contacteren: soms is de werkelijkheid vreemder dan fantasie! Leo BJ

Leo Bonjean
8 0

Let's talk!

I had diner at my local favorite Thai restaurant. A city boy like me doesn’t like to cook every day, catching up with friends is far more entertaining than standing in that magazine kitchen I don’t have. The room was crowded and the staff gave me a nice table next to their working space and next to a table with eleven people; yes, I’ve counted them between my aperitif and my order. Eleven Flemish speaking people in a restaurant in the heart of Brussels is as rare as finding that guy that suits you perfectly.   I was kind of intrigued. Who are these people? They seemed to be more colleagues than close friends. The few conversations I could pick up didn’t mention broken hearts or NSA experiences. Unfortunately I couldn’t pick up enough words to understand what they were talking about. Amongst them was one Flemish speaking veiled young girl. I noticed that. And I thought : well, they’re probably teachers who welcome non-native speakers to learn to understand and to speak Dutch. The meal I had was fine, the drinks were fine, my evening out was perfect. But back home I couldn’t help thinking : why didn’t I go to ask them what they do in life since I’m also a teacher. What brings them here? Instead of making a first move, I made up so many scenarios in my head. And I missed an opportunity of talking to people, to hear their story. I invented their history, I classified them (the veiled woman, the guy with the baseball basket is probably gay, the girl with the blond hair looks so common, how can one be dressed like that and so on).   I’ve noticed we don’t talk to each other anymore. When I go out clubbing and we stand in the smoker room, we just smoke, we look away or we look at each other without looking. Are we afraid? Have we become social media avatars? Do we really need our smartphone to actually get in contact with that guy standing next to us? Is all communication lost? Are we looking for perfection?   We live in a strange world. We strive for perfection. The perfect home with the perfect man, the perfect job, the perfect friends, the perfect evening out. We live in the perfect city. We have a perfect day, we live the perfect holiday. The perfect ABBA-song. The perfect meal. The perfect silence. The perfect underwear we bought. That perfect shirt. The perfect body. The perfect perfume. The perfect color. The perfect friend. Even the perfect haricot is important in our lives. The perfect beer. In perfect shape. The perfect jeans. The perfect skin. The perfect deal. The perfect candidate. The perfect haircut. The perfect lover. A perfect plan. Un amour parfait. The perfect dream. The perfect size. Size matters. The perfect age.   When push comes to shove, only then it’s time to talk. But do we talk? Do we dare to talk? Or do we just throw the other in the bin? Do we feel that our ego is in danger?   The perfect book. The perfect tone. The perfect light. Perfect timing. Perfectly right on time. The perfect moment. The perfect misunderstanding. The perfect alibi. I missed out a chance to widen my horizons, to adjust my opinion – I’m a guy who always wants to have the last word -, and to take me or eleven people to new levels. A lot of people don’t talk anymore. They imagine. A lot of people don’t feel anymore, they only (screen)touch. A lot of people run away from other people who might need us, and then we cry in silence at home because solitude has become a friend. We judge books by their covers. We don’t read the first chapter anymore. It’s sign of times.   What can be more fulfilling in a life than to go and talk to people we don’t know, to open a secret door that we never dared to open, talking to that guy in full leather, talking to that slut you see all the time, having a no virtual chat with some rubber skinheads, the sneaker freak and even with the party boy. Having a drink with that old queen who lived in the gay scene for more than 40 years. Sharing experience with HIV positive people, sharing experience on how we use Prep. We’d be surprised how great we become when we share knowledge.   If we don’t read the first chapter anymore, if we stay in our own perfect world, then our world is a cold world like a ghost town. We easily reject people. It hurts. When reading the first chapter, you can always put the book back on the shelf when it doesn’t suit. By reading the first chapter, it’s also your own book that’s been written. It’s also sharing a part of your pages. It’s that perfect encounter that pops up when unexpected.   I recently met a great guy. He’s not perfect, I’m not perfect but the book is open. Love always finds its way, trust me. There’s a whole new book to read and to write. And as for us at Alpha Tribe Magazine, we open a lot to new experiences on our pages and the events we attend. You’d be surprised of the library you discover!   http://erwinabbeloos.over-blog.com/  

Erwin Abbeloos
0 0

KWAK KWAK, DIE EENS IS DOEIT!

