Lezen

De bonnetjes van Rudi

Het enige wat je op dit schrijversforum kan doen als je iemand van antwoord wil dienen is zelf een stukje schrijven en een titel bedenken die de aangeschreven schrijver hopelijk opvalt. Zo heb ik ooit een Ierse hooligan die van ‘ons’ platform misbruik wou maken het zwijgen kunnen opleggen, weliswaar met medewerking van de initiatiefnemers. Maar ik ging het over de bonnetjes hebben van Rudi, een columnschrijver die deze week terecht een tip verdiende.  Naast de inhoud van zijn teksten apprecieer ik ook dat Rudi weet wat hij wil.  Dat is columns schrijven, het genre dat hij steevast verkiest. Ook al zijn de verhalen meestal kort,  soms flitsig.  Ook al heeft het proza een grote autobiografische inslag of zou het als scenario kunnen dienen.  Ook al hebben de teksten iets jeugdigs of kunnen ze op een podium worden voorgelezen of zijn ze soms poëtisch.  Neen.  Rudi laat zich niet, zoals vele Azertyfactorcollega’s, verleiden om onder zijn teksten een mengelmoes van genres te vermelden. Column, punt uit. Maar ging ik het niet over zijn bonnetjes hebben? Er is goed nieuws, Rudi.  Een bekende supermarktketen reikt sinds de oprichting van zijn biowinkels kaarten uit die meteen alle promoties bevatten.  Ook al krijg je nog bonnetjes in je brievenbus, je mag ze meteen weggooien en hoeft ze niet mee te nemen naar de winkel.  Het is allemaal gedigitaliseerd. En er is nog meer! Dezelfde keten, die ook nog buurtwinkels, benzinestations en zoveel meer uitbaat, heeft onlangs de enige en unieke aankoopkaart ingevoerd die in al haar vestigingen geldig zal zijn, bonnetjes incluis. Wat ik vooral niet wil is hiermee enige reclame maken voor de bewuste supermarktketen want  het werd hoog tijd dat zij een halt toeriepen aan de grootscheepse volksverlakkerij met hun eeuwige bonnetjes.  Studies hadden namelijk uitgewezen dat de Belg zijn bonnetjes wou, basta. Hoe dikwijls heb ik aan de kassa’s gemerkt hoe, vooral oudere mensen, een bonnetje onverrichterzake inleverden omdat zij de hele kleine tekst niet hadden gelezen (of niet konden lezen), die meldde dat  je pas recht had op de reductie bij afname van een minimumhoeveelheid. Zelf heb ik ook altijd willens nillens bonnetjes uitgesneden en verzilverd en om mij te troosten vertelde ik aan wie het horen wilde dat ik er de helft van mijn woonst had mee kunnen financieren. Ik heb opgelucht adem gehaald toen ik mijn “all-in” kaart kreeg van dat ene bedrijf.  Binnenkort zullen de andere ketens zonder twijfel volgen, temeer daar ik nu het frauduleuze karakter van de bonnetjes onder de aandacht heb gebracht. Met deze column wil ik er bij de ‘bazen’ van Azertyfactor (nogmaals) op aandringen om via het forum ook een gelegenheid tot communicatie tussen schrijvers aan te bieden.   

Vic de Bourg
21 2

Allemaal bonnetjes

“Bon”, zeggen ze in het Frans, als iets “goed” is. Onze Nederlandstalige variant van het woord is niet zo goed. Wat meer is, ik kan het woord “bon” of “bonnetje” nog amper horen. Ik ga u dadelijk zeggen waarom, maar eerst dit. Zonder overdrijven mag ik zeggen dat ik de nieuwe technologie echt omarm. Het leven kan er alleen maar beter en eenvoudiger op worden, niet? Dat je bijvoorbeeld nooit meer de weg moet vragen, omdat die extra mevrouw in de auto het allemaal perfect weet. En de telefoon die we altijd bij ons hebben is echt slim. Toch is er één plek waar het blijft zoals het was. Dat is de supermarkt. Nee, wacht, ik weet wat u denkt. Ik herinner me het ook nog, toen de caissières alle bedragen moesten ingeven. Of ze moesten die zelfs uit het hoofd kennen. De barcode en de scanner maken het gemakkelijker. Zelfs van thuis uit boodschappen doen is mogelijk. We doen er vrolijk aan mee. Niet alleen een maaltijd, maar de hele mikmak. Ze leveren het thuis netjes af. Maar soms kan het niet anders, dan moet je er fysiek naartoe. Een mens moet immers eten. Ik moet toegeven, het is niet mijn favoriete bezigheid. Het eten wel, maar naar de supermarkt gaan niet. Zeker omwille van -nu zijn we er- de ‘bonnetjes’. Die zijn nog altijd zoals vroeger.   Ja, ik weet het, je krijgt dan iets gratis, of korting, dus klagen mag je eigenlijk niet. Maar je moet die spullen dan nog vinden. Net als de overige spullen in de supermarkt. Daar moet toch iets op te vinden zijn? Een mevrouw of meneer, net zoals in de auto, die me helpt om het allemaal te vinden. “De volgende rek Rudi, aan je linkerzijde. Nog drie stappen en je bent er.” Nu moeten we de medewerkers altijd lastigvallen. Ik zie trouwens veel mensen met bonnetjes verdwaald rondlopen in de winkel. We zeggen ondertussen al goedendag tegen elkaar, de bonnetjesmensen. Net zoals motorrijders en buschauffeurs doen. Het schept een band.   Nee, och, thuis zeggen ze dat ik als een brompot van de supermarkt terugkom. Mijn excuses daarvoor. Ook moet ik de mensen van de supermarkt nog bedanken, omdat ze me altijd vriendelijk de weg wijzen. Maar mag ik de uitbaters toch vragen om te blijven innoveren met nieuwe technologie? Als de app met een supermarkt-gps of met gepersonaliseerde automatische digitale bonnetjes niet lukt, dan misschien toch een afzonderlijk bonnetjesloket in de winkel?   Zo, ik moest het even van me afschrijven. Maar bon, ik ben het kwijt.

Rudi Lavreysen
32 1

Het kleinste kamertje

Het blijft één van de gekste zaken die we ooit tegenkwamen. Het speelde zich af tijdens een lang weekend in Amsterdam. We waren met vrienden al de hele dag op pad en op het Museumplein besloten we een drankgelegenheid binnen te gaan. Voor een koffie en een dringend bezoek aan het kleinste kamertje, dat zich beneden bevond. Daar zagen we iets dat onze mond letterlijk deed openvallen. De deuren van de toiletten waren transparant. Echt waar, je kon er zo doorheen kijken. In Amsterdam kom je natuurlijk wat tegen, maar dit. Gezien de hoogdringendheid besloten we het toch maar even te testen. Bij het binnengaan zorgde een sensor of een mechanisme ervoor dat je aan de buitenzijde niet langer door de deur kon kijken. Iets met een folie of zo. Maar aan de binnenkant zie je dat niet. Ik heb echt nog nooit zo snel, hoe zal ik zeggen, het nodige gedaan. Het koud zweet brak me uit, toen ik daar zat. Voor alle zekerheid heb ik nog even gezwaaid naar een man die zijn handen stond te wassen, maar gelukkig zag hij me niet. Terug boven gekomen, hadden we bij ons gezelschap natuurlijk wat te vertellen.   Eenmaal buiten, nog altijd wat nagniffelend, moesten we de stadskaart bovenhalen om onze volgende bestemming te zoeken. Een man passeerde op de fiets en sprak ons aan: “Can I help you?”, vroeg hij. Ik antwoordde meteen “Yes, we are looking for…”. Maar toen zag ik het maffe daarvan in. “Wij spreken ook Nederlands”, vervolgde iemand uit ons gezelschap. “We komen uit België”. “Ooh, sorry”, zei de man. “Met al die toeristen zijn we hier gewoon om altijd Engels te spreken. Je ziet het aan de buitenkant natuurlijk niet altijd”. Op de één of andere manier konden we de slappe lach maar net onderdrukken

Rudi Lavreysen
25 1

We gaan fietsen

“De zon schijnt er is geen reden / met rotweer en harde wind / we gaan fietsen met het kind”, zongen we altijd. Fout natuurlijk, want Boudewijn De Groot had het niet over ‘we’, maar over ‘te’. Maar we vonden het beter klinken. Bij het minste mooi weer trokken we er samen op uit. Op de hoes van die plaat zie je Boudewijn ook fietsen met zijn kind. Met net zo’n fietsstoeltje op de buis zoals vele vaders die hebben. Of gehad hebben. Het is dan ook met bijna niets te vergelijken. Samen ga je de wereld ontdekken, de kleine zit van voor, op de belangrijkste plaats, maar toch bepaal je zelf waar je samen naartoe gaat. Je zit nog even aan het stuur. Misschien is dat een beetje te filosofisch, maar toch. Bovendien gebeurde het regelmatig dat ze in slaap vielen, vooraan op de fiets. Zo gerust waren ze. We hadden dan ook altijd een handdoek bij om op het stuur te leggen.   Toen ze zelf al konden fietsen, maar het nog niet veilig was om dat alleen te doen, fietsten we regelmatig samen van school naar huis. Achter elkaar, want in die straat kon je niet naast elkaar fietsen. Ze vertelden dan honderduit over de kleine avonturen die ze beleefd hadden op school. Maar op die kasseiweg en met de auto’s die voorbij reden, verstond ik meestal niet wat ze vertelden. Ook al riep ik telkens ‘Wacht even, ik versta je niet”, toch bleven ze dat telkens doen. Waarschijnlijk omdat die verhalen dringend verteld moesten worden. Ik denk trouwens dat ze het met opzet deden, zodat ze die verhalen thuis opnieuw konden vertellen. Ondertussen zijn die kasseinen weg en ook het fietsstoeltje staat niet meer op mijn fiets. Maar ik moet het nog ergens hebben liggen. Dat wel.

Rudi Lavreysen
27 1

Nostalgwii

01 De avond van 21 januari was een avond van ongeïnspireerd schrijfwerk en lege koppen koffie. Het was een avond waarop hij Josh Holmes de woorden dwong om op het papier te verschijnen, alleen maar om te beseffen dat het niet zou werken. Maar de avond van 21 januari werd later ook een avond van nostalgie en het herbeleven van zijn jeugd. Toen Josh zijn geforceerde schrijfwerk opzij had geschoven (en een paar pennen en een notitieboek op de grond vielen), opende hij zijn laptop en besloot een pauze te nemen. Hij had er genoeg van om de stress van mislukt schrijfwerk op zich te voelen drukken, dus besloot hij de druk te verminderen door tot rust te komen. Dat deed hij doormiddel van YouTube kijken. Hij was van plan om maar één, wellicht twee video’s te kijken, maar al snel was het al een halfuur later en naderde Josh het einde van video nummer tien. Hij was zijn schrijfwerk totaal vergeten en had ook niet meer zin om te schrijven. Het was op het moment dat Josh zijn laptop wilde dichtdoen om toch nog een paar woorden op papier te krijgen, dat hij een video van Super Mario Galaxy 2 in zijn suggesties zag verschijnen. Het was de soundtrack van de game. Toen hij dat vrolijke, Nintendo-achtige logo zag, bewoog hij zijn cursor er automatisch naartoe en klikte. Toen de muziek aansprong, voelde hij een krachtig, nostalgisch gevoel hem in het hart raken; een dart dat precies in de bullseye belandde. Hij luisterde deze ene soundtrack opnieuw en opnieuw. Hoewel een groot deel van zijn stress al verdwenen was door de vorige tien YouTube-video’s, voelde het alsof alle stress-vlekken werden weggespoeld door de nostalgische klanken van deze soundtrack. Hij neuriede mee met de muziek en merkte dat hij nog precies wist hoe het ging, zelfs na al die jaren. Hij zette het volume hoger. Herinneringen van vroeger speelden af in zijn hoofd; de dag waarop hij Super Mario Galaxy 2 van zijn ouders kreeg op dezelfde dag dat het was uitgekomen, die zaterdagavond dat hij tot twaalf uur ’s nachts speelde, hoe hij Power Star na Power Star binnenhaalde. Een moment zonder zorgen. Hij deed zijn koptelefoon af en rende de trap op naar zolder, terwijl hij: ‘Hij heb ‘m nog, hij heb ‘m nog,’ en: ‘Waar is ‘ie, waar is ie,’ opdreunde als een spreuk. Hij rommelde door de tientallen afgeplakte, kartonnen dozen, bijna wanhopig zoekend naar zijn oude Nintendo Wii. Ben je niet te oud voor je Wii? hoorde hij een jeugdherinnering echoën. Het was de stem van zijn vader. Je bent twaalf, tijd om volwassen te worden. Een zwarte vlaag trok voorbij zijn ogen. Verkoop ‘m anders aan je oom. Hij heeft een zoontje van zes. Hij weet zeker dat je oom er goed geld zou voor betalen. Ondanks dat hij toentertijd spaarde voor een nieuwe PlayStation 4 en inderdaad dacht aan het verkopen van zijn Wii, had hij het nooit daadwerkelijk gedaan. En op een avond als deze, waarin hij overspoeld werd door herinneringen, was hij zijn verleden-Josh dankbaar dat hij het nooit had verkocht. Als hij zijn Wii zou hebben verkocht, zou hij zijn herinneringen hebben verkocht. Na twee uur zoeken vond hij zijn Wii dan eindelijk. Hij bracht de console naar beneden en ging weer terug om de bedrading, Wii Remote en Nunchuck te halen. Daarna ging hij aan de slag met het verbinden van zijn Wii met zijn tv.   02 Toen hij met alles klaar was (in totaal kostte hem het slechts een kwartier werk), werd hij overspoeld met blijdschap. Hij deed het nog perfect, hetzelfde gold voor de Wii Remote en Nunchuck. Hij had enkel nog niet Super Mario Galaxy gevonden, maar dat kon wachten. Hij bekeek het hoofdmenu, staarde naar de kanaaliconen. Hij opende het Mii Creation Channel, luisterde naar die iconische, simpele Nintendomuziek om het vervolgens tien minuten later weer te sluiten. Terug in het hoofdmenu zag hij het pictogram van het Messageboard (een lichtgrijze brief), met eronder een 1. Nieuwsgierig drukte hij erop. Het Messageboard opende en hij zag een witte brief knipperen. Het had het icoontje van zijn Mii erop staan. Dit had hij nog nooit eerder gezien. Hij opende het bericht en las wat er stond.   Gooi deze Wii weg! Verkoop het niet, geef het niet weg, gooi het weg. Naar een plek waar niemand het kan vinden, naar een plek waar ik het niet meer kan terugvinden! Er zit te veel van mij in hem, speel geen spel   Had hij dat geschreven? Een bericht van verleden-Josh naar oudere heden-Josh? Maar wat moest het betekenen? Het was onduidelijk maar tegelijk ook weer wel. Gooi deze Wii weg! was niet moeilijk te begrijpen, maar omdat hij het bericht waarschijnlijk jaren geleden had geschreven, wist hij niet meer wat de betekenis erachter was. Pas later had hij gewild dat hij naar zichzelf had geluisterd.   03 Het kostte hem zeker nog een uur, maar hij slaagde erin de doos te vinden dat tot aan de rand was gevuld met allerlei Wii-games. Hij haalde ze er allemaal uit, want hij zocht Super Mario Galaxy 2, geen enkel ander spel. Tuurlijk, die kon hij altijd nog spelen, maar nu wilde hij terugkeren naar dit meesterwerk. Tijdens het zoeken had hij de soundtrack op de achtergrond spelen. Uiteindelijk vond hij het spel en hij overstroomde van opgewondenheid. Hij ging zo snel mogelijk weer terug naar de woonkamer en deed de disk in de Wii. Het spel begon en hij werd begroet door de opening-theme. ‘Yes, eindelijk!’ riep hij uit, maar zijn blijheid mocht niet lang duren. Op het moment dat hij de A –en B-knop tegelijk indrukte, bevroor het beeld en stopte de vrolijke muziek abrupt. Met halfopen mond keek hij naar het opgelichte logo, voordat de Wii ongelofelijk hard begon te blazen. De kleuren verdwenen ineens; het beeld werd zwart. ‘Godver- nee,’ jammerde hij teleurgesteld. Hij smeet de Wii Remote tegen de grond. Maar de Wii was niet uitgeschakeld. Het lampje naast de Power-knop brandde nog steeds groen. Ineens sprongen alle lampen in zijn huis uit, waardoor het leek alsof hij werd bedekt door een duister laken. Het enige licht dat nog brandde, was het groene lampje van de Wii, dat alsmaar feller en feller werd. Luid geruis steeg op in de kamer. De flauwe geur van angstzweet drong zijn neus binnen. Het groene licht vulde nu zijn gehele woonkamer. ‘Wat gebeurd er?!’ riep hij uit. Hij tastte met zijn hand in zijn broekzak, zoekend naar zijn telefoon, maar die was er ineens niet meer. ‘Wat?’ siste hij. Het groene licht vernauwde en focuste op zijn bank. Het meubel leek in een groene spotlight te staan. Hij zag dat zijn bank in het licht geen bank meer was, maar een bed. Een kinderbed, om precies te zijn. Het bed dat hij had als kind. ‘Wat is dit?’ zei hij, kijkend naar de Wii, maar natuurlijk zou het apparaat niet antwoorden. Zijn ogen werden automatisch teruggetrokken naar de vertoning in het licht. Hij kwam dichterbij en zag verleden-Josh in bed liggen, bedekt met zijn Mario-dekens. Maar hij sliep niet. Hij was klaarwakker. Het groene licht werd breder. Het onthulde de rest van zijn kinderslaapkamer. Nu pas zag hij dat de ogen van verleden-Josh strak op de deur gefixeerd waren. Hij bespeurde iets van angst in de glans van zijn ogen. Toen ging zijn slaapkamerdeur open. Geluidloos. Maar tegelijkertijd opende ook de deur van zijn woonkamer. ‘Wat- hallo? Is daar iemand…? Jake? Jake?’ zei hij, opkijkend naar de geopende woonkamerdeur. Hij probeerde de lichten aan te doen, maar alles bleef uit. ‘Jake, ben je daar? Zeg alsjeblieft iets?’ Geen antwoord. ‘Zie- zie je deze krankzinnigheid, Jake? Gast, zeg alsjeblieft dat jij het ook ziet…’ Stilte. ‘Ben je niet te oud voor je Wii?’ hoorde hij de stem van zijn vader achter mij zeggen. Hij draaide zich om. Als een holografische echo uit het verleden, stond zijn vader in de slaapkamer van verleden-Josh. Hij was… anders dan hij mij herinnerde. Magerder en somberder dan in zijn hoofd, maar er was iets in zijn ogen dat mij niet aanstond. Verleden-Josh keek zijn vader met een brandende haat aan. Waarom? Voor zover hij me kan herinneren, konden zijn vader en hij het altijd goed met elkaar vinden. Altijd. Voordat mama ons verliet. Een donkere herinnering kroop terug uit zijn achterhoofd. Ja, dat klopt. Mam verliet zijn vader voor een andere man. De scheiding was allesbehalve makkelijk. Voor hem, voornamelijk. Verleden-Josh zei niets tegen zijn vader. ‘Je bent twaalf,’ zei zijn vader, op de rand van huilen. ‘Tijd om volwassen te worden.’ Hij naderde verleden-Josh en haalde de dekens van mij af terwijl hij zijn broek ontknoopte. Zijn hart schokte in zijn borstkast en hij wendde zijn blik af van de holografische vertoning. Hij was niet bang, hij was geschokt. Geschokt dat hij dat was vergeten. Hij weet niet meer wanneer hij begon met huilen. Alleen dat zijn gehuil bijna synchroon liep als het gehuil van verleden-Josh. Hij hoorde zijn vaders stem, zijn gekreun door zijn kinderlijke gejammer. ‘Zet het uit, zet het uit!’ riep hij, opnieuw opdreunend als een spreuk. Het groene licht werd feller en zette zijn woonkamer opnieuw in groen licht. Dat was toen hij de magere gestalte in de hoek zag staan. ‘Ben je niet te oud voor je Wii?’ vroeg de gestalte. Hij hield zijn adem in. ‘Het is tijd dat je volwassen wordt.’ De gestalte stapte uit de hoek en kwam met brede stappen op mij af. Hij stapte in het licht en hij zag het verwrongen gezicht van zijn vader. Zijn ogen waren zowat gigantisch; de rode adertjes erin opgezwollen als wurgslangen waardoor het oogwit bijna onzichtbaar was; uitpuilende, melkwitte pupillen staarden mij doordringend aan. Met een sinistere grijns ontblootte hij zijn gele tanden. Zijn losse, witte t-shirt was bevlekt met vers, helderrood bloed en zijn handen waren donkerrood. Het licht begon gewelddadig te knipperen, waardoor het leek alsof alles werd gefotografeerd met een groene flits. Toen het gezicht van zijn vader op nog geen meter afstand van zijn gezicht was, en hij in een onmenselijke beweging naar mij toe boog, veranderde het licht naar rood. Als scherven werd zijn vader uit elkaar geblazen. De verloren scherven van zijn jeugd waren weg. Ontsnapt. Toen Josh wakker werd, zat hij in de foetushouding in de hoek van zijn woonkamer, ver weg van de Wii. Het lampje brandde niet meer en alle lampen stonden nog aan. Was het allemaal een droom geweest? Josh ging weer staan en liet zijn ogen op de Wii rusten. Nu pas begreep hij wat verleden-Josh hem wilde vertellen in dat bericht op het Messageboard. ‘Er zit te veel van mij in hem,’ herhaalde Josh. ‘Te veel van mij.’ Josh bleef deze woorden herhalen terwijl hij de stekker en andere bedrading uit de Wii trok en het apparaat weer terugdeed in de kartonnen doos, samen met de andere verborgen scherven van zijn herinneringen.

