We zitten op het terras van het oudste Antwerpse café. Tegenovers ons in de Hoofdkerkstraat gaat een garagepoort open. Je verwacht het niet. In 1565 was er enkel paard en kar.
De chauffeur moet serieus manoeuvreren. De garçon van het café begeleidt hem met zijn handen, bijna zoals een vliegtuigbeleider op de start- en landingsbaan, met ‘kom maar’ en ‘stop’.
Als de auto de straat uit is richting Hendrik Conscienceplein, zien we op het einde van de straat een gids passeren. Ze komen niet richting terras. Er staat nochtans een bord met het gegeven van het oudste café. Ook in het Engels. Ik meen een aantal toeristen te zien slikken van de dorst.
“Er staat gezoden worst op het menu”, zeg ik. “Een klassiek Antwerps gerecht. Dat aten ze in 1565 ook al.” Het antwoord van mijn tafelgenoot had ik moeten zien aankomen. “Als het dan nog maar goed is.”
