Lezen

Natascha en de pingpongspruiten (7)

  Iets verderop, daar stond zij, nog steeds, de fabriekshal van Kinepolis, ooit wit nu grijs, een tanend walhalla van de film. Ik keek achterom, in de richting van de achterruit. De vrouw met de mond van marsepein had de aldizak naast zich gezet, als een dam tussen haar rechterbil en de monteur. De Beul van Zedelgem zat nog steeds gans achterin, op het middelste van die vijf zitjes waar schoolreiskinderen het liefst zitten, op hun knieën, achterstevoren, om naar de achtervolgende mensheid te wuiven. Zijn zak was wit gebleven, net als zijn brood in die acht sneetjes met daartussen vier lagen kop en mosterd.   “Hier worden nog maar weinig films vertoond,” zei de Buschauffeur van wie ik niet verwacht had dat hij me plots zou aanspreken. “In de namiddag brengen private belbusjes oudjes naar deze parking. Ze pikken ze op bij hun woonblokken en ze zette hier af, voor een grappige klassieker, Louis de Funez, The Naked Gun en van die dingen. Oude herinneringen blijven het best bij en dan lachen ze net iets meer. In een andere zaal speelt om twee uur ook ‘De Schat van de Zeerover’, een kinderfilm met droevig eind, maar ook met gratis drankjes of koekjes, naargelang de sponsor en ‘s avonds enkel nog ‘Pirates of Innocence’, een erotische parodie.”   Vrij veel gepraat voor een doorsnee buschauffeur. Misschien was zijn google-implantaat niet zorgvuldig afgesteld. Ik was naar zijn informatie beginnen luisteren en we naderden het ronde punt aan de expresweg. Daaronder denderden door een tunnel vrachtwagens met containers, allicht vol richting binnenland, leeg richting zee en boven het ronde punt hing een fietsersbrug met drie armen, die elkaar vasthielden in het midden. Op de arm richting Kinepolis stond een zwarte gestalte met een fluogeel hondje. Ik wees naar de donkere figuur met het reflecterende dier en wachtte op de woorden van de Buschauffeur.   “Ja, het is al gebeurd, meerdere keren zelfs, dat iemand hier van deze fietsersbrug sprong, maar de smalle brug hangt nog net boven het bloemenperkje naast het ronde punt en net niet boven de tunnel. Meestal komen ze er met wat rozenschrammen en een botbreuk van af. Blijkbaar is het nodig om je met volle kracht af te zetten en een duik vooruit te nemen om onder één van die vrachtwagens terecht te komen?”   Ik knikte en bespaarde hem mijn opmerking dat ik de hoogte kon reduceren en het ronde punt in de breedte kon uitrekken, zodat die sombere gestalte veilig van de brug kon springen. Het hondje zou volgen als een bizarre ballon aan een touwtje. Ik zweeg. De Chauffeur zou allicht geantwoord hebben dat de brug hem dan de weg zou versperren. Ik vroeg hem wel waarom die wanhopelingen niet gewoon vanop het ronde punt de tunnel insprongen.   Hij kon niet antwoorden. Zijn implantaat haperde even en hij sprak : “De balustrade is inderdaad niet echt hoog.”   De fietsersbrug was nu vlakbij en ik sloeg mijn blik nog snel even omhoog in de hoop een gezicht op de duistere gedaante te kunnen plakken. Regendruppels hinderden het zicht. Ruitenwissers wissen nooit alles en ik dacht aan Natascha, die zich thuis klaarmaakte. Voor haar was de bushalte Kroonhoek vlakbij. Zij woonde immers in het centrum van Zedelgem, boven een kruidenboetiek. Ik zag het zo voor me, hoe ze zich opfriste voor een spiegel, getooid in enkel een slipje begroeid met doornloze rozen en een beha met de maten en de letters van een barracuda (met uitzondering van de r en de u).   Natascha heeft -moet je weten want zo is het- een zuivere huid, vrij van grote moedervlekken en puisten. Er zijn geen doorboringen voor ringels of pinnen en ze heeft geen wratten. Nergens draagt ze een tattoo, niet van een koppige slang of de nummerplaat van een vrachtwagen, noch de beeltenis van een piratenschip en zeker geen naam van een overleden minnaar. Dat velletje van haar is nergens geschonden of op onnatuurlijke wijze uitgerokken door de aanwezigheid van botox of siliconen, noch in de breedte, noch in de diepte. Zij is geen hemellichaam met kunststofbergen op een ribbelige glooiing. In de verte gaapt geen mergelgrot! Neen, haar lijnen zijn zowel te midden pareltjes van ochtenddauw als bij een dronken avondschemer om te strelen en haar kontje mag dan wel iets dikker zijn dan normaal, voor mij is het helemaal goed zo. Wat is trouwens nog normaal de dag van vandaag?   De Chauffeur leek te knikken, alsof hij mijn gedachten had kunnen lezen. Verder stelde ik me geen vragen bij een fluogele hond.       pagina zeven van 'Natascha en de pingpongspruiten' (deel 1 van mijn e-boekje 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0

