De Hollandse ziekte is ook hier een toenemend probleem. Het is geen ziekte an sich, maar wel het symptoom van het praten tijdens optredens. De babbelziekte. Je snavel even toehouden is voor sommigen een onmogelijke opdracht. Meneer De Uil hebben ze wellicht niet gekend.
Onlangs stond er nog een hele babbelclub naast me. Een clublid stond zelfs met haar rug naar het podium. Ik probeerde er niet naar te luisteren, maar wel naar de mensen voor wie ik met plezier had betaald.
Tegelijk aanschouwde ik de op alle mogelijke manieren bewegende medemensen. Bij een man ging het hoofd telkens naar voor en achter. Min of meer zoals een duif. Het deed me denken aan die mop: ‘Weet je hoe een duif een dancing binnenkomt?’ Je kan dat niet vertellen. Je moet het zien.
“Och, we hebben allemaal iets”, zei vader vroeger.
Dansen deed hij niet. Maar wel swingen met wijsheden.