Aaron de Bruijn
0 0

Poëziewedstrijd Stad Oostende

De inschrijvingen voor de 10de poëziewedstrijd zijn van start gegaan! Creatievelingen met een vlotte pen, een spraakmakende woordenschat en een portie lef kunnen zich van hun beste kant laten zien met een zelfgeschreven gedicht.   Wie graag zijn meest intense gevoelens, diepste gedachten of een tussendoor-verhaaltje wil neerschrijven, kan zich uiten in een zelfgeschreven gedicht. Laat de woorden vloeien, je klavier rammelen of je pen spetteren en neem deel aan de tiende editie van de poëziewedstrijd. Tot 1 oktober 2017 kan iedereen één of twee ongepubliceerde Nederlandstalige gedichten -met een maximale lengte van een A4-pagina- inzenden bij de dienst Cultuur. Krijg met jouw gedicht een plaatsje op onze hall of fame en maak kans op enige roem. Bovendien ontvangt de laureaat 3.000 euro, de tweede prijs bedraagt 1.500 euro en de derde prijs telt 750 euro. De jury bestaat uit Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Ivo van Strijtem, Geert Van Istendael en Koen Vergeer. De voorzitter van de jury is Ivo van Strijtem. De schepen van Cultuur is ere-voorzitter. Martine Meire, directeur-cultuurbeleidscoördinator, is secretaris van de jury. Blaas deze kenners van hun sokken en verbaas hen met jouw eigen stukje poëzie. De Proclamatie vindt plaats in januari 2018. Het reglement is te verkrijgen bij de dienst Cultuur of je kan het hieronder in pdf downloaden. Gedichten kunnen conform het reglement verzonden worden per e-mail naar poeziewedstrijd@oostende.be of per post naar Poëziewedstrijd, dienst Cultuur Oostende, Stadhuis, Vindictivelaan 1, 8400 Oostende. Meer info bij de dienst Cultuur, T 059 56 20 16, poeziewedstrijd@oostende.be Een organisatie van de dienst Cultuur in samenwerking met Bibliotheek Kris Lambert.

Poëziewedstrijd Stad Oostende
126 0

Poëziewedstrijd Stad Oostende

De inschrijvingen voor de 10de poëziewedstrijd zijn van start gegaan! Creatievelingen met een vlotte pen, een spraakmakende woordenschat en een portie lef kunnen zich van hun beste kant laten zien met een zelfgeschreven gedicht.   Wie graag zijn meest intense gevoelens, diepste gedachten of een tussendoor-verhaaltje wil neerschrijven, kan zich uiten in een zelfgeschreven gedicht. Laat de woorden vloeien, je klavier rammelen of je pen spetteren en neem deel aan de tiende editie van de poëziewedstrijd. Tot 1 oktober 2017 kan iedereen één of twee ongepubliceerde Nederlandstalige gedichten -met een maximale lengte van een A4-pagina- inzenden bij de dienst Cultuur. Krijg met jouw gedicht een plaatsje op onze hall of fame en maak kans op enige roem. Bovendien ontvangt de laureaat 3.000 euro, de tweede prijs bedraagt 1.500 euro en de derde prijs telt 750 euro. De jury bestaat uit Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Ivo van Strijtem, Geert Van Istendael en Koen Vergeer. De voorzitter van de jury is Ivo van Strijtem. De schepen van Cultuur is ere-voorzitter. Martine Meire, directeur-cultuurbeleidscoördinator, is secretaris van de jury. Blaas deze kenners van hun sokken en verbaas hen met jouw eigen stukje poëzie. De Proclamatie vindt plaats in januari 2018. Het reglement is te verkrijgen bij de dienst Cultuur of je kan het hieronder in pdf downloaden. Gedichten kunnen conform het reglement verzonden worden per e-mail naar poeziewedstrijd@oostende.be of per post naar Poëziewedstrijd, dienst Cultuur Oostende, Stadhuis, Vindictivelaan 1, 8400 Oostende. Meer info bij de dienst Cultuur, T 059 56 20 16, poeziewedstrijd@oostende.be Een organisatie van de dienst Cultuur in samenwerking met Bibliotheek Kris Lambert.

Poëziewedstrijd Stad Oostende
21 0

Poëziewedstrijd Stad Oostende

De inschrijvingen voor de 10de poëziewedstrijd zijn van start gegaan! Creatievelingen met een vlotte pen, een spraakmakende woordenschat en een portie lef kunnen zich van hun beste kant laten zien met een zelfgeschreven gedicht.   Wie graag zijn meest intense gevoelens, diepste gedachten of een tussendoor-verhaaltje wil neerschrijven, kan zich uiten in een zelfgeschreven gedicht. Laat de woorden vloeien, je klavier rammelen of je pen spetteren en neem deel aan de tiende editie van de poëziewedstrijd. Tot 1 oktober 2017 kan iedereen één of twee ongepubliceerde Nederlandstalige gedichten -met een maximale lengte van een A4-pagina- inzenden bij de dienst Cultuur. Krijg met jouw gedicht een plaatsje op onze hall of fame en maak kans op enige roem. Bovendien ontvangt de laureaat 3.000 euro, de tweede prijs bedraagt 1.500 euro en de derde prijs telt 750 euro. De jury bestaat uit Frank Decerf, Hester Knibbe, Koen Stassijns, Lies Van Gasse, Ivo van Strijtem, Geert Van Istendael en Koen Vergeer. De voorzitter van de jury is Ivo van Strijtem. De schepen van Cultuur is ere-voorzitter. Martine Meire, directeur-cultuurbeleidscoördinator, is secretaris van de jury. Blaas deze kenners van hun sokken en verbaas hen met jouw eigen stukje poëzie. De Proclamatie vindt plaats in januari 2018. Het reglement is te verkrijgen bij de dienst Cultuur of je kan het hieronder in pdf downloaden. Gedichten kunnen conform het reglement verzonden worden per e-mail naar poeziewedstrijd@oostende.be of per post naar Poëziewedstrijd, dienst Cultuur Oostende, Stadhuis, Vindictivelaan 1, 8400 Oostende. Meer info bij de dienst Cultuur, T 059 56 20 16, poeziewedstrijd@oostende.be Een organisatie van de dienst Cultuur in samenwerking met Bibliotheek Kris Lambert.

Poëziewedstrijd Stad Oostende
0 0

Broeders voor Congo, voor Virunga

Niet het geritsel en geruis om hen heen, niet het gekrijs en gebrul in de verte, niet de geluiden van het woud die ze kennen, waarmee ze zijn opgegroeid, maken hen bang, maar het bloed, het spoor van rode druppels dat ze al urenlang volgen. Loïc, twaalf, loopt voorop en Ray, elf, maar een kop groter dan Loïc, breder van hoofd tot enkels en een of twee, nee, drie tinten bleker, loopt achter hem aan. ‘Van wie is al dat bloed? Hoe kan het dat er zo veel is?’ Loïc houdt halt en wijst naar de stroperige vegen die aan de bladeren van de bromelia’s plakken. ‘Veel meer dan wij uit onze vingers kregen, toen,’ zegt Ray. Toen is twee jaar geleden, op de dag dat ze bloedbroeders werden. Loïc had als eerste zijn vinger in het luciferdoosje vol termieten gestopt en Ray had zich over het venstertje gebogen dat ze uit het deksel hadden geknipt en waarop ze een stukje plastiek hadden gelijmd. ‘Bijten ze al?’ had hij gevraagd. Loïc had met zijn hoofd geschud, zonder naar zijn vinger in het doosje te kijken. ‘Waarom heb je er zoveel gevangen?’ klaagde hij, ‘eentje was toch genoeg?’ ‘Termieten zijn net als vaders, sommigen bijten, anderen niet,’ had Ray gegrijnsd. Loïc en hij hadden pech met hun vaders, ze waren van de bijtende soort. Allebei. Ze beten naar hun kinderen, omdat ze in de weg liepen, omdat ze te veel aten, omdat ze bestonden. ‘De mijne wil weg om geld te gaan verdienen bij de mannen van de oliewinning,’ zei Ray. ‘En die van jou wil vast dat je vlees meebrengt voor de kookpot. Stropersvlees!’ Hij lachte grimmig en toen had Loïc gegild en een dikke druppel bloed was opgeweld uit zijn vinger. Ray had Loïcs pols vastgegrepen en zijn vinger voorzichtig uit het doosje getrokken. Daarna had hij zijn eigen vinger erin gestopt, had gewacht tot hij werd gebeten en toen hadden ze hun bebloede vingers tegen elkaar gedrukt. Lange tijd. ‘Broeders voor altijd, broeders voor Congo, voor Virunga,’ had Ray gefluisterd, had Loïc hem nagefluisterd. De middagzon valt in gouden vlekjes op de bladeren van de bomen en de planten, maar Ray en Loïc letten er niet op. Zij volgen het spoor, als jachthonden op zoek naar een trofee. ‘Dwalen we niet te ver van het kamp af?’ vraagt Loïc bezorgd nadat ze weer een hele poos in stilte hebben doorgelopen, door stekelige struiken, over rottende boomstammen, dwars door het woud. Ray blijft staan en haalt het kompas uit zijn zak. Het kompas is een geschenk van de piloot van Virunga, het is hun talisman. Het bracht de piloot geluk toen hij neerstortte met zijn vliegtuig, in de bomen, vlak bij de plek waar Ray en Loïc een kamp van droge palmbladeren hadden gebouwd. Het kompas zal hen redden en hen veilig terug naar huis brengen. ‘We lopen naar het noorden,’ constateert Ray. ‘Dat is een goeie richting, want daar ligt de zee.’ ‘De zee is een grote plas water met golven,’ zegt Loïc. ‘Op de golven kun je varen met een boot, want golven zijn water dat heen en weer beweegt, als de boomtoppen in het woud wanneer ze wiegen in de wind, van links naar rechts, van hoog naar laag, meneer, mevrouw!’ Loïc buigt als een knipmes en slaat Ray op de schouders en ze lachen de spanning uit hun lijf. ‘Kom,’ zegt Ray. Hij stopt het kompas in zijn zak en begint weer te lopen, zet er stevig de pas in. Tot hij abrupt halt houdt zodat Loïc tegen hem op botst. ‘Daar,’ wijst Ray. Door de tunnel van groen ziet Loïc de open plek. En in het zonlicht dat als het licht van een lantaarn op de bosvloer valt, zit een donkere schaduw. Op stille voeten sluipen Ray en Loïc dichterbij en het is Loïc die het als eerste begrijpt. ‘Een moeder en een baby,’ zegt hij en er klinken tranen in zijn stem, die hij wegslikt, dapper, want zo wil hij zijn, zo wil hij worden. Om zeker te weten dat er niemand anders in de buurt is, wachten ze minutenlang in de schaduwen van de bosrand tot Ray het niet meer uithoudt en in het zonlicht stapt, naar de dieren toe. Chimpansees. Een dode moeder en een baby die zich aan haar moeders lichaam vastklampt en begint te krijsen zodra ze de jongens ziet. ‘Stil maar,’ sust Loïc en hij steekt zijn hand naar haar uit. ‘Kom,’ zegt hij, ‘kom maar bij mij, toe.’ Hij praat en praat tot de baby ophoudt met krijsen en aarzelend haar armpjes naar hem uitstrekt. In de stilte klinkt alleen het gesnuf van de jongens en de zachte keelgeluidjes van de baby wanneer ze zich aan Loïc vastklampt alsof ze hem nooit meer los zal laten. ‘Ik neem de moeder,’ zegt Ray, want hij is de sterkste en de grootste. ‘Het bloed kwam van de kapwonde in haar buik,’ wijst hij. ‘Het is een wonder dat ze aan de stropers is ontsnapt. Zoveel bloed.’ ‘We kunnen haar ook achterlaten,’ oppert Loïc, ‘ze is zwaar en het kamp van de rangers is ver van hier.’ Nee, schudt Ray vastberaden. De rangers moeten haar zien, ze moeten weten wie ze is. Hij hijst het dode dier op zijn rug. ‘De terugweg is altijd minder lang,’ zegt hij en hij begint te lopen. ‘Later worden Ray en ik rangers,’ zegt Loïc tegen de baby en ook hij begint te lopen. De baby slaat haar ogen naar hem op en kijkt hem aan alsof ze hem begrijpt. ‘Maar eerst brengen we je naar huis. Alles komt goed,' belooft Loïc. De baby legt haar hoofdje in haar nek en lacht haar puntige tandjes bloot.

