Lezen

Zinloos vastberaden.

Vastberaden zinloosheid: Niet alles wat ik doe, doe ik ambitieus of dient een groter doel in een een uitgekiend plan. Niet in alles wat ik neerpen heb ik naarstige aspiraties om een doelwit te treffen of om te beroeren. Neem nu deze bijdrage (als je dat zo al mag noemen). Een paar woorden op papier die tot niets leiden! Alleen maar opgeschreven ter eer en glorie van mijn verveling om heel duidelijk te maken dat ik niks te vertellen heb. Kenschetsend mijn zinloze alledaagsheid neerschrijven is in geen buut maar alleen maar een bezigheid die geen enkele maatschappelijke relevantie heeft en maakt op geen enkele manier deel uit van een strategisch plan om dingen in beweging te krijgen. Mijn bescheidenheid fluistert me in dat er al genoeg dingen in beweging zijn die beter stilletjes onberoerd hadden gebleven. Dus zoek niet achter een diepere verborgen beweegreden waarom deze nietszeggende redekalving op papier verscheen want je zal ze niet vinden.En nu ga ik vissen. Ook al zo'n bezigheid waarover de vraag kan gesteld worden welk hoger doel het zou kunnen dienen. Ogenschijnlijk geen enkele dus... of toch?In t beste geval kom ik daar een uurtje tot rust en tot het benul dat ik me in al mijn onbezonnenheid niet hoef bezig te houden met grootse dingen en weidse plannen en dat ik al de drukte en heisa rustig aan mij kan laten voorbij gaan zonder dat ik me er een minuut zorgen over hoef te maken.  Zinloze vastberadenheid om geen enkel verschil te maken.

jan pultau
0 0

Niet meer

Mijn gedachten vertragen, stollen. Ik probeer naar ze te grijpen, reik naar ze met onzichtbare tentakels van pure wilskracht, maar steeds weer kan ik er net niet bij. Ik kan ze aanraken, strelen, maar als ik mijn tentakel eromheen wil krullen, schieten ze weg. Het is een hopeloos gevecht tussen mijn verschillende zenuwcellen, sterk en zwak, waarbij de winnaar al lang vastligt.  Dementie, noemen mensen het — maar dat kan ik me nu ook al niet meer herinneren. Vijf jaar geleden begon mijn geheugen beetje bij beetje te verbrokkelen, en nu blijft er niet veel meer over dan een klomp basis overlevingstechnieken, bijeengehouden door een snoer aan vage herinneringen. Ik zie gezichten voor mijn geestesoog drijven, namen, woorden, maar kan het ene niet aan het andere koppelen. Het zijn losse stukken die niets met elkaar te maken lijken te hebben, ook al weet ik ergens nog dat ze hand in hand gaan. Als ik ze probeer te combineren, vervagen ze allemaal en veranderen in een stekende pijn in mijn achterhoofd. Sommige dingen weet ik wel. Willekeurige begrippen, herinneringen, feitjes. Het Italiaanse restaurant waar ik elke zondag een heerlijke carpaccio van rundvlees at; de uitslag van de  Olympische Zomerspelen van 1992 in Barcelona; jaartallen van bepaalde oorlogen, zoals de Varkensoorlog in 1906 of de Brabantse Successieoorlog van 1355 tot 1357. Maar de echt zinvolle zaken gaan aan me voorbij. Ik ben een oud omhulsel, helemaal versleten, met nog net genoeg hersencapaciteit om te bestaan, maar te weinig om nog honderd procent levend genoemd te kunnen worden. En ik haat het. Ik haat het niet meer goed kunnen en ik haat het helemaal niet meer kunnen en ik haat het dat alles wat ik was nu steeds meer begint te vergaan. Ik haat het niet weten en ik haat het eindeloos wachten, maar veel meer kan ik niet doen. Dus grijp ik met mijn tentakels naar de wegschietende herinneringen, alsof het een spel is, en registreer gezichten en namen en stemmen zonder te weten wie ze zijn of wat ze voor mij betekenen.      