Natascha en de pingpongspruiten (6)

  Voor alle zekerheid zette ik vier rechter en vier linker stappen in de richting van de Buschauffeur. Ik kwam naast hem te staan, hij slurpte aan zijn koffiebekertje en ik sloot de ogen, echter niet als een vermoeide struisvogel die uit schrik zijn kop in een zwart gat probeert te steken. Voor de duisternis kende ik geen angst, in geen geval. Als kind was ik er al door gefascineerd, ook door begrippen als oneindigheid en het niets. Het werd zelfs een soort ritueel, een vorm van ontspanning, om na zonsondergang, als ik in bed lag, me te oefenen in de geestelijke voorstelling van deze begrippen.   Op stille avonden, wanneer de krekels zich eens niet als dolgedraaide scheidsrechters oefenden in het fluiten van een spelerloze voetbalwedstrijd en de kikkers sprakeloos de sterren telden, sloot ik mij de ogen. Ik stelde mij een vierkante opening voor, in een zwart vlak. Achter die opening scheen een fel wit licht. Door de opening uit te rekken tot een rechthoek, werd het licht minder fel en de diepte zichtbaar. Ik rok* de breedte nog verder uit tot er geen zijkanten van een rechthoek meer zichtbaar waren. Er ontstond een ruimte met een bepaalde hoogte, een onbegrensde breedte en een onzekere diepte.   Door de hoogte te verkleinen werd die ruimte samengedrukt, verspreidde het licht in de diepte, waarvan de onmetelijkheid zichtbaar werd. Na enkele seconden was de hoogte gereduceerd tot nog slechts een dunne spleet. Het licht vond haast geen uitweg meer, werd weer feller en op het laatste moment, net voor de spleet zich volledig sloot, was er die ene pîjnlijke flits van wit licht. Daarna niets meer, enkel nog een volmaakte duisternis.   Wat mij restte was eerst de boel nog negentig graden te draaien, mij een voorstelling te maken van vierkante gaten die uitgerokken* tot verticale in plaats van horizontale spleten, waarbij de hoogte oneindig werd en de breedte uiteindelijk nihil.   Daarna oefende ik mijn geest nog in de combinatie, twee dimensies, hoogte en breedte liet ik tegelijk variëren, en ik speelde met het in- en uitzoomen, had al gauw een soort geestelijk platform waarop ik objecten in een oneindige diepte kon doen verdwijnen en dat tegelijk ook diende als de tafel van een tweedimensionale microscoop waarbij ik kon inzoomen op de details van zelfverzonnen insecten.   Al bij al geen ideale geestesoefening voor iemand met agora- of claustrofobie, maar ik leed aan geen van bijna. Integendeel. Het werd voor mij een thuis zonder zorgen of verveling. De in mijn hoofd ontwikkelde microscoop mocht was dan wel slechts tweedimensioniaal zijn, toch belette mij dat niet om een complete kever te creëren. Ik schiep hem laagje voor laagje, koos de uitwendige vorm, die van de kop, de thorax, het achterlijf, een stelsel van organen, koos het aantal poten en vleugels, alles, soms in de zotste kleuren. Je kan stellen dat ik de 3D-printer decennia voor was geweest en daarbij niet beperkt was in kleuren, noch in precisie of de finesse van de vezels.   Niet dat ik de Buschauffeur nu ging lastigvallen met dergelijke prietpraat. Ik wilde hem maar één vraag stellen en ik oefende alvast in mijn gedachten, woord na woord : “Stopt deze bus ook aan de halte Kroonhoek?”       *West=Vlaams : uitrekken/rok uit/uitgerokken  __________ bladzijde zes van 'Natascha en de pingpongspruiten' (deel 1 van mijn e-boekje 'Ricky Minnaerts Somertijd')

