in de reeks bijzondere verzamelingen vertelt raymond (90) in de krant over de 173 egeltjes in zijn twee vitrinekastjes én over dat ene egeltje in de tuin.
zelf heb ik mijn verzameling speelkaarten, een slordige 150 boeken, onlangs verkocht aan een zestiger die vooral interesse in de jokers had, liefst van wat later carta mundi zou worden, dus vóór 1970. hij gaf me 40 euro en ik was ze kwijt. het kaderde allemaal in een grote opruimactie. er verdween vanalles uit het huis met de bedoeling om ons bestaan 'lichter' te maken.
gisterenavond huilde de oudste omdat hij zijn aapje oe-oe miste, en zijn familie pieter konijn (zeven identitieke knuffeltjes uit zijn babytijd); hij was bang dat hij zijn andere knuffels op een keer ook zou moeten wegdoen.
papa zorgt ervoor dat dat niet hoeft, troostte ik hem, maar ik dacht aan hoe hij over een jaar of vijf zes zelf zijn pluchen verzameling zou wegdoen, misschien een paar houden omdat nostalgie nu eenmaal altijd om de hoek loert. dat kon hij zich nu niet voorstellen, maar dat had het leven voor hem nu eenmaal nog in petto.
hoe had ik ooit kunnen bevroeden dat ik tien grote bananendozen vol naar 'snuffel - antiquariaat en tweedehandsboeken' zou dragen.
waarom moest het voor hem zo moeilijk zijn, vroeg mijn zoon, om dingen weg te doen. snoeppapiertjes dat ging nog, vervolgde hij, maar al de rest kon hij toch gerust bijhouden, dat moest toch niet weg.
zijn moeder vloekte telkens als er in zijn broekzakken iets was achtergebleven, schroefjes, kastanjes, gras, stenen... dat de wasmachine terroriseerde.
elke dag passeer ik langs de luikersteenweg een wit huis waar de spullen buiten gestapeld staan: fietsen, auto's, partijen dakpannen en bakstenen... door de ramen zie ik hoe alles tot aan het plafond volgestouwd is; rechts onderaan het linkerraam een grote blauwe teddybeer.