Ik ben met een engel getrouwd,
anderen met een bengel.
Wie minder geluk heeft
huwt een klungel,
een minderheid een duivel.
Ik heb vele gebreken
maar veel empathie.
Ik sta er wel niet voor te springen
om me in te leven
in een duivelse liefde.
Ik spring zelfs nog liever
over de bok,
en dat roept al genoeg trauma op.
Maar dat is een ander verhaal.
Die duivel had vast
een tweede huid,
die van een schaap,
of labrador.
Niemand valt op een duivel,
tenzij je een zelfkastijder bent.
Of verziend, van dichtbij
niet door de wol kan kijken.
Dat moet schrikken zijn,
zo’n schaap dat plots
een rode staart krijgt,
je achterna zit
met zijn riek.
Ik zou me koest houden,
zo’n riek wil je niet uitdagen.
Ik begrijp die vrouwen heus,
het vergt tijd
een plan te beramen.
Je geraakt niet zomaar
van een duivel af.
Voor je over hem spreekt,
zie je zijn staart al.
Zo draai je rondjes,
kop achter staart.
Sommige cirkels zijn vicieus.
En een riek draait
niet vlot rond.
Die vrouwen hebben hulp nodig,
een luisterend oor,
wat wol voor op de riek.
Dan prikt het even zachter.
(Afbeelding van evilfavoriteart via Pixabay)

