"Er is een laatste keer voor alles."
Dat klinkt als een bijzonder goedkope levenswijsheid. Zo eentje die op een houten plankje in een interieurwinkel staat, naast Live, Laugh, Love en een kunstplant en stokjes met de geur van musk.
Maar het is wel waar.
Er is een laatste keer dat je je kind optilt. Een laatste keer dat je iemand een verhaaltje voorleest. Een laatste keer dat je met een bepaalde auto rijdt, op een bepaalde stoel zit of een bepaald huis binnenwandelt. Alleen hangt er zelden een bordje bij waarop staat: "Opgelet. Dit is het. Geniet er nog even van."
Arthur kwam vroeger elke ochtend bij mij in bed liggen. Ik hoorde zijn kleine voetjes over de vloer trippelen, helemaal rond het bed, tot hij aan mijn kant was. Dan kroop hij onder de dekens, dicht tegen mij aan. Een klein, warm lijfje dat nog even de dag wilde uitstellen. Dat deed hij elke ochtend. Jarenlang, denk ik. En op een ochtend deed hij het niet meer. Ik weet niet wanneer de laatste keer was. Ik weet zelfs niet of ik die ochtend wel wakker genoeg was om ervan te genieten. Misschien heb ik gemopperd dat hij moest opschuiven. Misschien heb ik gezegd dat het nog veel te vroeg was.
Had ik geweten dat het de laatste keer was, dan had ik hem waarschijnlijk nog wat steviger vastgehouden.
Met Lucas ging ik vroeger samen in bad. Duizenden keren, bij wijze van spreken. Het was ons moment. Even rustig bijpraten, zonder haast, zonder afleiding. Over zijn dag, over wat hem bezighield, over grote gebeurtenissen die achteraf meestal bijzonder klein bleken en kleine gebeurtenissen die voor hem op dat moment de hele wereld waren. We zaten daar te weken en te vertellen. Soms tot het water koud werd en onze vingers eruitzagen als rozijnen. Ik herinner me dat ik ooit tegen hem zei dat er een dag zou komen waarop de badkuip te klein zou zijn voor ons beiden.
Intussen is die badkuip ongetwijfeld veel te klein. Lucas is groot geworden. Zijn benen zouden vermoedelijk aan alle kanten uitsteken en ik zou ergens tussen de kraan en zijn knieën moeten plaatsnemen. Maar wanneer we voor het laatst samen in bad zaten? Geen idee. We hebben die laatste keer niet gevierd. Geen kaarsjes, geen toespraak, geen plechtige overhandiging van het badeendje. Niemand die zei: geniet ervan, dit is het einde van een tijdperk.
We hebben gewoon de stop uit het bad getrokken, ons afgedroogd en zijn verdergegaan met ons leven.
Zoals dat gaat. Soms weet je achteraf wel heel precies wanneer de laatste keer was.
Zoals bij Eric. Ik zag hem nog in de lift op het werk. Ik had hoofdpijn en voelde me niet goed. Hij zei dat hij wel zou afsluiten. Dat ik naar huis moest gaan en goed voor mezelf moest zorgen. Een gewone werkdag. Een gewone lift. Een paar gewone zinnen tussen twee collega's. Ik vertrok op vakantie. Drie weken later kwam ik terug en was Eric er niet meer. Ik denk soms aan die lift. Aan hoe achteloos we afscheid namen. Hij zei nog: Goede reis.
Goede reis. Er zijn woorden die achteraf een heel ander gewicht krijgen.
En dan zijn er nog de laatste keren waarvan je pas veel later beseft dat ze een afscheid waren. De laatste keer dat ik met mijn gele Twingo reed. De laatste keer dat hij me kuste. De laatste keer dat ik samen met hem en zijn kinderen aan tafel zat. Gewoon eten, praten, glazen bijvullen. Een flauwe grap. Na die laatste ruzie kwam er geen volgende keer meer.
Ook dat is vreemd. Dat je midden in een leven zit waarin alles zich lijkt te herhalen, tot plots blijkt dat iets voorgoed voorbij is. En niemand heeft het aangekondigd.
Ik vraag me soms af of we niet wat bewuster zouden moeten leven. Meer aandacht hebben voor de kleine dingen. Een kind nog wat langer vasthouden. Een collega iets vriendelijker groeten. Nog eens goed kijken naar de mensen die rond onze tafel zitten.
Maar stel je voor dat je werkelijk elke dag zou leven alsof alles voor de laatste keer gebeurt. Dat lijkt me een regelrechte ramp. Dan zou ik 's morgens al emotioneel worden bij het uitzetten van mijn wekker. Misschien is dit wel de laatste keer dat ik om zeven uur opsta. De laatste keer dat ik mijn tanden poets met deze tandenborstel. De laatste keer dat ik een boterham met kaas eet terwijl ik naar het nieuws luister.
Bij de bakker zou ik ontroerd afscheid nemen van de verkoopster, die mij vervolgens vermoedelijk zou vragen of alles wel goed met mij gaat. Op het werk zou ik na iedere vergadering nog even blijven staan om iedereen persoonlijk te bedanken voor de mooie momenten die we samen hebben beleefd. Ook na een vergadering over de aankoop van nieuwe vuilnisbakken. En bij het verlaten van een restaurant zou ik de ober omhelzen. Voor de zekerheid. Misschien eet ik daar nooit meer een garnaalkroket.
Het leven zou één lange afscheidsplechtigheid worden. Met toespraken, tranen en voortdurend de behoefte om alles nog één keer goed in me op te nemen. Ik zou nergens meer geraken. Zelfs naar het toilet gaan zou een emotionele onderneming worden.
Misschien is het dus maar goed dat we niet weten wanneer iets voor het laatst gebeurt. Dat we gewoon verder leven. Kinderen onderstoppen, samen in bad zitten, ruzie maken, zoenen, werken en met hoofdpijn naar huis gaan.
Dat we niet bij elk afscheid denken aan de mogelijkheid dat het definitief is. Dat we niet voortdurend de balans opmaken van wat we allemaal kunnen verliezen.
En toch. Ik vind het jammer dat ik niet meer weet wanneer Arthur voor het laatst rond mijn bed trippelde. Of wanneer Lucas en ik voor het laatst samen in bad zaten.
Ik zou die momenten graag nog eens overdoen. Niet om er plechtig afscheid van te nemen. Gewoon om nog heel even te blijven liggen. En te kletsen tot het badwater koud wordt.