Nel
0 0

opdracht Lieve en opdracht Riet

Opdracht 1 Riet Evers   Voor de derde keer kijk ik op mijn horloge. Alsof ik nog niet weet dat het 23.22 uur is en dat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid mijn laatste trein zal missen. In mijn hopeloze haast zwier ik mijn tas iets te wild over mijn schouder. Los tegen een even late medereizigster aan. Ze zoekt even naar haar evenwicht, maar duwt me dan prompt en met vaste hand op het wachtbankje in de stationshal. “Zitten!” “Euh…, sorry… mevrouw,” stamel ik. “Ah. Hij kan toch met twee woorden spreken”, zegt ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij. “Eens kijken.” En ze graait mijn geruite pet van mijn hoofd. “Mevrouw…”, stamel ik weer, terwijl ik me afvraag waar ik dat vrouwmens eerder gezien heb. Is dat niet die zelfverklaarde kookboekschrijfster die Paul Jambers dagelijks een tong draait nadat ze haar portie vers fruit in de mixer heeft gegooid? “Wat zit er in die tas?”, vraagt ze. “Mevrouw Jambers,” zeg ik, “dat gaat u geen reet aan.” Ze keilt mijn hoofddeksel tegen mijn neus en beent zonder verder nog iets te zeggen de stationshal uit. De wijzers van de stationsklok hebben de twaalf ingehaald. Ik kan het niet laten om nog even naar mijn horloge te kijken: 00.06 uur. Een nieuwe dag, een nieuw verhaal.   Opdracht Lieve Laureyssen   Ik vroeg hem of hij niet naar binnen wilde komen. “Sebiet”, mompelde hij. De pretlichtjes in zijn bijna zwarte ogen keken heel even in mijn richting. De herfstzon was achter de horizon verdwenen en het werd kil in de schaduw van de langgevelhoeve waar mijn grootouders een halve eeuw gewoond hadden. Met tussenpozen van exact 48 seconden steeg er een rookwolkje op uit zijn pijp. Het bankje waarop hij sinds mensheugenis zijn avonden doorbracht was ooit koningsblauw gelakt geweest. Het had al lang geen verf meer gezien. Dat was niet anders voor de raamkozijnen en de voordeur. Mijn grootvader was een man in grijstinten geworden. Zijn huid had de allures van een oude krant. “'k zen ze kwaat”, zei hij elke avond na een laatste blik geworpen te hebben op het bloemenperkje dat hij plichtsbewust maar met grote tegenzin onderhield sinds mijn grootmoeder overleden was. Ik ging naar binnen om mijn wollen vest te halen, want ‘sebiet’ zou nog wel even duren. Toen ik stilletjes naast hem wilde gaan zitten, zag ik dat zijn pijp op de grond gevallen was. De pretlichtjes waren uit. Ik had er alles voor gegeven om de tijd 5 minuten te kunnen terugdraaien.

