De slaap van de rede brengt monsters voort.
Ik ben geen Spaanse schilder,
maar slaap ken ik.
Monsters ook,
helaas geen sector
waar winst te rapen valt.
Meestal duw ik mijn rede uit bed,
die neemt te veel plaats in
en snurkt bovendien.
Ik leg haar op mijn nachtkastje,
naast het lampje,
ik laat er de hele nacht
licht op schijnen;
rede denkt beter met een kleurtje.
’s Ochtends zet ik haar weer op,
als lenzen
die een nacht lang
hebben liggen weken.
Dan stap ik fris en monter
de wereld in,
druipend van rede.
De monsters
krijgen alle plek in bed,
Ik ga die niet verbannen,
ik word daar niet voor betaald.
Het is een heel leger,
en zelfs ongewapend
ga je dat niet te lijf.
Ze mogen mijn dromen
dus kapen.
Ik vaar gedwee mee,
want zonder ratio
zijn de wateren behoorlijk woelig.
Golven die beuken
spreek je maar beter niet tegen.
Die nachtvissen
kunnen er trouwens ook wat van,
vraag het Goya maar.
Die schildert ze beter
dan ik ze kan ontwijken.
Tijd om op te staan,
en te rusten.
(foto MeisterDrucke)