Ines Nijs
0 0

Sorane 01/05 De huurmoordenares

Twijfels Sorane komt enkele uren later aan in het training center. De coördinator schrikt even als hij haar gewond, maar nog steeds in leven opmerkt. Hij roept haar op zijn bureau en ondervraagt haar hard. Sorane die lichte koorts heeft, antwoordt zo duidelijk mogelijk. De coördinator is opgelucht, als ze niets van Verins opdracht lijkt te weten. Ze houdt de agente schuldig aan de dood van haar vriend. Maar hij besluit om haar in het oog te houden. Als Sorane op haar kamer zit, komt een jonge vrouw naar haar kijken. Sorane die er innerlijk niet zo best aan toe is, wordt door haar een beetje opgebeurd. Maar plots moet de roodharige aan de woorden van de agente denken. ‘…….doorboorde zijn borst vlak bij zijn hart. Ik zag het pas toen ik zijn wapen uit zijn hand schoot’ Hierover moet ze nadenken. Ze beseft nog niet wat dat betekend, maar het duikt steeds in haar gedachten op. Ze ziet de schutter telkens weer naar links achteruit wankelen alsof hij geraakt werd door haar kogel. En de agente was niet gewond, dus… ‘Nee, die agente heeft niet geschoten. Dus moet…. Verin… Hij hielt van mij... Nee, dat kan ik niet geloven. Zij moet het geweest. Misschien raakte ik Verin juist toen hij haar betrapte.… Ja, dat moet er gebeurd zijn.’ Enkele anderen kijken haar met een vreemde blik. Ze haast zich naar de coördinator, maar die is er niet. De volgende dag wordt ze echter opnieuw tot bij hem geroepen. De man reageert echter niet op de worden van Sorane over Verin. ‘Je collega is dood, Sorane. Hij kon zijn opdracht niet uitvoeren, maar jij leeft nog. Over drie maanden krijg jij je laatste trainingsopdracht. Als je slaagt, wordt je status veranderd in actieve dienst.’ ‘Ik zal slagen, heer. Want mijn doel is de daders voor de dood van Verin te laten boeten. Ik wil haar en haar opdrachtgevers dood voor mijn voeten zien liggen.’ Even schrikt de coördinator van de woede in haar ogen, maar dan beseft hij dat ze die agente bedoelt. Zonder dat het Sorane opvalt zucht hij opgelucht. Ze wil die agente doden, want ze denkt dat zij de moorden gepleegd heeft. Hij weet echter niet dat ze gemerkt heeft, dat hij even gespannen was. Even meent ze een stem in haar binnenste te horen: ‘Die bedriegt jou. En hij handelt zelf in opdracht van anderen. Welke opdracht had Verin? Als die agente Nevon en Axin niet gedood heeft, maar Verin? Dan kon hij niet anders, dan mij ook ombrengen, want hij moet geweten hebben dat ik achter hem aan zou gaan.’ Even kijkt ze om zich heen, maar ziet niemand achter haar. ‘Toch kan ik het niet geloven. Is de coördinator een van de opdrachtgevers? Vreemd. Dat moet ik uitzoeken,’ denkt ze. . Zonder de man nog verder aan te kijken haast ze zich met vaste stap de gang. ‘Ze doet maar. Als ze slaagt, is er een agente minder en als ze faalt, is ze er geweest,’ denkt de man met lichte spot. Vier maanden na de dood van haar vrienden ligt ze op een dak van een flatgebouw en richt haar wapen op een steeg. Ze weet dat Erine Rand, de agente op het einde van de steeg in een kleine flat woont. Ze wacht verschillende uren tot er plots een wagen naast de steeg stopt. Verbaasd ziet ze drie mannen en een vrouw uitstappen. Ze lopen achter elkaar met hun handen op hun wapen de steeg in. Ze wacht en wacht, maar ze komen niet terug. De vier ziet ze echter nergens. Wel staat de deur van de flat van haar doelwit open. Door het vizier van haar wapen kijkt ze naar de deur en stelt vast dat die ingetrapt is. Dan ziet ze een van de drie mannen uit de flat komen, gevolgd door de anderen. Snel verandert ze van positie zodat ze in de steeg kan kijken. ‘Wat is hier gaande?’ denkt ze. Plots stopt een tweede wagen, waaruit een jonge vrouw stapt. ‘Dat is die agente, Erine Rand,’ denkt ze. Snel richt Sorane haar wapen op haar doelwit, maar als ze de trekker wil overhalen, twijfelt ze weer. Weer ziet ze de gedaante voor haar ogen wankelen. ‘Waarom zou Nevon Verins naam met zijn bloed geschreven hebben, Of heb ik het mis. Heeft Verin mij werkelijk willen vermoorden,’ denkt ze, terwijl ze even de beelden van de gedaante voor zich ziet, toen ze hem raakte. ‘Verin waarom heb je dat gedaan?’ fluistert ze, terwijl ze de waarheid beseft. Als ze zich de ogen van die agente herinnert, wordt haar overtuiging nog groter. Zo kijkt een schuldige toch niet. Het was alsof ze spijt en medelijden had. Andere beelden vloeien voor haar ogen voorbij. Nevon schreef in zijn bloed, “Veri”, voor hij bezweek aan zijn wonden. De kogel in haar zak was er een van Verin.’ Dan ziet ze weer de agente voor zich staan, naast haar dode geliefde. ‘De agente was niet gewond,’ fluistert ze verschrikt. Ze schudt haar hoofd door deze vaststeling. Langzaam dringt de harde waarheid tot haar door. Verin dode haar vrienden en wilde haar dan ook nog doden. ‘Dat moet die opdracht geweest zijn, waar de coördinator het over had. Hij zei… Verin kon zijn opdracht niet uitvoeren. Hij moet Verin de opdracht gegeven hebben om mij te doden. Dat weet ik zeker,’ denkt ze, terwijl ze het zweet van haar hoofd wrijft. Ze is er plots zo van overtuigd dat ze niet meer kan vuren. ‘Verin, waarom deed je het? Ik hielt van jou en jij van mij,’ fluistert ze. Juist als ze haar wapen wil terugtrekken, richt ze haar blik weer door het vizier en merkt ze plots de vier anderen op. Nu herkent ze een van hen. De agent Bin Geron. Verbaasd ziet ze dat hij zijn wapen op de agente richt. Ook de drie anderen richten hun wapen. ‘Wat is daar toch gaande?’ vraagt ze zich af. Ze drukt op een knopje van haar wapen en schakelt de richtmicrofoon in. Verbaasd luistert ze naar het gesprek. ‘Het spijt me, Erine. Maar jij zit ons te dicht op de hielen.’ ‘Ben jij er ook bij, Bin.’ ‘Zeker. Jij neemt geen steekpenningen aan, dat weet ik. Maar het brengt wel veel geld op. Meer dan waar we ons leven voor wagen.’ ‘En wat nu. Mij doden, Bin. Je weet wat een jacht er geopend wordt als er een agent gedood wordt.’ ‘Ja, Erine. En daar zullen wij met al onze inzet aan deelnemen. We zullen wel enkele daders kunnen grijpen, of ze schuldig zijn of niet.’ ‘Of ze schuldig zijn of niet,’ galmt even na is het hoofd van Sorane, terwijl haar ogen een staalharde uitstraling krijgen. Even wil ze opstaan, maar dan hoort ze een andere zeggen: ‘Misschien wordt Sorane Nador wel verdacht, Agentje. Want uit de opnamen, weten zij en vele anderen dat ze je bedreigd heeft, toen Verin, haar geliefde stierf.’ ‘Dat lijkt me een goed idee. Die roodkop is toch al verloren,’ zegt de vrouw instemmend. Intussen beseft Erine dat ze gelijk hebben. Ze zullen geen medelijden hebben om hun leven te redden. Eender wie zullen ze beschuldigen van de moord. Ze ademt diep in, want ze wil om haar leven vechten al zijn de kansen nog zo klein. ‘Het spijt me, Erine. Je beseft toch dat we niet anders kunnen.’ ‘Er zijn altijd keuzes, Bin. Maar die moeten jullie maken, niet ik,’ zegt Erine hees. Op het dak van het tegenoverliggende gebouw gaat er een schok doorheen het lichaam van Sorane. ‘De agente heeft hulp nodig, Sorane,’ hoort ze die vreemde fluisterende stem weer, Alleen jij kan haar leven redden.’ Even aarzelt Sorane nog, maar dan verandert haar wapen verandert van richting en door het vizier van het wapen ziet ze bovenste knoopje van de jas van agent Geron. Erine kijkt de drie mannen en de vrouw een voor een aan en ziet hun vastberaden blik. Ze beseft dat ze in een val zit waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Plots gaat door het lichaam van Bin Geron een schok en hij wankelt achteruit. Zijn mond valt ogen om een kreet te slaken, maar hij haalt het niet de dood heeft hem al in zijn greep. Zijn wapen valt uit zijn levenloze hand. Ze zien alleen het bloed dat uit de wonde in zijn borst loopt. De anderen zijn even verstard en staren Erine aan, maar die is even verbaasd als zijzelf. De vrouw is het eerst over haar ontsteltenis heen en schiet dadelijk op Erine, die zich opzij werpt. Ze is echter iets te traag en ze voelt een klap, tegen haar buik en een tweede net boven haar zijde. Haar corrupte collega’s richten hun wapens opnieuw op de tegen de muur leunende agente, want ze denken nog steeds dat zij schoot. Maar een tweede man wordt door een kogel achteruit gestoten. De vrouw beseft haar fout en keert zich om, maar te laat. Een kogel doorboort haar hoofd. De derde man heeft het ook begrepen dat er een andere schutter moet zijn. De, voor hem bestemde, kogel slaat in de muur omdat hij snel opzij tot achter de agente, springt. Maar Erine heeft haar wapen getrokken en probeert het op hem te richten. De man is echter sneller en schopt het wapen ui haar hand. Snel grijpt hij de agente vast en trekt haar voor zich. Hij hoort haar kreunen, terwijl ze naar hand vaster tegen haar buik aandrukt. Hij probeert de gewonde Erine voor zich te houden, maar hij weet echter niet van waar de schoten kwamen en de schutter laat zich niet zien. De man duwt Erine vooruit naar hun wagen. Hij opent de deur en geeft Erine een duw. De agente valt op de grond en ziet het wapen van de corrupte agent op zich gericht. De man waant zich veilig achter de wagen en sist snel: ‘Dood ben je geen gevaar meer, Erine.’ Maar voor hij kan schieten, doorboort een kogel het dak van de wagen en slaat in zijn rug. Voor de ogen van Erine zakt hij in elkaar en blijft even naschokkend liggen. Erine kijkt even naar de lichamen van de corrupte agenten. Dan steunt ze opnieuw tegen de muur en tast naar haar wonden. Ze bloed hevig en de kogel drukt tegen haar onderste rib. Moeizaam wankelt ze tot tegen de muur van de steeg ‘Wie heeft hen neergeschoten en waarom?’ denkt ze, terwijl ze voorzichtig naar de omliggende daken kijkt, want de schoten kunnen alleen van daar gekomen zijn.’ Ze ziet echter niets. ‘Zou het nu mijn beurt zijn?’ denkt ze en probeert in dekking te raken, maar ze krimpt in elkaar van de pijn. Even kijkt ze naar haar wonde en beseft dat ze nog steeds bloed verliest. Maar ze heeft niets bij zich om wonden te verzorgen. Opnieuw kijkt ze naar het dak tegenover de steeg, maar er gebeurt niets meer. ‘De schoten moeten vandaar gekomen zijn.’ Al verwacht ze elk moment om de schutter opnieuw te zien opduiken, ze ziet niets bewegen. Ze beseft echter niet dat ze langzaam minder en minder scherp begint te zien, want het leven vloeit met haar bloed op de stenen. Sorane zit intussen met haar wapen in handen voor zich uit te staren. Ze wilde die agente dood, maar ze kon het niet en nu liggen er vier anderen dood in hun bloed op de straatstenen. Dan haalt ze de geheugenkaart uit haar wapen en bergt het in haar borst zakje. Dan plaats ze haar wapen tegen de muur en haast zich naar de toegang tot de trap. Terwijl ze naar beneden rent, trekt ze snel haar handschoenen uit en steekt die weg in de zak van haar broek. Op straat kijkt ze om zich heen en ziet ze de eerste mensen terug op straat verschijnen. In de verte hoort ze sirenes naderen. Maar dan valt haar blik op de steeg, waar Erine bewusteloos in haar bloed ligt. Snel rent ze de straat over en knielt naast de agente. De schrikt slaat haar om het hart als ze de grote plas bloed opmerkt, die onder haar lichaam groter wordt. ‘Ze bloed nog dood voor ze hier zijn,’ denkt ze. Snel onderzoekt ze de agente en stelt vast dat een kogel doorheen haar lichaam geboord heeft, maar de andere zit nog in haar lichaam. Als ze naar de huid rond de wonde tast, voelt de kogel even in de nabijheid van Erine’s onderste rib zitten. ‘Haar rib lijkt met gebroken,’ denkt ze, maar dan voelt ze plots niets meer. ‘Waar is de kogel nu heen,’ fluistert ze. Dan schrikt ze echter. Haar hand licht voor de tweede maal groen op. En weer, zoals de vorige maal bij die jongeman, ziet ze de huid van de gewonde voor haar ogen dichtgroeien. Aarzelend trekt ze haar hand weer weg en kijkt naar de wonde. Het bloeden is gestopt, maar de wonde is nog niet volledig gesloten. ‘Wat doen je, vrouw?’ vraagt een stem naast haar. ‘Ik probeer deze agente haar leven te redden, man,’ zegt ze en opent ze een klein tasje. Uit de voorwerpen die erin zitten kiest ze een spuitcapsule. ‘Ze bloed dood voor de ziekenwagen hier is,’ fluistert Sorane, terwijl ze de capsule platdrukt. ‘En die anderen.’ ‘Die zijn niet meer te helpen, man,’ zegt Sorane gespannen en duwt op het spuitbusje. De vloeistof die erin zit, spuit over de wonden, en vloeit dadelijk met het bloed naar buiten, maar de vloeistof verspreid zich dadelijk en vormt een beschermende laag over beide wonden. Hierdoor wordt het bloeden gestopt en genezende impulsen in de wonde mengen zich met het bloed, waardoor het genezingsproces bespoedigd wordt. ‘Wil je helpen om haar om te draaien?’ vraagt ze aan de man. Die bukt zich snel naast haar en samen met Sorane draait hij Erine op haar zijde. De man schrikt even als de agent kreunt van de pijn. Snel trekt Sorane het hemd van de agent omhoog en bekijkt even de wonde. ‘Gelukkig zijn er geen beenderen geraakt,’ fluistert ze. ‘Dan heeft ze geluk gehad, dame.’ Sorane knikt en spuit ook hier een laagje over de wonde. Dan draaien ze haar voorzichtig op haar rug. ‘Zonder u was ze vermoedelijk doodgebloed.’ Even kijkt Sorane neer op de agente en merkt ze haar met halfgeopende ogen aankijkt. Erine ziet echter maar een wazige vorm, omcirkelt door een rode gloed. Op de straat stoppen verschillende politiewagens. De agenten moeten zich een weg banen tussen de vele toeschouwers, die komen kijken. Sorane loopt tussen de mensen door, terwijl de man haar nakijkt. ‘Ik ken haar ergens van,’ denkt die, maar het dringt pas een minuutje later tot hem door. ‘De nieuwsberichten. Ja, Sorane Nador. Verdomme, die wordt gezocht.’ Maar hij ziet de roodharige nergens meer. Sorane is er echter nog wel en kijkt nog even om naar Erine, die intussen verzorgd wordt. Dan merkt ze dat de man die haar hielp, zoekend rondkijkt. ‘Die heeft me herkend,’ denkt ze. Toch zucht ze opgelucht, want ergens beseft ze dat ze juist handelde. Met snelle stappen haast ze zich naar de overkant van de straat, terwijl er nog steeds nieuwsgierigen toestromen. Hierdoor blijft ze wel uit het zich van de man, die nog steeds rondkijkt. ‘Hopelijk haalt ze het,’ fluistert ze, als ze achter een straathoek verdwijnt. Maar dan denkt ze terug aan Verin die haar liefhad, of was dat een spelletje. Met verwarde gevoelens haast ze zich weg. Al stappend haalt ze de kogel, die ze uit de vloer haalde op de plaats waar ze beschoten werd. Ze bekijkt hem lang alle kanten. Het is een kogel van een scherpschutterswapen. Het wapen van Verin beseft ze. Die nacht ligt Sorane na te denken op haar bed. Al wil ze het niet geloven, maar ze raakt er steeds meer en meer van overtuigt, dat Verin haar wilde doden. Er is er maar een van wie die opdracht kan komen. De coördinator. Weer komen de beelden van haar vrienden en hun baby’tje voor haar ogen. Even aarzelt ze, maar dan fluistert ze, met een droevige klank in haar stem: ‘Verdomme, Verin, waarom heb je dat gedaan? Je hielt toch van mij.’ Die morgen staat ze op. Uit een schuif van de nachttafel neemt ze politiepasje, op naam van Sorane Cobanon. ‘Ik moet het zeker weten,’ denkt ze. Rond 19.00 uur loopt ze door de gangen van het ziekenhuis en laat haar de weg naar de kamer waar Erine Rand ligt wijzen. Het heeft haar enige moeite gekost, want ze staat onder toezicht van haar collega’s, tot het onderzoek afgerond is. Maar dankzij haar vals pasje wordt ze toch in de kamer van de agente binnen gelaten. Ze legt een pakje bloemen, met het berichtje eraan vast. -Veel beterschap, SN.- Dan leunt ze tegen de muur en staat daar een tijdje roerloos naar de slapende agente te kijken. Van de agenten aan haar deur weet ze, dat Erine Rand nu van verdachte praktijken verdacht. ‘Ik heb nog iets goed te maken, Erine,’ fluistert ze plots en neemt de opname uit haar borstzakje. Even kijkt ze naar de geheugenmodule. Dan loopt ze naar het bed toe en legt hem naast de bloemen. ‘Dat zal haar wel vrijspreken,’ denkt ze. ‘Ik wens je veel geluk, agente. Je verdient het,’ fluistert ze nog. Dan verlaat ze de kamer. ‘Ik zal haar maar laten slapen, agent Gorvon. Ik kom later weleens terug.’ De agent in uniform knikt even. Verschillende weken later stapt ze licht aarzelend het centrale politiekantoor binnen. Ze toont haar pasje en voegt zich bij haar ‘collega’s’. Een agent die pas uit de politieschool komt brengt haar naar de onderzoek afdeling. Zijn naam is Malon Garent. Hij schrikt wel even als de ‘agente’ interesse blijkt te hebben voor die moordenaar Verin. ‘Mijn naam is Sorane Cobanon. Het liefje van Verin was Sorane Nador. Dezelfde voornaam. Door een toeval begon ik mij voor haar te interesseren. Haar vader Jov Nador werkt voor een misdaadsyndicaat. Hij is betrokken bij een paar vreemde zaken. Dat is de tweede reden waarom ik dieper in Sorane’s familiezaken moet dringen.’ ‘Het spijt me, agente. Maar het lichaam van Verin is al gecremeerd.’ ‘Dan kan het verslag van de autopsie mij misschien helpen.’ ‘Misschien wel, maar dan hebben we de toestemming van dokter Besidon nodig. Ik weet echter niet dat hij dat zal willen geven.’ ‘We kunnen het altijd proberen, Malon.’ ‘Hoe komt het dat u al een agente in burger bent geworden.’ ‘Dat komt door mijn vader, Malon. Hij was een zeer goede inspecteur. Ik wilde hem opvolgen. En werd twee jaar geleden, een maand na mijn vierentwintigste verjaardag, bevorderd. Later ontdekte ik dat hij mij geholpen had. Toen ik op de zaak Nador stootte, nam ik de kans waar om te bewijzen dat ik een goede detective was.’ De agent kijkt Sorane met een vreemde blik aan. ’24 jaar oud, dan ziet ze er wel veel jonger uit, dan ze is,’ denkt hij verbaasd. ‘Ik hoop dat je het lukt, agente. Misschien worden ooit wel collega’s.’ ‘Misschien,’ zegt Sorane hees, want het kost haar al haar zelfbeheersing om deze leugens vol te houden. Ze wil echter haar doel bereiken, dus moet ze wel. Tot de verbazing van Malon, geeft de dokter zijn toestemming en beiden lopen naar de dossierruimte. ‘Zou de dokter zich door haar schoonheid laten beïnvloeden,’ denkt hij verbaast als ze de dossierruimte betreden, waar de digitale bestanden opgeslagen liggen. Op de monitor bekijken beiden de gegevens tot Sorane plots schrikt. ‘Dus toch,’ fluistert ze. Malon kijkt haar verrast aan. ‘Wat is er.?’ ‘De kogel die in de borst van de jonge moordenaar stak, kwam zo te zien uit het wapen van Sorane Nador. Dan moet zij hem van beneden geraakt hebben.’ ‘En dan, als er kogels rondvliegen dan kan er iemand geraakt worden en die kogel zal wel toeval geweest zijn.’ ‘Ik hoop het, Malon, want anders zou Sorane een van de beste schutters zijn die er rondloopt,’ antwoordt de agente naast hem en kijkt even naar haar horloge. ‘Het begint tijd te worden, agent Garant. Ze zullen me wel terugverwachten op mijn bureau. Maar ik weet nu toch wel meer. Pas wel op voor die Sorane Nador, want ze zou weleens gevaarlijk kunnen worden.’ De agent neemt Sorane mee naar de uitgang en neemt van haar afscheid. ‘Misschien zien we elkaar nog weleens, agent Garant.’ De jonge agent kijkt haar na als ze naar haar wagen stapt. Even later ziet hij haar de weg oprijden. ‘Niets anders te doen, agent Garant,’ zegt een stem achter hem plots. Hij draait zich om. ‘Hai, detective Rand. Jij hier. Zo snel genezen. Hoe maak je het?’ ‘Veel beter, dankzij mijn wonderbaarlijke genezing. Volgens de dokters, zou dat kunnen te maken hebben met een vloeistof die op. Zelfs nadat de ze de kogel, die tegen mijn rib drukte verwijderd hadden, bleek die stof nog steeds te werken. De wonde werd daardoor afgedekt en het bleek ook nog een genezende stof te zijn. Binnen de drie dagen was er van de wonde niets meer te zien.’ ‘Hoe kan dat?’ ‘Niemand weet waar die stof vandaan komt. Of wie ze aangebracht heeft.’ ‘Iemand moet toch iets gezien hebben, Erine.’ ‘Het enige dat we weten is dat het een vrouw is. Maar sommigen spreken van blauw haar, anderen van groen en nog anderen van rood, en zo verder. Zelfs over haar kledij, spreken ze elkaar tegen.’ Even kijkt Malon haar verbaasd aan. ‘Ze zullen die stof wel analyseren.’ ‘Daar is het te laat voor, er is niets meer van te vinden.’ ‘Wat, dat kan toch niet.’ ‘Ik weet het niet. Maar nadat het goedje zijn werk gedaan had, verdwenen alle sporen ervan.’ ‘Waar komt die stof dan vandaan?’ ‘Als ik dat wist eens wist, Malon. Maar alleen die onbekende vrouw, die me geholpen heeft, weet waar dat te vinden is.’ ‘Ooit vinden ze die onbekende wel.’ ‘Ik zou alleen graag weten waarom ze mij geholpen heeft, want had zij het niet gedaan dan was ik doodgebloed. En een tweede vraag die ik mij stel, was zij dezelfde als diegene die de corrupte agenten doodschot.’ ‘Zou zij die schutter zijn?’ ‘Misschien. Maar ze was wel een scherpschutter. Elk schot trof met dodelijke precisie zijn doel. Ze zijn alle vier dood.’ ‘Er is nog steeds een onderzoek gaande, Erine,’ zegt Malon. ‘Als ze dat ooit oplossen dan wil ik dadelijk het weten.’ Malon glimlacht even en knikt dan. ‘Maar nu even over jou. Heb jij niets anders te doen dan hier te staan kijken?’ ‘Jawel, maar ik wilde even fris luchtje scheppen.’ ‘Zal wel, Malon. Ze was wel een mooie meid, die roodharige agente.’ Malon gezicht krijgt een rode kleur. ‘Ze had hulp nodig,’ zegt hij wrevelig en haast zich weg. Erine kijkt hem na en glimlacht. ‘Zou hij een liefje hebben,’ denkt ze glimlachend. Verschillende weken gaan voorbij, terwijl Sorane zich opnieuw op haar lessen begint te concentreren. Op het einde van de maand wordt Sorane opgeroepen voor haar eerste opdracht, maar ze beseft dadelijk dat er iets in haar veranderd is. Ze wilden van haar een koelbloedige moordenares maken, maar de beelden van Nevon hebben haar veranderd. Ze weigert de opdracht met als uitvlucht dat ze de dood van haar medeleerling, Verin nog niet verwerkt heeft. ‘Deze maal zal ik iemand anders die opdracht geven, Sorane. Maar de volgende maal heb je de keuze uitvoeren of terminatie. Je kent de regels.’ ‘Zeker, heer,’ antwoordt Sorane met een geforceerde glimlach. De man kijkt haar na als ze het vertrek verlaat. ‘Maak de goede keuze, meid, want anders verliezen wij de twee besten van deze lichting. Er kan geen genade zijn,’ denkt hij. Twee avonden later ontmoet Sorane twee van haar vrienden bij de groep. ‘We moeten je spreken, Sorane.’ De roodharige knikt. ‘Over een uurtje in sector X,’ zegt ze. Dan haast ze zich naar een minder gebruikt deel van het ondergrondse complex. Hier heeft ze een verborgen ruimte, die alleen zij kan openen. Zelfs de Coördinator weet hier niets van. Als haar beide vrienden eindelijk op de camerabeelden ziet naderen, opent ze de deur. De man en de vrouw stappen naar binnen. ‘Is er iets gaande?’ ‘We hebben beslist om onze plannen te vervroegen, Sorane.’ De roodharige kijkt Evino aan. ‘Zijn jullie dan klaar?’ ‘Ja, we zijn het moe. Ons bestaan is hier van geen tel. Layon heeft ons vertelt van de beelden die hij gezien heeft, toen Verin de opdracht kreeg om Axin en Nevon te doden. En als hij het goed gehoord heeft moest jij er ook aan. Gelukkig werd Verin geraakt.’ ‘Ik dode hem, Evino.’ ‘Wat?’ ‘Hij vuurde vanop een appartement naar mijn en raakte me verschillende keren. Maar geen van zijn kogels raakte me goed genoeg. Dan kreeg ik mijn kans en raakte ik hem van op straat.’ Even is het stil in het vertrek. ‘Doe je mee, vraagt de vrouw plots. ‘Ik heb gezworen om de opdrachtgever te doden, Ginsa. En de Coördinator heeft Verin die opdracht geven. Maar we moeten wel het juiste ogenblik afwachten.’ Evino knikt. ‘Over een week zijn er verschillende op weg om hun laatste opdracht uit te voeren. We hadden geplant om er dan vandoor te gaan.’ Even denkt Sorane na. ‘In orde. We doen het. Maar we gaan er niet vandoor. Ik wil deze cel vernietigen.’ Verschrikt kijken beiden haar aan. ‘Wat?’ stamelt Ginsa. ‘Geen slecht idee, Sorane. Dan kunnen ze ons niet zo snel opsporen en misschien slagen we erin om te ontkomen.’ ‘Verzamel de anderen en plaats op verschillende plaatsen bommen, Evino.’ ‘En als we niet slagen?’ Sorane kijkt Ginsa in de ogen. ‘Dan maakt het voor ons toch niet veel meer uit. Maar ze zullen hier nadien geen nieuwe leden meer kunnen opleiden,’ zegt Evino. Even later verlaten beiden het vertrek, dat daarna door Sorane afgesloten wordt. Terwijl haar vrienden alles voorbereiden gaan het leven verder zijn gewone gang. Sorane traint opnieuw met de ijver die ze altijd gehad heeft. Diegenen die haar observeren zijn tevreden, want ze lijkt zich over de dood van Verin en beiden anderen heen gezet te hebben. Een week later wordt ze weer bij de coördinator geroepen en deze geeft haar een nieuwe opdracht. De man die ze moet doden kent ze niet, dus gaat ze zich eerst voorbereiden. Ze wil weten of hij iets misdadigs uitgevoerd heeft. Het blijkt een hooggeplaatste politieagent te zijn, die sinds zijn bevordering steeds inhaliger geworden is. Dit is iets voor haar, beseft ze. Een week later meldt ze zich weer bij de coördinator, die haar gelukwenst met haar geslaagde taak. Ze brengt rapport uit over haar onderneming. De coördinator, die niet weet dat er iets broeit in zijn cel, knikt, nadat hij Sorane’s voorkeur genoteerd heeft. Ze neemt alleen opdrachten aan van mensen die iets misdadigs uitgevoerd hebben. De coördinator geeft een teken dat ze kan gaan en zegt: ‘Tot over twee dagen, Sorane Nador.’ ‘Nee, coördinator. Jij gaf de opdracht om mij te doden. Verin hielt echter nog steeds van mij, daarom miste hij.’ ‘Dat was zijn test, Sorane Nador. Het was hij of jij. Er kan maar een de beste zijn in elke groep.’ ‘En Nevon, Axin en hun onschuldig kindje. Waarom?’ ‘Zij wilden weg uit de organisatie. Dat kunnen we niet dulden.’ ‘Het spijt me, Coördinator. Die beslissing maakte van mij een vijand. Ik en Verin hielden van elkaar.’ ‘Waar ga je heen, Sorane. Niemand verlaat de organisatie, dat weet je?’ ‘Ik en enkele anderen hebben, beseft dat ons leven voor jullie geen waarde heeft.’ De coördinator kijkt even om zich heen en kijkt de andere aanwezigen een voor een aan. Hij voelt dadelijk de vijandige sfeer die er plots hangt. ‘Het is ons leven, Sorane. Wij hebben ervoor gekozen. Iedereen die weg wil wordt uitgeschakeld, dat weet ieder van ons.’ ‘Zeker, Jij was de Coördinator. Wij de uitvoerders. Maar wij hebben een andere keuze gemaakt en besloten om onze kans te gebruiken. Maar er is nog een andere reden.’ ‘Welke dan, roodkop? ‘Je zoon liet zijn vrienden voor zijn dood zweren, dat zij op een of andere manier zijn vrouw zouden wreken. Jij hebt de vrouw van je zoon laten doodmartelen, omdat ze zwanger werd. Mijn komst bood hen die kans en de gevangenen deden mij een voorstel, dat ik met plezier aannam. Dus gaven ze mij een harde opleiding van mij de vrouw maakte die in nu ben,’ zegt Sorane en knikt even. De man kijkt naar enkele anderen, die nog in opleiding zijn en ziet hun pistolen plots op zich gericht. Ze weten dat ze snel moeten zijn en de vier pistolen openen het vuur op de verschrikte Coördinator. Dodelijk getroffen zakt hij in elkaar. Enkele anderen trekken hun wapen, maar worden dadelijk onder vuur genomen. In de hal barst een hevig vuurgevecht los tussen twee groepen. Langs beide kanten vallen doden en gewonden. Maar Sorane en enkele anderen hebben dit voorbereid en hebben een betere dekking. Meer dan vijf minuten later klinken de laatste schoten. De overlevenden staan op. De zes mannen en drie vrouwen kijken de roodharige aan, terwijl ze hun wapen wegbergen. Even kijken ze met gemengde gevoelens naar de doden. Diegenen die aan hun kant en ook diegenen die vroeger hun collega’s waren liggen overal verspreid in hun bloed. Sorane kijkt hen met gemengde gevoelens aan. ‘Het was nodig, vrienden. Ieder van ons had de keuze. Maar nu zijn we vrij.’ ‘En nu. Wat doen we nu?’ ‘Ik blijf in deze stad, want mijn stiefouders hebben hier een leven opgebouwd. Ieder van jullie kan dezelfde keus maken of weggaan.’ ‘Wij gaan, Sorane. Wij hebben geen familie of vrienden die ons binden. Misschien ontmoeten we elkaar nog weleens, maar ik weet niet of we dit leven vaarwel kunnen zeggen.’ ‘Ik hoop het wel, Evino. Want vroeg of laat leidt dit pad naar de dood.’ ‘Het zij zo, Sorane. Wij denken onder te duiken bij de Taranen. Misschien kunnen we bij hen een beetje geluk vinden en deze tijd vergeten.’ Samengaan ze het brandende gebouw uit en nemen afscheid van elkaar. ‘Het gaat jullie goed, vrienden,’ zegt Sorane nog en kijkt hen na als ze tussen de huizen verdwijnen. Sorane kijkt even naar het gebouw om als de anderen al weg zijn. Dan glimlacht ze en kijkt naar de ontsteker in haar hand. Ze ziet enkele zwarte wagens aankomen, waaruit gewapend mannen springen. ‘Dat zijn elite-eenheden van Arkan. Spijtig voor jullie,’ fluistert ze en drukt de ontsteker in. Dan hoort ze verschillende ontploffingen in het gebouw, dat een paar minuten later brandend in elkaar zakt. Sorane is echter al op weg naar huis en brengt een korte maar gezellige tijd door met haar stiefouders. De avond dat Sorane hen wil verlaten zijn ze aan het kijken naar het nieuwsverslag van het na smeulende gebouw. Een zeer belangrijke moordenaars organisatie is opgerold, wordt er gezegd. Een paar minuten na het einde van de nieuwsuitzending krijgen ze bezoek van een van de hoogste misdaadbazen van de streek. ‘Wij weten dat jij de oorzaak bent van het vernietigen van de Arkan opleidingscel. Diegenen die ontsnapten zullen we wel vinden. Voor jou hebben we een job omdat jij gebleven bent.’ ‘Een job?’ Sorane kijkt de man verschrikt aan, als hij zegt: ‘Ja, of wel treedt je in mijn dienst of jij en je ouders komen niet levend uit dit huis.’ Sorane kijkt de man recht in de ogen. Dan zegt ze: ‘Zoals u wenst heer. Maar als ik dood, dan alleen mensen die de dood verdienen. Geen onschuldigen.’ De man kijkt de jonge Sorane grijnzend aan. ‘Als dat je wens is, meisje. Geen probleem, er zal rekening mee gehouden worden.’ Zo begint het nieuwe leven van Sorane. Een leven van doelwitten en moorden. Al snel krijgt ze haar eerste opdracht. Twee dagen later vertrekt ze, nadat ze verschillende gegevens door bestudeerd heeft. Ze merkt echter dat ze gevolgd wordt, maar stapt gewoon op het vliegtuig met bestemming Gojonos. Deze grote stad is gelegen op het oostelijk continent. De man en de vrouw die haar volgen, doe zich voor als een getrouwd koppel en zitten een paar rijen achter haar. In Gojonos ligt ze gedurende verschillende dagen haar doelwit van op een dak of hoger gelegen appartement te observeren. Zo ontdekt ze dat de man die ze moet doden maar een pion is die bevelen van een andere krijgt. Op de vierde dag ontdekt ze wie dat is. Ze kent dat gezicht, want hij staat op de zwarte lijst van de mensen waarvoor ze werkt. De volgende morgen staat ze echter plots achter de twee die haar in het oog houden. ‘Nog niet uitgekeken, mensen. Ben ik zo mooi dat je jullie ogen niet van mij kunnen afhouden?’ De twee kijken verschrikt om. ‘Wist je het, Sorane?’ Sorane kijkt de vrouw glimlachend aan. ‘Al van op de luchthaven. Ik heb een zesde zintuig voor die dingen. Maar ik heb een vraag. Zijn jullie op de hoogte van mijn opdracht.’ ‘Zeker.’ ‘Dus mijn doelwit is Nocvan Kollinor. Maar ik denk dat die maar een marionet is. Hij krijgt de bevelen van Divon Morda.’ ‘Divon Morda, ben je zeker?’ ‘Ja, honderd percent.’ ‘Dat is ernstig.’ ‘Als ik Kollinor uitschakel, dan is Morda er vandoor.’ Even is het stil. ‘Dan kunnen we beter contact opnemen met onze opdrachtgever.’ De man knikt even. Dan wendt de vrouw zich tot Sorane. ‘Misschien kan je beter even vrijaf nemen, roodkop.’ ‘Vrijaf. Nee, ik blijf mijn doelwitten observeren. Misschien ontdek ik nog wel een beetje meer. Maar waag het nooit meer om mij roodkop te nomen, Conryne. De volgende maal leer ik je een lesje.’ ‘Weet je dan wie we zijn?’ ‘Waarom niet, Ravon. Jullie zijn beiden nogal slordig, want ik kon zonder mij te haasten jullie bagage doorzoeken.’ Verbaasd kijken beiden haar aan. ‘Jullie weten waar jullie mij kunnen vinden. Laat me weten wie ik moet neerknallen,’ zegt Sorane nog en haast zich naar haar huurwagen. Pas twee dagen later krijgt ze antwoordt van Ravon. ‘Morda is het doelwit dat ze moet neerleggen, Sorane.’ ‘Dat zal iets moeilijker zijn, Ravon. Maar ik weet waar hij zich bevind.’ ‘Ik ga mee.’ ‘Nee, ik werk alleen, Ravon,’ zegt ze en richt haar arm omhoog. Verbaasd ziet de man haar als een pijl omhoogschieten en even later naar een ander dal toe zwaaien. Dan trekt hij zijn schouders op. ‘Je ziet maar, roodkop,’ fluistert hij. Die avond ligt Sorane op de loer in de nabijheid van een luxueuze villa. Overal lopen zwaargewapende bewakers rond. Meer dan een uur later komt Mordo naar buiten en loopt in gezelschap van twee vrouwen en twee gewapende mannen op zijn wagen toe. In de deur blijft Kollinor staan. Sorane even, want dat is niet echt haar doelwit. Langzaam richt ze haar wapen weer op de Mordo, maar in die beweging ziet ze een man, die een wapen in haar richting gericht houdt. Dadelijk rolt ze opzij. Juist op dat moment schieten drie kogels over de plaats waar ze juist lag. Als ze niet gereageerd had, want was ze zo goed als zeker geraakt. ‘Ze moeten mij kunnen zien,’ denkt ze, ze moeten daar een omgevingsscanner hebben. Snel kruipt ze over het harde beton naar de andere rand toe en richt haar wapen naar op zoek naar de schutters. Als ze er een op het dak opmerkt, glimlacht ze. Met een snelle beweging richt ze het op haar nieuwe doel en haalt de trekker over. Zeshonderd meter van haar af stort een man over de rand naar beneden. De twee anderen zijn echter onder dekking van hun maat in haar richting gelopen en laten zich nu in dekking vallen. Sorane kruipt echter naar de achter kant van het dak toe en laat zich naar beneden zakken. Haar speciaal wapen hangt ze over haar schouder en ze trekt een pistool met geluidsdemper uit haar jas. ‘Te laat, meid. Een beweging en je bent er geweest.’ Langzaam draait Sorane zich om en ziet een van de twee voor zich staan. ‘Jij zal mijn baas vandaag niet neerleggen, roodkop. Die zit veilig binnen in zijn villa.’ ‘Bedoel je Kollinor soms? Dat is mijn doelwit niet, man. Mordo heeft nog maximum twee minuten.’ ‘Wat zeg je…. Mordo…. Nee, dat niet.’ ‘Dacht je dat niemand het door zou hebben, dat Mordo de bevelen geeft.’ ‘Horgo, haast je. Mordo is het doelwit. BEL HEM!!!’ Op dat moment barst de wagen uit elkaar. De man voor Sorane verstijfd even, maar dat is voor Sorane genoeg om haar wapen te heffen. Haar kogel treft de man tussen de ogen. Als de derde zijn maat ziet liggen, is Sorane al verdwenen en op weg naar huis. De volgende dag staat ze voor de baas, die haar de opdracht gaf. ‘Een geslaagde opdracht, Sorane. En je kan je verstand gebruiken, heb ik gehoord van Ravon.’ ‘Ik heb geleerd om mij zoveel mogelijk voor te bereiden, heer. Daardoor werk ik iets trager dan anderen, maar ik raak wel het juiste doelwit.’ ‘Dat heb ik gemerkt, Cobanon. Ik heb de betaling op je rekening laten storten en nog iets extra.’ ‘Dank u, Heer. Kan ik gaan?’ ‘Doe maar. Ik ben zeker dat jij een zeer goede aanwinst bent voor mijn organisatie. Neem een week verlof om uit te rusten.’ ‘Ik doe mijn best, als het maar goed betaald, heer.’ ‘Neem eerst een paar dagen verlof. Ik verwacht je over een week terug. Want dan heb ik een nieuwe opdracht voor je. We sturen je de gegevens deze avond nog.’ ‘Begrepen, sir.’ De man knikt even en kijkt dan naar zijn scherm, alsof ze niet meer aanwezig is. Sorane haast zich naar buiten en zucht even, want ze is nu een weg ingeslagen zonder terugweg. Haar vrienden hebben misschien een betere keuze gemaakt, want zij maakten zich uit de voeten. Die avond kijkt Sorane juist op de klok, als ze een bericht binnenkrijgt. Snel leest ze de eerste regels. ‘Eind volgende week komt het doelwit pas op de luchthaven aan. Over elf dagen pas. Wat moet ik intussen uitvoeren. Ik ben niet gewoon om stil te zitten. Maar ik begin wel honger te krijgen,’ denkt ze, terwijl het blad met boterhammen op de tafel neerzet. Als ze haar tweede boterham opneemt, moet ze aan haar jeugd denken. Plots komt het verlangen op om haar stiefouders eens weer te zien. Het is al geleden van hun terugkeer van de mijn planeet dat ze hen nog gezien heeft. Ook Reysa en Jenan Dan merkt dat ze zich in de buurt van de wijk waar haar stiefouders wonen, bevindt. Dan draait ze een parking op en zit even later voor zich uit te staren. Ze twijfelt wat ze zou doen. Ze heeft wel een paar dagen vrij, maar ze wilde naar Mogwan. Maar langs de andere kant heeft ze haar Runa en Jov al sinds ze terug gekeerd zijn niet meer opgezocht. Even glimlacht ze, als ze vooruitdenkt aan de blijde gezichten van het gezin dat haar opgevoed heeft. Een twintigtal minuten later belt ze aan. De jongeman die de deur opent, kijkt haar verbaasd aan. ‘Hallo, broertje,’ zegt Sorane, ‘ken je mij niet meer?’ Jenan stapt echter op haar toe en omarmt haar. Als hij haar loslaat, fluistert hij opgewekt. ‘Kom binnen, Sorane,’ zegt de bijna zeventienjarige Jenan. ‘Reysa, kom eens. Ons zusje is op bezoek.’ Even is het stil, terwijl Sorane haar lange jas aan de kapstok hangt. Dan stormt Reysa op haar toe en omarmt haar ook. ‘Lang geleden, zus. We maakten ons al ongerust,’ fluistert ze. Sorane beantwoordt ook haar omhelzing. Als een uurtje later Jov van zijn werkt thuiskomt, merkt hij zijn oudste dochter op, die met haar zus en broer zitten te praten. Sorane staat op en kijkt haar stiefvader aan. Die bekijkt haar van top tot teen, voor hij haar omarmt en haar even op haar voorhoofd kust. ‘Je doet nog steeds veel aan sport, knappe meid,’ zegt hij glimlachend, als hij haar loslaat. ‘Dat hoort erbij, vader.’ ‘Ben je dan toch in dienst van Arkan?’ ‘Nee, die cel bestaat niet meer. Maar ik stond voor de keuze, vluchten of blijven. Ik bleef, maar moest in dienst treden van de famillie die in die streek de plak zwaait. Maar ik verdien goed.’ Even slikt Jov, want de ouders van Sorane waren agenten. En nu is hun dochter een misdadiger geworden. Voor een deel is dat zijn schuld.’ ‘Kan je niet weg uit dat milieu, Sorane?’ ‘Nee, Jov. Dan ben ik tot ze mij vinden op de vlucht. Ik moet mijn contract navolgen, als ik wil leven.’ Dan merkt Sorane haar stiefmoeder op, die juist aankomt. Even later opent die de deur en blijft blij verrast staan als ze Sorane opmerkt. Ze begroeten elkaar hartelijk. Maar de volgende dag merkt Sorane dat er spanningen in het gezin zijn. ‘Reysa en Jenan begrijpen het niet, Sorane,’ legt haar moeder, die met haar alleen thuis is, uit. ‘Wat niet?’ ‘Voor hen beiden ben jij een moordenares, Sorane.’ ‘Ik dood mensen zonder hen een kans te geven, Runa. Dus mijn zus en broer hebben wel ergens gelijk.’ ‘Dat ik een van diegenen was die Arkan mee vernietigde, hebben ze mij niet echt vergeven, moeder. Ik moet hun opdrachten uitvoeren, wil ik blijven leven. Ze hebben in bedekte termen gedreigd om jullie ook aan te pakken, als ik het zou wagen om mij uit de voeten te maken.’ Ontsteld kijkt Runa haar aan. ‘Zouden ze zo ver gaan, Sorane.’ ‘Zeker. Het is niet de eerste maal. Ook bij Arkan moest de naaste famillie het ontgelden als ze probeerden te stoppen.’ ‘Dat kan toch niet.’ ‘Ik werk voor mensen die de wet aan hun laars lappen, Runa. Voor hen telt een leven niet.’ Runa wankelt naar een stoel en gaat zitten. ‘Laat ons erover zwijgen, Runa.’ De vrouw knikt even en staart nadenkend voor zich uit. ‘Wees wel voorzichtig, Sorane.’ ‘Dat ben ik altijd, moeder.’ Maar als Runa en haar man twee dagen later thuiskomen van hun werk, is Sorane weg. Schoorvoetend vertellen hun dochter en zoon, van de hevige ruzie die ze met Sorane hadden. Hun zus heeft vol woede het huis verlaten. Ze hebben er beiden spijt van, maar ze blijven wel woedend op hun zus, die als moordenares haar bloedgeld verdiend, zoals Reysa het noemde. Sorane zit enkele straten verder in haar stilstaande wagen voor zich uit te staren. Even komt de gedachte op om terug te keren, maar dan komt haar trots opzetten. Ze schudt haar hoofd en start de motor. Een maanden later, na nog vier geslaagde opdrachten en vette premies, bereikt Sorane Mogwan, een klein dorp, maar schrikt van de toestand hier. Ze is echter hier om rustig te kunnen trainen en niet om naar armoede te kijken. Maar toch is ze onder de indruk van deze arme mensen, die haar zonder iets te vragen helpen met de voorbereiding. Daarom verandert ze van gedachten en tegen de middag loopt ze de bank naast het gemeentehuis binnen. ‘Mijn naam is Sorane Cobanon,’ ‘Welkom, mevrouw. Wat kan ik voor u doen?’ ‘Ik zoek een stukje grond om een villa te bouwen.’ ‘Grond is hier genoeg, mevrouw Cobanon. In dit deel van de streek kan u zoveel grond kiezen als u wil. De grond is in deze streek niet zo duur.’ ‘Sorane knikt en kijkt even naar het deel op de kaart die de man aanwijst. Ik zal eens gaan kijken.’ ‘Mag ik u vragen een aan klein voorschot te betalen, dan kan ik het wettelijk pasje klaarmaken om u als koper bij de eigenaar aan te melden.’ Sorane knikt. ‘Dat had ik al voorzien, mevrouw.’ Dan geeft ze haar een check. ‘Mag ik u vragen om de papieren naar mijn kamer in het witte huisje aan de noordkant van het dorp te brengen.’ ‘Maar het is alleen op afhal…,’ antwoordt de man snel, maar slikt even als hij het bedrag op de check bekijkt. Hij wankelt even naar een stoel. ‘Die vrouw moet zeer rijk zijn.’ Dezelfde avond zit ze gelukkig bij het kleine gezin, die haar opgevangen heeft. Ze heeft al en stuk grond gekocht en een plan besproken met een gepensioneerde architect. Op basis van een schets die ze hem gegeven heeft, heeft hij haar beloofd om een villa te laten bouwen. Als ze hem een check geeft, wil hij eerst weigeren, maar ze schudt haar hoofd voor hij iets kan zeggen. ‘Ik wil dat u zeer iets aan verdiend, Mijnheer Loseran.’ ‘Dank u, mevrouw Cobanon. Ik zal zorgen dat de villa zo snel mogelijk klaar is.’ ‘Laat mij weten zodra ik erin kan,’ zegt ze glimlachend en geeft hem een kaartje met haar adres in de hoofdstad.’ Als ze die avond in haar bed voelt ze zich veel beter dan de laatste weken, want haar geld wordt nu voor iets nuttigs gebruikt. Even moet ze aan haar medeleerlingen, die gevlucht zijn, denken. Ze weet dat er ijverig naar hen gezocht wordt, maar ze blijven spoorloos. Een paar dagen later krijgt ze haar volgende opdracht en trekt erop uit. Ze beseft dat ze haar leven steeds meer gevaar bevat, maar ze geniet wel van de vrijheid die het met zich meebrengt. Maar de tijd vliegt voorbij. Iets meer dan drie jaar later is Sorane een succesvolle huurmoordenares, die een steeds hogere vergoeding krijgt. Intussen bloeit Mogwan helemaal open. Er wordt op verschillende plaatse gebouwd en er is al een ziekenhuis gedeeltelijk open. En is werk in overvloed, waardoor verschillende gezinnen in de streek zijn komen wonen. Op een dag keert ze terug van een opdracht, als ze plots schrikt ze. Ze ziet Jenan haar stiefbroer uit het oude gemeentehuis komen en naar een wagen toestappen. In de wagen merkt ze nog twee gedaanten op. Als de wagen van haar broer wegrijdt herkent ze de vrouw die achterin zit. Haar zus Reysa. Een paar minuten later stapt ze het gemeentehuis binnen en wordt even aangestaard, door verschillende mensen die haar herkennen. ‘Mevrouw Cobanon. Welkom, mijn naam is Higan Terinan’ zegt een bediende. Sorane keert zich naar hem en glimlacht. ‘Wat voor u hierheen, mevrouw?’ ‘Mijn stiefbroer. Ik zag hem juist naar buiten stappen.’ ‘U bedoelt die jongeman. Ja, hij en zijn zus zijn elk op zoek naar een klein huisje in de buurt. Maar ik heb hen moeten teleurstellen, want er is geen enkel huis beschikbaar. Er zijn wel appartementen in aanbouw, maar die zijn pas over enkele maanden klaar.’ Even denkt Sorane na. ‘Ik heb nog vier villa’s laten bij bouwen, mijnheer Terinan. De laatste is een maand geleden afgewerkt. Misschien kan je twee ervan aan hen ter beschikking stellen. Maar wel op voorwaarde dat ze niet weten dat ik de eigenares ben. En ik betaal alle kosten. Reken maar een lage huur aan, anders worden ze misschien argwanend.’ ‘Dat zal goed nieuws voor hen zijn, mevrouw. Maar als ik vragen mag, waarom mogen zij niet weten wie u bent.’ ‘We hebben ruzie en zolang die niet bijgelegd is, dan heb ik het liever zo. Misschien weigeren ze wel als ze mijn naam weten.’ De bediende knikt even. ‘Ik zal hen dadelijk een bericht sturen.’ ‘Wil je mij iets laten weten als ze het al of niet aannemen?’ ‘Dat zal ik zeker, mevrouw.’ De man kijkt haar na als ze naar buiten stapt. Met een ruk moet hij zich van haar slanke gestalte losrukken. Dan haast hij zich naar zijn bureau.

