Mijn potlood spietst mijn neus.
Dat doet het wel vaker
als ik examen afleg.
Liever een gespietste neus
dan een gebroken kop.
Intussen vechten
tiener‑ en angstzweet
om de winst.
Het pleit is snel begoed;
tegen puberzweet
kan geen muffe angst op.
Zo’n lokaal wordt nooit verlucht,
die leerstof zou maar eens
door het raam vliegen.
Alsof iedereen met zijn mond open
nadenkt.
Zelfs de oksels blijven dicht;
één druppel zweet op je blad
en je uitkomst is gewist.
Niet dat ik bij wiskunde
veel onuitwisbaar opschrijf.
Ik heet dan wel Wiske,
de wis viel ver van de kunde.
Intussen zit de dag
de nacht achterna,
schudt de angst
uit de droom.
Die ligt knock‑out
op de grond.
De angst had maar
een helm moeten dragen.
Of ik rustig kan worden,
vraagt mijn man ongerust.
Samen vallen we
terug in slaap.
(afbeelding Vecteezy)

