De Jaarmarkt
M’n cultuur is ni moeilijk,iedereen doe fatsoenlijk.Kleine kindjes, die vangeneendjes vant kraam,en de grotere kindjesdie verkloten hun lichaam.
De meisjes, die huppelenrond met tutu’s,glitterende vleugels enroze toverstokken,met hun voeten inprinsessensokken.Ze dansen en draaien,kijk naar mij, Mama,kijk wa ik doe,ik ben aant vliegen,en waarom ben jij zo moe?
De jongens, die lopenrond met plastiekin de vorm van een schild,een zwaard of zoiets.Schieten elkaar af meteen beetje fantasie.Ze lopen rondjesachter mekaar aan,jagen op de anderen roepen “Papa, zie!”kijk naar mij, Papa,kijk wa ik kan.Ik ben de winnaar,geef mij nu mijn applaus dan?
Het kerkplein loopt vol,het is weer zo ver,der is weer een redenwe doen allemaal schol.Laat os dit vierenmet alcohol.En dan weer naar huis,de kofferbak volmet de kids en de buggy,de inkopen en de puppy.
T’is een goei leven,denken ze dan.M’n vrienden noges gezien,de kinderen zijn moewant die kunnen spelentot oogjes toe.Shit, ik moet nog ne cadeauwant volgende week is Cindy jarigop den bureau.
En zo gaat het voort,en zo blijft het gaan.Half aanwezige oudersen kids die groeien endan op eigen benen gaan staan.T’is haast een wonder,we gaan net niet ten onder,en een paar gelukkige zielenontsnappen het dealen,gaan op hun weg en vindengrotere dingen.
Maar wie ben ik,om kritiek te geven?Ik ben hier ook,kben niet beter dan hen.Ik stook graag een vuur,een borrel is tof,maar kweet ook wel beterdan de gemiddelde prof.Is da arrogant? Zeg ma ja of nee.Alst een ja is dan ben ikhelemaal meein mijn cultuur,in mijn wereld, want diehou ik kleinzodat ik de grootste kan zijn.