1968: Ik was 16 jaar toen ik voor het eerst in aanraking kwam met heroïne. Ik had destijds verschillende vriendengroepjes. Een van de groepen waar ik regelmatig over de vloer kwam, was een vriendenclub zoals alle andere: we praatten over nieuwe muziek, politiek, uitgaan en alles wat jongeren bezighoudt. In die groep ontstond er plotseling interesse in drugs; ze wilden weleens experimenteren met heroïne. Na een jaar waren ze onherkenbaar. Het was gedaan met de gesprekken over van alles en nog wat. Het enige gespreksonderwerp dat overbleef, was: waar is het te krijgen, wie gaat het halen en hoe gaan we het betalen? Ze begonnen ook geld te lenen zonder het ooit nog terug te betalen. Vanaf dat moment heb ik iedereen van wie ik wist dat ze aan de heroïne zaten, resoluut uit mijn vriendenkring gegooid. Toen mijn eigen geliefde broer ook wilde experimenteren met heroïne, heb ik direct ingegrepen en iets georganiseerd waardoor hij er twee jaar lang vanaf is gebleven. Heroïne is nu eenmaal vele malen verslavender dan alcohol.
2026: Onlangs vernam ik iets over een kennis. Hij werkt in de bouwsector, is daar een zeer gewaardeerde werknemer, is 45 jaar oud, getrouwd en heeft drie opgroeiende kinderen. Na zijn werk en in het weekend gebruikt hij echter heroïne – en dat zeker al de afgelopen twintig jaar. Tegenwoordig kost heroïne zo'n tien euro per gram. Dit zette me aan het denken: al die tonnen heroïne die het land binnenkomen, kunnen onmogelijk allemaal gebruikt worden door de groep verslaafden wiens ellende op straat zichtbaar is. Hoeveel duizenden mensen zouden er zijn die normaal functioneren in de samenleving, maar wiens drugsgebruik volledig onzichtbaar blijft voor de buitenwereld? Mischien is het uw kind, uw vader, uw moeder, vriend, famillie, buren?