Jelsi
0 0

Sorane 01/04 De huurmoordenares

De opdracht van Verin Als de coördinator eindelijk opkijkt, hoort Verin tot zijn ontsteltenis dat ze hen doorhebben. ‘Je bent erbij, Verin. Jij en Sorane hebben Axin en Nevon geholpen om weg te komen. En ze ook nog een onderkomen bezorgd. Maar Sorane heeft een kleine fout gemaakt, toen ze jullie vrienden ging opzoeken om hen de nodige papieren te bezorgen. We weten waar ze zijn.’ Verin slikt even, maar zegt niets. De coördinator zwijgt even om zijn woorden te laten doordringen. ‘Jij krijgt echter nog een kans, Verin. Want twee van de zes beste van jullie groep verliezen, dat kan ik mij niet permitteren.’ ‘Een kans?’ vraagt Verin. ‘Ja, maar dan moet jij Axin en Nevon uitwissen. En Sorane moet er deze maal ook aan geloven.’ De man merkt zijn vragende blik op. ‘Je wilt weten waarom Sorane tot je opdracht behoort, Verin. Ten eerste zijn jullie ongeveer even goed in jullie training. Toch is Sorane een zwakke schakel. Ze lijkt om mensen te geven en dat is de tweede reden. En zeker als het haar vrienden betreft.’ ‘Verin weet niet wat te zeggen. ‘Wij beseffen dat jij meent van Sorane te houden, maar daardoor heb jij je schuldig gemaakt aan een tweede overtreding. ‘Dat kan de enige reden niet zijn, sir.’ ‘Nee, dat is de echte reden niet, Verin. Haar echte ouders waren politieagenten. Ik had een opdracht op een amazone planeet, maar haar vader Gono Saron kwam mij op het spoor en er volgende een vuurgevecht. Agent Saron, werd hierbij licht gewond, maar ik belande in het ziekenhuis met twee kogels in mijn linkerbeen. Een van de twee kogels had mijn spieren van mijn dijbeen gescheurd. Daardoor kon ik niet meer zo lopen als vroeger. Dat is de reden dat ik hier coördinator werd. Ik wilde wraak, maar Gono Saron werd gedood een aanslag. Ik kon mijn wraak echter niet meer uitvoeren tot Sorane Nador hier leerlinge werd. Ik liet haar zoals alle anderen onderzoeken. Zo kwam te weten wie haar ouders waren.’ ‘En daarom hebt u haar verschillende malen willen doden.’ ‘Ja. Maar het zou gelukt zijn, als ze niet door een onbekende opgeleid zou zijn tijdens haar jaar verlof. Alleen weet ik niet wie die onbekende of onbekenden waren en waarom?’ Even aarzelt Verin, maar dan zegt hij: ‘Je zoon, Sir. Hij stierf in die mijnen daar, maar hij maakte vrienden onder de gevangenen. Omdat Sorane voor huurmoordenares opgeleid werd, door Arkan, leiden ze haar op.’ ‘Mijn zoon? Is die lafaard dan eindelijk dood?’ ‘Zoiets heeft Sorane mij vertelt, Sir.’ ‘Dan moet ze zeker gewist worden, Verin. Wil jij vandaag sterven of neem je de opdracht aan.’ ‘Nevon, Axin en Sorane doden. Kan ik dat?’ denkt hij. ‘Denk maar niet te lang na, Verin. Zij of jij. Zo eenvoudig is het.’ Verin knikt al is het met een lichte aarzeling.     Dus aan jou de beslissing. Sorane of jij. Ofwel voer de taak naar behoren uit of Sorane krijgt je baantje, als ze zich tenminste van dat menselijk gedoe kan bevrijden.’ Even is het doodstil in het kantoor. Van alles gaat door heen Verin, hij houdt van Sorane, maar ook van het leven. ‘Ik wacht niet langer, Verin. Kies nu of...’ Maar Verin richt zijn blik standvastig op de man voor zich. ‘Ik zal mijn opdracht tot een goed einde brengen,’ knikt hij. ‘Vergeet het niet, Verin. We weten dat jij Sorane geholpen hebt om dat koppel te verbergen. Dus dit is een test om je trouw te bewijzen. Tracht ons niet te misleiden, want dan kiezen we misschien toch voor Sorane. Maar dan moet ik van mijn wraak afzien.’ Verin verstart even, maar laat niets van zijn gevoelens blijken en verlaat even later het kantoor. Maar innerlijk is hij in tweestrijd. Dit zou zijn kans kunnen zijn om hogerop te raken, maar dan moet hij Sorane opgeven en zelfs doden. Hij houdt van Sorane, maar hier kan hij niet onderuit, zonder zijn leven te verliezen. Hij kent Sorane goed genoeg, om te weten, dat, als hij haar zou helpen, ze wraak zou willen nemen. En er zijn ook nog enkele anderen die haar zouden steunen als ze wisten wat zijn opdracht nu is. Wat moet hij doen? Maar nog iemand anders heeft het gesprek met verbijstering gevolgd. Een jonge man, die vandaag dienst had in de observatie ruimte. Even kijkt hij angstig om zich heen. Hij zucht opgelucht als hij niemand in zijn richting ziet kijken. Ze zijn allen met hun werk bezig. Snel verandert hij enkele instellingen en wist een deel van zijn logboek. Ongeveer drie uur later zit zijn dienst erop en hij verlaat de ruimte. Na het eten gaat hij met enkele anderen naar hun kamer om wat hij ontdekt heeft te bespreken. De vier anderen luisteren verbaasd en met ontstelling naar de woorden van hun vriend. ‘Zou Verin het werkelijk doen?’ ‘Ik weet het niet. Maar wat kan hij anders doen.’ ‘We moeten Sorane op de hoogte brengen.’ ‘Hoe, Layon? We weten niet waar ze is.’ ‘Ik vrees alleen dat Sorane woedend zal reageren als ze het te weten komt.’ ‘Dan moeten we klaar zijn, vrienden. Breng de anderen op de hoogte. Daarna wachten we op Sorane. Als zij en Verin terugkomen.’ ‘Wat dan? Onze plannen versnellen.’ ‘Ik weet het niet, Layon. Maar we moeten klaar zijn voor het geval dat we ze uitvoeren.’ ‘Dat lijkt me het beste. We zien wel als het zover is.’ ‘Dan kunnen we het best gaan rusten. Morgen moeten we ons voorbereiden.’ Intussen zit Verin op zijn kamer om zich voor te bereiden. Verward maakt hij zijn wapen schoon en vult de lader ditmaal met echte munitie. Maar hij weet niet echt wat hij zal gaan doen. Zijn opdracht niet uitvoeren en Sorane op de hoogte brengen. Daarna samen met die enkele anderen proberen te ontkomen aan de arkancel, waar zij opgeleid worden. Maar dat zou betekenen dat ze voor de rest van hun leven op de vlucht zouden zijn. Nee, dat is het niet waart, denkt hij. Maar hij beseft ook dat als Sorane dit zou weten, dan zou ze zijn grootste vijand worden. Hij kent haar goed genoeg om te beseffen, dat ze op hem zou jagen, tot een van hun beiden dood is. Als hij in zijn auto stapt, staat zijn besluit vast. Sorane moet vandaag sterven, nog voor ze weet heeft van zijn plannen. Maar eerst die twee anderen, daarna, de vrouw waar hij van houdt. Maar liefde heeft in hun beroep geen reden van bestaan. Tegen hoge snelheid raast hij over de wegen met als doel Mogwan. Aan de rand van de villawijk parkeert hij zijn wagen en stapt uit. Kalm neemt hij zijn gsm uit zijn riemtasje en aarzelt nog even nadenkend. Maar dan hakt hij de knoop door. ‘Het moet gebeuren,’ fluistert hij, slikkend. Dan belt hij Sorane op. ‘Hallo, schat,’ hoort hij Sorane zeggen. ‘Ik heb nieuwe opdracht, maar ik wilde je nog even zien.’ ‘O, je maakt me weer gelukkig, Verin.’ Verin slikt even, maar dan zegt hij. ‘Ik moet voor langere tijd weg, lieveling. Daarom dacht ik eraan om met jou nog iets te gaan eten.’ ‘Slecht en goed nieuws dus, lieve schat.’ ‘Ja, het spijt me. Misschien kunnen we afspreken aan het restaurant van onze vrienden, No-nin en de anderen.’ ‘Zeker, ik verheug me er al op om de mensen daar nog eens te zien,’ stemt Sorane in. ‘Oké, Sorane. Ik ben er ongeveer rond 19.00u deze avond.’ ‘Tot straks dan, lieveling. Als ik kon zou ik je kussen, maar dat is voor straks.’ hoort hij haar nog zeggen, voor hij zijn toestel uitschakelt. Even blijft hij naar Sorane’s portret op het schermpje kijken, maar dan recht hij zijn rug. Langzaam schuift hij het toestel met trillende handen in zijn riemtasje. ‘Het spijt me schat, maar ik kan niet anders. Hoe sneller ik eraan begin hoe sneller is het voorbij. En dan is er geen weg meer terug,’ denkt hij. Als hij het huis bereikt waar Nevon en zijn vrouw zich verborgen houden aarzelt hij nog even, maar dan trekt hij zijn wapen en draait de geluidsdemper erop. Voorzichtig sluipt hij geruisloos om het huis, maar merkt plots enkele agenten op. Ze zijn uitgeschakeld voor ze beseffen wat er gaande is. Dan dringt hij het huis binnen en staat plots voor Axin, die met haar baby in de zetel zit. Ze geeft hem juist borstvoeding. De jonge vrouw kijkt hem verrast aan, terwijl hij aarzelt. ‘Verin, wat???’ fluistert ze, maar merkt ze dat hij zijn wapen heft. Ze beseft dadelijk waarom hij gekomen is. ‘NEEEE, Verin… Mijn bab…’ roept ze uit. Maar Verin schiet genadeloos. Hij vuurt eerst naar Arin en doorboort haar vlak onder de hals. Dan grijnst hij als hij eerst de baby twee kogels in zijn borstje jaagt. Dan richt hij zijn wapen op Axin, die ontstelt naar haar kindje kijkt. Ze ziet haar rok rood kleuren van haar en zijn bloed, want de kogels zijn ook door haar lichaam gegaan. Dan kijkt ze op en staart recht in het koele grijnzend gezicht van Verin. ‘Waarom?’ fluistert ze. Maar Verin zegt niets. Hij staart alleen naar de straaltjes bloed, die uit haar wonde over haar borsten vloeit. Hij wordt erdoor geboeid. Maar dan hoort hij stappen en haast zich naar de muur toe. Nevon die de woorden van zijn meisje hoorde, haast zich naar binnen. Als hij in de salon binnen stapt, blijft hij verstard staan. Hij ziet zijn vrouw achterover in de zetel in haar bloed zitten. ‘Axin. Nee, dat kan niet waar zijn,’ roept hij uit. ‘Nevan, p.. pas op. A….chter de deur….,’ roept Arin kreunend. Dadelijk grijpt hij naar zijn wapen, maar dat heeft hij niet bij zich. Verin, die achter de deur staat, schiet genadeloos doorheen het hout. Nevons lichaam botst tegen de muur, voor hij langzaam in elkaar zakt. Verin kijkt even op hem neer.’ ‘Jij, Verin. Waarom?’ kreunt Nevon. Verin trekt zijn schouders op. ‘Niemand ontkomt aan de cel,’ fluistert hij hees. ‘S…orane z..al je het nooit v…ergeven, m….man…,’ kreunt Nevon, terwijl een poging doet om naar Axin te kruipen, maar de moordenaar glimlacht. ‘Ze krijgt geen kans, Nevon. Zij is de volgende op mijn lijst,’ zegt hij koel, dan richt hij zijn wapen op zijn slachtoffer. Maar op dat moment valt de hand van Nevon slap op de vloer. Dan kijkt hij naar Arin, die hem strak aankijkt. Haar kindje is naast haar, uit haar machteloze armen, op de zetel gerold en ligt daar in zijn bloed. ‘Doe het en wees vervloekt, moordenaar.’ Langzaam heft hij zijn wapen en richt het op het hoofd van Axin, terwijl recht in haar ogen kijkt. ‘Sorane zal je doden, Verin,’ hoort hij haar nog fluisteren. ‘Vergissing, Axin. Sorane is straks even dood als jij. Die gekkin wacht op mij voor een lekker etentje,’ grijnst hij. Dan haalt hij de trekker over. Uit zijn wapen komt een vuurstraal, die tussen de ogen van de jonge vrouw in haar hoofd verdwijnt. Nog even staart Verin naar het levenloze lichaam van Axin en dan naar haar dode baby. ‘Een seconde denkt hij met spijt aan Sorane, maar nu kan hij niet anders het in hij of zij.’ Even aarzelt Verin nog, maar schroeft hij de geluidsdemper weer los en bergt hem weg. Met een snelle beweging steekt hij het wapen in zijn schouderholster. ‘Dat ging snel en eenvoudig. Nu Sorane, ben jij aan de beurt,’ denkt hij, terwijl er even een droevig blik in zijn ogen verschijnt. Misschien had hij met Sorane het geluk kunnen vinden, want hij beseft dat hij nog steeds op haar verliefd is. Maar terzelfdertijd komt ook het besef, dat er nu geen weg meer terug is. Even later rijdt hij weg, maar juist als hij de toegangspoort uitrijdt, draait een wagen de bocht om. Hij kan hem op het nippertje ontwijken. Even merkt hij een vrouw achter het stuur op, maar hij kent haar niet. Met toenemende snelheid rijdt hij voorbij de toegangspoort. De vrouw in de wagen stopt op het binnenplein van de villa. Maar als ze uitstapt, beseft ze dat er iets vreselijks gebeurd moet zijn. Als ze met getrokken wapen door de deur stapt, wordt haar angst bewaarheid als ze eerst Axin en haar kindje opmerkt en dan Nevon. ‘Verdomme, zelfs het kindje.’ roept ze uit als ze de doden opmerkt. Als ze zich wil omdraaien, merkt ze plots dat de rechterhand van Nevon iets op de vloer neer geschreven heeft. Veri….. Dan herinnert ze zich de wagen die wegreed. ‘Zou dat de naam van de moordenaar zijn. Verin, is dat de vriend van die roodkop niet. Die woont toch bij Sorane Nador inwoont. Zou zij hier ook mee te maken hebben,’ denkt ze. Snel haast ze zich naar haar wagen en met piepende banden raast ze weg. Met halsbrekende snelheid rijdt ze over de zanderige weg. Als snel heeft ze de wagen in zicht. Maar Verin, die intussen zijn daad probeert te verwerken, merkt de wagen die hem achtervolgt bijna te laat op. Plots ziet hij de achtervolger. ‘Dat moet die vrouw zijn,’ denkt hij verschrikt en drukt het gaspedaal helemaal in. Met halsbrekende snelheid raast zijn wagen over de zanderige weg. Maar de agente is hardnekkig en blijft hem naderen. Innerlijk moet hij haar bewonderen, maar ze wil hem tegenhouden. Dus zal ze ook moeten sterven als ze in zijn weg moest lopen. Meer dan een uur later rijdt hij de stad binnen met de agente ongeveer honderd meter achter hem aan. Gelukkig is het minder druk op dit tijdstip, toch botsen een paar auto’s als ze de voorbijrazende wagens proberen te ontwijken. Verin zucht opgelucht als hij de wagen van de agente niet meer opmerkt. Maar hij weet niet dat ze vermoedt wat zijn volgende doel is. De kamer in het hotel waar hij vroeger woonde. Wat de agente echter niet weet, is dat hij een afspraak heeft met Sorane in het restaurant aan de overzijde. Verin stopt zijn wagen op een parking voor een hotel tegen over de villa waar Sorane woont. Hij merkt het echter niet, dat de agente hem al opgemerkt heeft. Ze volgt hem onopgemerkt naar het hotel en stapt ongeveer dertig meter achter hem naar binnen. ‘Nee, ik kan nog nietsdoen, er is te veel volk.’ denkt ze, terwijl haar hand van haar wapen terugtrekt. Dan ziet ze de jongeman de lift instappen en haast zich naar de trappen. Zo snel ze kan rent ze naar boven, maar het zijn tweeëntwintig verdiepingen naar het dak. Op de vijfde verdieping verlaat ze snel de trap en haast zich naar de lift. Maar daar stelt ze vast dat hij nog stijgt. Het cijfer naast de deur springt juist op elf. Opnieuw rent ze de trap op. Inhalen kan ze hem niet meer, beseft ze. Ze weet echter niet dat Verin hier een kamer genomen heeft. Op de twaalfde verdieping stapt hij uit en haast zich naar zijn kamer. De agente is twee verdiepingen hoger als ze op haar gevoel afgaat een naar de lift snelt. Hier ziet ze dat de lift zich op de twaalfde verdieping bevindt. Opnieuw rent ze naar de deur van de trap toe en weer de trap af, Hijgend opent ze de deur die toegang geeft tot de twaalfde verdieping en trekt haar wapen. In de gang ziet ze alleen een kuisvrouw met een wagentje. Snel loopt ze erheen en vraagt, terwijl ze haar politiepasje toont: ‘Politie, heb je een jongeman gezien die uit de lift kwam.’ ‘Kamer 1246,’ zegt de vrouw en geeft haar toegangskaart. De agente knikt de vrouw toe en haast zich naar de deur toe. Voorzichtig opent ze deze. Intussen komt Sorane te voet aangewandeld en loopt tussen de stoelen en tafels door naar een ober die ze kent. ‘Hai, Sivon. Hoe is het?’ ‘Zeer goed, Sorane. Het is op het moment iets minder druk dan anders, maar verder is alles in orde. De zaken gaan goed.’ ‘He, Sorane. Jij hier dat is al een tijdje geleden. Hoe is met jou en die knappe jongeman Verin?’ De roodharige kijkt om en ziet Achnaya op zich afkomen. ‘Werk je hier nog steeds?’ ‘Zoals je ziet, meisje,’ zegt de tweeëntwintigjarige vrouw en omarmt Sorane. Geen van allen weet dat Verin aan de overzijde en wapen op hen gericht houdt. Maar hij aarzelt nog steeds. ‘Verin komt ook. We hebben hier afgesproken.’ ‘Dan zijn jullie nog steeds bij elkaar.’ ‘Ja, we zijn verliefd op elkaar,’ antwoordt Sorane. ‘Dan kun je beter buiten op het terras gaan zitten, dan zie je hem aankomen,’ lacht Achnaya even. ‘Daar heb je gelijk in. Straks denkt hij nog dat ik er niet ben,’ glimlacht Sorane en haast zich naar buiten. De loop van Verin wapen volgt haar, maar nog steeds aarzelt hij. Ze handen trillen van de spanning. Hij ademt een paar maal in en uit, voor hij weer door het vizier kijkt. Hij merkt dat zijn vriendin aan een tafeltje langs de zijkant plaats genomen heeft. Achnaya brengt haar juist een frisdrank. ‘Dank je,’ knikt Sorane haar toe en neemt het glas van de tafel op. Ongeduldig wacht ze op Verin, want ze wil hem zien voor hij weer vertrekt. Ze weet echter niet dat hij een wapen op haar gericht houdt en innerlijk een zware twee strijd uitvoert. Maar zijn beslissing was al gevallen op het moment dat hij Axin en haar kind dode. Langzaam kromt hij zijn vinger om de trekker. Als hij vuurt, beseft hij dat zijn handen te hard trillen. Sorane wordt door de kogel achteruitgeworpen en stort neer op de grond. Even is hij opgelucht. ‘Ik heb haar,’ denkt hij, maar dan ziet hij haar opzij rollen en vloekt even. Sorane kijkt even naar het bloed op haar hand en beseft dat ze beschoten wordt. Ze voelt een hevige pijn in haar hals als ze haar linkerarm beweegt. Op dat moment begint de schutter opnieuw op haar te schieten. Verin vuurt en vuurt in de hoop om haar alsnog dodelijk te raken, maar zijn kogels slaan in het muurtje waarachter Sorane ligt. Ze dringen er echter niet doorheen. Toch blijft hij vuren tot de lader leeg is. ‘Verdomme,’ vloekt hij. Zijn verstand is intussen opgeklaard en hij grijpt in zijn tas naar een lader waarin pantser doorborende kogels steken. Sorane heeft intussen naar de wonde aan haar hals getast en beseft dat ze veel geluk gehad heeft. De kogel is vlak boven de linkerschouder door het vlees gegaan. Het is pijnlijk en bloed licht, maar is niet gevaarlijk. Er zelfs geen been geraakt. Snel grijpt ze in haar zak en spuit even op beide kanten van de wonde. Langzaam worden beide wonden afgedekt door een beschermende afdichting. Even ziet ze de vrouw in de deuropening verschijnen. ‘Sorane, Wat??? Je bent gewond,’ ‘Verberg je, Achnaya. Er zijn een of meerdere schutters.’ De vrouw schrikt en maakt zich uit de voeten. Dan begint de schutter weer te schieten. Ze schrikt als de eerste kogel zich doorheen het muurtje boort. Hij raakt even haar linkerdijbeen en boort zich dan in de vloer. Ze kreunt even van de pijn terwijl ze beseft dat ze hier niet veilig meer is. Een gedachte is genoeg om haar getraind lichaam te laten reageren. Ze rolt om en springt recht. Een kogel boort zich opnieuw door het muurtje. Voor de schutter zijn wapen van richting kan veranderen, is de roodharige al met een soepele sprong over het muurtje gesprongen. Ze vuurt tweemaal naar het dak. Verin hoort de inslagen zo dicht, dat ze hem verrassen. ‘Dat was dichtbij. Ze is zeer goed, misschien zelfs beter dan ik. Maar vandaag is haar laatste.’ Even lacht hij, maar dan staat hij op en richt zijn wapen naar beneden. Even ziet hij Sorane nergens, maar plots merkt hij haar op achter een wagen aan de overkant. Een grijnst ontsiert zijn knap gezicht, vlak voor hij het vuur opent. Twee kogels slaan grote gaten in de wagen, maar Sorane sprong al op als ze de eerste lichtflits opmerkte weg. Weer vuurt ze in de richting van de schoten. Terwijl ze zigzaggend de straat overrent, ziet ze plots de schutter staat in de weerspiegeling van een venster van het gebouw achter haar. ‘Een fatale fout, killer. Nu weet ik waar je bent,’ denkt ze. Haar wapen vuurt bliksemsnel het ene schot na het andere op de gedaante af. De eerste kogel doet hem ineenkrimpen, maar hij laat zich dadelijk vallen en ontkomt zo aan de twee volgenden. Zijn wapen valt op de vloer, terwijl hij naar zijn linkerborst grijpt. Verin beseft dat zijn linkerkant zo goed als verlamd is. Het bloed vloeit uit de wonde in zijn borst. Ook op zijn rug voelt hij bloed vloeien. ‘Ze heeft me goed geraakt, die heks. Ik moet hier weg,’ fluistert hij, terwijl zijn ogen glinsteren van haat en bewondering. Maar hij wankelt hevig als hij een stap naar voor wil doen. ‘Ik haal het niet meer. Mislukt, Verdomme, lieveling, jij bent goed, ik had het moeten beseffen,’ denkt hij, terwijl hij steun zoekt tegen de muur. Intussen wijken de mensen opzij als Sorane het flatgebouw met getrokken wapen binnenstormt. Ze opent het vuur op het bedieningspaneel van de twee liften, zodat ze niet meer gebruikt kunnen worden. Even later rent ze de deur door die toegang geeft tot de trappen. Verin vloekt hevig, want er stroomt bloed uit de wonde langs beide zijden. De kogel is dicht bij zijn hart door zijn linkerlong gegaan. Hij proeft zijn bloed in zijn mond. ‘Gelukkig weet ze niet dat ik het ben,’ denkt hij en bukt zich, met een van pijn vertrokken gezicht, om zijn speciale tas te openen. Intussen is de agente de inkomhall van het appartement binnengeslopen en beweegt voorzichtig met getrokken wapen naar de andere kamers. Er is echter niemand te zien. Er is geen geluid te horen, tot Verin iets uit de tas neemt, maar hierdoor beweegt ze, wat een licht geluid veroorzaakt. Dat geluid op de vloer wijst de agente de richting aan waarin Verin zich moet bevinden. De badkamer. Op haar hoede haast ze zich naar de openstaande deur toe en kijkt naar binnen. Verin probeert met enige moeite zijn wonde te verzorgen en spuit er helend verband op. De achterzijde lukt hem maar niet. De agente merkt echter niet dat ze een schaduw op de vloer werpt, omdat de zon doorheen het venster op haar rug schijnt. Voor de jongeman is dit echter voldoende. Hij laat de verbandspuit vallen en grijpt naar zijn wapen. De agente schrikt als ze de reactie van de man opmerkt. Zij reageert echter iets te traag en hoort twee kogels zich in de deur wand boren en een derde vliegt rakelings voorbij het gezicht van de agente. Ze laat zich echter dadelijk naar voor vallen en richt haar wapen. Verin wordt gehinderd door zijn wonde en reageert iets te laat. Hij wankelt even als de kogel van de agente door zijn rechteronderarm slaat. Verbaast staart hij haar aan, voor hij in elkaar zakt. ‘Jij, w…wie?’ fluistert hij zwak. ‘Ik ben een agente, Verin, maar ik kwam te laat,’ zegt ze. ‘Vraag Sorane om miii…jjjj t…e vvvergevvvvvvvv,’ fluistert hij nog. Dan gaat er een schok door het lichaam van de jongeman. De agente buigt zich over de gewonde, maar beseft dat hij dood is, als ze zijn levenloze ogen naar haar ziet kijken. Verbaasd staart ze naar de tweede wonde van de jongeman. Die zit op de plaats van zijn hart. Daarom was hij zo traag. ‘Zou Sorane hem van daar beneden recht door het hart geschoten hebben. Is dat een toevalstreffer of is ze echt zo goed?’ denkt de agente verbaasd. Dan richt ze zich op en kijkt door het raam. Ze ziet verschillende mensen in dekking op de stenen liggen. Ze wuift even met haar hand om te laten blijken dat er geen gevaar meer is. Aarzelend ziet ze de mensen uit hun dekking komen. Maar Sorane ziet ze nergens. ‘Moordenares,’ zegt een stem plots achter haar. Langzaam draait de agente zich om en kijkt in de van de haat gloeiende ogen van Sorane. Dan pas merkt ze het wapen met geluidsdemper op, dat de roodharige in de hand houdt. Even staren ze elkaar aan. ‘Ik ben een agente, Sorane Nador.’ ‘Weet je wie ik ben?’ ‘Dat weet elke agente, roodkop. En ik denk als je de kans krijgt, ze je nog veel beter zullen kennen.’ Sorane kijkt de jonge vrouw verbaasd aan. Dan kijkt de roodharige naar de dode en merkt zijn voor zich uitstarende ogen op. ‘Verin, Is hij dood?’ schrikt ze. ‘Het spijt me, Sorane. Jouw kogel doorboorde zijn borst vlak bij zijn hart. Ik zag het pas toen ik zijn wapen uit zijn hand schoot.’ Maar Sorane hoort het niet. Ze vraagt: ‘Waarom schoot jij op mij daarbeneden?’ Even weet de agente niet wat te zeggen. Dan beseft ze dat haar vermoeden klopte. Want Sorane bloed aan haar hals en haar linker broekspijp is ook vol bloed. Ze weet ook dat Sorane het vermoorde koppel en hun kindje geholpen heeft. ‘Ik had dus toch gelijk, Zijn volgend doelwit was Sorane,’ denkt ze. ‘Dat heb je mis, Sorane Nador. Ik kwam te laat. Je vriendje schoot naar iemand vanuit het venster.’ ‘Verdomme. Jij wilt hem laten opdraaien voor jou daden, vrouw. Dat lukt bij mij niet. Verin moet je verrast hebben, toen…’ ‘Nee, Sorane. Hij is de moordenaar van Nevon, Axin en hun baby. En jij was zijn vierde doelwit, denk ik. Kijk maar je hebt hem geraakt.’ Sorane krijgt een schok en kijkt naar de dode, van wie ze houdt. ‘Zijn Nevon en Axin dood? Dat kan niet waar zijn.’ Even valt haar blik op zijn bloedende rechterhand en dan op de rode vlek op zijn borst. Ze zag de gedaante naar links wegtrekken, toen ze die raakte. Maar ze kan of wil het niet geloven. ‘Het kan niet waar zijn, hij hield van mij. Die agente liegt.’ Dan hoort ze plots de politiesirenes die naderen. De agente schrikt als ze de ogen van Sorane weer op zich gericht ziet. ‘Ze komen te laat, vervloekte, Je makkers komen te laat,’ roept Sorane uit en vuurt tweemaal. Dan rent ze naar buiten. Op de trap hoort ze geluiden van beneden en haast zich naar boven. Maar enkele agenten open het vuur. Sorane voelt een klap tegen haar linkerdij en beseft dat ze nogmaals geraakt is. Maar ze kan nog lopen en haast zich verder. Als de eerste agenten de kamer binnenstappen, staat de agente nog steeds roerloos tegen de wand naast de dode Verin. Beide kogels hebben zich links en rechts van de agente in de wand geboord. Verbaasd kijken de agenten haar aan. ‘Ha, Erine. Je hebt er eentje te pakken.’ De agente komt uit haar verstarring los. Ze kan bijna niet geloven dat Sorane haar tweemaal miste. Toch is het zo. Dan wenkt ze haar blik naar de man in uniform. ‘Ja, maar te laat, Bin. Hij heeft er drie vermoord, voor ik kon voorkomen dat hij een vierde slachtoffer maakte,’ zegt ze met trillende stem. ‘Was hij het die Nevon en zijn gezinnetje doodde.’ ‘Ja, Bin. Ik denk het. Toen ik aankwam bij de villa, reed hij juist weg.’ ‘Ben je zeker dat hij het was, Agent Rand?’ ‘Ik heb het hem niet zien doen, maar ik achtervolgde hem tot hier. Sorane was zijn volgende doelwit. Maar hij miste haar meerdere keren.’ ‘Het moet een harde klap zijn, voor Sorane, die met hem samenleefde.’ ‘Alleen denkt zij dat ik op haar schoot.’ ‘Dan moet je oppassen, want als onze gegevens juist zijn heeft ze bijna haar opleiding voltooid,’ zegt Bin met ernstige stem. ‘Bedoel je die roodharige, ook die maakt het niet lang meer. Op de trap botste zij op een paar collega’s en loste een paar schoten. Onze mensen schoten terug en raakten haar. Ze kon echter wankelend ontsnappen,’ zegt een andere agent, die juist binnenkomt. ‘Zij heeft met deze moordenaar niets te maken, Aran.’ ‘Wat?? Ben je zeker, Erine.’ ‘Ja, zoals ik al zei, was ze zijn volgende doelwit.’ ‘Wat speelt zich hier toch af?’ ‘Misschien dat Sorane een antwoordt heeft. Maar dan moeten we haar levend in handen krijgen,’ zegt Erine ernstig. Intussen is Sorane wankelend een kamer binnen geraakt en verbergt zich. Zo goed ze kan verzorgt ze de hevig bloedende wonde in haar zij. De kogel zit er nog in. Opnieuw moet ze haar lessen in de praktijk brengen en met veel moeite en kreunend van de pijn slaagt ze erin de kogel te verwijderen. Dan plakt ze een helende pleister over de wonde. Een tweede pleister brengt ze aan over de wonde aan haar dij, want die is toch iets erger dan ze dacht. Als ze aan die agente denkt, voelt ze de haat weer. ‘Verdomme, waarom miste ik haar? Het lijkt wel alsof ik haar niet wilde raken,’ denkt ze. Ze had haar wapen toch recht op de borst van de agente gericht. Ze kan het niet bevatten, maar toch miste ze zelfs tweemaal. Even schudt ze haar hoofd en fluistert: ‘De volgende maal zal ik niet meer missen. Ze is al dood, al weet ze het nog niet.’ Op de gangen hoort ze stemmen en er naderen steeds meer. Als ze aan de deur aanbellen van de flat waar Sorane zich verbergt, richt ze haar wapen op de deur. Maar gelukkig komt niemand naar binnen. Ze heeft nog een kans al is het een kleine. Ze beseft wel als ze haar nergens vinden ze misschien wel terug zullen komen. Vanachter het gordijn kijkt ze naar de straat beneden en merkt de vele politiewagens, die deze wijk afgezet hebben, op. Langzaam staat ze recht en maakt enkele oefeningen. De eerste seconden, gaat het moeizaam met haar drie wonden, maar het gaat steeds beter. Nu begint ze gevechtsoefeningen uit te voeren om haar zij en been en het verband te testen. Ze merkt wel dat haar zij meer pijn doet dan haar been. Plots hoort ze opnieuw stemmen en stappen naderen. Snel haast ze zich naar de keuken, terwijl ze haar jasje aantrekt. Hier opent ze een luchtkoker en kruipt erin. Een minuut of twee nadat ze de koker dicht getrokken heeft wordt de buitendeur geopend en gewapende agenten betreden de flat. Ze zien dadelijk dat Sorane hier geweest is. Maar hoe hard ze ook zoeken, ze vinden geen enkel spoor van haar. Als Erine Rand, de agente, binnen komt, kijkt zij ook nauwlettend rond. In de keuken heeft ze een vreemd gevoel. Plots kijkt ze naar de toegang tot de luchtkoker. Ze weet dadelijk dat dat de vluchtweg was van Sorane Nador, maar ze zegt niets. ‘Als ze het pad verderzet dat ze tot nu gevolgd heeft zal iemand ooit haar verdiende straf moeten geven,’ denkt de agente. Sorane kruipt intussen verder en verder door de buizen. Tot ze een verdieping hoger een uitgang ziet. Even later staat ze in een ander appartement en kijkt op haar hoede om zich heen. Met getrokken wapen haast ze zich naar de buitendeur en opent deze voorzichtig. Ze kijkt spiedend naar buiten. ‘Ik moet hier weg om mij voor te bereiden van mijn doel, Diegenen die mijn vrienden vermoorden zullen boeten voor hun daden.’ denkt ze. Door de gang rent ze naar de trap toe en haast zich naar boven. Een paar minuten later bereikt ze het dak van de het gebouw. Als ze de rand bereikt kijkt ze naar beneden en merkt verschillende politiewagens op die wegrijden. Anderen blijven waar ze zijn. Even denkt ze na, voor ze een besluit neemt. Ze wijst naar het flatgebouw aan de overzijde. Uit haar bijna onzichtbare armband schiet een dun touw naar het gebouw aan de andere zijde van de straat. Die avond laat ze zich met haar speciale touw naar een ander gebouw glijden en een paar minuten later verlaat ze licht hinkend de inkomhal van dat flatgebouw. Ze voelt zich niet al te best, haar wonden doen opnieuw pijn. ‘Ik ben te ver van het centrum, misschien. Ja, Achnaya zal mij wel helpen. Maar ze zal nu al wel naar huis zijn,’ denkt ze. Licht wankelend loopt ze door de straten, terwijl ze zich probeert te herinneren waar Achnaya woont. Hier en daar herkent ze winkels en huizen. Zo weet ze dat ze min of meer in de juiste richting gaat. Ze is echter niet zo zeker van zichzelf dat ze het zou terugvinden. Plots hoort ze snelle stappen achter zich. Dadelijk trekt Sorane haar wapen en keert zich om. ‘He, wat??? Sorane, je bent het toch,’ roept de vrouw schrikkend uit. Sorane verstijfd en beseft dat het Achnaya is die voor haar staat. ‘Het spijt me, maar ik ben nogal gespannen;’ stamelt ze, terwijl ze haar wapen weer in haar holster steekt. ‘B..bbben jjiij gewapend?’ ‘Altijd, Achnaya. Het hoort bij mijn beroep.’ ‘Ben jij wel de Sorane die wij kenden?’ ‘Ik ben nog steeds dezelfde, alleen ben ik door wat er gebeurt nogal zenuwachtig geworden.’ ‘Maar je bent gewond. Heeft die schutter je geraakt.’ ‘Een vleeswonde, Achnaya. Maar zij zal het betreuren als ik de kans krijg.’ De jonge vrouw merkt dadelijk dat haat in de ogen van Sorane op en schrikt even. ‘Wie bedoel je?’ ‘Die agente. Zij heeft Verin gedood?’ ‘Wat is Verin dood? Wat erg voor jou.’ ‘Wil jij me helpen, Achnaya. Ik moet mijn wonden verzorgen.’ Even twijfelt de jonge vrouw, maar dan stapt er op de jonge Sorane toe en ondersteunt haar. Samen strompelen ze naar de wagen van Achnaya. Moeizaam stapt Sorane in en even later rijdt de wagen de straat op. ‘Hoe kwam je daar waar je mij vond, Achnaya? Het was toch ver van je flat?’ ‘Op weg naar huis, zag ik je wankelen. Ik meende dat je hulp nodig had. Daarom volgde ik je.’ ‘Dank je. Ik kan je hulp zeker gebruiken, Ik heb vandaag al veel geluk gehad, maar vroeg of laat, laat het geluk me weleens in de steek.’ Achnaya kijkt even naar het gezicht van de achttienjarige Sorane. ‘Jij bent nog jong, meid. Je hebt een heel leven voor de boeg.’ ‘Nu Verin dood is, heeft mijn leven niet veel zin meer, Achnaya.’ ‘Je moet je herpakken, meid. Het leven heeft nog veel moois te bieden.’ ‘Mogelijk, maar misschien niet voor mij. Als de vrouw en haar opdrachtgevers, die Verin gedood hebben, geboet hebben, dan zie ik wel verder. Maar eerder kan ik aan niets anders meer denken.’ ‘Dat is nog een voornemen, Sorane. Hoe ga jij dat in hemelsnaam doen?’ ‘Je weet niet tot wat ik in staat ben, Achnaya. Nog niet. Ik heb ook nog een zeer duistere kant, die jij nog niet kent.’ Even slikt Achnaya en draait op dat moment de parkeergarage van het flatgebouw in. Door een wirwar van parkeerplaatsen rijdt de jonge vrouw naar haar parkeerplaats en brengt de wagen tot stilstand. Een paar minuten later kijkt Sorane om zich heen in het appartement van Achnaya. ‘Misschien kan je eerst een lekker warme douche nemen, Sorane. Intussen zal ik iets te eten klaarmaken.’ ‘Mag ik?’ ‘Zeker, doe maar.’ Langzaam kleed de roodharige zich uit en maakt het verband om haar been en zijde los. Uit haar jas neemt ze een speciaal spuitbusje, dat ze over de licht bloedende wonden spuit. Hierdoor worden ze afgedicht. Nadat ze het genezende busje weggeborgen heeft, gaat ze naar de douche Onder het stromend water dat over haar naakte huid naar beneden glijdt, denkt Sorane terug aan die dag. Plots staat ze huilend tegen de muur geleund. De tranen rollen over haar wangen naar beneden. Op dat moment komt Achnaya binnen en legt handdoeken neer op de tafel. Volledig gekleed loopt ze dan naar Sorane onder het stromend water toe. Voorzichtig legt ze haar beide armen om de naakte schouder van het huilend meisje en laat haar tegen haar borst uithuilend. Zo staan ze zeker een paar minuten, tot Sorane plots haar hoofd opheft en fluistert: ‘Dank je, het werd me allemaal even te veel.’ ‘Het is niets, liefje. Ga je hiernaast maar afdrogen en verzorg je wonden maar goed. Zeker die aan je zijde, want die ziet er gevaarlijker uit. Nu is het mijn beurt om eens lekker van het water te genieten,’ glimlacht Achnaya. Sorane kijkt even naar haar vriendin. ‘Doe dan wel je kleren even uit,’ spot ze, terwijl ze de deur achter zich sluit. Een uurtje later beiden iets gegeten en zitten in een pyjama naast elkaar in de zetel naar de teevee te kijken. Maar dan wordt de film voor een speciale nieuwsuitzending onderbroken. Op de teevee zien ze de beelden van de moordpartij. Ook het woord “Veri” hoort ze vermelden. ‘Nevon moet Verin bedoeld hebben, maar waarom. Zou die agente de waarheid spreken. Dat kan toch niet waar zijn, ze moet liegen. Verin hielt van mij. Die agente moet de daderes zijn,’ denkt Sorane met een droevige blik. ‘Ben je zeker dat die agente hem vermoord heeft. Volgens het verslag heeft Verin op jou geschoten.’ ‘Dat zijn leugens om haar te beschermen, Achnaya. Verin zou dat nooit doen. Hij moet haar betrapt hebben en werd door haar gedood,’ zegt Sorane sissend. Achnaya kijkt even naar het mooie hoofdje van de roodharige. ‘Ik zal haar maar eerst laten bedaren, misschien zal ze er straks wel anders over denken,’ denkt ze. Maar als Sorane een paar uur later afscheid neemt, beseft Achnaya dat Sorane nog steeds overtuigt van de schuld van die agente. ‘Kom, nog eens op bezoek, Sorane. Je bent hier altijd welkom.’ ‘Dank je, Achnaya. Als ik de kans krijg zal ik zeker op je aanbod ingaan.’ De jonge vrouw kijkt de roodharige met gemengde gevoelens na als deze door de gang naar de lift toeloopt.

Jelsi
0 0