Jonge vrouw in metro. Haren, nagels, wimpers volgens de laatste mode gekleurd, gelakt, gekruld. Ze heeft net een grill gekocht en ook iets in Primark, ze is op weg naar huis. Ze videobelt in een taal die wij niet begrijpen. De persoon aan de andere kant van de lijn, aan de andere kant van de wereld misschien, is erg luid. Het meisje kan enkel knikken en af en toe een halve zin prevelen in die taal die wij niet begrijpen. Het moet haar moeder zijn. Niemand kan je zo lang de les spellen zonder dat je iets terug moet zeggen, je weet dat ze gelijk heeft. Het meisje knikt en dwingt een traan terug, niet over de wang, terug in de klier. De moeder laat een stilte, en gaat door.
Ik zou haar oortjes gegeven hebben, maar ik had er geen. Natuurlijk had ik er geen. Had ik oortjes, ik had hun gesprek immers niet kunnen volgen.
