Lezen

ENQUÊTEFORMULIER

Vorige week kreeg ik een enquêteformuliertje in mijn mailbox. Men vroeg me of ik eventjes tijd had om een vragenlijstje in te vullen. Het zou maar een luttele vijf minuutjes duren. Men zou mij een aantal vragen voorleggen over toerisme, politiek, reclame en wereldse zaken. Ach jullie kennen ze wel, dit soort idiote enquêtelijstjes, maar manlief zat op zondagochtend naar het programma De zevende dag op één te staren, dus die vijf minuutjes van mijn vrije tijd zou de zaak niet maken. Dus ik klikte vol goede moed de eerste vraag aan : 2016 is nog maar pas begonnen, hebt U al aan vakantie gedacht? Wat dacht U van een supergoedkoop weekje all in Turkije, Marokko, Tunesië of Egypte? De Turkse toeristische sector speculeert sinds kort op wereldreizigers met een overvol bravoure- en avonturenhoofd. De Turken bieden sinds kort Expeditie Robinson- waardige eilandhoppen- cruises aan, van het Turkse vasteland naar de Griekse eilanden. Er zijn alleen enige zwemvereisten aan verbonden en een eigen reddingsvest in je bagage meebrengen is een pluspunt. Het is tevens te verstaan dat de tour- operatoren met ‘knalaanbiedingen’ de toeristische moslimsector opnieuw de markt in willen prijzen. Wij echter, zoals zo velen, willen niet meer om half vier ’s ochtends, bij het krieken van de dag door luidsprekergeroep uit ons warme vakantiebed gejengeld worden en thee slurpend en alcoholloos onze vakantiedagen doorbrengen. Ik begrijp ook dat de eens zo ‘bomvolle’ hotels er nu toeristloos bijstaan. Als wij echter couscous, tagines en baklava willen eten, aan een waterpijp willen lurken en hoofddoekjes in de plaatselijke kasbahs willen zien rond schuifelen, kunnen we evengoed ineens in Antwerpen blijven. Wat voor ons vroeger oosters exotisch was, krijgt sinds een paar jaar een ‘explosief’ nasmaakje. Onze vakantieagenda zit voor de rest van het jaar ‘bomvol’ caravanideeën en om daar nog een eventueel, door een touroperator gesoldeerd voorgekauwd,  reisarrangement naar een Islamitisch land aan toe te voegen, zit er voor ons duidelijk niet meer in. Veel liever zitten wij nu op Tenerife, het eiland van de eeuwige lente in plaats van in één of ander moslimland in de nasleep van de mislukte Arabische lente.  Ik heb het woordje Tenerife nog niet ingetikt of plots ploppen er allerlei Canarische aanbiedingen mijn PC binnen. Het zal weer maanden duren alvorens deze irriterende, te koop of te huur, aanbiedingen van mijn computer verdwijnen.   Dus op naar de volgende vraag. Beschrijf in een paar woorden wat U vindt van de Turteltaks. Na mijn antwoord op de vorige vraag zullen de enquêtehouders zich nu al beklaagd hebben, dat ze mij wijsgemaakt hebben dat de vragenlijst maar een luttele vijf minuten zou duren. Denken ze nu werkelijk dat er ook maar één iemand is, die nu dijenkletsend en vrolijk dansend deze taks gaat betalen? Zoals de rest van Vlaanderen willen wij geen belastingen betalen voor de gesubsidieerde zonnepanelen van onze buurman. Maar wacht eens even! Is de Turteltaks eigenlijk niet de socialistische Freya- factuur die wij nu met zijn allen moeten afbetalen? Hoe zat dat dan juist? Lag Freya Van den Bossche na een copieuze barbecue, in de tuin wat te mijmeren? Liet ze toen een knallende wind en dacht ze toen: “Eureka, windenergie, dat is de toekomst!” Toen de socialistisch babe wat verder nadacht, ontdekte zij al vlug dat al een ander kopstuk van de Spa langs de steekpenningenkassa gepasseerd was, toen er een bos windturbines in zee geplaatst werden. Dus die vondst werd afgevoerd. De zon brandde op haar gezicht en daar kreeg zij plots een nieuwe ingeving. Zonne-energie. Alle bewoners, die in het bezit waren van een riante bankrekening konden hun daken van zonnepanelen laten voorzien. Hier bovenop kregen zij dan nog een royale staatssubsidie en jaarlijks groene stroomcertificaten zodat zij de volgende jaren de elektriciteit aan sterk verminderde prijs konden binnentrekken. Pech voor de armoedzaaiers wier spaarrekening ontoereikend was en die lijdzaam moesten toezien hoe mooie daken plots in ingewikkelde puzzelstukken veranderden. La Freya stond duidelijk niet op de eerste rang toen de lange termijn visies uitgedeeld werden. Zij had dan ook geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat een paar maanden later alle magazijnen van havenbedrijven, alle serres, boerenschuren en alle industrie- en fabrieksdaken vrolijk gesubsidieerd naar de zon reflecteerden en dat de big business ceo’s massaal de groene stroom certificaatjes schaamteloos binnenreven. In plaats van geld in het laatje te brengen, werd het subsidieputje een gigantische niet meer betaalbare begrotingskrater! De uitdrukkingen “het verdwijnt als sneeuw voor de zon” en “voor niets gaat de zon op” kregen ineens wel een heel specifiekere betekenis. Als deze knoeiboel minister ergens in de private sector aan het werk geweest was, zou ze na zo’n debacle met een nazinderende trap tegen haar achterste en een ontslagbrief onder de arm onmiddellijk richting werklozenopvolging getorpedeerd zijn! Maar onze nieuwe lichting politici komen blijkbaar de laatste tijd, via vader op zoon of dochter, onvoorbereid de politiek ingeschoven. Na elk nieuw fiasco, belangenvermenging en na elke regeringsmiskleun worden ze dan later met een riant loon en dito bonussen aan het hoofd of in de beheerraad van één of andere staatsfirma geparachuteerd of opteren ze voor een Europees zeteltje. Na de nieuwe verkiezingen kon de derderangs politica niet snel genoeg en zonder één woord van sorry aan de bevolking, de portefeuille met de gebakken peren aan de volgende regering doorschuiven. Annemie Turtelboom, de nieuwe minister van energie,  kreeg samen met haar overgangsvet ineens het hete hangijzer- dossier in de maag gesplitst. Het was zonneklaar, zij zou het varkentje wel eens heel snel wassen. Zij zou deze bodemloze zonnepanelen subsidieput als de bliksem terug laten opvullen. Door wie? Door ons, het gepeupel. Wij, die niet in het bezit zijn van zonnepanelen, moeten nu de gesubsidieerde investering van onze buurman mee ophoesten. Nu zouden wij toch verwachten dat ministers die hogere studies gedaan hebben minstens iets over breuken en pro rata geleerd zouden hebben. Deze stof heeft Turtelboom blijkbaar nooit onder de knie gekregen. Of er nu achter de elektriciteitsaansluiting één persoon leeft, die dagelijks één Nespresso koffietje laat doorlopen en ’s avonds slechts één uurtje televisie kijkt, of er woont achter een aansluiting een elektriciteitsverslindend gezin van tien man, met elk zijn eigen televisie en computer en een wasmachine en droogkast die constant staan te draaien, Turtelboom belast elk elektriciteitsaansluiting die in huis komt met één en de zelfde afbetalingstaks. Als je dan nog de pech hebt om in een appartementsgebouw te wonen met een speciale meter voor het licht in de hall, de gang en de werking van de lift, dan ben je werkelijk helemaal gechareld. Dan mag je nog eens hetzelfde zonnepaneeltaksje in het aantal appartementen opdelen en betalen. Dan ineens kan Turtelboom zonder blikken of blozen, de regel van drie uitleggen. Het consumentenblad Test Aankoop gaat met deze onrechtvaardige taks naar de Raad van Staten. Ik hoop dat ze al de krullen uit Turtelboom’s haarcoupe weg procederen. Vervolgens kijk ik naar de volgende vragen en zakt de moed mij bijna in de schoenen: “Hebt U al uitgeprobeerd of vloeibare Dreft inderdaad drie keer langer meegaat dan elk gewoon ander afwasmiddel? Blijken Uw tanden twee tinten witter na het poetsen met Colgate Max White? Hebt U er al eens over nagedacht om een asielzoeker in huis te nemen? Ten eerste, is onze tuin niet lang genoeg om er zulke lange tafels in te zetten, zodat schoolkinderen, er alle met Dreft afgewassen borden op kunnen plaatsen en dan juichend naar de minitafel wijzen met de borden afgewassen met het goedkopere middel. Ten tweede, hebben wij trouwens niet zoveel borden. Ten derde, als ik mijn zoontje, tekens weer, zoals dat jongetje in de reclame tegen zijn vader, zou horen zeuren, dat hij nu reeds maanden op die lege fles van Dreft wacht om een ruimteschip te kunnen maken, dan hadden bij mij de stoppen al lang doorgeslagen. Ik had de groene Dreft smurrie terstond in de afwasbak leeggespoten en mijn kind ondertussen al drie lege flessen van het is eender welk goedkopere afwasmiddel cadeau gedaan om mee te spelen. En nee, enquêtestellers, ik hoef geen staaltjes van vloeibare Dreft of van Colgate Max white, tenzij U er ineens een zonnebril bij insluit.  Ik moet er niet aan denken om op een morgen op te staan met een wit fluoriserende eetkamer zoals Maurice Engelen van Praga Khan of een Dana Winner veel te groot oogverblindend knalwit pianoklavier in mijn mond. Inderdaad heeft manlief al eens het idee geopperd om een mooie 18 jarige asielzoekster in huis te nemen ( een Thaise zou ook nog wel voldoen) , maar toen ik aan hem haar toekomstige taken opsomde, leek manlief totaal iets anders in gedachten te hebben. Om een mannelijk islamitische jeugdige testosteronbom in huis te halen, zijn we beiden ondertussen al veel te oud geworden. Wij vieren onze oudejaarsavondnacht nog het liefst met onze vrienden en niet in één of ander politiebureau tussen proces verbalen van aanranding en verkrachting. Voilà, beste enquêteurs, ik ga nu onze caravanreis verder plannen, mijn buren hun zonnepanelen verder afbetalen, mijn afwas in de afwasmachine zetten, mijn tandjes poetsen met Prodent en me verder opboeien over de laksheid van de Europese gemeenschap betreffende de vluchtelingenstroom.   Sim, met een brede pepsodent smile       Edegem 18 maart 2016               

