Kijk, daar staat een echte buitenbeller. Het is behoorlijk guur weer, maar toch staat hij daar, met enkel een trui aan, onder het terras van de taverne met de telefoon aan zijn oor. Want als je gebeld wordt, heb je geen tijd om snel een jas aan te trekken.
Een echte buitenbeller rept zich meteen naar buiten. Hij neemt binnen zijn telefoon al op en zegt dan tegen de persoon aan de andere kant van de lijn iets in de zin van 'Wacht even, ik ga naar buiten'.
Eenmaal buitengekomen deelt hij eerst zijn locatie met de persoon die hem gebeld heeft. Het is geen nieuw fenomeen, maar je ziet ze tegenwoordig minder vaak. Dat heeft met de draadloze oortjes te maken. Dan lijkt het alsof ze tegen zichzelf praten. Vroeger was dat genoeg om aangestaard te worden.
Een buitenbeller kan ook een buitenroker zijn, want dan profiteren ze van het buitenbellen om meteen te gaan buitenroken. Andersom zal het ook wel eens gebeuren, maar toch beduidend minder.
Ik ken deze buitenbeller. Hij zwaait uitbundig. Misschien zegt hij tegen zijn gesprekspartner dat hij naar mij zwaait, want die kan natuurlijk niet zien dat de buitenbeller aan het zwaaien is. Maar zo duurt het gesprek wat langer en kan hij bij het terug binnenkomen tegen zijn tafelgenoten 'sorry, dat was dinges' zeggen en zo een gesprek over dinges op gang brengen.
Buitenbellen kan een behoorlijke meerwaarde voor het sociale gebeuren zijn.
Nu steekt hij ook zijn duim naar mij omhoog. Dat weiger ik pertinent. Gewoon terugzwaaien zal wel genoeg zijn.
Destijds waren er alleen binnenbellers. De eerste buitenbellers kwamen er met de eerste generatie draagbare telefoons. Dat kon in het begin alleen thuis, op het terras. Dan lag ineens die telefoon daar.
Het lijkt alleen maar zo, dat de tijden veranderen.
