Ze zou eindelijk korte metten maken met al haar thesissen en antithesissen.
Tijd voor synthese.
Nu haar leven haar overweldigde, kon ze dat leven maar beter samenvatten.
Ze zou beginnen schrijven.
Ze moest wel een vorm kiezen.
Een boek was geen optie, ze zou blijven schrijven.
Een begin, tot daar aan toe, maar een einde?
Een essay zou te veel opzoekwerk vragen.
En ze zocht al elke dag naar zowat alles.
Ook gedichten waren geen optie.
Ze probeerde al zo lang vruchteloos om het leven te zien zoals het was.
Nog meer dubbele betekenissen zouden haar dubbel doen plooien.
Lenig was ze nochtans niet.
Dan maar cursiefjes.
Ze was dan wel impulsief, maar voor die keuze ging ze niet over één nacht ijs.
Zelfs niet over een halve nacht, minstens een drievierdenacht.
Ze hield nu eenmaal niet van koude voeten.
Ze had zich ingelezen, niet te lang, haar impulsiviteit bleef haar parten spelen.
Cursiefjes hoor je blijkbaar af te ronden met een kwinkslag. Dat vond ze wel wat.
Misschien had ze haar ding gevonden.
En kon ze zich eindelijk uit de slag trekken.
Met een kwink dan nog.
(Afbeelding van A_Different_Perspective via Pixabay)