Sim
57 0

H van Haven

(uit "verhalen van A tot Z ")   Straffe Havenverhalen   Waterklerk, een boeiend beroep, maar je mag het niet al te lang uitoefenen wegens het permanente nachtwerk en de vele verleidingen, althans in mijn tijd.   Anno 1970 is mijn actieterrein de Gentse haven die uit zee enkel toegankelijk is via de zeesluis en het kanaal van Terneuzen. Vermits de kapiteins van de zeereuzen, afkomstig uit alle werelddelen, dit kanaal niet kennen, komen loodsen aan boord. Zo kan het gros van de bemanning na een maandenlang verblijf op zee, vanaf Terneuzen eindelijk uitrusten of wat botvieren tot de aankomst in Gent.   Zodra het schip is aangemeerd komt, naast de havenpolitie en de douane, de waterklerk aan boord als vertegenwoordiger van het scheepsagentuur, dat alle mogelijke formaliteiten regelt voor de rederij waartoe het schip en zijn vracht behoort. Hij is een graag geziene gast die meestal uitbundig welkom wordt geheten door de inmiddels lichtelijk beschonken kapitein en bemanning, niet in het minst omdat hij de correspondentie van familieleden of geliefden aan boord brengt samen met het geld om de gages van de scheepslui uit te betalen.   Zoals aan alle landsgrenzen, maakt tevens aan de watergrenzen het smokkelen deel uit van de dagelijkse geplogenheden. Tot de meest voor de hand liggende smokkelwaar behoren onder meer sigaretten en alcohol. Voor deze producten knijpt de havenpolitie en douane graag een oogje dicht, zolang aan hun eigen behoeften voldaan wordt, Scandinavische pornoblaadjes incluis. Enkel de echte drugstrafiek wordt zwaar aangepakt met alles erop en eraan: blauwe zwaailichten, raids, getrokken wapens… toen onvervalst… later nagespeeld in talloze krimi’s op TV.   Buiten de met boomstammen volgeladen Russische mastodonten, Zweedse cargoschepen voor de Gentse Volvofabriek, mega container- en mineraalschepen, meren ook kleine bootjes aan. Meer nog dan op de grote schepen deelt ook hier de waterklerk in de gulheid van de kapitein: een slofje sigaretten, een flesje whisky?   De omvang van deze minuscule bootjes en de miserie en armoede aan boord maken mij veelal terughoudend om iets te aanvaarden. Tot op de dag dat de kapitein van een van de kleinste schuiten me meetroont naar zijn kajuit. Via het ijzeren staaftrapje in de muur van het dok, heb ik net zijn bejaarde moeder letterlijk over mijn schouder aan wal gehesen.   Bij het opheffen van zijn matras in de kapiteinskajuit zijn over de hele breedte en lengte van het bed gesmokkelde flessen “Four Roses Bourbon” whisky gestapeld.  De man slaapt voorwaar op rozen!   Of de schepen nu door de dag of in het holst van de nacht toekomen: van zodra ze aanmeren wordt de waterklerk verwacht, want er moet direct met lossen of laden gestart worden. Dit kan op gelijk welk uur van de dag of de nacht zijn. Soms doen schepen maar één enkele keer een haven aan.  Dat gebeurt meestal wanneer ze door omstandigheden niet in de geplande haven terecht kunnen.   Zo komt, onvoorzien, op een vrijdagavond een machtig mineraalschip toe uit Afrika. Het vaart onder Italiaanse vlag. Deze oceaanreus is op alle manieren een prachtschip, niet alleen op technisch vlak. De kajuiten van de kapitein en officieren zijn kamers in een vijfsterrenhotel waardig. In de eetzaal en de ontvangstruimten waant men zich op een luxe cruiseschip. De al even indrukwekkende kapitein vraagt mij na het vervullen van de formaliteiten of ik al een vriendin heb en morgen vrij ben?  Ik beantwoord beide vragen bevestigend en krijg een uitnodiging om met haar op zijn schip te komen dineren.    Geladen schepen hangen diep in het water en de loopbrug waarlangs men op het schip geraakt, hangt derhalve vast aan touwen met katrollen, die maken dat de trap steeds op de kade rust, terwijl het schip bij het lossen telkens hoger en hoger op het water ligt.    Bij een schip van dit kaliber moet men al enkele huizen hoog klimmen om boven te raken. Mijn vriendin, die zich mooi heeft gemaakt voor het diner met de kapitein, is danig onder de indruk bij het bestijgen van de gangway.  Halfweg doet ze een Marilyn Monroe-tje als haar jurk opbolt met de wind. Gelukkig staan de bemanningsleden aan dek en niet beneden op de kade. De kapitein, in groot ornaat, wacht ons op en glundert wanneer hij merkt hoe ook wij ons voor de gelegenheid hebben uitgedost. Hij is in de wolken met de fles typische Gentse jenever die wij hem als cadeau overhandigen. Weer eens wat anders dan zijn collectie Grappa’s.   De kwaliteit van de producten die in de kombuis gebruikt worden zijn van een al even hoge kwaliteit als deze die bij de bouw en afwerking van dit schip zijn te pas gekomen. In Gent was ik als student kind aan huis geweest in een Italiaans restaurantje om de hoek.  Maar wat deze “cuochi della nave”, zeg maar scheeps-“chef”-kok, ons voorschotelt tart alle verbeelding. In ons zakwoordenboekje Italiaans vinden wij woorden als “delizioso” en “sublime” om onze waardering uit te drukken.    Ons “Arrivederci” bij het afscheid is welgemeend, al twijfelen wij er aan of wij deze beide reuzen, de kapitein en zijn schip, ooit nog zullen weerzien.   De daaropvolgende maandag is het heel andere kost.   Over kost gesproken, wat men op deze schuit blijkbaar te (vr)eten krijgt is niet voor verdere commentaar vatbaar. Dat merkt men aan alles. Al bij het betreden van het dek voel je de grimmige sfeer aan boord. De bemanning brabbelt een onverstaanbaar taaltje en met het Engels van de gezagvoerder heb ik de grootste moeite.   Het schip moet ogenblikkelijk worden geledigd bij aankomst en meteen daarna weer vertrekken. In het holst van de nacht is het lossen al begonnen. Het regelen van de formaliteiten met de norse kapitein duurt uren, eerst de havenpolitie, dan de douane en ik kom als laatste aan bod. De gezagvoerder wil een aantal zaken op het kantoor regelen maar  weigert op een taxi te wachten en eist dat ik hem persoonlijk ter plaatse breng.   Als wij al halfweg de loopbrug zijn, ziet de man dat de touwen niet zijn losgeknoopt waardoor de onderste trede anderhalve meter boven de kade bengelt. De kapitein staat voor mij. Hij brult naar een van de matrozen dat hij de trap moet laten zakken. In een flits zie ik de grijns op het gelaat van de zeebonk die het touw losknoopt maar uit handen laat schieten. Ik kan mij nog net vastklampen en zie hoe de kapitein voor mij van de trap dondert en zijn voet verzwikt op de rails van de havenkranen. Zelf kom ik er met de schrik af en voer snel de vloekende en tierende kapitein naar een polykliniek. Ik wacht liever niet en vraag de receptioniste een taxi te bellen van zodra men met hem klaar is.   Als hij later het maritiem agentschap binnen stuikt met een ingebonden voet, blijf ik op veilige afstand Zijn vlammende rood doorlopen ogen staren mij aan. Ik sidder. In het kantoor van de dienstoverste begint het vloeken en tieren opnieuw als de bruut te horen krijgt dat zijn schip aan de ketting moet want er zijn niet alleen problemen met zijn bemanning maar ook met de lading en de rederij. Hij zal dus niet meteen kunnen vertrekken.   Ik wou niet in de schoenen staan van de matroos die de touwen van de trap vierde en weet niet hoe het hem nadien is vergaan. Aan zijn grijnslach had ik genoeg om te beseffen dat hij de kans schoon zag om de dwingeland eindelijk een lesje te leren. Zijn lot kan mij weinig deren, want dat ook ik op de loopbrug stond kon hem duidelijk geen moer schelen.   Een tijd later moet ik aan boord van een Grieks schip, of wat er moet voor doorgaan. Hoe dit wrak nog door een maatschappij verzekerd wordt gaat mijn petje te boven. Hier en daar hangen stalen buizen en staven vast met ijzerdraad die ik voor mijn tuinafsluiting nog te min zou vinden. Het schip ligt in het midden van een dok en is omringd door aken waarin de lading wordt overgeheveld. Ik moet dus over enkele aken klauteren voor ik op de boot kan.   Het schip vaart onder een goedkope vlag en heeft vroeger waarschijnlijk toebehoord aan een of andere gefortuneerde Griekse reder. Deze scheepsmagnaten staan er voor bekend dat ze hun vaartuigen, die rijp zijn voor de schroot, doorverkopen aan louche bedrijven die er al even bedenkelijke transporten mee uitvoeren.   De bemanning is een samenraapsel van nationaliteiten met tronies die zo uit een piratenfilm stammen.  Maar het zijn vriendelijke zeerovers, net als hun Griekse kapitein. Van zodra ik een stap aan boord zet word ik omringd door een stel uitzonderlijk jonge matrozen. Hun ogen spreken boekdelen.  “Letters, Sir, letters from home?” vraagt de ene “money for present?”  vraagt een andere. “Yes, I bring it to the captain” lach ik hen toe en toon een stapeltje brieven. Ze glunderen. Stiekem hoop ik dat er voor hen iets bij zit. Hoe groot moet hun teleurstelling zijn als dat niet zo is en hoe overweldigend de blijdschap voor wie wel een bericht krijgt.   Bij het verlaten van het schip krijg ik een enorme klomp Fetakaas mee, die ik met alle moeite op mijn terugweg over de aangemeerde aken veilig in mijn autokoffer deponeer. Gelukkig heb ik een grote familie en zijn mijn collega’s tuk op Fetakaas. De klomp raakt snel op.   De dag nadien is er hommeles aan de kade van de graansilo’s. Op een uitzonderlijk groot schip afkomstig uit Zuid-Amerika zijn blinde passagiers betrapt. Van een collega waterklerk van een concurrerend maritiem agentuur hoor ik dat er ook grote hoeveelheden drugs ontdekt zijn. Hij raadt mij aan uit de buurt te blijven want er staat een en ander te gebeuren.   Als ik na een nachtelijke oproep toch voorbij de beruchte kade moet zie ik een rits combiwagens met blauwe zwaailichten naast het schip staan. De toegang tot het schip wordt belemmerd door enkele zwaar bewapende politiemannen. s’ Anderendaags verneem ik van de collega dat er ook een lijk aan boord werd gevonden en dat zowat een kwart van de bemanning in hechtenis is genomen.   Een bijzondere plaats in de Gentse haven is een dok waar Russische boten toekomen. Hun cargo bestaat uit enorme boomstammen die naast het schip in het water worden gedeponeerd. Om op het schip te geraken moet men tientallen meters over planken lopen die op de boomstammen zijn bevestigd, een riskante onderneming.   Net als ik aan mijn evenwichtsoefening wil beginnen merk ik dat de havenpolitie langs een touwladder het schip verlaat. Het spraakprobleem met de Russische kapiteins en bemanning wordt meestal opgelost met het aanrukken van de nodige hoeveelheid wodka. Alhoewel de glaasjes niet groot zijn heeft een van beide agenten er toch te diep in gekeken en ik zie hoe hij met één been naast de loopplank beland. Mijn gegrinnik wordt niet in dank afgenomen als de man der wet letterlijk afdruipt.  Dan is het mijn beurt en ik raak vlot aan boord.   Meteen valt de onaangename reuk op. Aan de zweetlucht van de zeelui ben ik inmiddels gewend geraakt, maar hier is die reuk vermengd met de doordringende geur - zeg maar stank - van Russische sigaretten. De glaasjes en de fles wodka staan mij al op te wachten, samen met een bord  “Ljubitelskaya” of boterhamworst. Om hun Wodka nog meer smaak te geven hebben de Russen kleine flesjes met een brouwsel van haast pure alcohol waarvan ze telkens enkele druppels bij hun glas voegen. Na de “vashe zdoróvje” en het eerste glaasje biedt men mij een plak worst aan, die ik weiger omdat het er alles behalve smakelijk uit ziet.   Hoe kan men geharde zeelui imponeren of hun sympathie opwekken? Mijn trucje is hen een typische Belgische “Groene Michel” sigaret aan te bieden. Een van de Russen steekt er eentje op en kucht de longen uit zijn lijf. Hij biedt mij dadelijk een tweede glas wodka aan, maar ik merk niet dat hij mijn glas vult met de inhoud van het flesje pure alcohol. Mijn reputatie staat op het spel en dus doe ik de obligate ad fundum. Eerst wordt alles zwart voor mijn ogen en dan zie ik alle kleuren van de regenboog. De Russen gieren van het lachen maar geven mij toch een glas water en bieden mij opnieuw worst aan. Ik stop drie plakken in mijn mond. Later verklappen ze mij hun geheim : als je wodka drinkt, kameraad, moet je tussen elk glaasje iets eten. Hoe ik over de planken terug thuis ben geraakt weet ik niet meer, maar wel dat ik géén natte voeten had.       Zoals hoger beschreven laveren tussen de zeereuzen ook kleine kustvaarders. Zij komen vaak uit buurlanden Duitsland, Nederland en Frankrijk. Een aantal steken het Kanaal over en komen uit Engeland waar ze de Thames op- en afvaren. Een van de Engelse bootjes legt tweewekelijks aan in Gent. Er zijn slechts vijf zeelieden aan boord. Na een aantal keren leert men de kapitein en stuurman beter kennen en wordt er al eens door geboomd over één of ander onderwerp; niet enkel een fantastische leerschool voor Engelse dialecten maar vooral voor de vele “dingen des levens”.      Het zijn stuk voor stuk geharde zeelui die moeten zwoegen om letterlijk en figuurlijk het hoofd boven water te houden. Hun schuiten worden zo goed als mogelijk onderhouden maar dikwijls ontbreken de middelen om noodzakelijke herstellingen uit te voeren. Bij elke afreis laten ze hun geliefden achter, die op hun beurt met angst in het hart wachten op de thuiskomst.   Op een dag is er slechts nieuws. Het Engelse bootje is de nacht voordien met man en muis vergaan op de Thames.   Ik ben geen harde zeeman, pink een traan weg en denk aan de laatste strofe van het liedje van Bobbejaan Schoepen “Zie ik de lichtjes van de Schelde” :   En heeft soms de zee iets verkeerds met me voor En krijg ik voorgoed averij Denk dan aan de kind'ren en sla je er door Maar spreek ze dan dikwijls van mij  