Iedereen die fan was van Toon Hermans, kent zeker nog zijn fameuze zinnetje: ‘Die duif is doeit!’ Wel hier, in Grau du Roi in de Langedoc, is het van: ‘Die eend is doeit!’ En niet alleen de eend, maar ook het warme zomerse septemberweer is volledig dood! De twee laatste weken van augustus waren in de Ardèche zo loeiheet, dat je speeksel in je mond verdampte. Je haardos verschroeide en je mond riep constant om water. Met 38 graden in de schaduw en 48.8 graden in de zon, kon je amper je ene voet voor de andere zetten zonder blaren op je voetzolen te krijgen. De enige optie was je in de rivier onderdompelen, die als warm badwater aanvoelde. Maar hoe meer de dagen vorderden hoe meer ook in de Ardèche de herfst voelbaar werd en de bomen vroegtijdig verkleurden. De eerste week van september werden we na een paar zonnige dagen aan de Middellandse zeekust al na een paar dagen getrakteerd door de Tramontan, de koelere wind die zich in de Pyreneeën opbouwde en die nu over de stranden raasde. Eens die wind tot rust kwam, dreven er sombere grijze wolken over het normale door de zon overspoelde toeristenstrand en was er nu en dan een wolkje dat persé het vakantiegevoel moest weg pissen. Zoals in de meeste streken van Europa, was ook hier in mei en juni het toerisme veel te vroeg verzomerd. In juli en augustus was de natuur door de regenloze hitte in recordtempo gewoestijniseerd. Volgens de niet tevreden lokale horeca waren de Franse en Europese toeristen verder richting Spanje getrokken. Dat was natuurlijk niet alleen te wijten door de extreme hitte maar tevens door de in de horeca tot afpershoogte aangepaste drankconsumptieprijzen. Het was tot hiertoe het eerste jaar dat september in zuid Frankrijk niet meer het eeuwige zomerse seizoen was, er een extra dekentje op het bed gelegd moest worden en wij ’s nachts de pyjama moesten uitgraven. Gedaan de zwoele zomeravonden en terwijl er deze ochtend met amper een 15 a 17 graden een zeikregentje op de caravan neer druppelde, leek het er meer op dat we in de Ardennen kampeerden in plaats van aan de Middellandse zee. Een langebroeken- en fleecetruitjes-wandeling op de promenade in het mondaine La Grande Motte had meer weg van een winterse Noordzee dijkwandeling in Knokke. Misschien dat de uitlopers van de Amerikaanse tornado’s wereldwijd zo’n luchtveranderingen teweeg brachten, dat men ook hier van een degelijke klimaatwijziging kan spreken. En daardoor zijn de eenden er misschien vroegtijdig van door gegaan, gone with the wind! In het zuiden van Frankrijk is het jachtseizoen al enkele dagen geopend. Regelmatig horen wij heel vroeg in de ochtend geweerschoten. Waar die jagers nog achteraan gaan is ons een raadsel, want buiten een paar meeuwen, mussen, flamingo’s en kraaien hebben wij hier in de directe buurt van de camping nog geen enkel opjaagbaar diertje kunnen spotten. De eendenpopulatie heeft waarschijnlijk een vakbond opgericht en onder impuls van een paar heethoofden het zuidelijk Franse halfrond voortijdig verlaten. Noch in de lucht, noch in de vijvers en al helemaal niet in blik ‘Les saveurs du territoir’, bij de Lidl supermarkt, is er nog een eend te zien, laat staan een ingeblikte eendenbil te vinden. Alle nabije kustfilialen van de desbetreffende supermarkt hebben wij bezocht,met een arendsblik en met een vergrootglas als een echte Sherlock Holmes de rekken afgeschuimd,  maar nergens was nog een goedkope versie van ‘confits de canard’in de schabben te vinden. Duurdere blikken in super dure supermarkten deden ons nog wel eventjes twijfelen, maar voor die prijs kan je ze rond kerst ook bij ons in België in de betere detailhandel vinden. Alle vorige septembervakanties namen wij, neen dat is totaal niet het juiste werkwoord, sleurden wij een grote voorraad ‘eendenbilletjesblikken’ voor etentjes met de ganse familie en vriendenkring in onze caravan mee de grens over. Lekker makkelijk klaar te maken. Blik opendraaien, eendenvet verwarmen, afgieten en bijhouden, de confits in de microgolfoven opwarmen, kleine aardappeltjes in het vrijgekomen eendenvet bakken, wat champignons of rode kool erbij of lekkere knapperige Belgische frietjes en taddaa, je fabriceerde à la minute een menu met Likoké, Oud Sluis, The Jane of Fornuis allures. De thuisblijvers zullen nu wreed teleurgesteld zijn! Deze keer hebben wij onze wagen volgeladen…met vissoep, olijven met ansjovissmaak, nougat de Montelimar en oude wijven…als ze aan de markt kwamen, begonnen ze te kijven van…geen confit meer te vinden! Ach ik heb er begrip voor dat die eenden elkaar er zo snel mogelijk kwak, kwak van op de hoogte brengen om er als de bliksem van vanonder uit te muizen. Ze worden massaal zij aan zij in een schuur opgehokt, hun lever zodanig opgepimpt zodat wij die als een foi gras-crème, met een uiencompôtje of een veenbessenconfituurtje als delicatesse op onze toastjes kunnen smeren. Ofwel belanden hun lijfjes als magrêts in de koeltoog (ook lekker met warme mango schijfjes in wijnsaus met honing) of  duwt men hun billen, met hun eigen vet, in een blik. Maar zoals reeds eender gezegd, is het aanbod drastisch teruggeschroefd.  Geen goedkope ‘confits de canard’ meer te vinden. Ofwel werden de eenden de voorbije jaren door een jagersbende compleet uitgemoord, ofwel hebben ze voor het jachtseizoen het hazenpad, sorry eendenpad,  gekozen. Misschien is de Lidl supermarkt er nu eindelijk na jaren achtergekomen, dat deze 6 Euro kostende blikken met een inhoud van 4 billen, massaal buiten gesleurd werden door de restaurants in de buurt, waar ze als locale superlekkernij aan 15/20 Euro per bil op het menu werden gezet. De grootste afzetters, en jullie mogen dat woord ook letterlijk nemen, waren voornamelijk de marktkramers. Deze laatste weekten de etiketten er af, plakten er dan een fotokopielabeltje met een Donald Duck-achtig tekeningentje en hun eigen naam op en gingen dan aan E 25 per blik op één of andere artisanale markt hun frauduleus verkregen ‘confits’ als hun persoonlijke klaargemaakte eendenbillen verkopen.  Dus nu, moeten wij, arme caravantoeristen, niet alleen de wind, wolken en miezerregen er bij nemen maar tevens met lede ogen aanzien hoe de ‘smaken van de streek’-schabben’ leeg blijven. Kwak, kwak, die eend is weg, die eend is doeit! Morsdood!   Sim, 18 september 2017

Sim
0 1