Katrien Meermans

Gebruikersnaam Katrien Meermans

Teksten

Gewoon

Tien paar fel opgemaakte kijkers keuren me van kop tot teen. Op hoge stelten, met de borsten vooruit in J.Lo korte jurkjes eisen zij het beoordelingsrecht op. Ik verstop me tussen mijn lief en een goede vriend en staar een beetje naar mijn All Stars. De uitnodiging vermeldde nochtans expliciet casual, zonder chic. Ik heb ze gepast, de jurkjes en de pumps. Voor de spiegel toverde ik de ene na de andere versie van mezelf te voorschijn. Om vervolgens ieder paar weer netjes op te bergen in de bijhorende schoenendoos, ieder jurkje weer netjes in rij. Gelukkig toont mijn jumpsuit subtiel een stukje blote rug, maar of dit bijzonder genoeg is, betwijfel ik. Nerveus neem ik het gratis welkomstdrankje gretig aan, om de zenuwen te temperen. Bij de eerste – grote – slok verslik ik me in de hoeveelheid rum, terwijl het suikerniveau voor een opstoot aan hoofdpijn zorgt. Paniek overvalt me. Tien minuten. Tipsy en underdressed, tijd om naar huis te gaan. Mijn lief bestelt twee glaasjes water voor me en kijkt me met een dwingende blik aan. Zonder woorden gebiedt hij me mij te gedragen als een vrouw die niet geeft om de mening van een ander. Een vrouw die haar goed in haar vel voelt, ongeacht haar outfit. Maar het kwaad is al geschied. Ik voel me een meisje, zonder veel zin om mee te spelen. Het lukt me niet om kleine conversaties met vreemden aan te gaan. Een talent waar ik anderen soms om benijd. Mijn gedachten blokkeren in de wanhoop en stilzwijgend knik ik instemmend. Gewenningstijd. Geef mij tijd om aan jou te wennen en alles komt goed. Witte wijn. Dank u (mijn)heer. Ik omklem het glas als houvast voor de avond. Voorzichtig kijk ik de zaal nog eens in, zelfs geen vleugje normcore bij de fashionista’s. Ik zucht diep in mezelf en mijmer over thuis, waar casual simpelweg gewoon betekent. (Foto: Erik Wåhlström)

Katrien Meermans
0 0

Cool

“Maar ik wil echt ooit wel eens bij de coole mensen horen.” Ik ken haar niet goed genoeg om te weten of ze het meent en haar lidmaatschap van de cool kids gang over het hoofd ziet. Ik kijk naar hun pingpong spel met slagen van 140 karakters, maar durf zelf niet meespelen. Ik lees haar woorden zwart op wit in magazinebladen en ben een van de meer dan 1500 mensen die wekelijks door haar foto’s scrolt. Blijkbaar is lid zijn van het ene groepje geen garantie voor aanvaarding in een ander groepje. En zijn die groepjes dan geordend volgens een piramidesysteem? Of in een stijgende lijn? Liggen zij her en der verspreid op een horizontale vlak? Iedereen gelijk, maar ook weer niet echt? We zitten aan tafel in zijn appartement en kijken naar de afdrukken van zijn laatste foto’s. De autodidact fotografeert analoog. Ik kijk naar een foto waarop ik met gefronste wenkbrauwen naar de lens kijk. De foto is een beetje onscherp, net zoals de herinnering. Hij vraagt of ik nog fotografeer, waarop ik excuses mompel en eindig met “neen, niet echt”. Mijn gestuntel met mijn oud analoog fototoestel (veel te zwaar!) en mijn onbevangen plezier met vele wegwerpcamera’s zetten hem aan tot fotograferen. Ik deed maar wat. Legde vooral herinneringen vast om te bewaren in een doos. Nooit stond ik erbij stil dat ik misschien wel iemand inspireerde. Sinds jaar en dag bewonder ik hem. Als een rots in de woeste zee van het leven houdt hij stand. Soms kopje onder, maar des te sterker als hij zich weer opricht. Wederzijds respect. Een clubje van twee. Iedereen wil zo graag ergens bij horen dat we soms onszelf als voorbeeld vergeten. Lid van het clubje of niet: “Be strong. You never know who you are inspiring”. (Foto: Katrin Swartenbroux)