Vic de Bourg
5 0

MOBIELE SLAVEN

Ongeveer een twintigtal jaar geleden, lang voordat de mobiele telefoonterreur Europa in zijn ban had, zaten we op een Italiaans strand in Ventimiglia. Voor ons ijsbeerde een jonge man, met alleen een zwembroek aan en een maffiazonnebril op, voetjesbadend door de branding van de Middellandse Zee met een gigantische GSM (Geen Snoer Meer) aan zijn oor. Het was zo’n komiek gezicht dat we onmiddellijk in een deuk lagen, een beeld om nooit te vergeten. Wat we toen nog niet konden vermoeden was, dat zulke toestanden zonder pardon de hele wereld zouden gaan overheersen. We hadden hier de voordeur van ons Tenerife huurhuisje nog niet achter ons toegetrokken of we werden al geconfronteerd met een luid roepende Duitse man die, ons allemaal verplichte mee te luisteren hoe hij mobiel iemand  de huid vol schold. Hij schreeuwde zo luid in het opengeklapt telefoontje dat, volgens ons, de toehoorder aan de andere kant van het mobieltje hem zelfs zonder provider intercontinentaal kon horen roepen. Zelfs de ruimtevaarders in het rond de aarde toerende ISS ruimtestation, hielden de vingers in de oren. Een beetje verder de straat op kwam een Spaanse dame ons tegemoet. Aan haar linkerhand sleurde zij een oude obesitas mopshond  met zich mee, die zelfs de tijd niet kreeg om zijn veel te korte pootje tegen een muurtje op te heffen. In haar linkerhand had zij een smartphone en haar rechterduim deed overuren. Terwijl zij, al stappend, haar mailberichten controleerde, botste zij frontaal tegen ons aan. De vrouw keek ons verontwaardigd aan, sleurde haar platsmoelworst het voetpad af en liep bijna met hond en al onder een juist passerende auto. Wat verder de straat af, was de bushalte en daar zaten de chronische twitter- en facebook- verslaafde schoolgaande tieners op de bus te wachten. Zonder met elkaar te praten, loerden ze allemaal naar de schermpjes. Je kon zelfs in je blootje tussen de tieners gaan staan, een pirouette draaien en eindigen in een grand écart, zonder  dat de mobiele junkies het zouden opmerken. Hoogstens zou er een van hen, van je optreden, een foto of een videoke maken en dit zonder een krimp te geven op You Tube zetten of met Whatsapp versturen. We besloten naar de wandeldijk van Las Galletas te slenteren om daar ergens op een terrasje een koffietje (hmm hmm, dit geloven jullie toch niet? Koffie? Een alcoholhoudende barraquito, Sangria of een Mojito werd het, maar zwijgen hoor want het was nog redelijk vroeg in de ochtend) te gaan drinken. Op de dijk kijken verschillende toeristen, die geen gratis Wifi in hun huurappartementjes hebben, met de pc of tablet onder de arm, spiedend rond of er ergens een vermelding uithangt dat men op dit terrasje gratis kan internetten. Zij hebben nog geen notie dat je bij Vodafone een mobiel betalend wifi- toestelletje kan kopen waarmee je lekker vanuit je eigen living of op je balkon in de internetwereld kan rond surfen. Zij laten zich vervolgens aan een tafeltje voor vier neerzakken en Skypen, schaamteloos dit tafeltje bezet houdend, met de thuisblijvers totdat hun enige bestelde tasje koffie door de zon bruin aangekoekt en volledig uitgedroogd naast zich staat.  Naast ons zaten een Engelsman, een Engelsvrouw en een Engelspeuter aan het Engelse Breakfast. Ma en pa waren beiden mobiele junkies. Terwijl ze met de ene hand in hun thee roerden, stelden ze hun Facebookprofiel bij, sms’ten, swapten en emailden ze zonder dat ze zich nog van hun peutertje bewust waren. Het was een uiterst braaf kind dat met zijn stukje brood in de dooier kliederde en vervolgens het eigeel vanuit zijn mondje tot in zijn oortjes uitsmeerde. Het peutertje had al een paar keer met zijn lepel op de tafel gemept om de aandacht van zijn smartphone- ouders op te eisen.  Ma en pa keken echter niet op van hun beeldschermpjes en hadden dan ook niet onmiddellijk door dat peuter de witte- bonen- in tomatensausprojectielen vrolijk met zijn lepel in het rond afschoot. Ach, de ober moest de zaak tussen de met saus besprenkelde klanten en het ‘ouderlijk gezag’ komen sussen. Aan de andere kant van onze terrastafel zat een Italiaanse man met een fles rode wijn en één glas voor zijn neus. Hij had zijn mobieltje tegen zijn oor en luisterde met enige tegenzin naar het gekakel aan de Italiaanse kant. Nu en dan schonk hij zijn glas terug vol, dronk een teug en stamelde: “No Julia, non lo sai! Mama mia, Julia, non lo sai!” De rode wijn verdween zienderogen in de Italiaanse Romeo. “Madre Madonna, JULIA NON LO SAI!!” Hij herhaalde repetitief steeds dat ene “ik weet het niet”-zinnetje. Ofwel was  Julia een enorme Italiaanse zeur, ofwel had bij deze rode wijn Romeo zich reeds een milde vorm van het Korsakov- syndroom aangemeld en stond Signore Alzheimer reeds voor het overwinteraars- appartementje te trappelen. We betaalden de ober voor onze consumpties en besloten, door al de Italiaanse mobiele aanhoorde lulkoek, om in een plaatselijke Pizzeria te gaan lunchen. Voor ons stapte een Spaanse schone. Zij droeg oortjes en praatte in een onzichtbare microfoon. Zij lachte hardop, kwetterde wat en sloeg met haar armen om zich heen zwaaiend met haar hand tegen haar hoofd. Met een debiele verliefde glimlach vervolgde zij haar betoog in het luchtledige. Wij vinden blijkbaar ondertussen zulke taterende telefoon- solo- artiesten heel gewoon. Vroeger zouden wij zulke mensen, die hardop tegen zichzelf praatten en ook nog eens ongecontroleerde Tourette handelingen uitvoerden, in één of andere instelling plaatsen. Maar het kan nog erger. In het Italiaanse restaurantje zaten een West Vlaamse oma en opa overwinteraar samen met hun kinderen en kleinkinderen, oma’s verjaardag te vieren. Deze rondgetallen- verjaardag viel midden in de Belgische krokusvakantie en het leek de grootouders wel leuk, om op hun kosten het nageslacht een vliegreisje, één weekje gratis Costa del Silencio aan te bieden. En  nu zaten ze op de grote dag, aan het gezellige feesttafeltje bij uitstek. Jarige oma roerde wat ongelukkig in haar bord spaghetti en opa stak zuchtend een stukje osso bucco in zijn mond. Ze keken beiden bedroefd het verjaardagstafeltje rond. Dochter en schoonzoon leken twee mobiele hooligans. Dochter twitterde en schoonzoon praatte, met de webcam op, met zijn collega’s thuis. Het jongste kleinkind speelde een internetspelletje en stak, tussen de knallen door, een stukje pizza in zijn mond. Eventjes kwam er een schuchtere glimlach op oma’s gezicht, toen het oudste kleinkind achter haar kwam staan en een selfie van hen beiden nam. Toen schoof de kleinzoon terug aan tafel en zette het fotootje stante pede op Facebook, whatapp en You Tube, zodat de thuisblijvende familie, die dit feestgedruis moesten missen toch nog konden meegenieten. Opa trachtte de sfeer nog een beetje te redden, en vroeg in het Oostends dialect of er nog rode wijn bijgevuld moest worden en of de kinderen nog nieuwe coca cola wensten. Gestoord deed het kinderpaar teken met hun vingers naar hun lege glas en knikten de kleinkinderen bijna onzichtbaar met hun hoofd richting grootouders.  Ja, moest ik de jarige oma zijn, ik vulde hun glazen bij met Rohypnol, vitriool en batterijzuur. Zeker weten. Volgend jaar zal deze opa, samen met oma, haar veertig keer goedkopere verjaardag met hun tweetjes, zonder die respectloze wifi- terroristen vieren in een klasse restaurant met kreeft en champagne. Hoe deden wij dat vroeger? Hoe communiceerden wij destijds?  Waar was de tijd gebleven toen iedereen zijn problemen niet in het openbaar rond belde? Als je de wifi- en smartphone- fanatici een beetje negeert, moet ook ik toegeven dat de kabelloze internetwereld ook heel veel voordelen biedt en de aarde in een dorp veranderd is. Straks open ik mijn Vodafone- wifi- toestelletje en mijn pc en laat ik mijn verhaaltje weer op jullie los. Zet mijn columns op seniorennet en blogspot en lees eventjes wat de andere bloggers zoal te vertellen hebben. Via email en Facebook blijven wij verbonden met familie en vrienden op het thuisfront of ergens anders ver in de wereld en tuimelen onze kleinkindjes schaterend bij ons binnen. Wij sms’en naar onze vrienden mede- overwinteraars om ergens af te spreken, wij lezen jullie gekke mails en ergeren ons aan de Belgische krantenartikels maar storen niet de ganse omgeving met ons getater. Ik ‘geloof’ tevens onvoorwaardelijk en ‘heilig’ in de evolutieleer van Darwin en kan nu al vermoeden hoe de mens van de toekomst er binnen enkele miljoen jaren uit zal zien. Een groot robotachtig individu met slechts één niet geïndoctrineerde hersencel. Voor zijn ogen een virtual reality bril, een webcam boven op het hoofd, een ingebouwde GPS in de oren en een supergrote smartphone- duim.    Sim,  6 maart 2016 Costa del Telefonio  

Sim
22 0

PORTRETTENTREKKEN

Aan alle dames, die zich vroeger moeiteloos in een maatje 38 konden persen en die nu na het opstapelen van al het overgangsvet, thuis, met enige tegenzin, alleen nog maar een passend ensemble in maat 42 tot 44 kunnen vinden, geef ik één gouden raad: Kom naar Tenerife! Laat jullie echter hier ter plaatse niet ontmoedigen als jullie in de strandboetiekjes plots, bij de aankoop van een nieuw badpak of bikini, jezelf in de maten 46 tot 50 moeten wurmen om alle ouderdomsuitstulpingen te kunnen camoufleren.  Ik kan jullie verzekeren dat de Spaanse maatjes extra klein uitvallen en dat jullie gebruikelijke S/M hier wel ineens een XL of een XXL blijkt te zijn. Eens in het hotel of huurappartement kunnen jullie slinks de schaar in deze treiter- maatlabel zetten. Punt één, zo worden jullie niet dagelijks opnieuw aan die olifantenmaat herinnerd en punt twee, jullie kunnen tegenover iedereen (meestal je man) schaamteloos liegen dat dit maatje 40 jullie beeldig staat. Als jullie dan nog met de extra kilo’s, letterlijk en figuurlijk, in de maag zitten, zet jullie dan op één van de terrasjes van Los Cristianos en aanschouw de toeristendefilé op de wandelpromenade.. Zoek een mooi strategisch plaatsje uit, bestel net zoals manlief en ik, een supergekoelde mojito of een sangria met een bordje gefrituurde inktvis en het portrettentrekken kan beginnen. Het eerste echtpaar dat tussen de voorkuierende toeristenmeute aangewaggeld komt, trekt onmiddellijk de aandacht. Zij, een goedgevulde Duitse chocoladekleurige seniorenvrouw, draagt een vleeskleurige spannende legging met een bruine bloes die in laagjes over de borsten en buik gedrapeerd is. Zij lijkt op een uitvergrote bruine chocolade Tartufo ijsbonbon met een naakt onderstel. Zij heeft een enorme bos witgeel haar, dat als gepofte popcorn rond haar oren krult. Haar kalende echtgenoot, die blijkbaar van dezelfde keuken eet, loopt wiebelend naast haar. Zijn leven tussen worst, Wiener Schnitsel en bier hebben er voor gezorgd dat hij in enkele huwelijksjaren, fysiek verdubbeld is. Zijn armen zwieren in grote accolades rond zijn Hulkachtige lichaam. Zijn nekpartij is volledig verdwenen, zodat het lijkt dat vroeger, bij het ineenzetten van zijn lichaamdelen er een kapitale fout gemaakt werd. Het koppel laat zich naast ons aan een terrastafeltje neerploffen en bestellen ieder een gigantisch grote ijscoupe met slagroom. Daar komen de volgende slachtoffers al aangewandeld. De eerlijkheid gebiedt, dat ik jullie moet vertellen dat niet alleen oudere dikke gepensioneerde mensen over de dijk struinen, maar ook heel jonge vol getatoeëerde moddervette exemplaren. Dit zijn meestal Engelsen die, dag in dag uit, de supergoedkope English Breakfasts als lunch verorberen. Zij zijn meestal zo uitgelaten omdat ze zich hier van hun permanente regenkleding kunnen bevrijden om hun blauwe en zwarte inktcreaties eindelijk aan de wereld kunnen laten bewonderen. Ze lopen continu met enkel het bikinitopje of in bloot bovenlijf met minuscule shorts op de strandpromenade te paraderen. Nu is, in deze gevallen, paraderen niet exact het juiste woordgebruik, want je wordt nog net niet zeeziek als je die blubberende volgetekende massa aan je voorbij ziet waggelen. Ze nemen selfie’s van hun voorkant en foto’s van hun achterkant, zodat ze straks terug thuis, tussen de striemende regenbuien door hun “mannekesblad”resultaat, dat meestal onder lagen kleding verborgen blijft, eindelijk  aan vrienden en familie kunnen laten zien. Aan de rechterkant komt er een fors dametje aangestapt. Ze is uiterst pezig en mager en haar gerimpeld gezicht is door een overdosis zon gelooid als de huid van een schildpadkop. Haar kapsel is knalrood geverfd alsof haar kapper er een uitslaand brandje niet heeft kunnen blussen. Het haar piekt alle kanten op en lijkt net op een ontplofte verkeerslichtrode badmuts. Het vloekt ontzettend bij haar fluo- groene topje en strak gespannen roze glimmende sportbroekje. De obers, die voor het terras staan en met de menukaart in de hand, proberen klanten binnen te lokken worden door haar in het Russisch uitgefoeterd.  Zij loopt recht af op een van de tegenovergestelde richting komende man. Zijn lichaam is zo rond als een eikenhouten wijnton. Aan zijn kegelrode  geaderde neus is te zien dat niet alleen wijn maar tevens liters wodka zijn lichaam gepasseerd zijn. Hij draagt een pet met de geborduurde “Tenerife” tekst en een T-shirt met Russische tekens.  Rond zijn hals hangt een voorhistorische grote camera. Hij kijkt wat geërgerd want bijna werd hij door zijn Matroesjka betrapt toen hij zijn supergrote telelens op het strand focuste op een reetveter billen- en twee monokinizonnende tienermeisjes. Als je zo’n klein uurtje alle figuranten voor de film “La grande Bouffe” op de strandpromenade ziet voorbij waggelen, dan krijgt je idee over je eigen lichaam, zonder veel te moeilijke en vermoeiende fitnessoefeningen, een geweldige boost. Onze mojito is leeggedronken en onze chopito’s opgegeten en net als we de rekening willen vragen komt er een tros Italiaanse senioren aangeslenterd. Ze kwetteren allemaal tegelijk. De a’s en de i’s stuiteren over de dijk alsof je naar een veel te druk zondagnamiddag programma op de Rai zit te staren. De mannen dragen lange witte linnen- of net geperste jeansbroeken op glanzende schoenen die de zon reflecteren. Hun pastelkleurige hemden met lange mouwen zijn tot aan de ellebogen netjes opgerold, hun hemdkraagjes staan recht omhoog. Over hun schouders bungelt een kasmieren truitje waarvan de mouwen voor de borst naar beneden hangen. De dames komen net onder de droogkap van de hotelkapper vandaan. De wind krijgt geen vat op de gestileerde en vol lak gespoten haartjes. Zij zijn lichtjes overdressed. Zij pronken met oorbellen, halssnoeren en armbanden op hun chiffon merknaamjurken. Zij taxeren de terrasjes met een hautaine blik alsof ze naar de etalages van een veel te dure Milanese winkelstraat kijken. Een vleug zoete parfum mengt zich met de geur van vet gebakken spek en boontjes in tomatensaus. Ik zucht, van zoveel gratie en allure dondert je zelfbeeld onmiddellijk terug naar af. We betalen de ober en ik licht mijn XL billen uit de natgezwete terraszetel. Het lijkt alsof ik in mijn broek gepiest heb. Ik fatsoeneer mijn volledig geplisseerde pijpen van mijn witte short en trek het veelkleurig topje naar beneden over mijn volslank buikje. Hmm, hmm laat ons zeggen mijn ‘goedleven- buik’. Hand in hand slenteren manlief en ik terug richting auto. Als we voorbij de volgende terrasjes kuieren, voel je de blikken, van de andere portrettentrekkers, als laserstralen over ons heengaan. A penny for your thoughts! Wat zouden deze mensen allemaal denken van deze twee weldoorvoede Vlamingen?   Sim, buikje rond gegeten 26 februari 2016

