Over annakdotes

Gedichten en gedachten van Anna Van Breugel (anna.kdotes)

Prijzen

1e laureaat - Willemsfonds Gent, 2010 met het gedicht "eeuwige reis" (hoe het begon in 2010)

Varia

Teksten

Ben ik een goed mens of werk ik gewoon voor een vzw?

Ben ik een goed mens of werk ik gewoon voor een vzw? Het is een vraag die  om de zoveel tijd  de kop even op komt steken.     Tijdens periodes waarin ik mezelf betrap op de gedachte: “zoveel vrijwiligers in onze organisatie, zou ik dit werk ook doen als ik er niet voor betaald zou worden?”   En waarbij ik dan de reflex opmerk van zowel mezelf als mijn omgeving om me te verbergen achter “ik heb daar geen tijd voor”, “dat past nu niet in mijn leven”, enzovoort... Als je mijn professionele loopbaan bekijkt dan zie je een vreemd kronkelbaantje met hier en daar een onverwachte wending, een haarspeldbocht of wat heuvels en dalen.   Een rode draad is er wel ten dienste staan van anderen en soms stel ik mezelf de vraag: waarom?   Ben ik behulpzaam of ben ik graag nodig?   Kan ik me nuttig voelen als ik niet het gevoel heb dat ik anderen help?   En (hoelang) hou ik dit vol als het aan blijft voelen als ter plaatse trappelen (wat wel eens durft voorvallen in de hulpverlening)?   7 jaar geleden dook ik het werkveld in En alsof dat op zich al niet spannend genoeg was deed ik dat ineens in Brussel.   Andere talen.  Dezelfde (maar ook extra) problemen. Meer obstakels. Meer organisaties. Een lappendeken aan  doorverwijzers,  cliënten en collega’s.   Mijn voornemen om louter te focussen op preventief werk werd al snel overboord gegooid.   (Want bestaat dat nog - preventief werk? Soms lijkt het van niet).   En soms neemt het allemaal even de bovenhand Is mijn geduld helemaal opgebruikt Of mijn vertrouwen in de mensheid verdampt.   Mijn wereldbeeld aangetast door het onrecht dat ik dagelijks voorgeschoteld krijg en waarvan je haast zou denken het treft precies de meerderheid (wat gelukkig niet zo is)   Soms kom ik thuis met een verhaal “vandaag heb ik een nieuwe vicieuze cirkel ontdekt” of “een nieuwe manier om mensen in de kou te zetten”   En dan denk ik -heel even- zou het niet fijn zijn om die dingen allemaal gewoon niet te weten?   Als het waar is dat ge een product zijt van uw omgeving   Zou ge u dan niet beter omringen door mensen   die reiken naar de sterren?   en niet zij   die achterblijven in het stof?   Of is dat niet waar de echte menselijkheid zich verstopt?

annakdotes
4 0

De treden zullen niet meer weten wie je bent

Ik sta in het huis waar we lang samen gewoond hebben. Na een lange werkdag en een avondspits van jewelste. Ik geraak niet verder dan de hal. De geur is veranderd. Alsof je hier nooit geweest bent. Het ruikt naar mij, naar kattenbak en ik merk ook toetsen appelshampoo op, waarschijnlijk afkomstig van de handdoek die ik vanmorgen nog snel in de gang over de trap heen drapeerde bij het vertrekken.  Toen je vertrok nam je meer mee dan ik aanvankelijk dacht. Planten, meubels, je geur, de recepten die je me nooit uitgelegd had, je aanwezige ouders, je ongevraagde meningen en oplossingen voor alles waar ik gewoon een knuffel voor wou. De stapel leeggoed die razendsnel leek te groeien, de chaos in de papiermand en vaatwas. De orde op alle oppervlakken. De T uit “thuis”.  Je liet me achter in het huis, een woning, een gebouw. Zonder ziel. Zonder liefde. Met onvolledige inboedel.  Wist je dat -naast de geur van een huis- ook de klank zo vreselijk verandert na iemands vertrek? Alsof alles een echo, elke klank een schaduw, heeft? Soms lijkt het een voordeel, dan lijk ik door de herhaling minder alleen.  Ik zet me neer op de trap en trek mijn schoenen uit. Nu je er niet meer bent hoeven die niet in de kast op stok gezet te worden. Ik laat ze van de trede vallen en kijk hoe ze daar roerloos blijven liggen.  De trap kraakt wanneer ik me langzaam rechttrek. Het heeft naast iets geruststellend ook iets heel zwaar. Want jouw gekraak - de trage passen, zwaarder dan de mijne, gedecideerd - die zal de trap nooit meer verspreiden. Ze blijven wel kraken. Zonder jou.  “Het is hier weer akelig stil, vind je niet?” “...” “Je zou denken dat het wel went, na zo’n tijd, maar dat is voorlopig nog niet het geval, vrees ik.”  “...” “Weet je nog hoe het vroeger was? Het gekraak groeide mee in het tempo van de kinderen. Tot het stilaan wegebde toen ze hun eigen weg vonden.” Ik kijk er melancholisch bij, mijn ogen zoeken de muur af naar de vegen van kinderhandafdrukjes die ik nooit afgekuist heb. Er moet toch iets overblijven van het gezinsleven dat zich hier jarenlang afgespeeld heeft.  De kat maakt zijn intrede, vlijt zich tegen mijn been aan en verliest daarbij heel wat vacht die zich aan mijn bezwete been hecht.  “Miauw.” “Gelukkig ben jij er nog.”   - - - De tekst waarmee we aan de slag gingen:   Straffeloos - Toon Tellegen   Ik zal je vergeten en weer ontmoeten Ik zal je vergeten, ontmoeten en weer vergeten En ik zal je weer ontmoeten   Ik zal je vergeten en weer vergeten en weer vergeten ik zal wandelen door dozijnen parken lichtgroene, violette en roze parken, onopvallend in de regen   ‘s Avonds zal ik je weer vergeten   De treden zullen niet meer weten wie je bent Maar ze zullen kraken De voordeur zal weer aarzelen.

annakdotes
12 0