Met zicht op de bergen, de kamer wordt van ons. Het bed geprangd tussen de muren, bij de plinten de uitschuivers verf. Twee dekbedden, twee lichamen. Geen éénwording, niets te scheiden. Met gloedvolle blik naar de lavabo kijken, beurtrol man/vrouw of koude douche. Vermoeid kruipen we weg, het kussen naaadloos bij het ander. Hier behoren wij. Twee lieve nachten, minnende sterren met een immense hoeveelheid zwart. Het tellen wil maar niet beginnen.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

