Het is een woelig tijdperk. Toch wens ik me geen ander toe, al zeker niet de middeleeuwen. Ik lag allang op de brandstapel.
Mijn heksengehalte is behoorlijk groot. Zelfs zonder bekentenissen zou ik schuldig bevonden zijn. Wie weet had ik het brandhout nog moeten betalen.
Ik kijk weleens dwars door mensen heen. Daar heb je geen bezem voor nodig, laat staan wratten. Over gezichtsbeharing zwijgen we maar beter. Mijn ego is te groot voor stereotypen.
Ik kan me best voorstellen dat mensen soms schrikken. Ik probeer nochtans mijn blik wat te sluieren. Al weet ik niet wie er het meest van schrikt, de ander of ikzelf.
Een zonnebril helpt, maar kom daar in de winter maar eens mee weg. Voor je het weet, ben je niet alleen een heks, maar ook nog een verdachte.
Verdachte blikken zijn gelukkig geen brandstof meer voor de brandstapel. Die is me bespaard gebleven, al ligt mijn bezem er al een tijdje te smeulen. Nu, die had wel al zijn beste tijd gehad.
Ik sta intussen met beide voeten op de grond. Het is niet langer heet onder mijn voeten. Vliegen zit er voorlopig niet meer in.
Al sluit ik niet uit dat ik ooit nog eens opstijg.
(Afbeelding van OpenClipart-Vectors via Pixabay)

