Ik ben het hoofdpersonage.
Althans, volgens mijn huisgenoten.
The main character,
in filmjargon.
Dat klinkt stoer,
maar ik speel alleen,
zonder stuntman.
Ik hoop maar
dat ik de protagonist ben,
al vermoed ik
dat ze stiekem fan zijn
van de antagonist.
Die krijgt de leukste dialogen.
En die garderobe dan.
Dan zijn ze ook bij mij
aan het juiste adres.
Ik hou wel van wat tegenwind,
mijn haren liggen dan beter.
Een weerborstel
goed voor mijn ego.
Een personage
waar niet veel mee te beleven valt:
zelfs een soap
krijgt dat niet verkocht,
alle dramatische muziek ten spijt.
Ik schrijf de scenario’s
hier thuis
wel niet alleen.
Er loopt genoeg volk rond.
En het zijn heus
niet alleen figuranten.
Audities slaan ze over,
niet slecht voor ons budget.
Ze wisselen zelfs
graag eens van rol.
Groei,
heet zoiets,
of artistieke chaos.
Het moet wel
geloofwaardig blijven:
wie ooit zoontje speelde
moet niet plots
de rol van ouder nemen.
Geen kijker
die dat gelooft.
Al gelooft hij het zelf wel.
Een portie method acting,
met een sausje van enthousiasme.
Waarom ik precies
het hoofdpersonage ben,
hoor ik mezelf vragen,
Oscarwaardig verbaasd.
Ik weet heus
dat ik mijn plek
op de bühne inneem,
nog even wachten
op mijn souffleurs.
(Afbeelding Libracesp Pixabay)