Bernd Vanderbilt
0 0

liefdesgedichten later geïllustreerd met tekeningen

Creatief schrijven   Waar ben je mijn lief Ooit kruisen we elkaars pad Blik nooit afgewend   Heerlijk mannenlijf Als je het overal streelt In zwijgen verhuld   Twee paar lippen en Je kust ze beiden teder Hoogste hemel in   Je wast mijn haren Zachter dan ik, en föhnt ze Jeffrey noem ik je Je lacht ermee en spreekt me toe Dat ik zachter voor mezelf Moet zijn en rustig     Ooit komt droeve dag Dat je me niet begeert Wat doe k dan met lust Waar berg ik dat op Treurt mijn hart of ziel zoek k jou of een ander Nee ik zoek jou mijn liefste Mijn alles mijn toeverlaat Maar wat moet ik dan Met dat sterk gemis Als je me wegduwt   Hoort het bij elkaar liefhebben en jaloers zijn was nog nooit zo jaloers zou jaloezie slijten als de liefde slijt laat me dan immer jaloers blijven   Als jij ooit wegvalt Dan zeg ik niets en verdwijn voor altijd Onvindbaar voor de wind noch de schaduw Onvindbaar klein wordt ik dan     Denken aan jouw huid Lieflijk zacht en warm fluweel Doet me op lip bijten Van pure wellust Liefste alleen jij Krijgt me zo warm van binnen     We zochten elkaar Tevergeefs een leven lang Toch gevonden verfrommeld Perfect in elkaar passend Alle lego posities Overlappend deugnieten Partners in crime Bovenal minnaars Dromend van elkaar Lachend om elkaar Dankbaar voor zoveel geluk   Als je ooit weg bent Misschien  een zandkorrel  groot Dan steek ik mijn hoofd in ‘ t zand En zoek ik jou mijn liefste Tot we versmelten Een zandkorrel groot Weerspiegelend in het glas

Charlie
0 0

liefdesgedichten later geïllustreerd met tekeningen

Creatief schrijven   Waar ben je mijn lief Ooit kruisen we elkaars pad Blik nooit afgewend   Heerlijk mannenlijf Als je het overal streelt In zwijgen verhuld   Twee paar lippen en Je kust ze beiden teder Hoogste hemel in   Je wast mijn haren Zachter dan ik, en föhnt ze Jeffrey noem ik je Je lacht ermee en spreekt me toe Dat ik zachter voor mezelf Moet zijn en rustig     Ooit komt droeve dag Dat je me niet begeert Wat doe k dan met lust Waar berg ik dat op Treurt mijn hart of ziel zoek k jou of een ander Nee ik zoek jou mijn liefste Mijn alles mijn toeverlaat Maar wat moet ik dan Met dat sterk gemis Als je me wegduwt   Hoort het bij elkaar liefhebben en jaloers zijn was nog nooit zo jaloers zou jaloezie slijten als de liefde slijt laat me dan immer jaloers blijven   Als jij ooit wegvalt Dan zeg ik niets en verdwijn voor altijd Onvindbaar voor de wind noch de schaduw Onvindbaar klein wordt ik dan     Denken aan jouw huid Lieflijk zacht en warm fluweel Doet me op lip bijten Van pure wellust Liefste alleen jij Krijgt me zo warm van binnen     We zochten elkaar Tevergeefs een leven lang Toch gevonden verfrommeld Perfect in elkaar passend Alle lego posities Overlappend deugnieten Partners in crime Bovenal minnaars Dromend van elkaar Lachend om elkaar Dankbaar voor zoveel geluk   Als je ooit weg bent Misschien  een zandkorrel  groot Dan steek ik mijn hoofd in ‘ t zand En zoek ik jou mijn liefste Tot we versmelten Een zandkorrel groot Weerspiegelend in het glas

