De Belgen spelen een vriendenmatch. Een vriendschappelijke wedstrijd. Het betekent gewoon dat de wedstrijd niet meetelt voor een ranking of een tornooi. Het is niet de bedoeling om arm in arm of regelmatig knuffelend over het veld te stappen.
De term lijkt tegengesteld, want voetbal is altijd op de scherp van de snede. Ook tijdens vriendenmatchen tackelen ze de tegenstander tegen de grasmat. Alsof het wel om de knikkers gaat.
Toch blijft het een mooie term, die vriendenmatch. Een ‘uit- en thuismatch’ is ook zoiets. Vraag me niet waarom, maar het heeft iets.
De mooiste hoor je bijna niet meer. Wel tijdens de matchkes in onze jonge jaren. Een ‘vliegende keeper’ was een doelman die mocht meevoetballen. Het werd al bij de start van de wedstrijd vastgelegd. “Vliegende keep?”, was altijd de vraag. Afgekort, want er was geen tijd te verliezen.
Het is nooit verloren tijd geweest, al die matchkes.