Sim
0 0

OVER OREN EN POTEN EN VAN HAND EN TAND

Ieder jaar opnieuw gaan we met 3 bevriende echtparen overwinteren op Tenerife. Eerst vertrekken wij en twee weekjes later komt het eerste echtpaar, Rien en Nicky, ons achterna. Het zijn twee krasse tachtigers, die qua uiterlijk en innerlijk nog veel jongelui achter zich kunnen laten. Je zou er prompt voor willen tekenen om op deze manier oud te kunnen worden. Ze huren, net als wij, een appartement aan de zuidkust van Tenerife, zij met zicht op zee en een verwarmd zoutwater zwembad voor de deur en wij met zicht op één van de drie zwembaden in een ander condominium. Wij overwinteren aan de Costa del Silencio, die helemaal niet overal verloederd is, zoals de truttenbol ‘would be’ journaliste Annemie Struyf de Vlaamse televisiekijkers wou doen geloven. Wij betalen tevens geen woeker huurprijzen en Belgische menuprijzen zoals bij het door haar getoonde Westhaven Bay, maar proberen alle gezellige terrasjes en restaurantjes in de ganse omgeving uit. Veertien dagen later arriveren Klaas en Laurentien. Zij prefereren om zich een maandje in een hotel in Playa de Las Americas te laten verwennen. Met de auto is het juist een tiental minuutjes rijden naar elkaar. We komen dan ook geregeld samen om te wandelen, te lunchen of voor gezamenlijke tochtjes met de auto te maken. Maar ons groepje veroudert en er is zo’n spreekwoord dat ‘een ezel eerst aan oren en poten verslijt’. De drie vriendinnen zijn het er ondertussen dik over eens dat wij met drie ezels op reis zijn. Onze mannen zijn alle drie hardhorend en dat brengt natuurlijk de nodige spanningen met zich mee. Klaas draagt zijn hoorapparaten alle dagen van ’s morgens tot ’s avonds, maar presteert nog steeds de helft van de conversatie niet mee te hebben. Manlief  zou zijn hoorapparaten ook elke dag moeten dragen, maar zegt dat hij zulke kriebel in zijn oren krijgt, zodat hij ze niet in kan houden. Tevens beweert hij, dat hij alles moeiteloos verstaat, maar dat niet alleen ik, maar ook alle vrienden en kennissen binnensmonds praten of fezelen. Zijn hoorapparaten gaan dus alleen ’s avonds in om de nieuwslezer op de televisie te verstaan. Sommige programma’s moeten dan, zelfs met de hoorapparaten in, met 888 teletekst ondertiteld worden. Hoe kan je manlief dan mogelijkerwijs au serieus nemen als hij blijft beweren dat hij alles klankklaar en haarscherp verstaat?? Oeverloze discussies bracht dit al met zich mee, manlief hoort dingen, die ik niet zeg, antwoordt op totaal niet gestelde vragen en hoort dingen niet, die ik wel zeg. Rien is nog een soort apart, die hoort volgens eigen zeggen blijkbaar alles nog zonder hulpstukken, maar geeft gewoon geen aandacht meer en reageert alleen nog op dingen die hij wil horen. We zijn er echter van overtuigd dat zijn hamertje ook al lang niet meer tegen zijn aambeeld trilt. Gelukkig zien de drie vriendinnen elkaar geregeld en kunnen wij bij elkaar stoom afblazen alvorens de damesergernis te hoge toppen scheert. Ik geef toe dat wij, de drie vriendinnen, misschien ook minder leuke kantjes hebben, maar je kan nu toch moeilijk van mij verwachten dat ik ons trio een hoofdrol in dit verhaaltje ga toebedelen. Onze mannen zorgen hier voor de meest hilarische toestanden maar tevens voor momenten waarbij we hen naar het diepst van de aarde zouden verwensen. Soms overstijgt de realiteit de fictie en de fantasie van deze schrijfster. Zo kreeg Rien een smsje van zijn vriend “de Walter: “Ben in Los Cristianos, kunnen we elkaar ergens ontmoeten?”.Vermits we met zijn allen juist op de wandeldijk van Los Cristianos stonden, zei Rien :”Weet je wat, ik bel hem gewoon even.” Hij kijkt op zijn mobieltje en vindt ‘Walter’. “Hallo Walter, hier Rien, waar ben je nu juist?” “Heuhh, thuis in Berchem.” “Raar, hotel Berchem, nog nooit van gehoord, waar is dat ergens”?” Thuis??In de Roest d’Alkemadelaan!” Rien kijkt ons aan en lacht:“Walter is nooit verlegen voor een grapje uit te halen. Ja ja ik speel het spelletje mee hoor.” En terug in de hoorn :”Hoe is het weer daar?” Even is het stil aan de andere kant van de gsm. “Awel Rien, het strontregent hier en het is verdomme koud!” “Hahaha dat zal wel, we staan hier in de brandende zon, met een knalblauwe hemel. Gaan we nog afspreken of niet?””Zeg hedde gij ze nog allemaal op een rij?” De telefoon wordt uitgeschakeld. Rien is eventjes van de kaart, kijkt ons aan en zegt: “Die Walter toch, altijd de plezantste thuis”, zoekt het binnengekomen smsje op en beantwoordt dit.”Zijn momenteel op de dijk van Los Cristianos, staan voor de Dienst voor Toerisme, blijven hier nog 15 minuutjes op jullie wachten”. Na tien minuten komt er inderdaad een taxi aangereden die pal voor de Dienst voor Toerisme stopt. Achteraan zitten twee mensen, waarvan één druk begint te wuiven. Dat is de Walter, maar een andere Walter dan die van Berchem. Wij gieren het uit als we de verslagenheid op het gezicht van Rien zien. De Antwerpse Walter van Berchem, staart nu thuis verontrust door de verregende ruiten naar buiten terwijl hij zich afvraagt of het nog allemaal goed komt met Rien. Manlief, die bij hoog en bij laag blijft beweren dat hij zijn hoorapparaten niet gedurende de dag wil aandoen, omdat hij ze volgens hem niet nodig heeft en omdat hij gek wordt van de jeuk in zijn oren, kwam op een avond naar bed en had gewoon vergeten zijn attributen uit te doen. Gek, plots kriebelden ze niet meer als duizend mieren of honderd wriemelende wormen. Zijn hoofd lag al op het donzige hoofdkussen, toen hij zich plots realiseerde dat hij zijn hulpstukken nog in had. Na wat gestuntel legde hij de hoorapparaten op de terrastafel, die wij in de slaapkamer gezet hadden, omdat ik daar ’s avonds met de computer zit. De volgende dag was hij het geklungel met de Hans Anders- oorbellen volledig vergeten. Met een zwier werd de tafel op het zonneterras gezet en hoorde ik ergens een ‘pok’. Hij dus niet. Eén hoorapparaat was met een ferme zwaai op de rand van het balkon terechtgekomen. Nummer twee was en bleef zoek..Miserie. Verdomme zulke dure spullen, ’t was altijd hetzelfde. Het ‘verlorendingenscenario’ herhaalde zich weer! En nu was dat hoorapparaat weer verdwenen. Ik was al naar beneden gelopen om onder het balkon, tussen de struiken aan de overkant en op het opritje van de marginale Duitser* te gaan zoeken. Gans het terras werd afgespeurd. Ook de slaapkamer werd centimeter per centimeter uitgekamd. Niets! Ik was het chaotische gezoek naar alle sleutels, petten,  mobieltjes, autosleutels,  zonnebrillen,  shampoos en uurwerken zo beu! Op dat moment zou ik manlief het liefst aan de hoogste palmboom van Tenerife willen hangen!  Ach alle ergernis was tevergeefs geweest, want de enige plek waar we allebei niet goed gekeken hadden, was op de terrastafel zelf. Daar had het hoorapparaatje zich tussen de tekeningen van het tafelkleedje verstopt. Gisteren woei, woei, woeide de wind rond ons huisje. Het was een loeiend gehuil dat over de Teide naar de kust voortgestuwd werd. Het was de eerste keer na een maand dat de temperatuur onder de twintig graden zakte. Vermits Tenerife na 5 maanden zonder een druppel regen of sneeuw stilaan een tekort aan water kreeg, stonden er nu vermoedelijk een paar Canaries ergens een regendans te doen. Toen we met zijn vieren richting Klaas en Laurentien aan het hele toeristische Playa de Las America reden, werd de lucht donkerder en onheilspellender en binnen de kortste keren zou het gaan regenen. Vlug zochten we met zijn zessen onderdak in een cafeetje. Daar werd de plaatselijke vrij zware en zoete Tenerifse lekkernij “barraquito” gedronken: In laagjes geschonken gesuikerde melk, hete koffie, zoete Spaanse quaranta tres (43) likeur en opgestoomde melk. De palmbomen zwiepten heen en weer en de felle windstoten dreven ons in een restaurantje. We bestelden een liter sangria om de tijd tot de lunch wat te kunnen rekken. Klaas zag al een beetje bleekjes rond de neus maar at netjes de uiensoep met gegrilde kaas op. Toen het hoofdgerecht geserveerd werd, schoof hij het eten van de ene kant van het bord naar de andere kant, zonder er echter veel van te eten. Toen we vroegen of hij geen honger had, antwoordde hij dat hij die ochtend eigenlijk al een ietsje te veel gegeten had, namelijk; twee boterhammen met platte kaas en confituur, twee belegde broodjes met kippenwit, een stuk salami, een koek, een croissant, een kiwi, een sinaasappel en een portie churros met suiker. Aan de overvloed van de buffetten was moeilijk te weerstaan!  Klaas werd nog wat groener en zocht naar het toilet. Daar kwam de volledige ontbijtprut, de barraquito, de sangria, de uiensoep, de helft van de hoofdplat en zijn bovengebit eruit. Klaas spoelde het toilet door, waste zijn handen en keek in de spiegel. Welke tandeloze man staarde hem daar aan. Miljaar..hij had zijn bovengebit doorgespoeld, wat zou Laurentien daar van zeggen? De man met de ingevallen bovenlip naderde onze tafel en probeerde het verhaal achter zijn hand te lispelen. Klaas zat met een mond vol tanden! Verdomme, in deze context een uiterst slechte beeldspraak! Klaas zat, vol ongeloof, zo vol schuld, Laurentien te bekijken. Voor de dupe van het verhaal was het inderdaad heel triest maar voor ons zo ongelofelijk grappig! Dit is een verhaal, dat je in het café, aan de toog, met een pint in de hand, als mop tegen elkaar vertelt. Wij staarden met pretlichtjes in onze ogen naar ons dessert en probeerden onze mondhoeken naar beneden te houden en de borrelende lach binnen te houden.  Stiekem keken wij elkaar aan en durfden niet beginnen te lachen maar één hik en het hek was van de dam. Laurentien kreeg de slappe lach en vertelde dat dit niet de eerste keer was dat Klaas zo iets voor had. Enkele jaren geleden liep hij op vakantie, luid babbelend frontaal tegen een verlichtingspaal, wat hem toen één tand kostte. Alle verhalen van verloren tanden en gebitten bij familie, vrienden en kennissen passeerden nu onze revue. Voor het tandeloze slachtoffer was het eigenlijk een beetje triest, maar ja zulke dingen gebeuren nu eenmaal overal…Neen, hahaha nog bijlange niet bij iedereen, alleen bij Klaas. Ja, nu waren Klaas en Laurentien nog maar drie dagen op Tenerife en hadden dus nog meer dan drie weekjes te gaan, er moest dus actie ondernomen worden. Met hand en zonder tand zouden zij het verhaal van het verdwenen gebit aan de reishostess moeten vertellen en hopen op een snelle interventie. Vanaf nu tot aan het nieuwe gebit, zou het voor dit mieke zonder tanden alleen, havermoutpap, soep, sapjes, puree en spinazie zijn. Dit zouden weer verhalen worden die op alle gezellige feestjes bij ons thuis telkens weer de ronde zouden doen. Met de lippen over de tanden naar binnen getrokken en met een soort tandeloze bekjes aan elkaar vragen; “Walter, welke Walter?”en dan zou manlief antwoorden, met een hand achter een oor :“Wat zegt je, komt de Walter ook?” Alle mogelijke verwijzing naar bestaande personen is louter toevallig.   *Lees op mijn blog “ Paradijs”.   Sim,    Tenerife 21 februari 2016  

