We zijn dan wel vivipare dieren,
we hebben meer gemeen met oviparen
dan we denken.
We zijn zelfs ovovivipaar,
baren levend,
maar broeden levenslang op een ei.
Het soort ei
dat zich niet zomaar laat pellen,
je steekt er al zeker
niet zomaar je lepel in.
Geen geel
dat op je toastbrood drupt,
wel zout
dat in je wonde strooit.
Een jong ei
wil je echt niet pellen,
tenzij je niks omhanden hebt.
Dan neem je zo’n ei
onder handen,
eiwit koppig,
membraan wint
en laat niet los,
kleine schilfers
samen
een groot geheim.
Een oud ei
laat zich beter pellen.
Met meer ruimte
tussen schaal en membraan,
glad als een pas gepelde mandarijn.
Zo’n ei weet
dat een jas je niet beschermt,
die lepel vindt jou ooit wel.
Een rijp ei,
dat wil je dan weer graag op je bord,
net gaar genoeg,
nu het eiwit zich niet vastklampt,
niet inzakt,
grote schilfers
als een verhaal dat zich graag
laat vertellen.
En eens ons eitje gekookt is
zetten we de ketel terug op.
Alle kookwekkers ten spijt,
die gaartijd
kan altijd beter.
(Afbeelding KateCox Pixabay)