Katrien Meermans
0 0

Kleine broer

Ik luister naar jazz. Jazz op de radio. De lichten langs de verlaten autosnelweg gaan schuil in de duisternis en de wagen is mijn boot die zeilt over het asfalt. Na een fijne avond, rij ik weg van ’t stad richting rand van de wereld. Hij woont met zijn lief in het bovenste appartement van een residentie gebouwd in de schone jaren stille. We zitten aan tafel bij het grote raam. De straat gaat verscholen onder het breed bladerdak van een rij stoere bomen. We eten boterhammen met kaas. We lachen. Praten over nieuwtjes en vroeger. Zijn lief zit bij ons aan tafel, maar eet niet mee. Hij is zo aardig geweest om dinerplannen buitenshuis te maken zodat wij zonder aarzelen kunnen keuvelen. Ik zit tegenover hem aan tafel en luister aandachtig naar zijn verhalen over studie en werk. Over dromen en de liefde. Ik bewonder hem, om zijn discipline en kracht. We kiezen voor gemberthee en terwijl het water kookt, vertelt hij over de plannen die ze hebben met het appartement. Hij gesticuleert groots waar de wasplaats komt en hoe de keuken eruit zal zien. Mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht volgt zijn verbeelding niet, maar ik ben er zeker van dat het prachtig zal zijn. In gebreid goed nestelen we ons op het kleine terras achteraan. We lachen. Met twee handen hou ik mijn kopje thee vast en turen we naar de gebouwen. De stilte die over de daken sluimert, verrast me. We troosten. Wanneer een tweede rondje thee trekt, klimmen we via de brandtrap naar het dak. We zijn getuige van een Miami Sunset en voor heel even ligt de wereld aan onze voeten. Alles is mogelijk. Ik zou in zijn hand willen knijpen van geluk, om het zijne en het mijne. Zijn lief vindt ons in het donker bij een kaarsje. We drinken ons laatste kopje van de avond. Ik zou nog even willen blijven, te midden van hun warme liefde. Bij het afscheid geef ik hem een knuffel. Ik knijp even in zijn armen en wens dat hij er voor altijd zal zijn. Zoals een jongere broer die onlosmakelijk met je verbonden is. Mijn courageuse vriend, ook gij zijt een schoon mens. (Foto: Emanuel Smedbøl)

Katrien Meermans
0 0

Balanceren

Het is opnieuw balanceren op het randje. Ik sta voor het keukenraam en kijk hoe de zon achter de brug langzaam de velden in glijdt. Een merel imponeert zijn vrouwtje en mij met zijn gezang. Een trio duiven, dicht bij elkaar genesteld op het bladerdak van de berk, sluit de ogen. De lichten van voorbijrijdende auto’s schudden me wakker. Ja, ik hou echt van deze plek. Een beetje verstopt richting rand van de wereld. De boerenbuiten en de nodige activiteiten zorgen voor de welkome verpozing na een dagje kantoor. Met mijn botten aan, wandel ik met een jongenspasje over ons kleine erf. Langs de bessenstruiken onder de fruitbomen, naar het water. Op de tippen van mijn tenen bewonder ik de overvolle serrebak. Als alle plantjes slagen in hun groei, weet ik binnenkort niet wat ik eerst moet doen. ‘Wat ben je van plan?’, vraagt mijn lief vanuit een stoeltje bij de kippenren. Met een zak potgrond geklemd tussen mijn armen en lijf sta ik met rode wangetjes naast een enorme bloempot. ‘Venkel zaaien.’ Hij schudt een beetje met zijn hoofd en denkt aan het vele hooi dat ik op mijn vork neem. Maar ik moet kunnen ontsnappen omdat het moeilijk blijft. Dat inpassen in een wereld waarin je je niet begrepen voelt omdat je niet krijgt uitgelegd hoe dat nu precies met je zit. Onwennig en bang, kom je afstandelijk en koel over. Een verlegen luisteraar die struikelt over de woorden die haar gedachten niet kunnen volgen. Nieuwe mensen, die tast je liever even af. Uit een ooghoek sla je ze gade, achter je rug volg je het gefluister. Daarnaast ben ik ook ongelooflijk traag. Pieken voor mijn dertigste, dat zal er niet meer in zitten. Ook al zegevierde mijn liefde voor het schrijven in mijn kindertijd en kon ik er mijn tienerverdriet in kwijt, de eeuwige twijfelaar in mezelf rende uiteindelijk heel hard weg voor de leeuwen.Reeds vijf jaar trek ik tijdens de gebruikelijke uren dezelfde schoenen aan en probeer ik onopvallend te passen binnen een of andere maatschappelijke verwachting. Maar als ik heel eerlijk ben, hoor ik thuis aan de schrijverstafel. Met een wand vol boeken als ruggensteun en Max Richter als toeverlaat. Er valt nog veel te leren, de groei is nog maar net begonnen. Zonder te wedijveren met anderen, maar met een beetje druk van het lief ben ik op zoek naar die zelfdiscipline van het schrijven en schrappen. Van het stoppen met angstvallig weg te lopen van ik wat ik toch zo heel graag doe. Ons huis is mijn glazen stolp, ons kleine erf een paradijs en in mijn hart is het soms een kleine hel. Angst zet, vaker dan ik zelf wil, een klem op mijn zijn en durven. Dan is het makkelijk vluchten in uitstelgedrag en opgerold als een bolletje liggen knabbelen op rampscenario’s. Zo nu en dan, staat het water van de ingebeelde ramp tot aan mijn lippen. Dan sluit ik de ogen en tel ik af naar de verdrinking. Tot hij mijn vermoeide lijf uit het water hijst en we mijn verdriet in slaap wiegen. (Foto: onbekend)