Charlie
0 0

liefdesgedichten later geïllustreerd met tekeningen

Creatief schrijven   Waar ben je mijn lief Ooit kruisen we elkaars pad Blik nooit afgewend   Heerlijk mannenlijf Als je het overal streelt In zwijgen verhuld   Twee paar lippen en Je kust ze beiden teder Hoogste hemel in   Je wast mijn haren Zachter dan ik, en föhnt ze Jeffrey noem ik je Je lacht ermee en spreekt me toe Dat ik zachter voor mezelf Moet zijn en rustig     Ooit komt droeve dag Dat je me niet begeert Wat doe k dan met lust Waar berg ik dat op Treurt mijn hart of ziel zoek k jou of een ander Nee ik zoek jou mijn liefste Mijn alles mijn toeverlaat Maar wat moet ik dan Met dat sterk gemis Als je me wegduwt   Hoort het bij elkaar liefhebben en jaloers zijn was nog nooit zo jaloers zou jaloezie slijten als de liefde slijt laat me dan immer jaloers blijven   Als jij ooit wegvalt Dan zeg ik niets en verdwijn voor altijd Onvindbaar voor de wind noch de schaduw Onvindbaar klein wordt ik dan     Denken aan jouw huid Lieflijk zacht en warm fluweel Doet me op lip bijten Van pure wellust Liefste alleen jij Krijgt me zo warm van binnen     We zochten elkaar Tevergeefs een leven lang Toch gevonden verfrommeld Perfect in elkaar passend Alle lego posities Overlappend deugnieten Partners in crime Bovenal minnaars Dromend van elkaar Lachend om elkaar Dankbaar voor zoveel geluk   Als je ooit weg bent Misschien  een zandkorrel  groot Dan steek ik mijn hoofd in ‘ t zand En zoek ik jou mijn liefste Tot we versmelten Een zandkorrel groot Weerspiegelend in het glas

Charlie
0 0

liefdesgedichten later geïllustreerd met tekeningen

Creatief schrijven   Waar ben je mijn lief Ooit kruisen we elkaars pad Blik nooit afgewend   Heerlijk mannenlijf Als je het overal streelt In zwijgen verhuld   Twee paar lippen en Je kust ze beiden teder Hoogste hemel in   Je wast mijn haren Zachter dan ik, en föhnt ze Jeffrey noem ik je Je lacht ermee en spreekt me toe Dat ik zachter voor mezelf Moet zijn en rustig     Ooit komt droeve dag Dat je me niet begeert Wat doe k dan met lust Waar berg ik dat op Treurt mijn hart of ziel zoek k jou of een ander Nee ik zoek jou mijn liefste Mijn alles mijn toeverlaat Maar wat moet ik dan Met dat sterk gemis Als je me wegduwt   Hoort het bij elkaar liefhebben en jaloers zijn was nog nooit zo jaloers zou jaloezie slijten als de liefde slijt laat me dan immer jaloers blijven   Als jij ooit wegvalt Dan zeg ik niets en verdwijn voor altijd Onvindbaar voor de wind noch de schaduw Onvindbaar klein wordt ik dan     Denken aan jouw huid Lieflijk zacht en warm fluweel Doet me op lip bijten Van pure wellust Liefste alleen jij Krijgt me zo warm van binnen     We zochten elkaar Tevergeefs een leven lang Toch gevonden verfrommeld Perfect in elkaar passend Alle lego posities Overlappend deugnieten Partners in crime Bovenal minnaars Dromend van elkaar Lachend om elkaar Dankbaar voor zoveel geluk   Als je ooit weg bent Misschien  een zandkorrel  groot Dan steek ik mijn hoofd in ‘ t zand En zoek ik jou mijn liefste Tot we versmelten Een zandkorrel groot Weerspiegelend in het glas