Sim
187 0

DE TELOORGANG VAN TENBEL EN VAN ANNEMIE STRUYF

Dit is een verhaal voor de weinige mensen, die maandagavond liever naar het geestdodend programma ‘Via Annemie’ keken op één, in plaats van naar een spannende aflevering van een of andere thriller op een andere Vlaamse zender. Annemie Struyf, de koningin van het saaie geleuter bracht wel een heel beroerde impressie van de Costa del Silencio en zijn overwinteraars. Omdat we nu ook hier aan de Costa del Silencio twee maandjes de Belgische winter ontvluchten, voelden het een beetje als onze plicht om dit programma te bekijken. Gewoon een kwestie van ’s anderdaags de Vlaamse gesprekstof op de terrasjes te kunnen volgen. En stof deed haar deprimerend programma inderdaad opwaaien. De gezellige terrasjes gonsden van algemene verontwaardiging. Zoals zij het liet uitschijnen leek het alsof TenBel en omstreken een open inrichting, met een speciale afdeling, gehandicapte en licht dementerende Belgische senioren was. De meeste zendtijd werd dan ook besteed aan het verloederde TenBel. Zij vertelde dat TenBel aan de crisis ten onder gegaan is. Er is misschien wel iets van waar, maar de crisis op Tenerife duurde vooralsnog geen 40 jaar lang. Dat jongelui destijds hun twee weekjes zomervakantie op Tenerife kwamen doorbrengen en jaar na jaar verder en verder over de wereld wilden reizen, is misschien wel één van de oorzaken dat TenBel stilaan in de vergeethoek geraakt is. Maar neem van mij aan dat corruptie, het wegsluizen van centen en ruzie tussen de erfgenamen aan de basis van het verval lag. Ook had zij, als journaliste, wat dieper kunnen graven. Misschien had Annemie wel eens bij het gemeentebestuur van Las Galletas kunnen aankloppen met de vraag of dit domein nog steeds privébezit is, of de gemeente nu niet moet instaan voor de opkuis van de bouwval of minstens de verantwoordelijke moet opsporen om de boel op zijn kosten te laten uitmesten. Struyf had ten minste, als goede documentairemaker,  de neus van de autoriteiten er eventjes op kunnen drukken en hen vertellen dat er jaarlijks miljoenen vakantiegangers naar de Costa del Silencio en Las Galletas afzakken, maar dat zij hun toeristen met een zeker misprijzen behandelen. De gemeente doet niets om al het gajes dat overal in de lavarotsen en TenBel ruines neergestreken is op te ruimen. Het enige wat Las Galletas blijkbaar interessant vindt, zijn de megalomane projecten met subsidies van de Europese Gemeenschap. Een park, de berg op, waar geen mens, hond of kat doorheen wandelt, maar waar om de 10 meter een prachtige lantaarnpaal staat. Iemand zal zich hier wel lichtbron- omkoopbaar verrijkt hebben.  Zij bouwden een gigantisch groot sportcomplex waar wij nog nooit enige beweging gezien hebben. Nu weer gaat er een bouw van start om een Europees gesubsidieerd congrescentrum in het midden van het stadje neer te poten . Al wat Annemie laat zien, zijn deprimerende beelden van ineengestorte tribunes, daklozen en zielige oude van dagen. Eventjes kwam er een groepje Nordic Walkende gepensioneerde in beeld die klakkeloos achter een gewezen tachtigjarige scout door een honden- en kattenkerkhof stapten. Op zijn commando moesten zij twee per twee, achter elkaar, door het lavazand  stiefelen. Zelfs al zou ik zelf niets meer alleen durven ondernemen, dan nog zou ik pertinent weigeren om met zo’n groepje schuifelaars rond te marcheren. Maar begrijp me niet verkeerd ergens hoedje af voor deze senioren die ervoor kiezen om hier in de zon hun oude dag door te brengen in plaats van zielig en eenzaam te zitten verkommeren, voor de televisie, in één of ander Belgisch bejaardentehuis. We staarden in haar programma naar een gehandicapte man en zijn zwaar aangedane echtgenote, die na meer dan 30 jaar, om gezondheidsredenen, de Costa del Silencio moesten verlaten. Ik begrijp heel goed dat dit voor deze mensen een heel zware beslissing was, maar om nu televisiekijkend Vlaanderen hier een volle tien minuten van te laten meegenieten, kan er bij mij niet in. Annemie stond bij deze emo-tv bijna mee met tranen in de ogen wat te prevelen. Wat meerwaarde geef je aan je programma door een dakloze rolstoel- Engelsman op te voeren, die niet alleen zijn tanden maar blijkbaar ook zijn been kwijtgeraakt was. Hij overleefde onder de tribune van de verwaarloosde tennisvelden van TenBel. Hier snabbelde hij enkele euro’s bij elkaar door de tennisnetten bij te houden. Ik weet niet wanneer het programma opgenomen werd, maar ondertussen zijn de paaltjes van de netten en de groene bodembedekking van de tennisplein volledig verdwenen en veranderd in een gebombardeerd oorlogsgebied, waar je zonder je benen te breken geen enkel balletje meer kan slaan.  Misschien heeft die dakloze de groene bodembedekking wel ergens voor een paar euros als kunstgras verkocht? Terwijl Annemie de pantomime van de Engelsman op ons losliet, kwam er aan de achterkant een vrouw roepen, dat er ook op Tenerife arme mensen waren. Dit vrouwmens heeft, één van de vorige jaren, in een supermarkt manlief zijn portefeuille gestolen. Bewijzen konden we het toen niet maar wij houden haar doen en laten sindsdien goed in het oog want regelmatig draait ze nog steeds bij de supermarkt rondjes in de hoop een slag te slaan. Als een petanque spelende overwinteraar tegen je zegt, dat het leven hier supergoedkoop is en dat er fantastische restaurantjes zijn, dan moet je niet alleen de tristesse van de Costa del Silencio filmen, maar dan moet je ook die terrasjes en de Belgische, Engelse, Duitse en Spaanse bruisende eettentjes laten zien. En ja, ze had gelijk,  de toren van TenBel staat er een beetje verkommerd bij maar is, net als de toren van Pisa en de Eiffeltoren, het herkenningspunt van de Costa del Silencio. Ook de winkel- en caféruimte onder de toren, die de Vlamingen de put noemen ligt er door de week en vooral ‘s avonds verlaten bij. De put is dood. Zo dood als een pier. Dit komt niet door de zogenaamde Annemie-crisis, maar door de komst van de satelliet- televisie. Sinds de schotelantennes overal opdoemden, zitten de overwinteraars- toeristen tussen 18 en 19 uur voor hun TV Vlaanderen, hun BBC en Duitse Astra satellietzenders naar het nieuws in hun thuisland te staren.  Alleen op zondag kent de put een renaissance en brengt men hier busladingen gepensioneerde Vlamingen uit de omgeving naar toe, die in de luwte van de passaatwinden in het café komen dansen op de muziek van één of andere ‘would be’ artiest. Schlagerzangers die zich niet via “komen eten” hebben kunnen profileren maar die hier met een hammondorgeltje en een microfoon furore maken. Zondagnamiddag hoor je hier Viva Espana, Marina en de klanken van de vogeltjesdans uit de put omhoogstijgen. Ik ben er totaal niet voor te vinden, maar elke diertje zijn pleziertje. En om nu te verkondigen dat in het nabijgelegen El Fraille alleen wat illegalen bij elkaar hokken is wederom heel kort door de bocht. Inderdaad de meeste zwarte handtassen- en zonnebrilleurders wonen in El Fraille maar ook de meeste gezinnen die daar huren zijn gewoon hard werkende Canaries. In het tentenkamp achter Las Galletas wonen helemaal geen illegalen, zoals Struyf doet uitschijnen, maar de marginalen van de maatschappij. Hier voert ze een tandeloze Marokkaanse vuilnisbakkenschuimer op. Het verhaal over het nietsnuttenkampeerterrein konden  jullie al lezen in mijn verhaaltje “de jungle van Las Galletas. Als kers op de taart voerde ze dan nog een oude eenzame Spaanse vrouw op, die haar zoon veel te jong verloren had en die nu hoopte haar uitgeleefde TenBel-huisje voor 140.000 euro te verkopen. Enfin voor 100.000 mochten ze het ook al hebben. Ondertussen werden de meeste van de TenBel appartementjes gekocht en gerenoveerd door Belgen, Engelsen,Duitsers, Italianen en nu strijken er zelfs Oostbloklanders neer. Alleen het recreatiegedeelte van het voormalige TenBel werd tot op dit moment nog steeds door niemand onder handen genomen. Als de teloorgang van TenBel je hoofdthema is, dan moet je ook geen gratis reclame maken voor het Westhaven Bay complex van Rita. Ik veronderstel dat Struyf  hier dan ook gratis mocht logeren. Annemie voerde een alleenstaande boekhouder op, die in het recreatief- dansgedeelte van Westhaven Bay ’s avonds op zijn eentje hyperkinetisch stond rond te dansen. Toen die doorgeslagen accountant haar op het balkon van Westhaven Bay, bij de ondergaande zon, dan ook kwam vertellen dat hij niet alleen in België maar ook hier op Tenerife evengoed alleen en eenzaam was, maar dat hier de zon tenminste scheen, jeukten mijn handen om de knop van de televisie uit te drukken. De enige positieve noot kwam van een gepensioneerde man die hier al jaren woonde en  die vertelde, alleen naar België te willen terugkeren, als hij euthanasie zou willen plegen, omdat dit hier nog steeds bij de wet verboden is. Waarom laat Struyf de gezelligheid van het vissersdorpje Las Galletas, met zijn authentiek haventje, visserstalletjes, zijn winkelstraat en zijn wandel-  restaurantjes- en terrasjesdijk niet zien? Waar liet zij de duizend gebronsde , glunderende senioren, die hier sociale contacten opgebouwd hebben en die zoals wij, hier in de Costa del Silencio,van het zonnetje, de blauwe lucht, de indigoblauwe oceaan en van de dolce fare niente komen genieten. Zalig rustig, zonder zoals op de wandeldijken van de toeristische playas onder de voet te worden gelopen. Rond de bouwval van TenBel zijn er prachtige nieuwe bouwprojecten en villawijken herrezen. Leuke witte huisjes rond azuurblauwe zwembaden omzoomd door bloeiende boungainvillia, hibiscusstruiken en palmbomen. Mooie appartementen met zicht op zee. De omgeving van de Teide en de omliggende lavavelden nodigen uit tot wandelen en de mega toeristische badplaatsen Los Cristianos, Playa de las Americas en Costa Adeje zijn op 10 minuten bereikbaar. Maar ja, spijtig, dit liet Annemie ons allemaal niet zien alleen een triestig stukje Tenerife met wat zielige mensen, waar ze meelijwekkend,  fronsend kon naar luisteren. Ik vermoed dat, na deze aflevering, onze familie en vrienden op het thuisfront zich zullen afvragen waarom wij elke winter opnieuw naar de Costa del Silencio willen gaan. Wat heeft een krijsende dievegge, een wegrottende Britse dakloze, een zielig oud Spaans bommaatje, een tandeloze marginale vuilnisbakkenschuimer en een hyperkinetische dansende boekhouder met de bouwval van het eens zo glorieuze TenBel en zijn overwinterende senioren te maken? Welke nieuwe gepensioneerde gaat er na dit bedroevend programma nog naar Tenerife willen afreizen? Bedankt Struyfke…. Hoeveel sukkelaars, gehandicapten, zielige dronkaards, half seniele clubjes kan je nog opvoeren zonder zelf als programmamaker afgevoerd te worden? Misschien dat Annemie geen pastoors, tante nonnetjes, zusters van liefde,   zwijgende nonnen, missionarissen, monniken als Giel, sektes en bruine paters meer in voorraad had, om als zuster overste te becommentariëren!   Sim, verontwaardigd Costa del Silencio, Tenerife, 10/2/2016        

