Tine Tytgat (2)

Gebruikersnaam Tine Tytgat (2)

Teksten

Tip

beste dokter

Beste dokter, U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor. Anderhalf jaar geleden was ik bij u voor een ingreep. Ik vermoed dat u zich mij niet herinnert, en dat begrijp ik. Uw werk zal niet altijd gemakkelijk zijn, u ziet veel mensen en af en toe een beetje lichtvoetigheid werkt prettiger. Maar zo voelt het natuurlijk nooit voor uw patiënten. Ik weet de precieze dag nog, en het uur. Er waren drilboren aan het werk op de Rooseveltplaats die de stenen en de aarde omwoelden, en de lucht was grijs van het stof. Ik vond dat wel toepasselijk. In het onpersoonlijke kantoorgebouw durfde ik amper op de knop van de derde verdieping drukken toen er twee maatpakken in de kleine lift stapten. De wachtzaal baadde in de zon en was bevolkt door een oudere vrouw die haar blik strak op haar magazine hield, een stil jong koppeltje en dit hoopje ellende. Ik kan mij haarscherp herinneren hoe ik u vertelde wat er gebeurd was, en hoe u keek tijdens dat eerste consult, want daar kon ik zeven lange zondige dagen op kauwen. Ik weet dat die zeven dagen niet uw schuld zijn. U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor.  Maar nog meer dan dat eerste consult, werden de woorden die u tijdens de ingreep zei gegrift in mijn ziel. Ik droeg ze mee, terug de auto in, naar huis, in mijn bed, en op lange wandelingen in een poging ze te laten vervliegen in de zeelucht. Toen ik daar lag met mijn voeten in de beugels en ‘ad ultimum’ mijn akkoord nogmaals moest ondertekenen, vroeg uw assistente langs haar neus weg of ik die vrouw was die niet had gevoeld dat haar man geen condoom had gebruikt. U schoot in de lach. U knikte en hikte van het lachen. U vroeg aan mij hoe dat in godsnaam mogelijk was, en ik merkte dat u niet van mijn verhaal geloofde. Had ik meteen kunnen zeggen dat ik dat ongepast vond? Waarschijnlijk wel. Maar de schaamte-inductie van de zeven dagen wachttijd had zijn werk gedaan. Ik begreep plots ook niet meer hoe die zinnenprikkelende warme zomeravond met iéts teveel wijn ooit werkelijkheid had kunnen zijn. Hoe het leven in mij plots wakker was geworden en ik alles had toegelaten in een wervelende omhelzing waar geen plaats meer was voor praktische beslommeringen.Ik had te veel vertrouwen en te veel wijn. En blijkbaar een dove foef.  De tweede assistent kwam in de kamer, en er werd mij gevraagd om het verhaal ook aan haar te vertellen. Had ik dan op de rem moeten drukken? Zeker. Maar luttele minuten later zou u met een zuigdarm in mijn baarmoeder binnendringen, en dat “zou wel eens pijn kunnen doen”. Dan wil je de handen die die darm bedienen liever te vriend houden, dus lach je mee.  Mijn psycholoog sprak van post traumatische stress. Natuurlijk valt er iets voor te zeggen dat dat lag aan de hele ervaring en niet louter aan uw aandeel. Misschien, maar ik wandelde van De Panne naar Nieuwpoort en ik kon mezelf vergeven. De hulpeloosheid die ik voelde op die tafel, onder uw handen, kreeg ik niet uitgewist.  Ik weet het, u bent de vijand niet. U bent één van de goeden die dit levensreddende werk willen uitvoeren, en daar ben ik u dankbaar voor.  Maar als u de komende jaren één keer uw tong omkeert voor u lichtvoetig grapt ten koste van een vrouw die net zeven dagen nadacht heeft of ze haar kind op aarde zal zetten dan wel aan de aarde zal toevertrouwen, zal die dankbaarheid ook juist voelen.   Met vriendelijke groet,   uw patiënte.

Tine Tytgat (2)
183 12