Casa obscura, casus cinereus

8 mrt 2026 · 2 keer gelezen · 0 keer geliket

 

via toegangsdeuren die zelfs hun scharnieren ooit hebben verraden

het was met wentelingen naar een ondergang misschien een keldertrap

door de sluwe gangen met een tegelvloer voor mank geschaak

naar de tuinen waar de ondergrond met veel ongemak de tijd verteert

weg zijn de bloemen en ze verschijnen weer die boomskeletten

raven hebben er hun nesten, de gebroken takken zijn getemd 

is er iemand die de doornstruiken snoeien durft, bloed graag proeft

wil de hemel mij nu zeggen waar de rode pannen zijn gebleven 

wil het maanlicht schijnen, de gordijnen met wat tederheid bekleden

waar is het bed zonder die spijkers, geef die kaars nooit meer vals vuur

laat me rusten in de weemoed, slapen op die asse van verkoolde tijd

adieu wereld, fout been en fontein vol treurnis, het is tijd

ik moet weer moedig opstaan, durven, steigeren gelijk een mier

het is naar die gebarsten regenboog, weg van hier, dat ik trekken zal

onderweg naar overmorgen, via gisteren, opnieuw door dat gellegat

door die boringen gemaakt voor kleinigheden in de bast van treurwilgen

naar die stervende rivier, met zijn heen- en weerwolf op dat vlot

grauwe nevel doet de wanhoop goed, de regen is voorlopig echt

voor hoe lang nog, voor welk duister doel, loerde ergens ooit geluk

heeft de toekomst ooit gebloeid, roeide ooit een lichte bries me tegemoet

was er ooit een kans dat er larven zouden dansen op het wateroppervlak

vraag me nu niets meer, verdwaalde uil, mijn vingers worden liever stil

ik wil dit plot verlaten, proeven eten van het dunne winterlicht

 

 

 

 

uit de reeks 'Reizen met Ricky'

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

8 mrt 2026 · 2 keer gelezen · 0 keer geliket