Ze hadden al zo lang niets meer tegen elkaar gezegd dat de stilte wortel had geschoten. Enkel de discussie, die aan domme kracht had gewonnen als een vernietigende storm, echode nog wat na. Mark en Jan staarden voor zich uit, langs elkaar heen, naar een onbestemd punt in de verte. Al kon de verte nooit echt ver zijn in het kleine café onder de drukkende schaduw van een kerktoren.
Jan probeerde zo geruisloos mogelijk van zijn glas te drinken om geen rimpelingen in de lucht te veroorzaken. Het doorslikken van het abdijbier verliep geruisloos, maar het witte schuim dat achterbleef op zijn snor dwong hem toch tot een beweging. Toen hij zijn hand naar zijn gezicht bracht, draaide Mark traag zijn hoofd als een wolf die zijn prooi weer in het vizier kreeg.
“Meen je dat nu echt?”, sprak hij met van woede trillende stem terwijl Jan de rug van zijn hand likte.
“Ik kon niet anders. Hij vroeg me als eerste. En hij wist dat ik al langer van plan was om ermee te beginnen. Wat moest ik dan zeggen?”, antwoordde Jan met onsamenhangende zinnen die hij in de donkere uithoeken van zijn hoofd had bijeengeschraapt.
“Je had misschien kunnen zeggen dat je het mij had beloofd. En weet je wat, dan had je nog niet eens gelogen”, sloeg Mark zo hard op de houten tafel dat de borrelnootjes een kort vreugdedansje maakten.
“Op dat moment blokkeerde ik. Ik had zijn vraag helemaal niet verwacht. Je weet hoe dwingend Eric kan zijn? We zaten daar dan ook nog eens op die koffietafel naast de weduwe van Laurent. En die vond het meteen een goed idee, want ze zei zelfs dat ik de racket van Laurent kon krijgen.”
“Ah, is het dat? Te gierig om zelf een racket te kopen. Je moest je schamen. Laurent is nog niet koud of je neemt zijn plaats in met zijn racket!”
Mark trok de jas van de leuning van zijn stoel en sloeg met hoekige bewegingen fors zijn armen in de mouwen. De borrelnootjes dansten van de tafel de afgrond in.
“Veel plezier met je padelpartner. En eigenlijk, als ik er zo over nadenk, is het toch niets voor mij. Zo'n sport die klinkt als een overreden poedel.”
