Gezichtsverlies.
Alsof je plots een stuk van jezelf laat vallen. Je hoort het niet eens. En daar ligt het, alsof het er al altijd lag.
Het is een beetje zoals een bh die losspringt. Geen waarschuwing, geen klik, veel drama. Daar sta je dan, in je leeg ornaat. Niemand heeft een reserve‑exemplaar in zijn handtas. Althans, ik niet. Controlefreaks wel, vermoed ik. Die hebben waarschijnlijk ook een reserve gezicht, mooi opgevouwen, naast de zakdoeken. Een snotneus willen ze evenmin.
Maar goed, dat gezicht dus.
Dat kunnen we verliezen. Maar wie raapt dat op. En wil je een gevallen gezicht eigenlijk wel terug. Het ligt daar toch maar op de stoep, tussen wat al eens gekauwd is.
Nee, de vinder mag het houden.
Misschien kan die er wat mee.

