Ik doe het met de brokstukken die ik herinner. Wat ik dan precies doe en of dat überhaupt iets van ‘verschil’ maakt, daar heb ik in te vertrouwen. Dat vertrouwen glijdt telkens, als een huid die niet wil hechten, van mijn botten. Maar ik doe het toch maar; die ingevingen vorm geven, die gevoelens vertalen. Ik maak bewegingen in de ether, zing en spreek energie die ergens anders iets aanraakt.
Dankbaar voor de woorden waarmee ik deze ongebonden spontaniteit kan hard maken, al vallen die woorden vaak in de zijlijn van een geforceerd bestaan. Het zijn er ook te weinig, voel ik, mijn woordenschat reikt maar tot aan de grenzen van mijn wereld. En ik wil net schrijven over wat er achter, of eerder onder, die wereld ligt. Symboliek is een poort naar het vormloze. Taal is de brug naar het onuitspreekbare. Wie heeft ooit bedacht dat er poorten en bruggen nodig zijn om daar te komen waar we eigenlijk in essentie altijd zijn?
De realiteit doet zich nu zo voor, schijnbaar ondoordringbaar en overtuigend. Een dikke laag beschaving die me ervan probeert te weerhouden om de sterren te zien en de aarde te ruiken. Alleen al een vermoeden hebben van wat er zich achter de weerbarstige korst van artificiële cultuur bevindt, mag een wonder heten. Want Afleiding en Misleiding zijn de leiders van deze creatie. Tijd en Aandacht zijn de valuta waarin we hen betalen.
Elke schreeuw om bevrijding, gierend door de gaten van vergetelheid, wordt onmiddellijk overstemd door leugens en weggelachen als een apathische zucht. Het heeft geen zin, zou je zeggen en ik ga hier niet het tegendeel beweren. De zinloosheid van het leven is een wit blad papier waarop je je als een kleuter mag uitleven. Vul de zin zelf maar in! Ben je uitgetekend, dan krijg je een ander blad. Dat is het karmische rad van herhaling. Je mag tekenen wat je wilt, toch tekenen de meeste mensen steeds dezelfde cirkel, mooi gepositioneerd binnen de grenzen van het blad. Ik zit zelf halverwege zo’n cirkel, met de intentie om er een spiraal van te maken. Of om de lijn naar buiten toe af te buigen. Ik ben nog aan het beslissen. Mijn andere hand tast ondertussen langs de randen van het papier, loopt daardoor snijwonden op, maar weet nu zeker dat er een einde is.
Ik zie een paleis waarvan de wanden volledig bekleed zijn met tekeningen van cirkels. Een plaats waar ze bij elkaar verzameld worden, als een uitgestalde oogst van rijpe vruchten. Al die circulaire levenszin, die creatiekracht, wordt er geconsumeerd. Het is de brandstof van de illusie die zich hier zo onomstotelijk voordoet. Valt er aan te ontkomen? Zijn onze voorgeprogrammeerde cirkelbewegingen te doorbreken?
Ik wil geloven van wel, maar het voelt als jezelf redden uit drijfzand terwijl je er al tot in je nek in zit. Diep ingebed in het onnatuurlijke leven, ontstaat er met de tijd aanvaarding en berusting. Niet op een harmonische manier, eerder vanuit een afgevlakte bewustzijnstoestand en moeheid. In artificieel comfort levend, onverzadigbaar consumerend en eindeloos vermaakt door een beeldscherm zakt de moderne mens dieper in het zand van welvaart. En als je, ondanks alle mindcontrol, hypnose en afleiding toch nog herinnert dat er meer is, dat je meer bent, wordt het leven er zeker niet gemakkelijker door. Het herinneren is één ding, maar wat je er uiteindelijk praktisch mee gaat doen, dààr zit de kans op bevrijding.
En dan is er die twijfel waarover ik maar blijf struikelen, alsof hij mij telkens bewust voor de voeten wordt geworpen. Het was ook twijfel die mij deed afdwalen van het voorgeschreven pad en mij hielp om te herinneren. De twijfel over wat ‘normaal’ werd bevonden, bijvoorbeeld. Maar de twijfel is ook lang na mijn conclusies blijven doorlopen. Twijfel, onzekerheid, angst en verwarring lijken wel standaard ingestelde frequenties te zijn in deze wereld. Golflengtes die we kunnen overstijgen, maar net als drijfzand ons naar beneden willen trekken. Het vraagt wilskracht, zelfvertrouwen en, in deze wereld vol verleidingen, zeker ook discipline om niet opgezogen en geconsumeerd te worden door het onnatuurlijke.
In de gebarsten ruimte tussen vermoeide gelatenheid en opflakkerende creatielust wortelt mijn magie. Ze groeit doorheen alle spleten die het onzekere nalaat. Ik wiebel en ploeg mezelf dagelijks doorheen de stugge massa van overleving. Vroeger was er ook ‘overlevering’; oude wijsheden die traditioneel werden doorgegeven. Nu moet je het zelf uitzoeken, liefst zonder teveel in je hoofd te gaan zitten. Ieder moet voor zichzelf het warm water uitvinden. En de resten die overblijven aan elkaar lijmen. Wensend dat het volgende eindpunt niet weer hetzelfde beginpunt blijkt te zijn.

