Ik heb nog al mijn tanden.
Die hebben al
in mijn manieren gebeten.
Mijn tandarts verwijst me
naar een paradontoloog.
Zelf heeft die geen ervaring
met valse manieren,
hij kan ze enkel flossen.
Manieren kan je verliezen
eens je ze vindt.
Er bestaan regels,
in dikke boeken
vol etiketten,
met betere manieren
dan ik.
Ik houd niet van plakkerige dingen.
Zo geraak je nooit
door zo’n boek.
Hoe vind je manieren dan.
Die houden van harmonie,
ze verstoppen zich
tussen bladzijden
met ruzie.
Ik steek er leeswijzers tussen,
3D‑dino’s.
Beweeg je ermee,
dan eten ze je op.
Etiketten zijn niet eetbaar,
dino’s laten die liggen.
Gelukkig maar,
niemand wil met een dino
onderhandelen
over de plot.
Ik ben weer afgeleid.
Leeswijzers doen dat:
ze wijzen weg
van het boek.
Soms wijzen ze zelfs
naar de wijnbar,
wat ik zeer
onbeleefd vind.
Het is niet mijn schuld
dat ik geen etiquette ken.
Ik schaf me beter
lat en potlood aan.
Misschien kan ik manieren
gewoon calceren,
zoals kleuters
met hun kleurplaat.
Manieren moet je bestuderen.
Je kan er aantekeningen
van maken.
Oefenen nu maar,
gom in de aanslag.
Ik hoop dat manieren
de boodschap
door de tekening zien.
Soms heeft men
meer goede bedoelingen
dan tekentalent.
Etiketten lopen niet weg.
Ze rollen als katten
in je kleerkast.
Je stofzuiger
vindt ze ooit wel.
(Afbeelding van PixelGabb via Pixabay)

