Honger

MCH
16 mei 2021 · 15 keer gelezen · 2 keer geliket

Ik heb honger, en niet zo’n klein beetje. Lastig. Het hotelrestaurant is dicht. Ik ben te verlegen om op straat elk menu naast de deur te lezen en ter plekke te beslissen. Bang wat mensen denken. Als de ober naar buiten komt, móet ik naar binnen, als vegetariër stapte ik zelfs een Steakhouse binnen. 
   De enige optie voor een onafhankelijk antwoord op de eetvraag, staat voor de deur. Ik haal diep adem en repeteer in mijn hoofd “waar kan ik iets eten?” Hup, door de draaideur en ik sta op straat. Ik draai om naar de portier.

De portier heeft een imponerende snor, zo’n Oostenrijksekeizerssnor. Kraaienpootjes geven ogen vaak vermoeidheid. Dit is bij hem anders, de kraaien hebben vriendelijkheid en vrolijkheid rond zijn ogen gepoot. Zijn geur van Old Spice doet aan mijn vader denken.
   Wat denkt hij van iemand die om half elf ‘s avonds nog wil eten? Precies een half uur nadat de keuken van het hotel dicht is? Is dat niet vreemd? Een voorverpakte sandwich bij roomservice kan toch? Of chips, pinda’s en cola uit de minibar?
   ‘Weet u … misschien … waar ik… op dit tijdstip …’
   De portier knipoogt en zegt: ‘Geen probleem, mijnheer.’ Uit de zak van zijn lange, rode jas haalt hij een mobiel en smoest erin. ‘De taxi rijdt binnen vijf minuten voor, mijnheer. Waar gaat de voorkeur naar uit, als ik niet te onbeleefd ben om het u te vragen?’
   Ik stamel wat over geen voorgerecht en iets lichts.
   ‘Begrepen, mijnheer. En bent u van de rechtopenneer? Als ik weer niet te onbeleefd ben.’
   Waar heeft hij het over? Hij ziet mijn twijfel aan voor ontkenning.
   ‘Meer van de bal in de mond en plets op de kont?’ Hij knipoogt. ‘Weten we wel raad mee, mijnheer.’
   Ik hoop niet dat hij gehaktballen op het oog heeft, zoals gezegd: ik ben vegetariër. 
   Hij monstert mij als een paardenhandelaar en zegt: ‘Ik bespeur een bepaalde klasse, daar houden we wel van.’
   De taxi stopt, hij duwt mij kordaat op de achterbank en zegt tegen de chauffeur: ‘Peter, deze is voor Rooie Mien, special treatment. Zeg dat ze de kelder eerst een sopje geven, deze heer is niet van de straat. Laat Mien de rekening naar ons sturen.’ Hij klopt geruststellend op mijn schouder. ‘We zetten het op de rekening als diner, dan zeurt de boekhouder niet over de bonnetjes.’ Hij licht zijn hoed en sluit de deur. Weg zijn we.
   Ik heb honger, en niet zo’n klein beetje.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

MCH
16 mei 2021 · 15 keer gelezen · 2 keer geliket