Ik wil geen beuzak zijn, maar soms lijk je op die ene +1 die meekomt naar een feestje waar niemand op jou zit te wachten. Die persoon die niet beseft dat het de anderen niet meer interesseert wat je te vertellen hebt, en onverstoorbaar door blijft leuteren.
Waarom wring je je er soms zo tussen en ben je er anders niet? Het is de onvoorspelbaarheid die me zo onrustig stemt.
De zon en de bloemen mogen elkaar beroeren zonder jouw regels, maar de pad en de stoel lijken jou nodig te hebben. Ben je een verbinder of een stoorzender? Ik weet het soms ook niet. Kan de pan de koek niet bakken zonder jouw hulp, (en waarom vroeger dan wel?) alsof je een blokje vetstof bent.
Heb je iets gedaan om hen afhankelijk van jou te maken of ben je hen in de weg gaan staan?
Pas op, ik wil je heus niet kwetsen.
Soms heb je de kracht met zo weinig verandering een heel concept op zijn kop te zetten en blijft er ineens niemand meer over of is er plots niets meer aan de hand.
En ik besef ook dat we je soms wat stiefmoederlijk behandelen wanneer we je aan het einde van een gewoon gewoon plots late(n) valle(n), kan je me vertellen waar je dan naartoe gaat?
Nergens.
Is dat waarom je soms in paren reist? Waarom jullie met z’n tweetjes in mijn naam huizen en andere klanken daarmee een kopje kleiner maken?
Het is geen oordeel, gewoon een vraag. Ik probeer je te begrijpen zodat ik de fout niet meer maak.
Je voor lief te nemen, in een hoekje gesmeten.
Als er één iets is dat je niet mag vergeten...
Je hebt een gave, een talent waarin niemand je kan evenaren: die om woorden, zinnen en zinsdelen aan elkaar te rijgen.
Want alleen jij bent al genoeg
om werelden aan elkaar te hangen
N [en]
dat is een kracht
als geen ander.