Sim
3645 1

DE JUNGLE VAN LAS GALLETAS

Elk jaar opnieuw maken wij de wandeling van Las Galletas, door de lavavelden, langs de oceaan en de bananenplantages tot aan de vuurtoren, il Faro. Verschillende paden lopen kriskras door het vulkaanlandschap en vormen een licht glooiende wandeling die niet al te zwaar is. Als we over het eerste heuveltje geklommen zijn, zien we onder ons een baai met een klein strandje. We bemerken onmiddellijk dat de vreemdelingenjungle van Calais zich naar het Nationale Park van Las Galletas verplaatst heeft. Waar er vorig jaar nog maar twee tentjes stonden, staan er nu in de luwte van de passaatwind,  minimum een vijftiental nieuwe zeildoeken optrekjes. De daklozenkrant en de hippie-junky tamtam heeft duidelijk reclame gemaakt om het nietsnutten- natuurtoerisme in het natuurreservaat, richting Faro, wat aan te zwengelen. Hier geen oorlogsvluchtelingen maar een gamma aan Europese daklozen en meertalige leeglopers die zich hier gratis komen vestigen zijn. Je kan ze natuurlijk geen ongelijk geven, want het is toch stukken aangenamer om in de Tenerifse zon te liggen niksen, dan onder een kartonnen doos of een plastiek zak in één of andere Berlijnse of Parijse metro te liggen stinken. Er is geen gas, elektriciteit of lopend water. Zoet water moet in grote bidon flessen aangevoerd worden. Eens die leeg zijn worden ze achteloos rond het tent- erf opgestapeld. Het enige badkamergebeuren is de plons in het zoute zeewater.  Een tent die volledig door golfplaten omgeven is, staat bijna op het strandje. De golven in de branding laten de stenen rondrollen. Voor de bouwval zit een jongere versie van Mick Jagger. Zijn tabaksbruine vingers tokkelen op zijn gitaar. Hij mankeert een paar voortanden en zingt lispelend mee. Voor hem zit een vrouw, met vuurtorenrode haren, die hem vol adoratie aankijkt. Naast hem draait een gepierced meisje, met een knalblauw kapsel, met de armen volledig uitgespreid, rondjes alsof ze zich in trance wil draaien. De vier toeristen die deze baai en het strandje al jaren als hun privé paradijsje beschouwden om te zonnen en te zwemmen, kijken vol ongeloof naar de kamperende nieuwelingen. Enfin, ik zou vanaf nu tweemaal nadenken alvorens mij in de zee te storten. Wie weet wat daar nu allemaal in ronddobbert? Ook Anton aus Tirol is, met zijn Quechua tent onder de arm, het vliegtuig ingestapt en zit nu, in zwembroek, met een boek in de hand te genieten van het kosteloos campingaanbod. Zijn tentje staat naast ma en pa rasta, die zoals alle andere bewoners, rond hun zelf gefabriceerde tentenvilla hun territorium met opeengestapelde lavablokken afgebakend hebben. Afgedankt huisvuil, dat wij toeristen achteloos wegsmijten, krijgt bij deze populatie een tweede leven. Witte kapotte terraszeteltjes staan broederlijk naast de niet meer functionerende ijskast, die als voorraadkast dienstdoet. Een oud verroest bed met spiraalbodem, omgeven door gescheurde handdoeken en flapperende tafelkleden staat op zijn kant om de wind tegen te houden. Afgevallen palmboombladeren en grote vodderige zakken moeten de aftandse tent tegen de hitte beschermen. Een parasol die nog half geopend kan worden, terwijl zijn geknakte baleinen alle kanten uitsteken, zorgt voor wat schaduw. Midden in deze woestenij zit een smoezelig naakt peutertje in de brandende middagzon. Hij graaft met zijn handjes en gooit het zwarte lavazand op de wieltjes van zijn opzij gevallen buggy. Pa rasta beukt wat ritmisch op een rasta trommeltje en ma rasta oefent met drie ballen op een circusact, waarmee ze straks hoopt de toeristen op de drukke wandeldijk in Los Cristianos van hun sokken te blazen. Het ouderlijk rastahaar hangt zeezoutstijf opgedraaid tot op hun gat. Voor hun tentje hangt een bordje met de tekst “we make dreadlocks”. Erg lucratief zal hun handeltje niet zijn want tijdens dit seizoen zijn het alleen grijze en kalende overwinteringsenioren die voorbij wandelen.  Iets verder staat er een volledig uitgebouwde zeilconstructie. Naast de tent zijn twee honden aan een touw vastgebonden. Zij houden luid blaffend de wacht bij de aftandse rotzooi, terwijl hun baasje op steel- bedel- of vuilnisbakkentocht is. Iets verder verwijderd van het tentenkamp, staat een halfopgezette tent, die vrolijk flappert in de wind. Een melkwitte Britse hippie, met een stupide glimlach en een glazige blik, zit in de hevige tropenzon en staart roerloos over de indigoblauwe oceaan. Zijn Amy Winehouse- achtige partner ligt op een verroest ligbed te zonnen. De zoete wietgeur vermengt zich met de zilte zeelucht. Morgen zal het voor hen waarschijnlijk vijftig tinten rood zijn. De dakloze, die ook vorig jaar al aanwezig was op het campinggebeuren, ligt voor zijn volledig verschenen en ineen gestuikte minitent. Hij ligt tussen een aantal gebroken glazen flessen en een berg ineen gedeukte bierblikjes zijn roes uit te slapen. Zijn voetzolen zijn inktzwart en zijn teennagels groeien tot in de hemel. Zich wassen is een werkwoord dat vermoedelijk niet in zijn woordenboek staat.  In plaats van te werken liggen al deze slampampers hier in de tropische warmte hun tijd te ‘verschijten’. Excuseer me mijn woordenschat, maar in dit aspect is deze woordkeuze wel degelijk van toepassing. Al deze nietsnutten moeten, schijten, poepen, kakken en pissen en dit gebeurt meestal ergens tussen de struiken en de lavarotsen op enige afstand van hun villawijk. Vermits het op Tenerife nauwelijks regent, verdwijnen deze stronten niet in de lava aarde, maar drogen langzaam op van diep warm glanzend sepia bruin tot grijsgroene witte brokkelige worsten. Als je als argeloze wandelaar dan ook maar iets van het bewandelde pad afwijkt, heb je meteen kans om van de ene kakkewiet onmiddellijk in de volgende jackpot de schuiven. We kunnen ook de afweging maken wie nu eigenlijk het slimste bezig is. Wij die heel ons leven hard gewerkt hebben om een karig pensioentje op te bouwen of deze nitwits die waarschijnlijk nog van ergens een uitkering of een leefloon ontvangen. Later, als dank voor het werkloos lanterfanten, bedelen en pikken, worden zij meestal nog beloond met een minimum pensioen, dat uiteindelijk niet veel minder dan het onze zal zijn. Vadertje Staat roomt van ons pensioen nog een gedeelte af om dit soort mensen te onderhouden. Dat noemt men dan solidair zijn, met onze centen. Als we door het wildkampeerders tentenkamp gewandeld zijn, haalt een Canarische senior ons in. Hij zucht en wijst naar de negorij beneden. Hij ratelt zo snel, dat we alleen door de weinige woorden Spaans die we kennen en zijn armzwaaien, de context min of meer begrijpen. Zijn ergernispeil stoot onmiddellijk de hoogte in. Als we niet direct antwoorden, gaat hij in een Engels/Spaanse versie verder. “Escandalose, schandalig. Escandalo in een parque national! Ciutad Las Galletas do nothing, nada, nada!!” Hij wijst naar het tentendorp. “Horribile!”. Met zijn hand maakt hij graaibewegingen. “E roba en la casa!”. Vervolgens houdt hij zijn hand voor zijn gezicht en opent zijn vingers: “Policia do nada. La cuidad van Las Galletas stampt solamente alleen megalomane projecten uit de grond con subsidies van la Comunidad  Europea. No hay necesidad! Voor de rest, teee seee an doee nada. The people of tie town maake monni, they let alle casas abandonata go to ruines en let thies osiosos en bedelaars camp hier and make thiese beoetiful site derti. Escandalose!!” De Canarie stapt zuchtend en kopschuddend verder. We wandelen verder richting de vuurtoren en komen al snel aan de wandeldijk voor de bananenplantages. We staren wat over de oceaan en hopen dat we net zoals vorig jaar dolfijnen zullen zien. Dit jaar staat er echter voor ons geen National Geografic documentaire op het programma. Nadat we wat uitgerust zijn, hervatten wij onze terugweg richting Las Galletas. We moeten zonder het te weten toch ergens een verkeerd paadje ingeslagen zijn, want we staan plots te midden van een Spaans bedoeïenenkamp. Een dikke groezelige man, twee Spaanse, halve zigeunervrouwen en twee, volgens ons reeds schoolgaande kinderen zitten rond een uitgebrand kampvuur. De twee meisjes springen op, wuiven met hun handjes en juichen hola, hola. Ze dansen achter ons aan. Zij hopen misschien op een snoepje of een cent, maar wij hebben niets meer dan een hola, hola terug en een glimlach bij ons. Ook hebben wij al jaren afgesproken om alle bedelende individuen niet meer financieel te sponseren. Als je als Antwerpenaar, op een zonnige namiddag, vanaf het station, via de Keyserlei, de Meir richting de Groenplaats wandelt, kan je probleemloos je halve pensioen aan het bedelend volkje uitdelen. Eerst spreken een paar jonge zigeunerinnen, elke nietsvermoedende oudere man aan, met een verhaal dat ze geen geld genoeg hebben om de trein naar huis te nemen. Enkele meters verder zit daar de jonge man met zijn twee grote honden en zijn smartphone in de hand met een bedelbekertje voor zich. Daarna word je gegarandeerd aangeklampt door de vrijwilligers van allerlei goede doel- verenigingen, zoals Artsen zonder grenzen, het Rode Kruis en Amnesty International, die als enige goede doel het uitbetalen van de enorme lonen van hun CEO’s hebben. Tegen de ingang van de metro zit de zigeunervrouw met het slapende kind op haar schoot. Zij voert half huilend een toneeltje op, dat haar kind ziek is en dat  er thuis nog zes andere wachten die ze moet eten geven. Eventjes later wordt ze door de dikke Mercedes op de hoek van de straat afgehaald. Op de Meir word je overspoeld met Chiro- kinderen die wafels verkopen en Universiteitsstudenten die je een petitie tegen drank en drugs laten tekenen en waarbij een donatie in dank afgenomen zou worden. Wat verder zit een mannelijke zigeuner wat op een handharmonica te tokkelen en aan de overkant staat een vrouw, helemaal verkleed, de ganse namiddag stokstijf standbeeld te spelen. Als je iets in haar mandje gooit, buigt ze plots als een marionet op en neer. Aan de rode lichten ligt een Oostblokvrouw met haar handen in bidvorm en haar hoofd bijna tegen de grond, volledig uitgestrekt naast haar bedelkom zodat je bijna over haar heen struikelt.  Op haar plakkaatje staat :”ik hep geen gelt, helpen mij.” Ook de dieren mogen we niet vergeten, want de schooiers van het World Wide Fund bespringen je bijna als je ongeïnteresseerd  probeert voorbij te glippen en duwen hun, met pandabeer bedrukte, informatie onder je neus. Dus tegen dat je aan de Groenplaats aangekomen bent, ben je ofwel volledig gepluimd, ofwel komt het ganse gamma van de niet- of wel gesubsidieerde bedelaars je wel degelijk de strot uit. Dit eventjes terzijde. We zijn zonder veel kak- uitschuivers terug op het rechte pad geraakt en zonder problemen door de Jungle van Las Galletas gewandeld.  ’s Avonds voelen wij ons een koning te rijk als we het wandelzweet en onze zwarte lava zandvoeten onder de hete douche kunnen afspoelen, de ijskast kunnen openen om een koel pintje te nemen en we ons lekker onderuit kunnen laten zakken voor onze televisie.   Sim, Tenerife, Costa del Silencio, Las Galletas 4 februari 2016  

Sim
110 0

IN GOD WE TRUST

Gisteren hoorden wij op de televisie dat de Paus de Iraanse president in het Vaticaan ontvangen heeft. Uit respect voor deze islamiet liet de paus alle naakte beelden bedekken! Hiervan krullen dus mijn tenen en krijg ik spontaan zure oprispingen.  Als die uitgenodigde moslim aanstoot neemt aan onze kunst en cultuur, waarom gaf de paus hem dan geen audiëntie in één of ander Romeins congrescentrum of desnoods in de lobby van het hotel waar die islamietenkliek neergestreken was? Neen, weer zijn wij het die rekening gaan houden met het middeleeuwse gedachtegoed van andere religieuze jandoedels! Moeten wij nu straks in Antwerpen ook alle naaktbeelden in het openluchtmuseum Middelheim of  het blote Manneke Pis in Brussel met doeken gaan omzwachtelen omdat de islamietjes daar dan zonder ergernis en aanstoot zouden kunnen gaan rondwandelen? Waar is die hypocriete Rooms Katholieke homo- en heilige pedofielenbende eigenlijk mee bezig? Zij ontvangen met alle egards een man uit een pseudo- schurkenstaat, die er al decennialang van dagdroomt, om straks als hij in de Allah- hemel komt, 72 meisjes te ontmaagden. Vermits Mohammed destijds ook al met een achtjarig kindbruidje in ’t zand zat, bespeur ik hier evenzeer enige tekenen van pedofilie… Het is misschien goed dat wij ons niet kunnen inbeelden hoe die Roomse pauselijke encycliek zijn eigen hemel voorstelt! Dromen zij misschien van een hiernamaals waar zacht vrouwelijk gevoosde, handjesvasthoudende welwillende pastoors- en blozende kinderzieltjes rondzweven. Waar is de tijd toen de papenbende nog mocht huwen? Er waren zelfs pausen die er een aantal minnaressen op nahielden, overal vrolijk rond neukten en links en rechts onechte kinderen achterlieten! Wanneer liep het in de geschiedenis ergens mis voor de christelijke heteroseksuele mannelijke  achterban en besliste God de Vader dat zij hun wiwi alleen nog maar mochten gebruiken om te plassen?  Niet moeilijk dat de Roomse kerk meer en meer de lange jurken- homobrigade aantrok. Het liep maar eerst volledig uit de hand toen een paus zich in Avignon vestigde. In het Palais des Papes liet hij het plafond en de muren van zijn slaapkamer niet vol schilderen met putas* maar met puttis, kleine vlezige, rozige mannelijk engeltjes met haarloze piemeltjes die vrolijk alle kanten opzwiepten.. Zo kon hij ’s avonds als hij in de pauselijk bedstee lag zijn eigen pedofiele pornohemel bekijken terwijl hij zich lag af te rukken. Telkens er een religie opduikt, raakt de mensheid geestelijk verward. De grijze hersenmassa wordt door vanillepudding vervangen en rationeel denken is er dan plotsklaps niet meer bij. Als atheïst begrijp ik helemaal niet, dat mensen, die zonder geloof opgevoed werden, zich plots, door een partner of door een kronkel in hun leven een religie laten aanpraten. Ze storten zich op de leer van de Thora om met een jood te mogen huwen, laten zich dopen en anderen bedekken hun haren met hoofddoeken omdat de toekomstige moslimschoonouders het zo leuk vinden. Nog anderen lopen in familieverband langs de straten en verkondigen, nu al jaar na jaar, het einde van de wereld. Als deze laatste onheilsbodes het maar lang genoeg volhouden, zullen ze op een dag wel degelijk gelijk krijgen. De manier waarop wij onze aarde behandelen zal vroeg of laat toch catastrofaal eindigen. Al vanaf het moment dat de peutertjes van de gelovigen de eerste woordjes stamelen, indoctrineren de ouders hun kindjes met allerlei religieuze sprookjesverhalen. Ze sturen ze naar Cheider onderwijs, richten Koranscholen op en bedenken Bijbel universiteiten om ze toch maar in het religieuze gareel te houden. Met een beetje geluk zetten de pubers zich later af tegen het gelovig gewauwel van hun ouders. De balans kan ook de andere kant uitzwaaien als ze vinden dat hun godsdienst de enige juiste religie is en zij zich aansluiten bij één of andere sekte of lid worden van een terreurzaaiend islamitisch Jihadisten- clubje. Na de nodige indoctrinatie zitten de Rooms Katholieken, de Protestanten en de Evangelisten vervolgens hun ganse verdere leven, op de terugkeer van Jezus te wachten. Ach, ik weet wel zeker, dat indien Jezus misschien werkelijk bestaan heeft, hij niet zou zitten springen om al die bullshit op aarde nog eens te moeten doormaken. Hij had voorzeker al dat geruzie met zijn vriendin nog niet helemaal verteerd. Die werd het zo beu dat hij steeds meer met zijn twaalf vriendjes optrok dan dat hij quality tijd met haar doorbracht. Avond na avond schoven deze kameraad- profiteurs mee aan, aan het buffet, zodat Maria Magdalena hem, Jezus, op een avond voor een ultimatum zette. Ze riep: “Dit is godverdomme jullie laatste avondmaal, ik heb het gehad met je vriendjes Jezus. Nog voor de haan drie keer zal kraaien, heb je hier je boel gepakt en verdwijn je uit mijn huis en neem die twaalf tafelschuimers en de op jou verliefde Judas met je mee. Denk je dat ik niet zie hoe Judas je overal stiekem tracht te kussen. Vergeet vooral je mirre, je os en je ezel niet. Dat geldt ook voor jou Thomas, je moet me niet zo ongelovig aanstaren!” Zelfs het rondje slepen met dat grote kruis en dat geïmproviseerd stekelige kroontje in Jeruzalem vond hij niet meer voor herhaling vatbaar. Dan had hij het nog niet over die dagen dat zijn vader hem aan dat kruis liet hangen om zogezegd voor alle zonden van de mensheid te sterven!! Elke dag opnieuw vloekte hij dat ze het hier beneden maar zelf moesten uitzoeken en smeekte hij God de Vader om hem terug naar het paradijs te laten opstijgen. Tevergeefs want volgens zijn leuke pa waren er door zijn lijden nog niet genoeg menselijke overtredingen der goddelijke wetten verzameld. Drie dagen hing hij daar bloedend aan dat kruis alvorens papa hem terug tot hem liet komen met de woorden:  “Ach zoon, we zullen het binnen een paar eeuwen nog eens opnieuw proberen.” Ook kan Jezus het nog steeds niet hebben als atheïsten hem uitlachen als ze voorbij zijn gekruisigde beeltenis stappen. “Met de spijkers van Van Leeuwen hangt Christus hier al eeuwen” en als ze voorbij een leeg kruisbeeld wandelen, scanderen zij: “Jezus is van het kruis gepleurd, met de spijkers van Van Leeuwen, was dit nooit gebeurd.” Ik denk wel dat Jezus zich heel gedeinsd zal houden en vriendelijk zal bedanken alvorens opnieuw aan zo’n avontuur te willen beginnen. Nog nooit werd er op de wereld zoveel oorlog gevoerd in de naam van één of ander geloof. Heel der volkeren hebben elkaar in de naam van God of Allah, de duivel aangedaan, elkaar de kop ingeslagen of hem er ineens afgehakt. Een journalist van VTM-NIEUWS interviewde in Syrië twee mannen met een Arrafat handdoek op hun hoofd, die tussen het puin van de volledig plat geschoten en gebombardeerde stad Kobani zaten. “Met de hulp van Allah gaan we de boel hier opnieuw opbouwen. Als Allah het belieft kunnen we terug naar onze stad! Van IS mochten we niet meer lachen, zingen of dansen. Televisie kijken en radio luisteren werd met steniging of onthoofding bestraft, want in de tijd van Mohammed waren deze luxe artikelen er volgens de IS- terreur- gelovigen ook allemaal niet!” Eventjes nadenken of ik het begrijp; waren er in die tijd wel kalasjnikovs, bommengordels met semtex, mobieltjes, smartphones, internet, wifi, facebook, whatsapp, Youtube- terreurmeldingen en Toyota auto’s om in rond te rijden?? Vijf keer per dag zat de bevolking met hun gat omhoog, hun hoofd richting Mekka en maar bidden dat IS hun zou sparen. Waarom heeft nog geen enkele Moslim gelovige zich afgevraagd, waarom hun Allah niets ondernam toen het barbaarse IS crapuul, in naam van diezelfde Allah als een pletwals over hen heen raasde, alles leegroofde en hun vrouwen en kinderen verkrachtte. Waarom keek hun god toen toevallig eventjes de andere kant op? Waarom lopen voetballertjes, kruisjesmakend, kettinkjeskussend  en naar de hemelwijzend het veld op, om dan daarna het spel glansrijk te verliezen?? Waarom supporterde hun god juist toen voor de tegenspelende ploeg? Waarom werden soldaten, die met kruistekens en wijwater besprenkeld waren voor ze ten oorlog trokken, toch in de pan gehakt.  Waarom grijpen die almachtige schepsels niet in als er Aids, kanker, ebola- of een zikavirus losbreekt?  Hebben die er soms een sadistisch genoegen in om de mensheid wat te zien lijden? Ik begrijp het al lang niet meer hoor. Waar zijn dan die goden als je ze het meest nodig hebt??? In God we trust, Gott ist mit uns. Dieu et mon droit. Als Allah het belieft. Ach,  ieder voor zich en God voor ons allen. *hoeren Sim,     in het Tenerifse Paradijs,    28 januari 2016        

