Bicepsen en tricepsen
horen thuis in een hart.
Ik moet dat de manosfeer
nog laten weten,
maar ik vind geen
contactformulier
op hun homepage,
enkel meningen.
Mannen met een gespierd hart
kunnen de liefde aan.
Ze zijn dan ook getraind.
Voor hen geen fitness,
ze zijn te druk met liefhebben.
Daar krijg je pas echt
brede schouders van.
Het is een hele klus,
zo’n hart met zoveel kamers.
Daar woont ook nog eens dat lief,
met al haar bagage.
En ze reist niet bepaald licht.
Zoals Jezus van water
wijn maakte,
maakt zo’n man er zomaar
een paar kamers bij.
Daar heeft hij
geen bouwvergunning
voor nodig.
Wie wil nu niet
zo’n geliefde.
Die houdt dat hart
als een nieuwe man proper.
Dweilt je trauma’s op,
dumpt je vuilnis
en heeft zo geen tijd
voor een ex.
Zelfs tante Kaat
is verbaasd.
En zo delen ze hun hart,
hartstochtelijk.
Een hart dat openstaat,
tocht weleens.
Maar een echte man
krijgt daar geen
stuiptrekkingen van.
Die koopt een hond.
Een tochtborstel
die kwispelt.
Plek genoeg
in die kamers.
(Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay)