Katrien Meermans
0 0

Wonderschoon

Onder de bomen zitten twee grote konijnen. Met rechte rug en bewegende neusjes observeren ze de tuin. Voorzichtig wagen ze zich op open terrein en smullen stiekem van de bloemenweide. Ook de waterhoen is deze ochtend van de partij. In het vogelhuis smult hij van de grote vetbol. Zijn vrouwtje heeft de kat gestuurd. Op de nok van de wintertuin regeert een groep kauwen. Met geheven hoofden houden ze de duiven statig op een afstand. Voor de deur worstelt een roodborstje met een vers gevangen wormpje, terwijl iets verder een vogeltje zo klein bijna onopgemerkt schuifelt. Plots duikt Patrick, het kleine konijn op. Met schattige sprongetjes nadert hij ons nest tot hij zo dicht is, dat ik hem niet meer kan zien. Ik snel naar het keukenraam en niet veel later betrap ik hem tussen onze vergeet-me-nietjes. De spin aan het keukenraam deint zachtjes op het ritme van de wind. Een tweede klein konijn piept door het gat in de deur van de wintertuin. Hij twijfelt en schuifelt terug naar binnen. Even later sluipt hij dicht tegen de muren naar de plek waar binnenkort de kippen zullen kakelen. Knoppen verschijnen op de takken van de bomen. De pruimenboom pronkt zelfs al met de eerste bloesems. Het is zeven uur ’s ochtends en vol verwondering loop ik van het ene raam naar het andere. Ik denk terug aan de voorbije dagen toen tijd niet bestond en de wereld slechts een tuin groot was. Groenten rooien en zaaien. Bloemen schikken en planten. Ik voel de zon op mijn gelaat en de wind in mijn haren. Wroetend in de aarde koester ik deze kostbare eenvoud als zwart goud. Ik omarm ons nest dat als een veilige haven nabij het water ligt. Verborgen achter het hoge riet en beren van bomen. Voor het eerst sinds weken krijgt mijn verlangen naar de schrijftafel opnieuw vorm. Ik heb zowaar echt goesting om te schrijven en te schrappen. Om de ideeën, die een winter lang gebroed hebben, te zien uitkomen. Voor ik het besef, betrap ik mezelf wachtend op het onheil dat zich als een zondvloed over mij zal werpen. Zo veel geluk, is dat een mens wel gegund? Ook wij hebben ons kruisje boven de deur en een emmer historische tranen, maar wat wij vooral hebben is een thuis. En dat … is wonderschoon. (Foto: Christian Heuer)