Sim
0 0

HET PARADIJS

Het vliegtuig maakte een bocht langs de Teide, de hoogste vulkaanberg en zette de landing naar de luchthaven van Tenerife in. Het vloog uiterst langzaam over het lappendeken van zwarte aarde, bananenplantages en huisjes die rond azuurblauwe zwembaden gebouwd waren. Overal zag je satellietschoteltjes, als sproeten uitgezaaid, op de daken van de witgekalkte Spaanse huisjes staan. In de verte zag je Gomera haarscherp tegen de blauwe lucht afgetekend. De oceaan schuimde zijn golven tegen de zwarte lavarotsen. We vlogen zo laag, dat het leek alsof we de palmbomen konden aanraken. Nog voor het vliegtuig volledig tot stilstand kwam en de deuren opengingen, voelden we reeds de Canarische warmte binnendringen. Het was tien uur en meer dan 24 graden. Het was bijna ondenkbaar dat wij deze ochtend met de eerste echte winterprik in België, met vertraging door vrieskou en sneeuw, vertrokken waren. Toen we onze koffers in onze huurauto geladen hadden, reden wij in de flikkerende zon richting ons Tenerifs huisadresje. Het voelde jaarlijks een beetje als thuiskomen. Groene papegaaitjes scheerden luid kwebbelend van de ene naar de andere palmboom. Tortelduifjes roekedekoerden boven op de zonweerkaatsende dakpannen. De subtropische bloemen staken bloedrood en knaloranje af tegen de bijna indigo blauwe hemel. Dit zou het paradijs kunnen zijn. Maar zoals elke hemel op aarde, werd het paradijselijke gevoel verstoord toen we merkten dat de Duitse invalide man nog steeds aan de overkant van ons huisje resideerde. Net zoals vorig jaar zette hij keer op keer ramen en vensters open om de tabaksrook te laten ontsnappen en keek hij televisie alsof hij met surround modis in Kinepolis zat. Ach manlief is zelf hardhorend dus ik kon nog juist een beetje begrip opbrengen. Vermits manlief, na zijn longoperatie, nog een beetje revaliderend is, zaten we dus nu meer dan vroeger  op ons zonnig terrasje te genieten. Enfin dat was de bedoeling toch, want buurman had de gewoonte nog steeds niet afgeleerd om op zo’n luide manier muziek te spelen, zodat alle doven in het Chayofita complex verschrikt wakker werden. In de loop van de dag kwamen allerlei vol getatoeëerde Duitse crapuulmannen bij de rolstoelbuurman op bezoek. Uitgezakte seniorenlijven met zwarte verschenen T-shirts van AC-DC, Nirvana of Harley Davidson op bilspleetlage uitgerafelde jeansbroeken, bellen in de oren en gouden kettingen met kruisen rond de hals. Grijze kroezige paardenstaarten piepten onder cowboyhoeden of vuile gevlekte petten. Het begon telkens met gezapig gezellig gewauwel, dat naarmate de dag en de alcohol vorderde, tegen middernacht hard afgekapt Duits geroep werd. Van respect voor andere mensen had dit tuig nog nooit gehoord.  Maar ik bleef nog steeds vriendelijk een praatje met buurman aanknopen. Mijn geveinsde interesse zou later, als mijn ergernis als een vulkaan zou ontploffen, nog wel eens goed van pas kunnen komen. Het voordeel was, dat buurman nu ook regelmatig op verplaatsing ging. Zijn Deutsche Freunden duwden de rolstoel voor zich uit en vermoedelijk ondernamen zij gezamenlijk de Costa del Silencio kroegentocht. Als we dan op ons terrasje zaten, een koel rosé wijntje binnen handbereik, onze e-reader in aanslag of op de ligbedden lagen te zonnen was het enige dat je hoorde het zoeven van de wind en het kwinkelieren van de kanarie vogeltjes. We genoten van de stilte en de warme rust die nu en dan enkel verstoord werd door het overvliegen van vliegtuigen die elke dag opnieuw duizenden toeristen naar het vakantieparadijs brachten.   Sim,    Costa del Silencio, 24 januari 2016                           

Sim
0 0

Pl(ez)antaardig Koken - Lasagne

Met twee koppels zijn we, het ene vertegenwoordigt een overtuigd vegetariër, aangevuld met een flexitariër, het andere een verse vegetariër geflankeerd door een doorwinterde vleeseter. Samen wagen we ons aan een dierloos-dinner. Dat niemand van ons dit écht door heeft, zal later blijken wanneer een pak Special Cheese-mix bijna onschuldig in de bechamelsaus verdwijnt. Bijna.   Het recept is duidelijk en onze ingrediënten door Verse Vegetariër (alias de gastvrouw) autistischgewijs klaargelegd. Met een eerder kleine keuken zijn we met z’n vieren duidelijk overstaft. Eens de groenten fijn gehakt zijn, rouleren we in dorito-dipping, gin-tonic-nipping en nonchalant roeren in een pot of pan.   De eerste discussie ontstaat wanneer 250ml water en een volledig bouillonblok Verse Vegetariër wel erg veel lijkt. Na een kleine woordenwisseling neemt Flexitariër het voortouw en volgt plichtsbewust het recept. Zonder terugweg mengen 250ml water plus de volledige bouillonblok zich onder de stovende groentenmassa. We plooien ons tien minuten terug in het salon, dit komt goed.   Tien minuten en een check-up later slaakt Verse Vegetariër een gil van onder een pruttelende pot: “Dat is echt een soepke geworden!”. Vleeseter sust met “linzen die stelselmatig veel vocht opslurpen en uitdampend vocht”. Na nog eens tien minuten is het vocht zo goed als weggetrokken. “De linzen zijn goed bezig” knipoogt Vleeseter. Tijd voor de bechamelsaus. We zitten met geroutineerde koks dus de bechamel is in een hup en een wip klaar. Een op soja-gebaseerde smeuïge massa ontstaat. “Ik mis nog iets”, Vleeseter werpt een snelle scan door de keuken, “kaas ofzo”. Verse Vegetariër: “Amai ja wacht, wij hebben hier nog iets liggen.” Een pak Special Cheese-mix verschijnt uit de deur van de koelkast. “Ja dit gaat echt goed zijn.” Wanneer het opengescheurde pak 45 graden boven de bechamelsaus tilt, roept Overtuigd Vegetariër in een helder moment “Wacht! Kaas! Maar dan is dat gene plant nie meer he?!” waarop het gezelschap kort verstijfd en ook bij de anderen de gevolgen van de ingreep op het recept dagen. “Ahja, ja, da’s just”.   We herstellen snel na deze quasi doodsteek tot plantaardig koken. In een handomdraai legeert Vleeseter bechamel, lasagnebladeren en saus tot een solide geheel waarna de schotel voor 40 minuten in de oven verdwijnt.   Bij de ultieme test zijn we onder de indruk van de combinatie aan smaken en texturen. Vooral de topping van geroosterde zaden en noten kan het gezelschap bekoren. Daarnaast wist niemand van ons huisgemaakte lasagne ooit zo vormbehoudend van ovenschotel tot bord te transporteren. Misschien ligt het aan ons maar in de meeste gevallen glijdt elke verdieping vel na verplaatsing alle kanten op waarbij de tussenlagen als colateral damage uitgesmeerd over je bord eindigen.   Vooroordelen over plantaardig koken hebben we met de sessie mooi uit de weg gewerkt. Dat een bechamelsaus het flepse broertje is van de kaassaus is bij deze ontkracht. Wel zijn we verschoten van het automatisme waarmee we kaas toevoegen om gerechten te ‘upgraden’. Maar kijk, geroosterde zaden en noten kunnen het gratinkorstje ‘on top’ perfect opvangen.  

Vynil
0 0

I. De Reünie

Vanuit mijn wereld stappen in die van het verleden. Onmogelijk? Nochtans staat het me vandaag te gebeuren. Helemaal gepakt en gezakt gaat mijn hedendaagse leventje met het vliegtuig een 20-tal jaren terug. “Taxi!” Ik kijk nog één maal achterom: mijn huisje, mijn voortuin, mijn moto… Ik laat alles tijdelijk aan zijn levenloze lot over. Ik stap in, groet de chauffeur en bedenk me hoe belachelijk tradities eigenlijk wel zijn, maar tevens peins ik hoe suf het zou zijn moest ik als enige niet komen opdagen. De gehele rit zit ik uit de autoruit te staren, kijkend naar wat had kunnen zijn.   Om eerlijk te zijn had ik hier niet erg veel, maar het was genoeg. Zeker voldoende om het verre verleden uit mijn gedachten te bannen. Echter, toen kwam de brief of beter de uitnodiging van Sarah. Nooit gedacht dat ook maar iemand, behalve de harde kern van vrienden uit mijn geboortedorp, mijn nieuwste adres zou kennen. Zou Hij het gezegd hebben? Misschien. Volledig naast de kwestie piekerend stapte ik uit het witgele vervoermiddel. En na het onnoemelijk veel-te-veel-betalen, snel ik met mijn bagage bij de hand naar de ingang van het vliegveld. Ik nader de automatische schuifdeuren en begin hevig te zweten. Het gevoel dat een afstand van tien meter meer dan een volledig uur in beslag neemt – IJskoud is het hier in Barcelona. – De deuren openen niet, ze openen niet, “Yes!” Ze openen niet! Maar met mijn neus tegen de beglazing aangedrukt openen ze uiteindelijk dan toch.   Ik vind mijn kalmte terug en zorg ervoor dat ik mentaal klaar ben voor de periode van aanschuiven en wachten. Ik schakel mijn bewustzijn uit en reboot mezelf pas weer wanneer ik in het vliegtuig zit. Een nieuw model? Men kan bijna volledig door de zijkant en het uiterste deel van de onderkant kijken. Eindelijk lijkt het vliegen écht. Niet langer zit ik in een machinaal monster dat vervuiling als uitwerpselen creëert, maar wel in iets moois. Vliegen is nu het letterlijke beeld waarvan iedereen ooit eens heeft gedroomd. Dat is, als ik richting de zijkanten tuur, want kijk ik recht voor me uit dan zie ik nog steeds één of andere irritante kleuter in zijn toch voortdurend bewegend zitje dat periodiek tegen mijn knieën botst. Weg magie, daarom droom ik maar weg.   Ik ben nog niet wakker, neen, dat duurt nog een kwartiertje. Toch ben ik genoeg ontwaakt om het einde van mijn droom te beleven. Ik sta op een verlaagd platform, alleen en in het midden. Ik kijk om me heen en zie honderden roltrappen waarvan de bewegende band slechts naar me toe komt. Ontsnappen kan dus niet, de band beweegt immers razendsnel naar beneden toe. Desondanks staan er mensen aan de bovenkant en minstens tientallen begonnen te midden van de trap en geraakten zonder problemen boven. Verward word ik wakker en merk ik dat we aan het landingsmanoeuvre begonnen zijn.   Ik ben een vaste slaper.

LAC
0 0

Gij!