Charlie
0 0

Brief aan mijn introverte medemens

Hoi Stijn,   Een tijd geleden schreef je in Charlie Magazine een brief aan je extraverte tegenpool Emilie. Hoewel die brief niet voor mij bedoeld was kreeg ik er kippenvel van. Ook ik ben introvert en heb me daar lang voor verontschuldigd. Ja, zelfs geschaamd. Je vertelt in je brief over een feestje waar je met jezelf geen blijf weet. Je wil wanhopig meepraten, maar om één of andere reden blokkeren je hersenen, verandert je tong in een stoffige lap leer en sta je te dralen in een hoekje.   Je zit zo in je hoofd te zoeken naar dat gevatte antwoord op die onverhoedse vraag, dat de conversatie al lang is voortgekabbeld naar het volgende oppervlakkige onderwerp. Je wacht en wacht en wacht op die ene vette schijf die je benen eindelijk ritmisch richting dansvloer zullen stuwen, maar je blijft tegen de muur plakken als een verlegen bloempje. Je zit zo in je hoofd opgesloten dat de feestgangers de indruk krijgen dat je hier tegen je zin staat. Dat je het feest oersaai vindt en zo snel mogelijk weer naar huis wil. Terwijl jij je als een opgejaagd hert voelt dat naar de koplampen van een aanstormende vrachtwagen staart.   Weet Stijn, je bent niet alleen. Ook mijn hersenpan kookt over op zo’n moment. Ook mijn tong plakt kleverig tegen mijn verhemelte. Ook ik vlucht naar het toilet, omdat dat de enige sociaal aanvaarde manier is om even alleen te zijn. Of check voor de duizendste keer mijn Twitterfeed, ook al ken ik alle tweets van het afgelopen half uur ondertussen vanbuiten. Of, godbetert, ik bestel nog een pintje, want dat zal mijn tong wel losmaken.   Jouw brief in Charlie Magazine past binnen het thema schaamte. Je biecht er zelfs in op dat je jaloers bent op het extraverte soort. Je mist hun spontaniteit en ze lijken altijd wel een pasklaar antwoord te hebben. Ook ik heb me lange tijd gespiegeld aan mijn extraverte medemens. Maar Stijn, waarom zouden we ons ongemakkelijk voelen over ons stilzwijgen? Waarom zouden we er ons om schamen? Waarom zouden we welbespraakte babbelaars benijden?    Want er zijn zoveel voordelen aan introversie en stilte. Nee, we weten niet hoe we met small talk om moeten. We kunnen geen kwartier over een bewegende grasspriet praten. Een oppervlakkig praatje sterft bij ons snel een stille dood. Maar we zullen wél aan je lippen hangen als je ons vertelt wat je écht boeit. Waar jij warm van wordt. Waar je wakker van ligt. Nee, we zullen je geen raad geven. Maar we kunnen ons in jouw schoenen verplaatsen en je een luisterend oor bieden, want dat is wat je écht nodig hebt.   Ik weet, het is sociaal niet aanvaard om stil te zijn. Om te observeren en te reflecteren. Want zo geraak je nergens in het leven. Het zijn de haantjes en roepers die gehoord worden. Zwijgen wordt beschouwd als een zwaktebodof als arrogantie.   Maar misschien wordt het tijd dat we daar verandering in brengen. Dat we de voordelen zien van introversie en stilte. Dat we trots zijn op wat we kunnen: luisteren, observeren, reflecteren, absorberen, nuanceren. Het zou een welkome verademing zijn in deze gejaagde wereld waar je te pas en te onpas een mening klaar dient te hebben.   Zullen we op het volgende feestje tezamen tegen de muur staan als twee stille observators en af en toe een betekenisvolle blik naar mekaar werpen? Want meer hebben wij niet nodig om elkaar te verstaan. En dat is genoeg.   Je geestverwant,   Het stille meisje  

het stille meisje
22 0