Het was een boeiende reeks in de krant: Wat maakt het leven de moeite waard? De antwoorden waren divers. Vaak was het werk. Is je beroep wat het leven de moeite waard maakt? Een beroemde psychiater verwoordde het treffend in een interview: "Mijn werk is mijn jas. Die heb ik altijd aan."
Of doe je die jas 's avonds uit omdat die niet meteen voor geluk zorgt? Begint daarna wat jouw leven de moeite waard maakt?
Bij mij is het een beetje van beide. Het toetsenbord en mijn stylo vormen mijn jas; die gaat zelden uit. Maar maandag is ook een jassendag. Dan eten we samen, met de hele bende. De patatten worden als het ware geschild op de krant waarin het artikel stond over wat het leven de moeite waard maakt.
Ik wil maar zeggen: voor mij zijn het ook de aardappelschillen die het leven de moeite waard maken.
