Wanneer de wind over daken scheert
en de bomen laat ruisen,
wanneer takken zachtjes dwalen
en de regen op het vensterglas klettert,
zit ik rustig en bedaard
over een boek gebogen.
Het verhaalt mij over bloed
dat spetters achterlaat,
en over winden die tyfoons aanvoeren.
Dan ril ik even van behaaglijke rillingen.

