‘Zelfs in de koelkast kan je lachen.’ Dat was de zin waarmee ik ging slapen. Ik had de ijskast geopend om nog wat water te drinken en daar zag ik de pot augurken staan. 'Dwarsliggers' las ik op het etiket.
Vanochtend viel me de pot augurken opnieuw op. Dwarsliggers. Waarom was dat gisterenavond eigenlijk grappig? Wellicht omdat het woord me nooit opgevallen was.
Ik was waarschijnlijk nog slaapdronken van op de zetel te slapen. Bij een echte dronken toestand lach je ook om de onnozelste zaken die nuchter nog geen wenkbrauw doen bewegen.
Een regisseur vertelde in een interview dat hij altijd naar huis vertrekt als zijn vrienden dronken dreigen te worden. Er is er altijd eentje die zijn broekspijpen omhoog rolt als hij een paar pinten te veel uit heeft.
Bij de minste beweging naar zijn broekspijpen weet hij hoe laat het is. Dan is hij maar een dwarsligger.