GIJ!   Laaggevallen baviaan! Laat mij eruit en haalmij vantussen deze woorden vandaan! Want wat heb ik u misdaan dat gij mij op deze schrale pagina laat bestaan? Vast gevangen in een gedicht, eerder een gedrocht,als ge 't mij vraagt en onbegrijpelijk,dat een schrijver van uw kwaliteit zich aan zulk een spelstuk waagt. Waarom laat gij mij niet vrij gaan? Stop met schrijven, kom, leguw pen neer, zodat ‘k dit bleek blad de rug toekeer en gij niet meer denkt dat ge mijn bewegingen beheert. Want gij denkt dat ge u daar alles kunt laten welgevallen,daarboven in uw godenland en gij denkt dat ge uw personages moogt lastigvallen,met uw pen in uw hand. Maar 't is niet omdat ìk fictief ben, dat ge moet denken dat ik u niet ken, en dat, als ik het wil, u vinden zal en u leren zal, dat personages met respect behandeld dienen. Ik. Ik gemaakt van inkt, ik, ontsproten aan uw gedachten, gij die mij leven inblies, gij, wat gij ook van mij moogt verwachten. Want wat ge schrijft, ik doe er niet  aan mee. Ik weiger de participeren aan dit wanschepsel enik weiger deel te nemen aan een wereld van morfemen. "schrijverke" hier en "schrijverke" daar, 't is als ge 't echt zou kunnen, echt waar, dat 'k u zou bewonderen, maar dat ge hier drie woorden in de juiste volgorde kunt zetten, beschouw 'k alals een der zeven wonderen. Dus schrijver, meneer, kunt ge zo vriendelijk zijn, mij te laten gaan? Zoals het een heer betaamt en dan geeft ge aan, de behoefte van een beschaafd man te verstaan. Kom, haal mij van dit blad en vergeet mijn bestaan.Laat dat dichtertjespelenachterwege, ‘t is beter dat ge nu stopt, nu ge nog niet terdege hebt geflopt en hebt laten zien dat gij eigenlijk talentloos zijt, en dat gij beter ‘t rijmen mijdt. Maar gij zijt een volhouder, Ik heb u al door en ik zie het al: gij zijt niet zinnens mij te bevrijden, neen, gij wilt mij lang lang laten lijden, ik onschuldig ding, object, die gij tussen zinnen wringt, in witregels ademruimte geeft en daarna opnieuw onderdompelt in een met woorden gevulde zee zoals een kreeft lijdzaam de getijden beleeft.Maar hoelang wilt gij nog dat ik in deze dorre droogte van betekenisloze woorden verblijf? En hoelang wilt gij nog dat ik in deze oeverloze witlijnen drijf?   En gij wilt mij toch niet werkelijk als hoofdpersonage uitspelen van dit kaal en vaal verhaal?Ha! Dan wordt uw vertelling ditmaal wel zeer kort!    Kunt gij mij niet geven aan een schrijver die schrijven kan? Kunt gij mij niet opvoeren in een degelijk verhaal, of een degelijk gedicht, niet zoals dit, niets oppervlakkig en letterlijk licht? Maar gij gaat te ver, gij kunt mij niet dwingen in de woorden en zinnen die gij met zielig veel moeite probeert te verzinnen!    Haha!   Huh? Wie zijt gij? Gij durft het mij te storen in mijn betoog tegen de almachtige grote? Maar. Wat lacht gij zo? Waarom zijt gij zo blij en wat is eigenlijk de reden dat gij hier zijt bij mij?    De grote Schrijver lacht mij toe, want in deze witheid zie ik kleur en snuif ik geur. Ik houd echt van dit verhaal, wat prachtig en schitterend allemaal!   Man, gij zijt gek! Op dit papier zijt gij niet meer dan een vlek! Gevangen in woorden, is er nog iets ergers, is er nog iets gestoorder? Schrijver laat ons eruit! En stopt! Ge hebt nu al twee figuren in uw vormeloos veld van woorden gepropt!   Rustig man, rustig! Waarom zijt gij zo boos?  Zijt gij dan niet blij dat de Schrijver voor u koos om deel te nemen aan deze geschiedenis? Wat is uw verdriet en wat is uw gemis?    Meneer de Schrijver, nu vriendelijk en voor de laatste keer: Leg  die pen neer! Stop met schrijven, want ge kunt ‘t toch niet, en vrijheid moet ge mij nu wel gunnen want ge hebt al enkele regels tekst, wat genoeg moet zijn voor wat eten en wat hoerenseks.   Niks daarvan! Almachtige, luister niet naar deze man! Hij weet niet wat hij zegt en hij vergeet dat U het bent die deze bladzij met gekromde rechtenbelegt.   Laat mij met rust en laat mij alleen, in dit witte land, kurkdroog, met enkel een décor van steen, of zand, of modder of geeneen. Alles helder,  nergensschaduw en overal kleurloze oneindigheid. En dat gij ons kunt gooien in zo’n bar land, dat gij dat over uw hart krijgt, schrijver, dat gaat er voor mij ver over. En denk maar niet dat ge ‘t kunt goedmaken met wat gefoefel en wat getover! Neen. Maar weet ge, als gij dan toch zo veel macht hebt, waarom laat gij mij dan niet gaan uit dit schraal, zinloos en besluiteloos verhaal? Waarom stuurt gij mij dan niet naar een plaats met een sofa en een kachel? Met gelach elke dag en verwachtingen elke nacht, warmte waar ik ben en weelde voor iedereen die ik ken?  Waarom maakt gij van mijn leven niet één groot feest, dat’k geniet voor ge ons verlaat en ik de geest laat.   Maar ‘t zijt gij die niet opmerkt dat de Schrijver onzichtbaar op de achtergrond werkt, aanwezig is in alles wat gij doet en alles kent van uw gedachtengoed. Komaan, wenst waar gij heen wilt gaan, denkna over wat gij wilt in uw bestaan! Klimmen wij naar de top van de hoogste berg of zwemmen wij tot de bodem van de diepste oceaan? Wij kunnen naar China, Indië en Afrika, ‘t is maar zoals gij wilt, we doen alles, alles wat uw droefheid stilt!   Ach idioot, gij spreekt voor u alleen. Schrijver, hij spreekt voor zich alleen, want nergens van die plekken ga ik heen! Ik zet mij hier en wacht tot gij mij uit dit verhaal verwijdert, mijbevrijdt en mij naar de uitgang uit deze kleurlozehel leidt.   Maar neen, wat zegt gij nu! Kom, op uw voeten, laten wij door deze letters heen naar een fantastisch verhaal wroeten!   Gij verstaat ‘t echt niet, gij wilt het echt niet horen, ik wil niet één worden met de witte massa, alles hier is verloren. Ik wil zien en ruiken, voelen en proeven, maar hier, in het witte niets is alles bedroevend.    Voor zowaar ik ik ben en gij gij, zo doet Hij wat gij wilt met u en mij, is er daar iets van dat gij niet begrijpt? Iets dat gij niet verstaat? Beseft gij nu niet, dat alles wat gij ooit wilde, nu ook werkelijk gaat?   Ik wilde niets en ik wil niets, en stop met onnozel in de verte te staren en te turen, ga zitten, ge moet u bedaren en uw enthousiasme bijsturen, beseft gij niet dat wij gevangenen zijn? Ik wil weg van dit papier, af dit blad, het zit me echt tot hier, man, ik heb het echt gehad! Hé Schrijver! Kom, laat mij hier uit, voor er een ongeluk gebeurt en gij ‘t u berouwt dat ge ons beiden in één klein miezerig pseudopoëtisch tekstje hebt gestouwd. Ik zeg zelfs meer, zowaar: als gij mij niet loslaat, dan is ‘t dit velletje dat ‘k kapot maak. Ja, gij hoort het goed, het velletje waarop gij uw talentloze praktijken uitvoert. Dan hebt ge niks meer om op te streven, en wat gaat ge dan doen in uw zielig, lachwekkend leven?   Gij, lastpak, duivels kind, pas op met wat ge zegt, houd de schrijver te vriend! Sta op, kom, samen doen we fantastische dingen, en nadien lachen we erom.   Onnozelaar, verdomde kloot, optimistische zak en achterlijke idioot, hier, pak aan, hier nog een, en daar! Oh, ge wilt er nog een? ZEG MAAR WAAR! Jammer dat ge voor op te treden geen ander verhaal koos want ik ben echt boos en gij hebt dit niet vermeden! HIER! En wat zegt ge nu? Bent ge nog altijd zo blij met waar ge zijt? En DAAR! Of wordt het nu ook voor u tijd, dat onze Schrijver u naar huis leidt? Kom, antwoord, in plaats van daar voor dood te liggen. Kom, het is niet grappig, mij zoiets ernstigs voor te liegen!   Sta op! Sta op. Sta op?                     Oké Schrijver….Oké!.... Het zijn nu al drie dagen dat ik in stilte voordoe dat ik de ander zoek, maar we weten allebei dat die weg is, afgeschreven van dit blad, weggeleid door de woorden die gij mij gaf! Want het is uw schuld dat ik hem heb geslagen, en het is uw schuld dat ik hem heb vermoord, want het zijt gij, gij die mij dwingt met het woord, gij hebt mij de daden laten beleven, door mij aangepaste woorden en zinnen te geven, aan te reiken, zodat uw grootheid uit mijn machteloosheid zou blijken, ik, gedwongen tot wat gij mij voorschrijft. Gij hebt bewezen dat gij mij controleert, gij hebt bewezen dat gij de woordkunst goed beheert, maar misschien wordt het nu tijd om mij te laten? Want wat is mijn doel, hier in deze witte leegte? Alleen, geboren uit uw wil, verloren in een wildernis, een woeste woestenij van letters, grote dingen, die gij gebruikt om te beschrijven, maar die mij telkens dreigen te pletten als ik even vergeet op te lettten. Ach, ach, kunt gij mij nog eens van een witregel voorzien? Dat ‘k even kan nadenken en mijn gedachten overzien.   Aha! Nu hebt gij u blootgegeven, nu hebt gij te kennen gegeven, gij zijt aanwezig! Gij, die u zo afzijdig hield, gij hebt mij een witregel gegund omdat ik het vroeg! Maar wat hebt gij dan nog gekund? Hebt gij dan werkelijk deze witte omgeving gecreëerd? Hebt gij mijn platte wereld bedacht en bedist, gemaakt en beslist? Is het uw idee bossen letters te planten? Komt van u het idee, mij prooi te maken van tekens, van symbolen? Wilt gij dat ik word opgepeuzeld door die wrede dingen, word omvergerold door grote kringen die gij op mij afstuurt? Door vraagtekens die gij op mij afvuurt en door het meedogenloze uitroepteken dat mij de hele tijd aantuurt? Is er een reden van uw nietbetreden van uw eigen wereld? Is er een reden, dat ik hier alleen ben? Waarom is deze witte omgeving zo gemeen? Ja, als ik erover nadenk, gij, daarboven, had gij niets beters kunnen verzinnen? Had gij niet beter uw best kunnen doen en zien en voelen dat dit niet werkt? Hebt gij dat dan nog niet gemerkt?   Gij hebt mij beantwoord, schrijver, gij hebt mijn gebed aanhoord, maar waarom verneem ik nu van u geen enkel woord, geen teken, waarom geeft gij geen betekenis aan wat ik u vraag? Waarom geeft gij geen gehoor aan wat ik verzoek?Waarom praat ik eigenlijk? Ik raaskal, ik bral en ik word gemalen door gedachten waarvan ik het aanvaarden niet eens wil betrachten. Ik twijfel, grote, ik twijfel. Waarom ben ik hier? Waarom hebt gij mij hier gezet, in dit witte niets? En als gij mij hier hebt geplaatst, waarom kunt ge u niet opnieuw vertonen? Waarom ben ik hier zo verloren?Ligt het antwoord verstopt achter woorden, letters, tekens en symbolen?Waar, o waar, hebt gij ze verscholen, in de door u opgezette dolen? Want uw wegen werken werkelijk ondoorgrondelijk! Waarom geeft gij van bestaan de ene moment wel, de andere moment geen blijk? Speelt gij met mij? Hebt gij geen respect voor mij?Ziet gij eigenlijk wel of ik besta?Of ik ben?Zijt gij het die mij kent? Of…  Neen, die gedachte vervalt in het niets.Ik geloof in U.  

Kuba Kenos
29 0
Tip

Opportunist

Een terugblik.   Het is Aswoensdag en op de autoradio speelt Tourist LeMC. Hij zingt over de liefde en hoe daar niet mee hoort gesjacherd te worden. Vandaag begint Dagen Zonder Vlees en voor de vierde keer neem ik deel. Het lijkt routine geworden – kaas en veggiesmeersels op de boterham, quorn in de hutsepot – maar dit jaar is er iets verschoven, als een beeld dat door de cameralens eindelijk scherp wordt gesteld.   De voorbije jaren had ik een dubbele missie: niet alleen minderen in vlees en vis, maar ook nog eens in alcohol. Een bijna katholieke invulling: spijs en drank derven. Ik had een welomlijnd doel: als ik op het einde van de Dagen Zonder Vlees, met Pasen dus, aan vijftig dagen ‘zonder iets’ zou komen, dan was ik geslaagd. Een dag zonder vlees of vis was evenveel waard als een dag zonder alcohol. Een dag zonder beide telde dubbel. Op het prikbord hing een papier met twee kolommen: ‘vlees/vis’ en ‘alcohol’. Op elke dag zonder mocht ik een kruisje zetten. Soms dus twee.   Om dat doel te bereiken had ik een eigen telling. Twee dagen met alleen maar vis en geen vlees was toch goed voor één kruisje in de vlees/vis-kolom. Schaaldieren rekende ik niet mee, want die zijn vis noch vlees, toch? Dat maakte het handig om ‘s middags in de bedrijfskantine de dagschotel te omzeilen met een tomate-crevette. En een glaasje wijn na middernacht: ach kom, dat mocht wel op het conto van de volgende dag. Alles om de vijftig kruisjes te halen – wat op die manier ook gemakkelijk lukte.   U merkt het: arithmétique hollandaise. Ik maakte mijn eigen versie van Tourist LeMC zijn lied. Maar dit jaar reed ik op de eerste Dag Zonder Vlees naar de redactie en neuriede ik in mijn hoofd mee:   ik heb zitten marchanderen opportunist moar met ons eten onderhandelde ni   Gedaan dus. Geen rekensommetjes meer. Geen vlees-vis-garnaalgesjacher meer. Oké, ook geen grote alcoholdervingsplannen meer, maar je moet niet meer hooi – no pun intended – op de vork nemen dan je kunt dragen. Ik zou cold turkey gaan met vlees en vis. Die middag was er in de bedrijfskantine een vegetarisch alternatief voorzien. Het universum knipoogde naar mij.   Vijf weken later.   Cold turkey gaan bleek gemakkelijker dan verwacht. En het is nog gemakkelijker als je het met anderen deelt. Ik heb gemerkt: men is (doorgaans aangenaam) verrast, je krijgt tips, je wordt aangemoedigd… Ik heb ondertussen mijn weg naar de biowinkel gevonden, daar zijn meer alternatieven voorhanden en de veggiesmeersels zijn er smakelijker dan in de supermarkt – om van die mieters lekkere spinazieburgers nog te zwijgen.   Heb ik niet gezondigd in die vijf weken? Jawel. Ik heb op bezoek bij mijn moeder één keer vis gegeten. En op een quizavond zaten er plots enkele balletjes in de verse soep. En na het voetballen taste ik onnadenkend toe wanneer er een portie bitterballen op tafel verscheen. Waarmee nog maar eens bewezen is: bij een maaltijd denk je na, snacks werk je achteloos naar binnen. Soit. Vijf weken dus. En nog steeds geen afkickverschijnselen. Daar gaan we een glas op drinken.  

Peter Mangel Schots
24 0