1.
De nieuwe dieren van het bos vertellen het verhaal nog altijd.
Het is heel wat jaren geleden gebeurd. Misschien wel honderd jaar.
De dieren van toen hadden nog nooit zoiets meegemaakt.
Het begon allemaal op een mooie zondag in oktober. Ze hadden eerst gepicknickt en daarna gevoetbald op de grote weide in het midden van het bos.
2.
Het was niet dat grote beer de wedstrijd had verloren. Nee, hij had als doelman zelfs enkele prachtige reddingen gemaakt.
Na de wedstrijd werd hij door alle dieren op handen gedragen. Ook op die van de tegenpartij, dat waren de dieren van het andere bos.
Maar de volgende dag gebeurde er iets. Beer kon plots niet meer lachen.
3.
Muis zag snel dat er iets scheelde met haar grote vriend.
Ze was, zoals elke maandag, naar het huis van beer getrippeld, om samen op verkenning te gaan in het bos. Op zoek naar heel wat lekkers.
Oktober was ideaal om paddenstoelen te plukken. Daar waren ze allebei zot op.
4.
"Ben je klaar grote beer? Ik kan de paddenstoelen al bijna ruiken", zei muis, waarna ze haar neusje in de lucht stak.
Het enige wat beer zei was 'Hmmm'.
"Wat hmmm?", zei muis. "Is dat het enige dat je kan zeggen?"
"Hm hm", zei beer opnieuw.
Muis besteedde er niet te veel aandacht aan. Ze dacht dat het wel zou beteren als ze de eerste paddenstoelen hadden ontdekt.
Helaas, het beterde niet. Beer had wel twintig keer 'hm' gezegd, maar geen enkele keer gelachen. En beer lachte graag, dat wisten alle dieren.
5.
Omdat dieren niet goed kunnen zwijgen, wisten binnen de kortste keren alle dieren dat er iets scheelde met grote beer.
Op dinsdag kwam meneer de hert langs. Hij wist hoe hij beer aan het lachen kon krijgen. "Zeg beer, weet je nog? Dat ik bij boer Vanspringel met mijn gewei in het hek vastzat? Ik kon nog net op tijd ontsnappen. Hij liep naar buiten met zijn geweer, struikelde over de mat en schoot de lamp stuk. Hahahahahaha."
"Hm", zei grote beer, terwijl meneer de hert op de grond lag van het lachen.
6.
Op woensdag bracht konijn een bezoekje. "Beer kan niet meer lachen? Dat kan niet", had hij vooraf gezegd.
Grote beer had amper een kopje thee uitgeschonken en konijn begon hem te kietelen. Niet alleen met zijn pootjes, maar ook met zijn grote oren.
Beer keek konijn aan alsof hij niet snapte wat er gebeurde. Vroeger zou hij al na twee seconden plat hebben gelegen van het lachen.
7.
Op donderdag stond het wilde zwijn aan het huis van beer. Hij had al een paar keer met zijn poten op de deur geklopt, maar er kwam geen reactie. Ook niet toen hij een paar keer luid had geknord.
De volgende dag, op vrijdag dus, stond het wilde zwijn er opnieuw. Nu deed grote beer wel open, al nodigde hij zwijn niet uit om binnen te komen.
"Zeg beer", begon zwijn op de drempel van het huis. "Ik ken nog een leuke mop. Het is groen en het komt van een berg af. Wat zou dat ...". Zonder af te wachten wat zwijn nog ging zeggen, gooide beer de deur dicht. Zwijn zat er bijna met zijn neus tussen.
8.
De dieren wisten niet wat ze moesten doen om beer aan het lachen te krijgen. Het enige wat misschien zou helpen, was naar de dokter gaan. Helaas konden ze bij dokter de vos pas op maandag terecht. In het weekend ontving hij geen patiënten.
De dieren probeerden op zaterdag en zondag om beer mee naar het grote veld te nemen, om een balletje te trappen, maar hij deed de deur niet open.
Muis besloot om op maandag beer mee te nemen naar dokter de vos. Als ze hem meekreeg natuurlijk. Dat lukte wonderwel. Beer slofte als een mak lammetje achter muis aan.
Ze gingen samen bij de dokter naar binnen. Plots kwam beer alleen naar buiten. Na een paar minuten volgde muis. Er was duidelijk geen beterschap te zien. Hij slofte zo mogelijk nog erger op het bospad.
9.
De dieren wisten niet wat aanvangen. Het mocht zeker niet te lang blijven duren. Dat wisten ze wel.
Er ging een week voorbij. Muis besloot op opnieuw met beer naar de dokter te gaan. Het ging immers van kwaad naar erger met Beer. Door het sloffen zorgde hij voor een enorme stofwolk op het bospad. Net zoals wanneer boer Vanspringel er met zijn tractor reed.
Terwijl beer bij dokter de vos naar binnen was, verzamelden plots alle dieren van het bos, plus de dieren van het andere bos, bij de boom waar muis zat.
Voor de vogels hoog in de bomen was het een prachtig beeld, al die dieren samen.
10.
Er gebeurde nog iets wonderlijk. Dokter de vos nam beer plots mee naar het raam van zijn dokterspraktijk. Vanwaar ze stonden, konden de dieren het goed zien.
Dokter de vos stond op een stoel en had zijn ene poot op de schouders van beer liggen. Met zijn andere poot wees hij naar buiten, waar alle dieren stonden.
"En nu allemaal zwaaien en juichen", riep muis plots. Het gaf een enorme herrie en van al die zwaaiende dieren ontstond er een grote wind. De vogels vlogen in de lucht en begonnen te kwetteren.
En daarna, alle dieren zagen het, verscheen er een glimlach op het gezicht van grote beer. Alle dieren begonnen luid te klappen.
Op de terugweg wandelde beer in het midden van de grote groep dieren, alsof ze hem extra wilden beschermen. Hij slofte niet meer. Ze gingen rechtstreeks naar de weide voor een voetbalwedstrijdje.
11.
De dag erna ging muis terug naar dokter de vos. Niet omdat ze ziek was, maar ze was nieuwsgierig.
“Wat was er nu met beer aan de hand dokter?”
"Het ligt aan oktober", zei dokter de vos.
"Hoezo oktober? Daar kan je toch niet ziek van worden", zei muis.
"Toch wel", antwoordde dokter de vos. "Dieren kunnen om heel wat zaken verdriet hebben. Als ze een voetbalwedstrijd hebben verloren, of omdat ze plots aan hun overleden oma denken."
"Dat klopt", zei muis. "Dat heb ik ook ooit."
12.
"Dit is nog niet iets anders", ging de dokter verder. "Het is nu oktober en dus herfst. De bladeren beginnen van de bomen te vallen. Beer had verdriet omdat er weer een jaar voorbij is. Dat zag ik."
"Ik had je vorige keer gevraagd om na een week opnieuw tot hier te komen, als het niet zou beteren. Omdat je me vertelde dat jullie altijd samen voetballen, vroeg ik je om stiekem alle dieren tot hier te laten komen. Beer zag nu dat hij er echt niet alleen voor staat. Je kan verdriet niet wegen, maar het is altijd te zwaar om alleen te dragen", zo eindigde de dokter.
Daar moest muis even over nadenken. Daarna vertelde hij het snel aan alle dieren. Want zoals je weet kunnen dieren niet goed zwijgen.
En daarom vertellen de nieuwe dieren van het bos dit verhaal nog altijd.
(einde)
