Ik heb deze week op MyPension gekeken.
Er was een tijd dat ik op het internet zocht naar goedkope vliegtickets, nieuwe schoenen of de openingsuren van een café. Tegenwoordig zoek ik op wanneer ik officieel mag stoppen met werken.
Achttien jaar. Ik mag de cultuur nog achttien jaar dienen.
Ik heb het drie keer opnieuw berekend. Alsof de overheid zich bij de vierde poging zou bedenken en zeggen: 'Allez madammeke, voor u maken we een uitzondering.'
Nu moet ik eerlijk zijn. Ik vind dat helemaal geen ramp. Ik doe mijn werk graag. Heel graag zelfs. Ik hou van theaterzalen, van artiesten met wilde plannen, van kinderen die met open mond naar een voorstelling kijken en van het zoeken naar dat ene bijzondere verhaal dat een publiek kan raken. Achttien jaar nieuwe ideeën, ontmoetingen en voorstellingen? Ik zie dat eigenlijk wel zitten.
Tegen dat ik met pensioen mag, zijn de kleuters waarvoor ik vandaag voorstellingen programmeer volwassen. Sommigen zullen getrouwd zijn, anderen gescheiden en een paar zullen vermoedelijk zelf al een burn-out achter de rug hebben.
En ik zal nog altijd in een donkere theaterzaal zitten, naast een schooljuf, te beoordelen of een voorstelling over een verdwaalde sok geschikt is voor kinderen vanaf vier jaar.
Het probleem is dus niet mijn werk. Het probleem is dat er sinds enige tijd een bejaard vrouwtje in mij woont. Haar naam is Gusta.
En zij ziet die achttien jaar helemaal niet zitten.
Ik weet niet wanneer ze is ingetrokken. Ze heeft zich niet aangemeld, geen huurwaarborg betaald,m aar ze is er. En ze begint zich behoorlijk te moeien.
Ze draagt een cardigan, ook in augustus. Ze heeft altijd een zakdoek bij zich, vindt dat mensen tegenwoordig veel te weinig dank u zeggen en heeft last van haar heup. Vooral wanneer we ergens naartoe moeten waar ze geen zin in heeft.
Ze eet uitsluitend koekjes van Delacre. Geen huismerken, geen droge speculaas uit een plastic verpakking en zeker geen van die moderne koekjes met quinoa of zeewier. Een goed koekje moet naar boter smaken en bij voorkeur uit een blikken doos komen.
Gusta wordt oprecht gelukkig van een afgelaste afspraak.
Wanneer iemand mij een berichtje stuurt met 'Sorry, het zal voor een andere keer zijn', antwoord ik dat het ontzettend jammer is. Dat we snel iets nieuws moeten plannen.
Ondertussen staat mijn innerlijke bejaarde al in de gang met mijn pantoffels.
'Ziezo', zegt ze. 'Dat is ook weer geregeld.'
Ze heeft ook mijn avondleven grondig gereorganiseerd. Vroeger begon een geslaagde avond om tien uur. Tegenwoordig vind ik halfnegen een bijzonder aantrekkelijk uur om horizontaal te gaan. Met een boek, een dekentje en de geruststellende gedachte dat niemand nog iets van mij verwacht.
Om kwart over acht begint ze al.
'Ge moet morgen weer vroeg op.'
'Ja, maar het is nog maar kwart over acht.'
'En dan? Ge kunt toch al uw pyjama aandoen?'
Ze heeft een uitgesproken mening over tocht, lawaai, de prijs van koffie op een terras en mensen die na negen uur nog telefoneren.
'Wie belt er nu nog op dit uur? Is er iemand dood?'
Ze houdt van soep, propere lakens, een goed gevulde diepvries en mensen die op tijd komen, maar vooral op tijd weer vertrekken. Ze spaart plastic potjes waar ooit iets anders in gezeten heeft en vindt het zonde om een elastiekje weg te gooien. Je weet nooit wanneer je er eentje nodig hebt.
En ze heeft het niet zo begrepen op mijn beroepskeuze.
'Jeugdprogrammator', zucht ze. 'Kon ge niet iets rustigers kiezen?'
Want kinderkunsten, dat is tegenwoordig geen eenvoudige zaak. Er wordt gedanst, gezongen, geëxperimenteerd en gefilosofeerd. Er zijn voorstellingen over identiteit, klimaat, verlies en de grote vragen van het bestaan. Soms zonder woorden, soms zonder decor en af en toe zonder dat ik precies weet wat ik gezien heb.
Ik vind dat boeiend. Die eindeloze verbeelding, die durf om kinderen ernstig te nemen en hen niet alleen te geven wat ze al kennen. Ik kan daar oprecht enthousiast van worden.
Mijn innerlijke bejaarde begrijpt er niets van.
'Waarom kunnen die kinderen niet gewoon naar een schoon vertoningske van Roodkapje kijken?'
Ze bedoelt de ouderwetse versie. Met een rood kapje, een wolf die duidelijk een wolf is en een grootmoeder die gewoon in bed ligt. Niet een multidisciplinaire interpretatie waarin de wolf symbool staat voor de klimaatcrisis en Roodkapje op zoek gaat naar haar genderidentiteit.
'En op het einde komt de jager', zegt ze. 'Dat is toch schoon? Iedereen content.'
Ik probeer haar uit te leggen dat kinderkunsten veel meer kunnen zijn. Dat kinderen recht hebben op verwondering, experiment en artistieke uitdaging.
'Ja, ja', zegt ze. 'Maar moet dat altijd zo donker zijn? En waarom fluisteren die acteurs zo?'
Ik zie het al voor me. Over tien jaar ontvang ik een jonge theatermaker die mij enthousiast vertelt over een experimentele voorstelling waarin dans, technologie en artificiële intelligentie samensmelten tot een nieuwe theatrale taal.
Ik zal enthousiast luisteren, vragen stellen en meteen beginnen nadenken over de mogelijkheden.
En ergens achter in mijn hoofd zal zij haar keel schrapen.
'Vraag eens of er stoelen zijn.'
'Dat is mijn heup', zegt ze dan. 'Ge moet daar rekening mee houden.'
Gusta wil ook weten of er tijdens de vergadering koffiekoeken zullen zijn.
En of het lang gaat duren.
En of we niet gewoon kunnen beslissen wat we vorige keer ook al beslist hebben.
Achttien jaar.
Ik heb het tabblad van MyPension uiteindelijk gesloten. Mijn innerlijke bejaarde zuchtte diep.
'Nog achttien jaar. Dat is toch niet normaal.'
Ik probeerde haar gerust te stellen. Dat we nog zoveel mooie dingen zouden doen. Dat er nog zoveel te ontdekken viel. Dat ik eigenlijk helemaal niet zat te wachten op mijn pensioen.
Ze keek me aan alsof ik haar net had voorgesteld om de Mont Ventoux op te fietsen.
'Ge zijt niet goed wijs.'
Ze heeft ondertussen besloten om alvast met pensioen te gaan. Ze vindt dat ze haar deel wel gedaan heeft en dat het tijd wordt om een beetje van het leven te genieten.
Ik mag blijven werken.
Dat lijkt me een prima regeling.
Ze heeft wel beloofd om af en toe mee te komen naar een jeugdvoorstelling. Op voorwaarde dat er stoelen zijn, een pauze en dat het niet te laat gedaan is.
En ze wil haar eigen koekjes meebrengen.
Van Delacre.
Ik heb haar gezegd dat ze in de theaterzaal niet mag eten.
Ze spreekt al drie dagen niet meer tegen mij.
Heerlijk rustig.
Misschien moet ik haar toch wat vaker meenemen.