Katrien Meermans
0 0

Dipje

Op de eerste ochtend van het jaar knijp ik mijn ogen dicht tot ik sterretjes zie. De muziek die in de straat weerklinkt, maakt krasjes op mijn ochtendhumeur. Ik open mijn ogen en staar naar mijn lief, maar hij slaapt te diep om mijn kijkers te voelen priemen. Er verschijnt een glimlach op mijn gezicht als ik aan de vorige avond denk. In een sprookjesachtige kamer vierden we met veel gezelligheid de laatste avond van het jaar. Hij en zij. Wij. Eenvoudig lekker eten en vuurwerk langs alle kanten. De muziek verstoort de herinnering en dwingt me op te staan. Ontstemd graai ik wat kleren van de vloer en kleed me aan. In een slaperige haast, glijd ik bijna van de trap. Mijn hart slaat een slagje over en mokkend sta ik op blote voeten voor het huis. Mijn blik is wazig en ik kan de bron van de muziek niet duiden. Net voor de deur dicht valt, kan ik haar tegenhouden. 'Ook dat nog', mopper ik in mezelf. De stoep is te koud en snel sluip ik weer naar binnen. Gedraaid in dekentjes lig ik in de zetel. Ik staar naar de donkergrijze wolk boven de televisie. Ze volgt me nu al een tijdje en hoe harder ik haar doodzwijg des te donkerder ze kleurt. Met een grote frons daalt mijn lief de trap af om even halt te houden bij de zetel. ‘Muziek’, zegt hij met een zware en vermoeide stem. Ik open de berg dekentjes en dicht bij elkaar kijken we naar dieren in het wild. Bij zijn verschijning drijft de wolk af en lanterfant ze een beetje in een hoekje. Ze lijkt zelfs lichter van kleur en even vergeet ik haar. Maar enkele dagen later, regent het tranen in de woonkamer. Her en der zet hij emmertjes. En in de onweersbui vormen we samen een bolletje. Hij luistert en sust. Hij wiegt en aait. Hij belooft: 'Alles komt goed'. (Foto: Karin and the camera)

Katrien Meermans
0 0

Een nieuw nest

Vanaf de brug kijk ik doorheen de bomen naar het huis. De wind beweegt zich door de takken van de populieren en het gesuis legt elk restje onrust in mijn hart stil. Mijn lief staat iets verder op de brug en kijkt met even grote ogen naar hetzelfde huis. We glimlachen naar elkaar en onze ogen spreken boekdelen. Het huis ligt een beetje verscholen te midden van rust en stilte. Aan de straatkant verborgen achter een ruime stalling. Aan de waterkant in volle pracht voor de recreatieve fietser. Wanneer we het kleine erf opwandelen, fluiten enkele nieuwsgierige vogels naar de onbekende bezoekers. De grote tuin is weloverwogen verwilderd met bloemenweides en bomen. ‘Peren en noten mevrouw. Zelfs een kerselaar! Prachtig toch?’ Als antwoord glimlach ik naar de man in maatpak. Ik zie mezelf de was ophangen. De wasdraad wordt geleid van huis naar boom, op maat van de kleinere vrouw. De houten wasknijpers kletteren in het bakje als ik het in de wasmand zet om naar binnen te dragen. We betreden het huis via de keuken waar mijn lief aan tafel de weekendkrant leest. Ik zet verse koffie en kijk uit het raam naar een voorbijvarend plezierbootje. De poes draalt vragend om mijn benen. Ik geef haar een aaitje en met uitgestrekte voorpoten verlengt ze vol genot haar lijfje. ‘De tegelvloeren zijn authentiek, echte pareltjes als u het mij vraagt.’ Mijn lief kijkt met een lachje over zijn krant heen. Herinneringen staan her en der gestapeld in de woon- en eetkamer. Er is plaats voor een houtvuur waar mijn lief hout op gooit, terwijl ik in de zetel zijn handelingen nauwgezet volg. Het piepende deurtje klinkt vertrouwd. Buiten waaien de laatste blaren van de bomen. ‘Meneer en mevrouw slapen hier nu ook omdat meneer niet goed op de been is. Zoals u kan zien is er dus voldoende ruimte voor een gezellige zithoek.’ Maar waar komt het aquarium? De voute is ingericht als badkamer. Blauw en geel verdwijnen in enkele dagen onder stroken wit. Op zondagvoormiddag schuifelen we, terwijl het bad volloopt, een traag dansje door de ruimte. 'Sta mij toe u de bovenverdieping te tonen.' Op de bovenverdieping ontdekken we twee kleine slaapkamertjes. De notelaar piept binnen bij het eerste, als behoeder van de rustige zomernacht. De onafgewerkte zolderkamer op hetzelfde verdiep zou een ‘prachtige master bedroom zijn’, maar mijn lief en ik zitten er elk al snel aan ons eigen bureautje. Even later bladert hij op de mezzanine in boeken op zoek naar inspiratie voor een nieuw project. Ik lig in het zeteltje en probeer hem te verleiden tot een beetje luiheid. Hij komt bij me zitten en ik leg mijn hoofd in zijn schoot. ‘Wat zijn je haartjes al lang.’ Ik sluit mijn ogen als zijn vingers door mijn haren strijken. We tellen af naar het ontluiken van een nieuwe lente. Onder de bloesems zullen we een nieuw nestje bouwen. (Foto: onbekend)

Katrien Meermans
0 0