Ik wil je voorstellen aan twee vrouwen.
De eerste: Kathy D.
Kathy D is het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt en dat ge automatisch een beetje rechter gaat zitten. Haar haar valt alsof het geoefend heeft, haar kleren zitten alsof ze ervoor gekozen hebben om haar te passen.
Kathy D drinkt geen gewone koffie.
Kathy D weet alles over single origin coffee. Ze spreekt dat ook zo uit. Single. Origin.
Ze heeft het liefst een slow coffee met havermelk, liefst ergens waar ze het water eerst nog even laten ademen voor ze het schenken.
Ze heeft geen ontbijt, ze heeft een ochtendritueel.
Ze eet geen yoghurt, ze eet een “bowl”.
Ze wandelt niet, ze “neemt tijd voor zichzelf”.
Kathy D is niet gewoon aanwezig op sociale media. Kathy D is sociale media.
Ze post dingen als: “Grateful for slow mornings” met een foto van haar koffie, haar hand, en een boek dat ze niet echt aan het lezen is.
Ze lacht op foto’s alsof iemand net iets heel wijs gezegd heeft.
Ze kijkt soms weg van de camera, zogezegd spontaan, maar eigenlijk perfect georchestreerd.
Ze heeft meningen die klinken als inzichten en inzichten die klinken als quotes die al duizend keer bestaan hebben, maar bij haar toch weer nieuw lijken.
Haar agenda is vol. Niet druk — vol.
Met dingen die goed voelen. Dingen die kloppen. Dingen die gedeeld kunnen worden.
Kathy D is mooi, dynamisch, zelfbewust, grappig.
Maar ook… een beetje te. Ze is de vrouw waarvan ge denkt: ja… zo wil ik ook zijn.
En tegelijk: amai, dat lijkt vermoeiend.
En dan is er Godelieve De Vriendt.
Godelieve is 1 meter 61 en weegt 102 kilo. Ze draagt een grijze rok tot over de knie, bruine Marva-kousen die halverwege de dag al beginnen te zakken, en een blouse met een lichtgele gilet zonder mouwen die al zoveel jaren meegaat dat ze bijna erfgoed is.
Haar haar…
Haar haar ziet eruit alsof ze elke keer aan de kapper vraagt:
“Doe maar gelijk Helmut Lotti.”
En dat die kapper dan denkt: meent ze dat nu?
En dat ze zegt: “Ja, maar niet te modern, hè.”
Haar mond ruikt een beetje naar koffie en naar commentaar dat al een paar dagen op voorhand klaar zat.
Godelieve zaagt. Niet luid. Niet dramatisch. Maar constant.
Ze zaagt over de zon.
Dat die altijd net verkeerd schijnt.
“Te fel als ge buiten wilt zitten, en weg als ge eindelijk uw stoel gezet hebt.”
Ze zaagt over de politiek.
“Ja… die van Brussel allemaal zakkenvullers”
Ze zaagt over de jeugd. Natuurlijk over de jeugd.
“Altijd maar op hun gsm.” “En werken? Ho maar.”
Ze zaagt over de supermarkt.
Dat de tomaten geen smaak meer hebben.
Dat ge voor een komkommer tegenwoordig precies een lening moet aangaan.
Godelieve heeft geen mening. Godelieve heeft een lopende band aan bedenkingen. Ze zit. Ze kijkt. Ze zucht. En ze heeft altijd gelijk. Godelieve is niet het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt. Ze is het soort vrouw waarvan ge plots merkt: ah ja, die zit hier ook.
Ik had ze graag aan je willen voorstellen. Of een foto van hen willen tonen. Maar eerlijk… ze bestaan niet echt écht.
Ze zitten in mij.
Kathy D is de versie die naar voren stapt. Die denkt: kom, nog een beetje beter, nog een beetje mooier, nog een beetje meer. Die gezien wil worden, gehoord wil worden, die haar koffie fotografeert voor ze hem drinkt.
En Godelieve… Godelieve is de dag waarop dat allemaal niet moet.
Niemand die denkt:
“Daarover moet ik met Katrien babbelen.”
Niemand die iets van mij verwacht.
Geen oordeel over mijn haar.
Geen mening over de psyche van het andere geslacht.
Geen plannen. Geen “we moeten echt nog eens”.
Gewoon ik.
Mijn kat.
En Netflix.
En als ik dan toch iets zeg, is het waarschijnlijk om te zagen.
Over de zon. Over Brussel. Over tomaten. Of over de jeugd.
Iemand moet het doen.