KarenC
0 0

Aanstaande bruid

Opdracht van Prisca – voor tweede bijeenkomst - uitgewerkt door Jenneke 1. Lippenstift, pen, notitieboekje, spiegeltje, stophoest, maandverband, mobiele telefoon, katoenen sjawl, gevulde lunchtrommel, portemonnee, zakdoekjes, reservetasje, deo,  leesboekje    2. labello, armband, zonnebril , dropjes, telefoon, koeken, appel, flesje water, broodjes, telefoon, kleedje    3.+4. 1.zonnebril > zomer > handtas 2.dropjes > keelpijn > verkouden 3.armband > mooi > feest 4.broodjes > picknick > romantisch 5.telefoon > Facebook > vind ik leuk 6.appel > appelboom > appels plukken   5. *Katie is een echt buitenmens, een natuurliefhebber. Ze houdt van de zomer als het lekker warm is in de zon en de bomen die dan in bloei staan. Dan gaat ze erop uit met haar zonnebril op . *Ze gaat overmorgen trouwen met John. Ze wil er op haar trouwdag wel goed uitzien met de perfecte jurk, armband en lippenstift. Ze maakt zich wel  een beetje zorgen, want  ze heeft al een paar dagen last van haar keel. *Ze is dol op mooie dingen en vindt het leuk om zichzelf mooi te maken. *Op Facebook heeft ze zojuist een leuke man ontmoet, die luistert naar de naam Sam.   6.  Aanstaande bruid   ‘Ben je er klaar voor? ...  Hallo …. Katie ben je er klaar voor?’  Ineens drong de stem van haar vriendin Suus haar hoofd binnen.  Met een ruk draaide Katie zich om op het zonnige bloemenkleed op het gras. Ze keek op en zag twee lachende ogen en een bos wiebelende krullen. ‘Uhm ja waarvoor bedoel je?, zei ze ietwat  geschrokken.  ‘Of je er klaar voor bent om te trouwen, natuurlijk. Hé, waar was jij met je gedachten’, zei Suus vrolijk, waarna ze een hap van een broodje nam. ‘Lekker zeg die eiersalade. Wil je ook een broodje salade  of liever één met  kaas?’, ratelde ze door.  ‘Die appelsap is ook goed, proef maar eens. Nu in de aanbieding bij de Appie voor een euro. Kost geen drol, haha.  Hier … en pas op voor je lippenstift. Die kleur is echt mooi bij jou.’ Katie pakte de groene beker aan. ‘Ja, vind je?’ ‘Jaaa, die donkerrode kleur staat je echt goed! Je moet nu niet meer van kleur veranderen. Dit is gewoon perfect.  Zeker weten.’ ‘Okee’, lachte Katie, ‘als jij het zegt.’ Ze sloot eventjes haar ogen en voelde de zomerse zonnestralen over haar gezicht kruipen. Het gaf haar een warm en behaaglijk gevoel en ze ontspande zich. Alle stress van die morgen gooide  ze van zich af.  De laatste pas-sessie van haar bruidsjurk en bruidssieraden zat erop.  Katie had Suus meegevraagd. De meiden kenden elkaar al toen ze nog kleuters van vier waren en  sindsdien waren ze hartsvriendinnen.  In de zomer gingen ze vaak samen gezellig naar het park om te picknicken en om bij te kletsen. Ze vertelden elkaar altijd alles… ‘Als John jouw vrijdag ziet, dan kan hij vast zijn ogen niet van je afhouden. Ik dacht al ‘wauw’ en ik ben alleen maar je bruidsmeisje. Dus wat moet John dan wel niet denken, want hij is de bruidegom. ‘ Katie knikte instemmend.  Ze wilde graag stralen als bruid.  Ze kende John al vijf jaar. Nu was hij nog haar vriend, maar nog twee nachtjes slapen en dan kon ze hem haar ‘man’ noemen.  Het hele afgelopen jaar had in het teken gestaan van de bruiloft.  Romantisch als hij was, had John haar ten huwelijk gevraagd als een echte prins op het witte paard. In de maanden daarna had ze het druk gehad om alles rond de bruiloft goed te regelen. Ze had echt naar haar trouwdag toe geleefd, maar nu kwam het wel dichtbij. Straks was ze echt mevrouw De Vries. Het klonk toch anders dan Katie van Dijk, wat ze al haar hele leven gewend was. Katie nam een slokje uit de beker en een heerlijke, frisse en appelzoete streelde haar tong.  Ze tuurde het grasveld over.  In de verte kwamen twee verliefde stelletjes het park in lopen. Haar gedachten gingen naar Sam, die heel anders dan John was en met wie ze om de gekste dingen kon lachen.  Met John was het anders, die was heel lief voor haar, maar altijd veel serieuzer. Plots klonk er het harde gemekker van een geit.  ‘Wat is dat?’, zei Suus geschrokken, terwijl Katie meteen in haar handtas graaide. Het was haar mobieltje die afging en aan het geluid te horen was het een bericht  van Sam. Ze kende hem nu een paar weken van de volleybal.  En ook al wilde ze het niet toegeven, ze vond hem erg aantrekkelijk. Dat gevoel probeerde ze te negeren, ze had immers al een verloofde. Ze keek op het scherm en zag dat ze gelijk had.  Haar hart maakte een sprongetje en ze hoopte dat Suus het niet zou merken. Toen ze opnam en ‘Hallo, met Katie’ zei, voelde ze hoe haar gezicht rood kleurde.   Suus keek haar verbaasd aan.  ‘Nee, dit ga je niet menen …  wie heb jij aan de telefoon?’ zei ze, terwijl ze er wilde armbewegingen bij maakte.

Jenneke
0 0